Bij al mijn wandelingen die ik soms maakt door enige wijken of eens in het centrum van de mooie vestingstad Gorinchem (kom daar niet zo vaak) kwam ik ook eens verschillende bloemen en planten tegen en bloemen trekken mij altijd wel aan. En vooral als ze dan nog eens heerlijk geuren zoals de Gewone sering ook wel de wilde sering genoemd -Syringa vulgaris (foto boven) is heel geschikt voor zowel klein als grote tuin en trekt daarbij ook vlinders en bijen aan.
Langs een schutting trok later bij mijn natuurwandeling ook een mooie struik mijn aandacht want die bloemen had ik nog nooit gezien. Er was een man aan het werk achter de schutting in de tuin en ik vroeg gewoon welke naam deze dan zal hebben en hij vertelde me dat dit de Kleinbloemige Bergbosrank Clematis Montana was.
Klein begonnen en nu na 5 jaren (dat vertelde hij mij) al uitgegroeid tot een mooie struik zowel aan de buitenzijde als aan de binnenkant van zijn schutting. Hier beneden kan je zien hoe vol deze is en gevuld met mooie kleuren van de bloemen.
De kleurige bloemen verschijnen in de maanden april, mei en juni. Het is daarbij een sterke klimen haagplant die geschikt is voor een plek in de halfzon of lichte schaduw. Misschien eens een aanrader voor jou mocht je een tuin hebben met een schutting.
Ik kwam verder heel veel mooie bloemen en struiken tegen en deze mooie roos plaatst ik er even bij. Want de kleur geel die hoort ook bij dit lenteseizoen. Hoop wel dat regenbuien nu eens op gaan houden want de insecten blijven nu ook weg en die zie ik ook graag.
Bloemen en planten of hagen en mooie struiken gevuld met bloemen geven altijd een mooi aangezicht aan een omgeving. Of het nu in een tuin is of elders. En enige die ik had gezien heb ik samen gevoegd om onderstaande video te maken.
En als jij er ook van houdt dan is deze video zeker wat voor jou. De namen weet ik allemaal niet maar die weet jij vast wel. Mij gaat het slechts om hun vorm, de mooie kleuren, geuren en hun uitstralingen.
Wie oog voor de natuur heeft ziet veel om zich heen en ik houd van de natuur met alles wat er in leeft woont en groeit.
Op deze website De Mens en de Natuur blogspot en op mijn andere persoonlijke Gedichten en Verhalen uit het leven deel ik tegenwoordig ook veel natuur. En misschien spreekt niet alles je aan. Maar ik weet zeker dat er wat tussen is wat je wel mooi zal vinden. Deze wordt nu ook veel bezocht en dat maakt mij ook erg blij.
Ik dank je weer voor je bezoek en doe hierbij een natte lenteregen groet.
Of is de zon vandaag wel hele dag bij jou geweest?
Heb al veel geschreven hier over de meerkoeten op mijn natuur website. Maar nog niet over de jonge meerkoet en men ziet hierboven nog wat roods op zijn kop en heeft nog het donsige grijze verenkleed.
Heb je wel eens gezien hoe groot die poten dan al zijn? Het staat best stoer vind ik maar is wel een vreemd gezicht.
Deze jonge meerkoet kwam ik tegen in de vijver nabij het natuurcentrum in het stadspark van Gorinchem.
Het rode kopje is langzaam aan het verdwijnen wat ook wel bijzonder is dat ze dit hebben. Want ondanks dat er veel onderzoek is gedaan hierover zijn de wetenschappers er nog steeds niet uit wat hiervan de reden is.
En heb er enkele fotos van gemaakt en enkele plaats ik hier. In de foto boven is deze nog in het water en heeft toch wel een lief koppie zoals het keek.
Hier ditmaal slechts wat fotos en er onder staat een kort filmpje van de meerkoet die gevoerd werd. Van de 4 die ze hadden was er helaas nog maar ene over.
Hier keek deze mij even aan.
Hier beneden riep hij naar zijn ouders voor voedsel.
Zie graag alle koeiensoorten wel maar de Schotse hooglanders zijn toch ook wel prachtige dieren. En in het natuur en recreatiegebied Middelwaard nabij Vianen (provincie Utrecht) daar zijn ze ook en heb ze weer kunnen filmen. Er waren ook twee kalfjes en de moeder maakte de vacht schoon van ene en dat vond ik zo een heel lief gezicht.
De film plaats ik onder dit schrijven mocht je die nog niet hebben gezien. Het is een kort filmpje want ik had papa stier niet gezien en die stond wel erg dichtbij achter mij. En dan is het wel even oppassen geblazen.
De Schotse Hooglanders, ook wel Highland Cows genoemd, komen oorspronkelijk uit Schotland. Ze staan nu ook al in vele Nederlandse natuurgebieden en helpen zo ook mee in de natuur. Het zijn de goedkoopste grasmaaiers en hebben weinig hulp nodig want ze zorgen voor hen zelf aldaar.
En ook zorgen zij allen met het grazen en lopen in een gebied ook voor een goede vegetatie en voor de biodiversiteit. Ze worden dan ook veel geplaatst in de gebieden waar de natuur voorop staat.
