Posts tonen met het label Kevers en torren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kevers en torren. Alle posts tonen

zondag 5 juli 2020

Fraaie schijnboktor (Oedemera nobilis)

Fraaie schijnboktor (Oedemera nobilis), catherinetine.blogspot.com

Onlangs hadden wij bij een mooie natuurwandeling weer een bijzondere boktor ontmoet en dat was De fraaie schijnboktor-Oedemera nobilis. Het is een slanke, middelgrote kever en ongeveer 8 a 9 mm lang. En deze boktor behoort tot de familie schijnboktorren (Oedemeridae). 

De dekschilden aan de achterzijde zijn versmald en de achtervleugels zijn daardoor voor een deel onbedekt. Het Nekschild is wat bolvormig, aan de voorkant verhoogd en twee deuken aan de achterkant. Het is een slanke kever met mooie lange, fijne antennes.

Volgens Wikipedia zijn er meer dan 33.000 soorten boktorren, die een grote variatie kennen aan kleuren en patronen. En er zijn ook zo een 1500 soorten schijnboktorren. Enige boktorren had ik al eens ontmoet en heb daar ook al eens over geschreven.  De fraaie schijnboktorren worden ook wel eens "dik-benige kevers" genoemd vanwege hun gezwollen ogende achterpoten, waardoor ze er ook inderdaad wat stoer en gespierd eruit zien. Maar het zijn alleen de mannetjes die deze bijzondere eigenschap hebben. En zo zie je dan ook het verschil van een vrouw of een mannetje. 

De sterke verdikking die ze bezitten heeft echter geen invloed op het vliegvermogen. Onze insectenwereld is soms best wel wonderbaarlijk te noemen want sommige hebben echt van die mooie uitstralingen. En neem ook eens een vergrootglas mee op je wandeling waarmee je dan vast nog veel meer mooie kenmerken zal zien van een insect.

Fraaie schijnboktor (Oedemera nobilis) catherinetine.blogspot.com

Deze boktorren zijn ook heel herkenbaar aan hun levendige metallic groene kleur die zij hebben en ook aan de spleet die ze hebben in de elytra (vleugelkast). De dekschilden of elytra zijn bij kevers die verdikte en verharde voorvleugels, die zijn veranderd tot schilden die de ook de onder liggende achtervleugels en het achterlichaam (abdomen) beschermen. Deze opening in de elytra is niet altijd zo duidelijk te zien maar geeft over het algemeen aan dat de vleugels niet goed sluiten over de rug.

De kleur kan ook soms variëren van blauw tot violet. De dekschilden zijn sterk versmald aan de achterzijde, waardoor de achtervleugels voor een deel onbedekt zijn. Hun vleugels-elytra vormen een harde schaal die hun vliegende vleugels ook gedeeltelijk beschermt. Hun metaalachtige kleur zit in de elytra. Om te kunnen vliegen moeten de kevers de dekschilden omhoog brengen om zo hun vliegende vleugels vrij te maken.

Fraaie schijnboktor (Oedemera nobilis)

Er zijn heel veel soorten bloemkevers en ze hebben vast ook deze naam ontvangen door het feit dat ze in het voorjaar en in de zomer meestal veel worden gespot op bloemen en omdat zij zich ook voeden met het stuifmeel en soms ook met wat nectar. En dus worden ze ook veel stuifmeelkevers genoemd. Zij zijn tevens allen ook harde werkers daar ze ook veel bestuivende werkzaamheden doen. Leven doen ze ongeveer maar een jaar dus zorgen ze ook veel voor het nageslacht. En welk vrouwtje schijnboktor wil nu niet met zo een mooi mannetje paren die van die prachtige gespierde poten heeft.

Het vrouwtje legt in de vroege zomer eieren op de voedselplant. De larven dringen dan later het plantenweefsel binnen en leven daar tot verpopping. De larven leven op de grond, soms ook in rottend hout, in dode stengels of in de wortels van kruidachtige planten. De larven voeden en ontwikkelen zich ook binnen de plantstelen.

Zij voeden zich uitsluitend met plantaardig materiaal. De larve groeit in de zomer en verpopt zich in de herfst in vorm van een soort poppenwieg in de grond. Hoewel zij dan al in de herfst volledig ontwikkeld zijn, overwinteren ze in de pop-wieg en komt hij pas het volgende voorjaar uit. Net als elk dier hebben de larven net als de kevers ook hun vijanden en dat zijn vogels, padden en de insecteneters.

De bloemen waar je hen eens op kan tegen komen zijn onder andere die van de Asteraceae- Composietenfamilie , Cyperaceae- Cypergrassenfamilie , Convolvulaceae- Windefamilie, Cruciferae- Kruisbloemenfamilie, Dipsacaceae- Kaardebolfamilie, Papaveraceae,- Papaverfamilie, Plantaginaceae- Weegbreefamilie, Rosaceae- Rozenfamilie. Op schermbloemige zoals Wilde peen en Duizendblad zijn ze ook al eens veel gezien. Nu heb je ook beetje info waar je hen dus ook kan ontmoeten. En wie ook eens een boktor zal ontmoeten en niet weet welke het zal wezen dan is deze link wat voor jou-: https://determineren.nederlandsesoorten.nl/

De wetenschappelijke naam is Oedemera nobilis en dit werd in 1763 door de entomoloog Giovanni Antonio Scopoli beschreven onder de oorspronkelijke naam Cantharis nobilis. Synoniem van Oedemera nobilis (Scopoli, 1763) In tegenstelling tot zijn voorgangers Carl Linnaeus en Johan Christian Fabricius, die respectievelijk de structuur van de insectenvleugel en de structuur van de insecten monddelen hadden gebruikt als het belangrijkste middel om geleedpotigen te classificeren.

En was Scopoli meer een voorstander van een uitgebreidere holistische benadering. Het woord holistisch betekent wanneer er naar het geheel wordt gekeken en niet naar de som van de verschillende onderdelen waarvan iets is opgebouwd. En dat maakt het toch wat interessanter waardoor vele er dan ook meer van kan leren.

De Engelse benaming vond ik ook wel leuk hoe hen ze soms ook noemen en dat is de naam "swollen beetle" of the beetle with swollen thigh maar er zijn vast nog meer mooie namen bekend van hen.

Ze leven wijdverbreid in heel Europa. En wellicht heb jij deze fraaie schijnboktor - Oedemera nobilis) ook weleens ontmoet. Leuk dat je even gezellig op bezoek kwam om te lezen en/of te kijken. Natuurgroetjes van mij, Tine

Wees ook welkom op mijn andere website: Gedichten en Verhalen uit het leven waar ook vele weetjes staan uit de mooie natuur en kleine insectenwereld en waar ook de mens, natuur, liefde is samen geweven in woord en beeld met muziek en veel meer.

Tekst, Fotografie © Tine de Jong, 2020, alle rechten voorbehouden

Info bronnen zijn uit enkele insectengidsen en natuurboeken uit mijn privé bibliotheek.

Mooie video erbij van dit fraaie insect op YT  waar je goed de dekschilden kan zien van zijn mooie gespierde poten. 

zondag 15 maart 2020

Menierood zuringspitsmuisje - Apion frumentarium

Menierood zuringspitsmuisje - Apion frumentarium
Hebben jullie dit mooie diertje weleens ontmoet?

Soms als je eens goed tussen wat bladeren zal kijken kan je vele kleine insecten tegenkomen en met een vergrootglas kan je hen nog beter zien. Deze heb ik dan ook altijd bij mij in rugzak. En in menig grasland en ook op vochtige en voedselrijke omgewerkte grond in grasland en wegbermen, maar ook in taluds van wegen en op ruigten heb jij vast ook wel eens de ridderzuring gezien en dat is dus de waardplant van dit fraaie diertje waar ik wat informatie gaat schrijven. 

Maar ook op andere zuringplanten kan je dit mooi gekleurde kevertje aantreffen. Van maart t/m oktober kan jij hen dus ook wellicht eens zien als jij door de knieën gaat. Laatste lukt mij niet meer zo goed en heb dan ook een helpende hand nodig om weer overeind te komen van vriendin of als ik met mijn man aan het wandelen bent.