De Schotse hooglander eten gras door hun tong eromheen te slaan en het dan af te rukken. En alles wat ze eten poepen ze ook weer uit en dat zijn weer voedingsstoffen voor de afvalverwerkers zoals bacteriƫn en schimmels.
Daarbij kunnen ze ook giftige stoffen afbreken die sommige planten aanmaken om niet opgegeten te worden. Zo eet een Schotse hooglander zonder problemen de giftige vlier. Voor de natuurbeheerders zijn de Hooglanders een gewilde koeien ras.
Meestal zijn ze roodbruin van kleur. De lange haren van de Schotse Hooglander hangen vaak voor de ogen, zeker als hij zijn wintervacht heeft. In het voorjaar verliest hij deze langharige wintervacht weer en komt er een kortharige zomervacht voor in de plaats.
Ze kunnen wel tegen temperaturen tot 30 graden. Maar erge hitte kunnen ze niet goed verdragen en hebben dan wel een een schaduwplek nodig of water waarin ze kunnen afkoelen. En beiden zijn hier in de Middelwaard voldoende aanwezig en je ziet ook in het korte filmpje dat er ook ene in de waterplas staat.
Aan hun hoorns kun je zien of het een koe of een stier is. Als de punten van de hoorns omhoog staan dan is het een koe; wijzen ze naar voren dan is het een stier.
Ik ben heel graag in deze omgeving want buiten deze mooie koeien staan er hier ook andere en daarbij is de natuur hier ook heel erg mooi. En ja als ik hen ziet dan kan ik uren naar hen kijken. Vind jij hen ook zo mooi?
Ze zijn wel aan mensen gewend die hier rond wandelen maar met kalfjes is het wel gewenst op gepaste afstand te blijven. Honden moeten zo wie zo hier aan de lijn.
Schreef ook eens een gedicht over hen en die kan je hier lezen als je wilt.
Maar kijk eerst mijn live filmpje want dan mist je niks. Bedankt dat je weer gezellig kwam lezen en ik wens je mooie dagen toe voor elke dag en dat jij er dan ook gezellige momenten in beleven mag.
Ditmaal deel ik eens wat foto's met weetjes over een mooie wantsensoort. Die ook een plekje verdient op mijn natuur website. En dat is de Grauwe schildwants (Rhaphigaster nebulosa). De grauwe schildwants is slechts 1,5 centimeter groot en komt steeds vaker voor in Nederland. Dit insect wordt ook de veldwants genoemd en je kan deze herkennen aan de zwart-witte antennes op zijn kop.
Daarnaast heeft hij een grijzige kleur en is hij aan de zijkant zwart-wit geblokt. De grauwe schildwants heeft een steeksnuit waar hij overigens niet mee steekt. Voor ons mensen dus geheel ongevaarlijk en onschuldig. En omdat ze geen natuurlijke vijanden kennen kunnen ze veel nakomelingen krijgen.
Voor mens en dier zijn deze niet schadelijk maar enige oplettendheid is wel geboden want wanneer een grauwe schildwants bang is laat hij wel een vies geurtje vrij. Het zijn kleine stinkdiertjes. Hun geurklieren dienen meestal als bescherming tegen roofdieren. Ze zijn niet echt vliegkunstenaars want het vliegt maar traag en bij de landing komt hij vaak op de rug terecht. En na wat gestuntel en wat gewiebel met zijn bovenkant staat deze dan weer op zijn pootjes.
Hier nog een foto beneden waar ze aan het paren zijn.
Zij produceren slechts een generatie per jaar en overwinteren bij voorkeur op muren die zijn bedekt met een klimop. En weetje is ook dat al zijn deze groter dan de andere soorten kunnen zij, als ze de kans krijgen misschien ook binnen eens ontmoeten want kieren en gaten zijn ook een must voor hen. Maak deze dan niet dood als je deze eens binnen ziet maar zet deze voorzichtig in de natuur buiten.
Denk je eens een onaangename geur te ruiken (met een scherpe neus) dan heb je kans hen in je huis te hebben. Ze hebben namelijk stinkkliertjes zoals ik al eerder schreef.
En daar is wel een verschil in want bij de jonge nimfen zitten ze op de rug. En bij de volwassen wantsen zitten ze aan de onderzijde van de buik. De stof die ze uitstoten is een witachtige sapje. Dus je bent gewaarschuwd.
Deze wantsen zijn afhankelijk van de verschillende soorten plantenfamilies onder andere sierplanten. Maar je kan hen ook aan treffen op houtgewassen of op groenten en fruit. En zien aan de heldere zuigvlekken, misvormde vruchten en bladeren.
Deze wantsen liggen hun eieren op de achterkant van de bladeren. Andere wantsen doen dit op de bladhoofdnerf.
Aan de dood van een plant merk je ook dat ze ergens zitten of al zijn geweest. Zij liften soms ook met planten of groente mee die je in een( land) winkel of op de planten die je in tuincentrum hebt gekocht.
Want de nimfen zijn niet zo groot en die zie je dus niet snel. Dat laatste was bij mij dus het geval en helaas heb ik eens een wants te laat ontdekt. Nu kijk ik bij aankoop wel de planten wel goed na.
De laatste jaren is dit soort ook wel met een opmars bezig in ons land, waar zij voorheen zelden eigenlijk werden gezien. Het dier voedt zich voornamelijk met planten, maar zuigt soms ook dode insecten leeg. En wie weet heb jij hen ook wel eens veel gezien misschien.
Het geslacht van de wantsen omvat ongeveer 40.000 verschillende soorten. Maar in Nederland hebt men zo een circa 600 al ontdekt. Dat kunnen er nu misschien wel meer wezen. En wie weet zijn er in de buurlanden er ook wel veel soorten.
En met deze woorden sluit ik dit artikel af en geef je hierbij ook nog even een natuurgroet van mij.
Wees altijd welkom om meer te komen lezen en kijken. Een reactie over mijn schrijven stel ik altijd zeer op prijs maar is niet verplicht. En delen is altijd toegestaan maar wel via de originele link.
En als je op de labels zal zoeken dan ontvang je gewis de andere artikels met veel informatieve weetjes daarbij over de soorten die ik al eens had gedeeld.
Want ik heb al eens eerder artikels/blogs over hen geschreven zoals de Malvawantsen, Bladpootwants ook wel de Leptoglossus occidentalis, Bladpootrandwants genoemd en ook over de Vuurwantsen. Wellicht ook een leuk om te lezen. Er komen er later meer.
Een mooie video van een YT vriend waar je dit insect goed kan zien plaats ik hierbij. Want die ik zag zaten stil en was niet echt mooi om het te filmen.
De Malachietvlinder (Siproeta stelenes) zie foto boven kwam ik eens tegen in een kleurrijke vlindertuin en ik vond de kleuren van deze vlinder zo erg mooi. Zeker van de onderzijde die geheel anders is dan de bovenzijde.
De naam malachiet komt van het licht bruine tot olijfgroene mineraal waar de onderzijde van de vleugels op lijken. De bovenzijde van de vleugels zijn zwart met felgroene vlekken. En heel mooi roodbruin met olijfgroene vlekken aan de onderzijde. Hier een foto die ik nam van een bord waar alle vlindersoorten op staan die in deze vlindertuin te zien zijn. Daar zie je dus ook de vleugelspanwijdte op.
De malachietvlinder is een Midden- en Zuid-Amerikaanse dagvlinder uit de familie Nymphalidae. Deze komt graag in bloemrijke omgevingen en boomgaarden, waar de vlinder dan rottend fruit eet. En deze zijn ook zeer gewild in tropische vlindertuinen waar ik deze dus had gezien.
Mannetjes strijken neer op struiken in bos- of boomgaarden en patrouilleren soms met een langzame, zwevende vlucht naar vrouwtjes. Volwassenen slapen onder de bladeren van lage struiken.
Eieren worden afzonderlijk op de bladeren van de waardplant gelegd, waar de rupsen onder eten en rusten. De eieren van de malachietvlinder zijn donker groen. De pop is bleekgroen en is bedekt met minuscule zwarte stippen.
Hieronder kan je een rups zien al is de foto niet erg duidelijk daar ik deze uit 1 van mijn fotoboeken had overgenomen.Maar dan weet je hoe deze er ongeveer uit ziet.
Op de foto zie je dat de rups zwart is en deze hoorntjes op de kop heeft en stekels over de rest van hun lichaam. De planten van de malachietvlinder die ze ook graag bezoeken zijn de Ruellia Blechum en de Justicia.
Daar heb ik geen foto van maar ik plaats nog een mooie foto die ik nam als een close-up van deze vlinder die even mooi poseerde voor mij. Je kan dan heel goed de kleuren van de prachtige kleurschakeling van de vleugels kan zien. Echt een mooie vlinder vond ik dit soort.
In een vlindertuin zie je hen veel op fruit zitten zoals de foto hierboven waar de vlinder zich tegoed doet aan het sap van een sinasappel. En op deze foto kan je het verschil zien van binnen en buiten vleugels. Hier genieten ze van het verse fruit wat in overvloed aanwezig is en ook steeds wordt ververst. Ze hebben het hier wel beter dan in de vrije natuur want daar komen ze steeds minder voor wegens de klimaat veranderingen.
Daar leven ze onder andere ook van rottend fruit en ook af en toe (dat had ik ergens gelezen) van vogelpoep. Maar ook houden zij van de nectar van bloemen van lianen, bomen en soms kruidachtige planten. Deze vlinders kunnen zich de hele dag wel voeden en kunnen ook naar bloemen vliegen die wel 10 meter hoog in het bladerdak liggen.
Ik vond een korte video op Youtube waar je kan zien hoe deze uit de pop komt. En eronder zet ik mijn video in een slide die ik had gemaakt uit een prachtige vlindertuin waar nog veel meer tropische vlinders zijn te zien.
Ook echt wel een aanbevolen video om te bekijken en wellicht ook een dagje uit tip voor jou om eens heen te gaan.
Waar ik deze vlinder had ontmoet zie je in onderstaande video.
Ben jij daar ook al eens geweest? Vele tropische vlinders zijn hier te zien. Nu helaas nog wel even gesloten wegens een storm die het dak had verwoest. Wanneer het hier weer open is dat kan je dan via het internet zien.
Altijd wel opletten als je in een vlindertuin zal zijn, dat er geen vlinder met je meelift naar buiten want daar overleven zij niet. Wens je veel kijkplezier als je zal kijken wat ik ook zal waarderen om zo ook deze video te laten groeien op mijn YT kanaal.