Deze kever kent ook verschillende Nederlandse namen zoals het menierode zuringspitsmuis, menierode spitssnuittor of de zuringgalspitsmuisje. Maar ik noem deze zoals ik hem /haar hier beschrijf hieronder.

Want dat het geen muisje was had je vast al begrepen aan de foto boven maar hij dankt zijn naam omdat zijn voorkant snuit wel wat op een muisje lijkt. Men noemt dit dan ook geen muisje maar de Menierode zuringspitsmuisje - Apion frumentarium. En ja soms kom je ook gewoon vreemde snuiters tegen op je pad en dat heb jij vast ook weleens gehad.(Lach) 

Maar in de natuur zijn het de snuitkevers die toch wel mooi en interessante snuiters kunnen wezen. Als jij eens op pad gaat, neem dan eens een vergrootglas mee want dan zie je soms veel meer. Kevers kennen een enorme diversiteit wat betreft lichaamsvorm maar hebben allemaal hetzelfde basisplan. En die ik had ontmoet is dus een snuitkever.

Deze zuringspitsmuisje -Apion frumentarium - Linnaeus, 1758 (Curculionoidea) komt uit de familie van de spitsmuisjes (Brentidae) en behoort tot de orde Kevers (coleoptera). Deze kever is een middelgrote rood-oranje kever, ongeveer 3-4,5 mm lang. Alleen de klauwtjes en de ogen zijn zwart. Opvallend verschil tussen deze en een ander soort de Apionidae is dat de kop volledig bedekt is met piepkleine putjes. Zelfs het gebied tussen de ogen en op het snuitje heeft deze structuur.

Er zijn in Nederland 5 roodoranje Apions maar die lijken soms heel veel op elkander. Apion cruentatum, Menierode zuringspitsmuisje (Apion frumentarium), Apion haematodes, Apion rubens of het Zuringwortelspitsmuisje (Apion rubiginosum). Alle zijn zijn ook de bewoners van de Zuringsoorten (Rumex). Soms is determineren ook wel moeilijk want ik heb er niet zoveel verstand van. Mij gaat het meestal om de waarneming van iets dat ik had ontmoet en wat ik niet ken en dan zoek ik het op in mijn vele boeken of op het internet.

Als je ook eens wandelt langs de waterkant heb je vast ook wel eens de Waterzuring - Rumex hydrolapathum zien staan en dan heb je kans om deze kever- zuringspitsmuisje te ontmoeten. Deze forse zuringsoort behoren tot de duizendknoop familie en bloeit wat later dan de Veldzuring maar is even mooi. Helaas is de foto van mij niet zo gelukt met het vergrootglas maar ik plaats deze er wel bij en eronder een foto van de waardplant waar je deze ook kan tegenkomen.

Menierood zuringspitsmuisje - Apion frumentarium




Ook op de wilde rabarberplanten kan je de volwassene kevers tegenkomen en de larven die de gallen verlaten zijn er soms wel talrijk. Door zijn felrode kleur valt het beestje ook soms op tegen het groen van bladeren. Tussen april en juni zitten de kevers vaak aan de onderkant van de bladeren. Tot de waardplanten behoren ook een aantal andere soorten van het geslacht zuring en dat zijn de Rumex, oligofaag, zoals Rumex crispis, R. hycholapathus, R. conglomestus en R. obtusifolius.

Vrouwtjes van Menierode Zuringspitsmuisjes boren gaten in de bladstelen of in stengels van de planten waarin zij de eitjes leggen. Deze gaten zijn relatief klein waardoor de eitjes een beetje uitsteken. Daarom wordt elk gaatje bedekt met zwarte substantie die uit de buik door het vrouwtje wordt afgescheiden. De eieren zijn doorzichtig, 0,6mm lang. En niet met het blote oog dus te zien. In dit gedeelte van de stengel vind ook de verpopping plaats.

De larven boren veel tunnels in de bladstelen en vooral in het laagste deel van de stengel en ook veel in de wortelhals van de zuringplanten (Rumex). zij doen dit zonder vergallingen te veroorzaken. En de periode waarin eieren worden gelegd duurt vanaf de winter tot het begin van de zomer. De larven komen al uit na 5-7 dagen. Er zijn drie larvale stadia De volledige ontwikkeling van ei tot het imago duurt drie tot vier maanden. De kleur van de pas uitgekomen kevertjes wordt pas na een week intensief oranje-rood.