Ik dank je hierbij voor het bezoek op deze natuur website van mij. En kom gerust meer lezen, want buiten mooie dagjes uit deel ik ook verschillende weetjes uit onze mooie natuurwereld in allerlei genres.
En op mijn persoonlijke website Gedichten en verhalen uit het leven deel ik ook gemengd de natuur in woord en beeld en nog veel meer en dat is op https://tinedejong.blogspot.com
Hallo daar aan de andere kant van het scherm? Heb jij weleens van mij gehoord? Ik ben een dier oftewel een insect die zich heel goed kan verstoppen tussen het gebladerde. De titel boven had al verteld wat ik dus bent. Heb jij mij weleens gezien?
Wel eerst even vertellen waar ik woon met mijn familie en dat is in het Reptielenhuis De Aarde in Breda. En ik wil jou als bezoeker van dit schrijven en verhaal zo ook eens wat meer informatie gaan geven wat ook wel leerzaam is daarbij. Want niet iedereen kent mij denk ik. Hier heb je alvast een mooie foto van mij dan weet je alvast hoe ik eruit ziet.
Jij kan vast wel mijn andere familie de wandelende takken. Er zijn wel meer dan 3000 soorten wandelende takken in de gehele wereld. Nu ik ben er ook zo ene maar dan toch wel iets anders. Wij komen uit Australiƫ en zijn een van de grootste wandelende takken ter wereld. Als we volwassen zijn kunnen we wel zo een 16 tot 20 cm lang worden. We behoren tot de Geleedpotigen en dus de klasse Arthropoda.
Ik heb stekeltjes op mijn kop en gehele lichaam en dat is de reden waarom men mij ook wel een doorntak noemt. En door die stekels kan ik mij heel goed verdedigen als er eens gevaar dreigt. Want ook mijn familie en ik hebben vijanden hoor. En weet jij dan wat we doen? Nee?
Wij krullen dan onze staart op en lijken dan op een giftige schorpioen. Zo bluffen wij eigenlijk dat wij zeer gevaarlijk zijn. En daar schrikken de roofdieren van. En dan nemen zij echt niet het risico dat ze ons aan zullen vallen.
Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben ook stekels op hun achterpoten waarmee ze behoorlijk hard kunnen knijpen. En als men ons dan toch wilt aanvallen als onze gekrulde staart niet helpt, dan gebruiken we die en steken die dan heel hard in onze belager. Dan laat die ons vast en zeker wel los.
Maar waar we nu mogen leven daar hebben we van hen geen last van. Ik heb meer last van de andere flappentakken want een ieder wil hier een mooi plekje hebben. En dat is soms wel even zoeken naar een mooi plekje te pakken te krijgen.
Hier nog een mooie foto van een andere Australische Flappentak die ook hier mag vertoeven. Die ziet er ook best wel mooi uit toch? We kunnen heel goed onze poten vast klampen aan een tak.En dit is dus een bramen doorntak waar mijn maatje aan hangt.
En waar ik nu woont met al mijn vriendjes en vriendinnetjes ben ik wel veilig want ik zit in een hele hoge glazen leefruimte me goede ventilatie openingen. En daarbij ook met een goede temperatuur want daar houden we ook van.
En dat is in Reptielenhuis De aarde in Breda. Mijn familie en ik wonen daar niet alleen hoor want er zijn heel veel soorten reptielen hier. Als je eens komt hier dan moet je maar eens op op visite komen bij ons.
En dan maar eens goed gaan zoeken en kijken of je mij en mijn familie dan ook ziet. We lijken wel erg op elkaar maar jij bent vast wel slim om mij toch te ontdekken. Ben dan ook wel beetje nieuwsgierig hoeveel jij er van ons soort in totaal zal zien hier in onze leefomgeving. Geef je nog een foto van mij erbij. En je ziet dat ze mij heel voorzichtig op haar hand heeft.
Onze glazen bewoning staat op de 2e verdieping als je de trap opgaat. En de glazen ruimte waar in we zitten staat gezellig tussen de andere reptielen in, die ook een heel gezellige omgeving hebben ontvangen waar ze mogen leven. Alles van mooi glas gemaakt zodat je hen ook goed kan zien. En ik wil ook even vertellen dat er heel goed voor ons gezorgd wordt.
Wij zijn ook nachtdieren en brengen de dag bewegingloos door op onze voedselplanten. Pas in het donker worden we actief en beginnen dan met ons te voeden.
Maar je hebt soms wel een kans om mij eens van dichtbij te mogen zien en ook vast te houden. De schrijfster van dit blog Tine) mocht het ook en vind je mij niet mooi? Ze nam nog meer foto's van mij al wilde ik eigenlijk liever nog wat slapen. Maar ik vond het ook wel leuk om mijzelf van dichtbij te laten bekijken. Want men kan dan veel van mij leren daarbij.
De beste manier om met ons wandelende insecten om te gaan is om ons heel voorzichtig op je hand te krijgen. En zoals je ziet aan de foto hierboven doet de auteur van dit schrijven dit ook met mij.
Wees je ervan bewust dat we kleine haakjes aan onze poten hebben en dit is om ons te helpen met klimmen. Wees echt voorzichtig en ruk of trek er niet aan, want dan kan je ons verwonden.
En we kunnen zelfs een poot verliezen. Wij hebben dan wel het vermogen om de ledematen soms te regenereren, maar dat vereist voor ons heel veel energie want dan moeten we wel twee vervellingen ondergaan voordat een ledemaat weer kan aangroeien. Dus ga voorzichtig met ons om als je ons eens zal op pakken.
De latijnse naam die best wel moeilijk is om uit te spreken en die ze mij gaven is Extatosoma tiaratum. Tiaratum komt namelijk van het Latijnse Tiara, dat ‘Kroon in drie delen’ betekent.
De vrouwtjes hebben namelijk stekels over hun hele lichaam en vooral boven op hun kop en zijn dan ook wel de koninginnen van de insectenwereld.
Ik lijk ook op bladeren dus je moet goed zoeken wil je mij zien. En ik bijt niet hoor en ben dus best wel aardig. Erg oud dat worden we niet maar dan hebben wij al lang aan ons nageslacht gedacht.
En diegene die ons of de eitjes en/of kleintjes zullen verzorgen weten wel wat ze dan moeten doen. Als je hier in het reptielenhuis de Aarde in Breda op visite komt dan kunnen ze veel hierover vertellen als jij er naar zult vragen.
Zorg ervoor dat je ook de behuizing niet op een plek zet waar te veel zon staat, want dan worden we oververhit en kunnen dan doodgaan. en besproei dan ook regelmatig de bladeren want daar houden we ook van.
Nou als je meer wilt weten over mij dan moet je echt hier in Reptielen de Aarde in Breda op visite komen bij het reptielenhuis want er is nog veel meer wat je niet weet. Maar anders wordt het hier veel te lang dus kom gezellig langs als je wilt.
Ik dank je voor het lezen en kijken naar mijn fotos en mijn verhaal. De auteur en schrijfster Tine die dit allemaal op schreef over mij bedank ik hierbij.
Wat je hier allemaal kan ontmoeten dat zie je in het filmpje beneden en wie weet kom je mij dan ook wel weer tegen. Dank je wel dat je gezellig kwam lezen en kijken.
Wandel virtueel mee in dit prachtige reptielenhuis De Aarde in Breda en als je via YouTube bekijkt dan lees je in de beschrijving aldaar meer informatie.
Onlangs zag ik een mooie bloem/plant geheel alleen staan in een tuin. En daar ik niet alle namen van bloemen uit mijn hoofd weet heb ik daar eens wat informatie op gezocht, zowel in mijn planten en natuurboeken als ook wat op het internet. En Ik kwam heel wat tegen wat ik wel leuk vond om dit eens te posten op mijn natuurwebsite. Wat mooie weetjes heb ik wat samengevoegd voor dit schrijven. Wellicht vind je dit ook wel interessant om te lezen.
De dekenbloem, of Gaillardia is een rechtopstaande eenjarige of meerjarige plant uit de familie Asteraceae (madeliefje). Gaillardia Pulchella kan tot 36 centimeter lang worden. De bloembladen van de bloemen zijn fel geel of oranje gekleurd. De randen van de bladeren zijn voorzien van kleine tandjes en met een harige onderkant.
De opzichtige tweekleurige schijfbloemen van de Gaillardia pulchella lijken op de kleuren die indianen gebruikten om hun dekens te kleuren. De dekenbloem is afkomstig uit de Amerikaanse vlakten en is dus goed bestand tegen warmte en droogte. Ze zijn zeer flexibel en kunnen dus goed gedijen in verschillende omgevingsomstandigheden. Maar de zon is wel die ze aanbidden.
De Indiase dekenbloem heeft ook een symbolische betekenis in Indiaanse culturen. Het wordt vaak geassocieerd met warmte, kracht en uithoudingsvermogen. De levendige kleuren van de bloem zijn representatief voor de zon en haar levengevende energie.
De geslachtsnaam- Gaillardia, is vernoemd ter ere van de Franse magistraat botanicus Gaillard de Charentonneau uit de 18e eeuw.Hij was de beschermheer van de plantkunde.
De schijfbloemen zijn geel van kleur met rode punten. De lintbloemen zijn vaak rood met gele punten. En dat zie je ook in de foto boven.
In het Engels noemt men deze plant en bloemen ook wel de firewheel wat ook wel past bij de uitstraling. De naam Firewheel heeft daarbij ook een rijke geschiedenis in de overlevering van de Native Americans.
In het boek “Legends and Lore of Texas Wildflowers” van Elizabeth Silverthorne waar ze veel had geschreven over de wilde planten van texas staat ook een oude Mexicaanse legende hoe het vuurwiel zijn unieke kleur kreeg. Dat is dit boek (zie foto rechts onder)
Volgens het verhaal in dit boek was het Vuurwiel ooit een geheel gele wilde bloem in de tijd van de Azteken. (De Azteken ook wel Mexica genoemd waren de dragers van een militaristische Meso-Amerikaanse beschaving die bestond tussen circa 1300 en 1521 in het huidige Mexico). Vrouwen versierden zich met felgele bloemen en kinderen speelden ertussen in de weilanden. Toen kwam Cortez en verspreidde dood en verderf door het hele land. De felgele bloem had medelijden met de dood van de inwoners en ving hun bloed op terwijl het viel. Tot op de dag van vandaag blijft het vuurwiel rood van het bloed van de Azteken.