Voor jou nog mijn schrijven er apart bij. Degenen die de schoonheid van de aarde waarderen en de natuur op waarde weet te schatten kan elk maal iets moois ontvangen Elke dag zijn er vele geschenken als je alleen maar om je heen kijkt naar onze mooie natuur en dierenwereld. Ze vertellen je elke dag een ander verhaal en alle bomen, insecten, dieren, planten en bloemen doen hetzelfde. 

Als jij echt van de natuur houdt vind je overal wel schoonheid. En je hoeft ook niet altijd ver weg te gaan want in de eigen omgeving vind jij vast ook prachtige natuurgeschenken die je blij zullen maken. 

Daarom moeten wij allen ook zuinig wezen hierop. Bij elke wandeling die ik maak in onze mooie natuur ben ik steeds weer verrast aan wat ik aan mooie natuurgezichten ontvangt.

Tekst en foto 2 en 3  © Tine de Jong- 2020

Foto 1 komt uit mijn vele insectenboeken met wat informatie wat ik zelf ook niet wist. En door lezen leer ik of jij wellicht ook wat bij.

Foto 2 zelf genomen met vergrootglas voor mijn lens van camera.(Canon Axus 185)

Geef jou erbij dit filmpje Geüpload door Oliver's Nature van een mooie opname van dit prachtige diertje De Menierode zuringspitsmuisje (Apion frumentarium) waar je deze goed kan zien en zijn kanaal is zeker wel een bezoek waard want hij ontmoet ook vele mooie insecten en andere dieren.

zaterdag 24 augustus 2019

Muskusboktor - Aromia moschata


Onlangs in de maand juni was ik weer eens gezellig met een natuurwandeling in de heemtuin van de Natuur en vogelwacht Alblasserwaard wat ligt in het Alblasserbos -gemeente Molenlanden-Zuid Holland om te zien of er daar weer enige vlinders en bijen zouden zijn want de populatie zakt erg af en hier ontmoette ik de Muskusboktor -Aromia moschata. 

Deze boktor had ik al vele jaren niet meer gezien en vond het een leuke ontmoeting. Normaliter vind je hen op de wilgen maar de vlinderstruik vond deze ook wel interessant al had hij niet veel geduld om te stil te zitten maar het waaide die dag dat ik er was heel erg. Dat kan je in onderstaande filmpje wel zien die ik erbij zal zetten. Kort maar toch wel een mooie video waar je het insect toch even kan zien. De boktorren zijn ook een familie uit de orde van de kevers. Ook worden zij weleens wilgenboktor en rozenboktor genoemd.

Deze boktor leeft namelijk vooral op de wilg, vooral wilgen (Salix caprea), maar het is ook bekend van grijze wilg (S. cinerea) en brosse wilg (S. fragilis). Te zien voornamelijk in levend hout, maar ook in dode bomen of bomen die zijn afgestorven is deze soms wel te zien. De soort lijkt een voorliefde te hebben voor levende maar verzwakte wilgen. Ook voedt hij zich uitsluitend met de wondsappen van deze bomen. Maar ze zijn ook te zien op een andere waardboom of plant zoals ik deze dus al ontmoet had op een vlinderstruik.

Er bestaan verschillende soorten boktorren, maar niet elke soort boktor is schadelijk. De volwassen kever leeft hoofdzakelijk van stuifmeel, vaak op schermbloemige als berenklauw en engelwortel. Dus de boktor waar ik over schrijf zal echt geen schade toebrengen als je deze eens in huis zal vinden.

En om gelijk een vraag vast hier te beantwoorden die ik al op mijn filmpje ontving op mijn YouTube kanaal of deze muskusboktor het ook was die hout in huis aantast dan kan ik je zeggen dat dit niet zo is. 