De naam Indiase dekenbloem is een naam die weer uit een andere legende komt. In hetzelfde boek gaat het verhaal dat dapperen van een bepaalde stam ten oorlog trokken en hun vrouwen en kinderen achterlieten. Kort daarna begon de vrouw van het opperhoofd een deken voor haar man te weven. In de deken weefde ze draden van rood en oranje, elk patroon een symbool van haar gebed tot de Grote Geest om haar man te beschermen.
Op een dag was de dochter van het opperhoofd aan het spelen in het bos en verdwaalde. Al snel viel de nacht en het kleine meisje bad tot de Grote Geest om de deken te sturen om haar 's nachts warm te houden. Ze viel in slaap. De volgende ochtend merkte ze dat ze bedekt was met bloemen in dezelfde rode en oranje kleuren als de deken. Haar vader, die terugkeerde uit de oorlog, vond zijn dochter bedekt met prachtige bloemen. Vanaf dat moment werden de bloemen ook wel Indianse dekenbloem genoemd.
Zo zijn er vele oude legendes van bloemen namen maar ik vond deze ook wel mooi om het even hier te plaatsen. Je kan ook zaadjes kopen bij een tuincentra als jij ze ook eens zal willen hebben. Daar staat ook meestal op hoe je de zaadjes moet planten met tips daarbij.
De Indiase dekenbloem kan je laten groeien zowel in de tuin als ze planten in wat plantenbakken. Ze doen het daarbij ook goed in de borders, snijtuinen of in een andere tuinen met verschillende bloemen daarbij.
Hoewel het een ziekteverdraagzame plant is, kan soms ook wel Echte Meeldauw er op voorkomen en de plant beschadigen. Echte meeldauw ool de witziekte genoemd is een schimmelinfectie. Als je dit bemerkt dan wel gelijk de zieke plant verwijderen gaan om zo de gezonde te redden. Ook Tripsen en op de bladluizen letten die er wel op voor kunnen komen.
Tripsen (Thysanoptera, van het Griekse thysanos rafel en pteron vleugel), ook wel als thrips gespeld, zijn kleine, dunne insecten met gerafelde vleugels. Andere vaak gebruikte namen voor tripsen zijn onweers- of donderbeestjes en blaaspotigen. En die ken jij vast beter.
Op wikipedia kan je hier veel over lezen. Zoek dan op https://nl.wikipedia.org/wiki/Tripsen
Weetje erbij is dat de nectar ook bijen en vlinders en andere bestuivers aan zullen trekken. En die hebben we heel hard nodig dus is deze plant heel geschikt als je deze in je tuin of op balkon wilt verwelkomen. En als de zaadkoppen in de winter achterblijven zullen vele zangvogels ervan genieten.
De nectarrijke bloemen vormen een essentiƫle voedselbron voor deze nuttige insecten waardoor het een waardevolle aanvulling is in elk bestuivervriendelijke tuin.
Heb je deze nog niet in je tuin of op balkon? Overweeg het dan eens want het is echt een aanrader.
Heb je deze wel dan hoor ik dit graag als een reactie en wat je ervaringen zijn met deze plant.
Er zijn verschillende soorten en ook de Gaillardia Aristrata ook wel de Kokardebloem is zeker een aanrader. Deze opvallende bloeit vaak de hele zomer lang en houdt van een zonnig standplaats. De bloemen van de Kokardebloem zijn rood-geel gevlamd en hebben een rood hart. Ze zijn ook zeer geschikt om te gebruiken als snijbloem.
De Kokardebloem groeit snel uit tot een uitbundige tuinplant met veel bloemen. Na de bloei moet je wel de plant half terugsnoeien, zodat de Kokardebloemen dan een veel grotere kans hebben om de winter te overleven. Helaas was deze foto die ik weer elders nam te wazig maar op internet zal je deze ook kunnen zien als je die zal willen zien.
En met deze regels sluit ik dit schrijven af. En een tip is dat ik een volgend maal een mooi verhaal gaat delen waar een bijzonder insect het zelf vertelt.
Meer weetjes over bloemen en planten of tips lezen? Probeer dan de labels uit onder de video. Op deze website deel ik verschillende natuur en mooie flora en fauna met soms ook dagjes uit tips met een natuurwandeling daarbij. Daar zit vast wel iets bij wat je mooi zal vinden. Wil je deze volgen gaan? Zet dan deze link in je leeslijst of elders dan ontvang je gewis alle posten. De Mens en de Natuur blogspot https://catherinetine.blogspot.com
Dank voor je bezoek en reacties zijn altijd welkom maar dan voorzien van naam of je website url link.
De wilde narcis Narcissus pseudonarcissus is ook gewis een mooie voorjaarsplant/ bloem onder de wilde lentebloemen. Had al eerder een artikel gedeeld over dat de lentebloemen ontwaken maar had deze narcissen toen nog niet ontmoet. En een aantal dagen geleden zag ik deze wel staan. Ik heb de steel voorzichtig wat recht gehouden omdat ik zo de mooie kern van narcisbloem kon fotograferen.
Op foto 2 hieronder zie je ook dat het Gewoon speenkruid Ficaria verna de mooie narcissen wat gezelschap houden. Mooi geel tapijt wat zo mooi kleurt bij de narcissen. Daar had ik al in mijn vorige blog over geschreven met daarbij ook wat interessante weetjes.
Het is een plant die wel van zon houdt maar een beetje schaduw vind deze ook niet zo erg. Een echte voorjaarsbloeier is deze zeker wel want de kleur geel luidt altijd de lente in. Het is ook een bolgewas en behoort tot de familie van de narcissen (Amaryllidaceae). Hij wordt zo’n 15 tot 30 cm hoog en bloeit in de maanden maart tot in midden april.
Ik moest het wel even zeker weten of ik nu wel de wilde narcis had gezien of toch weer de gekweekte. En via google lens kwam ik er achter dat het de goede waren. Het verschil kan je ook zien aan de vorm van de bloem en de kleur van het blad. Maar kon op dat moment niet zover voorover bukken om die ook even te fotograferen. Want dan lag ik op mijn snoet en had de narcissen dan zeker geplet. En daar had ik ok geen zin in.
De bloemen staan iets geknikt op de bloemsteel en ik weet niet of jullie deze bloemen ook een bijnaam geven, maar op het platteland zeiden wij wel eens dat het een paasbloem was en ook wel de lente lelie.
Schrijfvriendin B zal deze vast ook wel mooi vinden want de kleur geel is haar lievelingskleur. En misschien is het ook wel de kleur die jij mooi zal vinden. Het is een voorjaarsbode en hoop dat lentezon dan wat meer komt en weinig regen want dan kunnen we vast langer van alle gele bloemen genieten die weer te zien zijn.
De bloem van de wilde narcis is ook tweekleurig; de trompet is eidooiergeel en de omliggende bloembladen zijn lichtgeel. Stengel en blad zijn grijsgroen, terwijl die van de gekweekte variant grasgroen zijn. En waar je ook het verschil kan zien is dat de wilde narcis ook voor de helft kleiner zijn dan die je koopt of die gekweekte bolgewassen. En op de foto lijken ze nu wat groter om ik deze van dichtbij had genomen.
Helaas is het wel zo dat je deze wilde narcis steeds minder ziet in het wild. En meestal komt dit wel dat men soms te vroeg gaan maaien. Want zo hebben de bloemen helaas geen kans om zaden te vormen en dan te verspreiden. En dus wordt er ook te weinig voedingsstoffen afgevoerd.
De vermeerdering wordt ook gedaan door het zaad en ook door de mieren. Dus je kan ze zomaar elders ook tegenkomen. Aan het zaad zit zo een zogenaamd mierenbroodje. En dat is een zoet stukje waar mieren gek op zijn. En daarom nemen mieren de zaden mee naar hun nest. En laten dan ook wel eens wat vallen en op die manier zorgen zij dus ook voor de verspreiding van deze narcissen.
Voorheen zag je hen ook meer op boeren erven staan, maar die zijn nu zo gemoderniseerd dat je deze dus daar helaas weinig nog ziet. Maar bij de oudere erven dan heb je nog kans om ze tegen te komen. Onlangs bij een wandeling zag ik deze ook daar in tuin staan bij een boom. Niet zo een goede foto (4) maar plaats deze er nog even bij.
Staat de wilde narcis toevallig bij jou in de gras-tuin? Zorg dan ervoor dat je pas gaat maaien als de bladeren van de plant geel of bruin kleuren en wat slap op de bodem liggen. Maar dan hoef je hen nog niet helemaal weg te halen. Want als je dan het bruine blad of loof eraf knipt dan maken de bolletjes onder de grond later weer gewoon nieuwe aan. Dat laat de natuur je wel weten en zien als het tijd is voor hen om weer tevoorschijn te komen.
Je kan ook bollen kopen maar ze in het wild te mogen zien is toch wel veel mooier. Voor mij was het weer met vele genietmomentjes.
Bijen zul je op de narcis niet aantreffen, want deze zijn zelf-bestuivend. En de nectar en stuifmeel zijn alleen voor insecten met een heel lange tong bereikbaar.
Maar Let op want alle delen van de plant zijn echt giftig. Zij bevatten een stof genaamd Lycorine. (zoek hier maar op in je browser) Hier kunnen mensen en dieren erg ziek van worden. Konijnen komen al instinctief niet in de buurt van deze narcissen. Er is vroeger al eens bewezen dat er konijnen waren overleden van het knabbelen aan deze plant. Of eens goed ziek zijn geworden en wellicht gaven zij dit door aan hun nageslacht.
Weetje erbij is dat de narcis ook de nationale bloem van Wales is. En waar ze de 'Narcissus pseudonarcissus' kweken om Galantamine te produceren. Dat is een chemische stof die wordt gebruikt bij de behandeling van de ziekte van Alzheimer.
En met deze belangrijke regels sluit ik dit blog weer af en hoop dat het zonnetje nu veel zal komen en wens je hierbij mooie lentedagen toe.
Bedankt dat je even gezellig kwam kijken en lezen. En ook heel erg bedankt voor de reacties op mijn vorige schrijven. Lukt het niet met een link naar je website in te vullen zet dan wel ook je naam in de reactie daarbij. Bij voorbaat dank.