Het is wellicht de huisboktor die meubels en etcetera kan aantasten. Dat is gewis een soort boktor die houten voorwerpen aantast en dat is een drooghoutboorder, - De huisboktor (Hylotrupes bajulus) - die de voorkeur geeft aan naaldhout, zoals grenen en vuren. Als men het lakt is er minder kans dat ze er aan zullen knagen.

Belangrijker is het om de larve van deze boktor te herkennen, want het is niet de boktor zelf, maar de boktor larven die het hout aantasten. Een boktorlarve is crème van kleur, wordt zo’n 30 millimeter groot en heeft een geringd lichaampje. Om zich te voeden, knaagt de larve van de boktor zich een weg door de houten voorwerpen. Op deze manier verzwakken complete houten constructies, waarvan er niets overblijft als er niks aan de boktor wordt gedaan.

De Huisboktor leeft alleen in nieuw, onbehandeld hout. Als je gaatjes ziet kan je er van op aan dat je ze hebt. De larven die na enkele weken hieruit komen, eten zich in het hout en creëren op die manier een gangenstelsel door het hout. Het diertje is zo’n 10 tot 25 mm lang en is bruinzwart van kleur. Daarnaast kunt u deze soort Boktor herkennen aan de 2 grijskleurige vlekken op zijn dekschild. De vrouwelijke torren zijn te herkennen aan een legboor. Het insect heeft zeer lange voelsprieten. Helaas kan ik je geen foto tonen want dit insect heb ik nog niet ontmoet. Maar op het internet vind je vast meer informatie als je op de naam gaat zoeken.


Deze vraag beneden is ook aan mij gesteld per email van een volger en lezer-ook hier beantwoord- en men dacht dus ook dat de Muskusboktor op het dennenhout zit maar ook dat is een ander soort.

Die boktorren die op het dennenhout zitten is ook een andere soort boktor en dat zijn weer de Nathoutboorders oftewel de Sparrenboktor (monochamus sutor) Deze soort Boktor komt vooral voor in naaldbomen. Dit is ook al aan de naam te zien. U kunt deze Boktor herkennen aan zijn 15 tot 24 mm lange lichaam en zwarte kleur. Op zijn dekschild heeft hij bruine/goudkleurige vlekjes. De boorgangen zijn ovaal en plat en er is geen boormeel te vinden in de gangen.

De muskus boktor (Aromia moschata)- Linnaeus, 1758 die ik had ontmoet is een Euraziatische soort boktor die behoort tot de subfamilie Cerambycinae, stam Callichromatini. Andere benamingen die deze boktor heeft zijn ook de wilgenboktor of de rozenboktor.

Deze boktor kan tot wel 3,5 cm lang worden. Dat hij een veel grotere indruk maakt komt door de zeer lange en vrij dikke tasters. Deze tasters zijn duidelijk gesegmenteerd en ieder segment heeft een verdikt, knoopachtig uiteinde. Bij het mannetje zijn de tasters langer dan zijn lichaam, bij het vrouwtje ongeveer even lang.

De kleur van de dieren is zwart-groen tot metaalachtig blauw met een goudachtige glans. Op de achterzijde van het borststuk zit een geurklier. Als de kever wordt verstoord, scheidt hij hiermee een krachtige muskusgeur af. vergelijkbaar met die van zwarte beuk -Cerambyx scopoli Aan deze geur heeft de kever dan ook zijn naam te danken.

De naam heeft deze kever te danken aan een sterke muskusachtige geur, die wordt afgescheiden die wordt afgegeven door geurklieren aan de achterborst en bij verstoring zal je dit kunnen ruiken. Hierom werd hij in het verleden ook gebruikt om een aroma aan sigarenkistjes te geven. Maar ook werd deze geuren vroeger gebruikt om pijptabak te parfumeren. En wellicht voor meer dingen. Nu wordt deze stof synthetisch gemaakt.

Alleen in juni, juli en augustus is de volwassen kever te zien, de larve leeft in en van levend wilgenhout, slechts zelden wordt de larve ook wel in andere boomsoorten aangetroffen als de els of de populier. Na twee tot drie jaar vindt verpopping plaats, al zijn er ook gevallen bekend van een vierjarig larve stadium en enige tijd later komt de boktor tevoorschijn. Als er te veel larven in een enkele boom zouden leven kan, dan bestaat wel de kans dat deze afsterven.