Plaats geen linken of hyperlinks die worden verwijderd met de reactie.
Bezoek ook eens mijn andere website gedichten en verhalen uit het leven https://tinedejong.blogspot.com want ook daar staan mooie weetjes uit de natuur en nog veel meer. Ik combineer het zo af en toe. Soms hier en soms daar. En de labels zijn ook zeker aanraders om eens te proberen.
Gekieteld door lentezon zie je nu steeds meer het gewoon speenkruid-Ficaria verna te voorschijn komen. Geel is ook de kleur van de lente en die mag van mij weleens door gaan zetten. En gele andere bloemen die altijd op komen in deze maand zag ik al maar deze vind ik zelf altijd wel kleine vrolijke bloemetjes. Bloemen zijn geel van kleur, met twaalf kroonbladeren en groene kelkbladeren.
Deze zijn wel de bekende voorjaarsbode's waar je nu al veel van kan genieten. Er is al veel over geschreven maar ja wat ik zie of eens ontmoet daar schrijf ik over maar ik houd het ditmaal kort. Men ziet deze soms als onkruid maar ik zeg altijd er bestaat geen onkruid en dat zijn deze plantjes dus ook helemaal niet.
En heb jij deze ook eens in je tuin. Dan zeker niet weghalen want door het laagblijvend bloementapijtje heb jij geen kans op onkruid daar het de bodem goed afsluit en onkruid geen kans heeft zich erdoor te dringen. Het is ook wel een woekerplantje en kan soms kwetsbare voorjaarsbloeiers wel in de weg zitten. Maar na de groei en dat is meestal in de zomer dan verdwijnt speenkruid weer volledig ondergronds. En als de tijd er weer is dan komen ze weer terug.
Had ook een foto genomen van de bladeren en dat is deze foto en rechtsonder in de hoek zie je ook een knop van het gewoon speenkruid. Met kleine zonnestraal erop gericht alsof deze wilde zeggen mij niet vergeten hoor. Zie mij eens als klein geel zonnestraaltje.
In een vaste plantentuin met enigszins vochtige zandgrond is het speenkruid zeker ook een goede bodembedekker. Daarbij geeft het ook wat kleur daarbij. Speenkruid behoort ook tot de stinzenplantjes. En dat merk je ook aan de wortelstokken en hierdoor vermeerderen zij zich ook.
De naam speenkruid is afgeleid van de vorm van de knolletjes, die ook wel op kleine speentjes lijken. Op deze foto (beneden) zie je ze goed. Wel heb ik deze van heel dichtbij de foto genomen. Maar dan heb je beetje een idee hoe speenkruidknolletjes eruit zien.
Had het zelf al eens geprobeerd om deze uit het wild in een balkonbak te gaan vermeerderen maar dat is me niet gelukt. Ik vermoed dat ik niet de goede grond had, maar ja als je het niet probeert dan weet je het niet. Je kan ook een ander soort kopen bij tuinwinkel en misschien doe ik dit ook wel eens een keer.
Wat ook een mooi plantje is deze waar ik ook eens wat informatie over had gedeeld. Wellicht heb je deze nog niet gelezen.Is misschien ook wel interessant voor jou als je van wilde bloemen of planten houdt.
Zie je het niet in het blauw of rood dan werken ze wel hoor. Weet niet wat het is maar dat werkt niet bij mij. Soms wel hoor maar veel ook helaas niet.
Dank je wel dat je gezellig even op visite kwam op mijn schrijven. En met het dit teken > linksboven (kan op een phone anders zijn) kan je ook verder of terug lezen gaan. Wens je mooie dagen toe voor elke dag.
Reacties zijn altijd welkom maar niet anoniem graag. Die worden niet meer geplaatst. Tevens bedankt voor de reacties op mijn vorige schrijven.
Langzaam start het voorjaar aan en kleine zon laat zich nu ook even zien. Enige lentebloemen zijn ontwaakt en wat foto's deel ik op dit log die ik had ontmoet bij mijn ochtendwandeling.
En daar maak ik niet altijd een filmpje van want dan geniet ik gewoon van alles wat ik dan ziet. Dus ik hoop dat je ook wat van deze foto's geniet.
Als eerste waar ik mee begint is een mooie hyacint. En ik geniet niet alleen maar van hun kleuren maar ze verspreiden ook heerlijke geuren.
Zag ook in een tuin zo een mooie daglelie -Hemerocallisstaan en die had mij met de kleur ook wel bekoort.
Dacht eerst dat het een tulp (Tulipa kaufmanniana) wasdie open was gebloeid.
Maar toen ik erop zocht met google lens zei deze toch wat anders maar het was de kleur en uitstraling die mij had geboeid. Heb ik het met beiden mis, dan weet jij misschien wel welke dit is. Dan pas ik het gedicht en naam aan en zie je wel de juiste naam staan.
Wat verder zag ik wat krokusjes die nog stonden te blozen
en voor een foto had ik deze twee hieronder gekozen.
De meeste waren al wat aan het vergaan en dan
komen vast de narcissen er ook weer aan.
Die had ik onderweg niet gezien maar jij al heel veel misschien.