De koppeling duurt enkele uren en vindt meestal plaats op de grotere takken van de gastheer boom. Vrouwtjes hebben gemiddeld ongeveer 50 eieren in de eierstokken en selecteren meestal de steel of basis van grote takken om te leggen. Ze knaagt aan een gat in de schors, vaak waar andere insecten al aan hebben geknaagd of geboord en een of meer eieren worden gelegd. De larve ondergaat ten minste vijf fasen en de eerste drie leven tussen schors en hout, maar vervolgens boort de larve in de sappen waar hij geleidelijk aan een 30-40 centimeter lange doorgang knaagt. De ontwikkeling duurt 2-3 jaar, en de volwassen larve knaagt aan onder de schors, waar hij ca. 10 cm lange gang die zich uitstrekt in een kamer die is "bekleed" met knaagdieren. Dit is waar de verpopping plaatsvindt in mei-juni.

De volwassen vrouwtje boktor legt dus best wel veel eitjes, zo’n tweehonderd in die paar weken dat de volwassen boktor leeft. De larven die na enkele weken hieruit komen, eten zich in het hout en creëren op die manier een gangenstelsel door het hout. Ze blijven zich voeden met het hout totdat de larve volgroeid is en gaat verpoppen. De volwassen kevers arriveren dan weer in juli-augustus.

De boktor is een kever van 8-25 mm lang. Het mannetje is duidelijk kleiner dan het vrouwtje. Wil je het verschil zien of het een mannetje of vrouwtje is dan moet je naar de sprietlid kijken. is deze kort en stomp dan is het een vrouwtje.

De voorkeuren van habitats van de Aromia moschata zijn oorspronkelijk vochtige gebieden met oude wilgen, populieren en elzen, zoals naaldhout, beek- en rivierweiden maar ook in parken en tuinen kunnen zij gevonden worden.

De mooie muskusboktor zou in populatie van Nederland wel sterk achteruit gaan doordat veel wilgen verdwijnen door vele droge periodes. Maar dan mogen ze rustig in de mooie Alblasserwaard en het Alblasserbos komen want hier zal je best nog veel wilgen zien. En ook in de Biesbosch zijn er genoeg wilgen waar de muskusboktor ook zijn habitat kan hebben. Men zou ze ook eens meer moeten planten elders, zodat insecten die van deze wilg houden er wellicht dan ook weer terug zullen keren. En komt er dan wellicht een dag dat je dan ook de muskusboktor bij jou in de buurt kan tegen komen. Want het is een prachtig insect. Heb jij hen al eens ontmoet? En waar heb jij hem gezien?

Fotografie en video © 2019 Tine de Jong

Informatie o.a uit mijn vele natuurboeken

ontmoet deze mooie boktor in kort filmpje van mij - muskusboktor- Aromia moschata


vrijdag 23 augustus 2019

Roodkopvuurkever - Pyrochroa serraticornis

Roodkopvuurkever - Pyrochroa serraticornis, catherinetine.blogspot.com

De roodkopvuurkever komt de laatste tijd minder veel voor waar ik meestal wandel. Want  vroeger zag ik er hier veel meer. De kever is meer gebonden aan wilgenbroekbossen. En die zijn er wel maar toch merk ik toch ook wel wat teruggang van deze mooie kever. 

Er komen in Nederland dacht ik maar twee soorten voor. Ik heb van een natuurvriend gehoord dat er in Duitsland drie soorten voorkomen: de derde soort is de kleine vuurkever / oranje vuurkever (Schizotus pectinicornis). Deze heb ik zelf nog niet zelf gezien bij mijn natuurwandelingen.

Over de zwartkop heb ik al eens geschreven op deze website maar nog niet over deze rode mooie Roodkopvuurkever- Pyrochroa serraticornis die ook wel een blogschrijven verdiend. Want het is ook een insect wat interessant is als je van kevers mooi zal vinden.

En er zijn best veel keversoorten en als ik er dan wat ontmoet wil ik er ook graag meer over weten en erover schrijven. Meeste mensen vinden kevers maar enge dieren maar als je hen goed bekijkt en zijn levenswijze bestudeerd dan kom je erachter dat het best wel mooie insecten zijn.
Herkenning

Deze roodkopvuurkever kan je herkennen door de mooie vorm van de antennes maar ook aan zijn kleur. En zij worden ook weleens de karmozijn- of kardinaalkevers genoemd en zij behoren door hun rode kleur tot de meest opvallende kevers in onze prachtige natuur. Op open plekken , in het bos en langs de boskant van de weg kan je hen ook tegenkomen.

De roodkopvuurkever onderscheidt zich door zijn rode kop van de zwartkopvuurkever, die bovendien ook een mooie felle kleur heeft. Zijn lijf is zwart, maar van boven is hij donker steenrood, maar in de zon lijkt het wel of er een goudachtige glans over zijn lijf is verspreid en een heel fijne beharing is soms dan ook wel zichtbaar. Ze zijn met hun lengte van 14 tot 18 millimeter best wel groot. Er zijn er zelfs gezien tot 20 mm.

De tamelijk lange zwarte sprieten zijn gekamd of gezaagd, doordat acht van de elf leden voorzien zijn van een uitsteeksel. De tanden van die zaagsprieten zijn bij het mannetje langer dan bij het vrouwtje. Niet alleen door hun kleur onderscheiden de vuurkevers zich direct van de weekschildkevers of soldaatjes waar ze oppervlakkig op lijken. 

Kop en hals-schild zijn duidelijk minder breed dan de dekschilden, die het hele achterlijf bedekken en bij de schouders smaller zijn dan aan het eind. Mocht je bij die kenmerken nog twijfelen, dan geven de zaagsprieten de doorslag.

Roodkopvuurkever - Pyrochroa serraticornis

Deze kever ontmoette ik eenzaam en alleen op een oude boomstronk in het Kortlandbos -wat ook een perceel is van het Alblasserbos- in de Alblasserwaard- gemeente Molenlanden. Er zaten ook enige schorsen los maar daar vond ik helaas niets onder dan slechts wat pissebedden. Zij leven in vochtig dood hout in zelfgemaakte of reeds bestaande gangen. Wellicht zocht deze kever een plek om de eitjes te leggen in de schors beneden de stam die wat open was.

Soms komt er ook een netwerk van witte of kleurloze draden te voorschijn als je eens een schors voorzichtig los haalt en dat is het mycelium ook wel hyfen genoemd van een zwam die dan bezig is het hout te verteren. Op hun beurt vormen die schimmeldraden het voedsel van pissebedden, miljoenpoten en ook van de naaktslakjes. Uit het mycelium kunnen dus de vruchtlichamen van schimmels zoals paddenstoelen groeien. De hyfen zijn ook een belangrijke voedselbron voor insecten en andere ongewervelden. 

Zie foto's alleen zijn ze niet zo goed want er stonden veel brandnetels en had geen zin om erge jeuk te ontvangen dus heb ik geprobeerd het wat dichtbij te halen. Maar zo kan je wel zien wat er bedoeld wordt met de hyfen/schimmels.


Schimmels wordt vaak geassocieerd met vieze dingen, maar vergeet niet dat elke champignon die je in je mond stopt, ook een schimmel is. Sommige schimmels zijn best lekker. Onder andere ook de Gele Zwavelzwam - Laetiporus sulphureus in het begin stadia, en schimmels ruimen alles op in de natuur.

Soms moet je ook maar eens kijken onder oude boomschorsen want je kan soms echt wel insecten tegenkomen. Maar leg deze dan wel weer terug zodat je het leven van hen niet zal verstoren. In het molm van holle bomen kan je ook soms met een vergrootglas uitwerpselen, verpoppingskamers en resten van gestorven kevers zien. De larven van de roodkopvuurkevers leven in rottend hout en ook veel langer dan de volwassen insecten.

Wist jij trouwens dat de larven er ook minstens twee jaar over doen, voordat ze drie en een halve centimeter lang zijn en gereed om zich dan te gaan verpoppen. Dat gebeurt dan in mei en ook onder de schors. Een maand later komen de kevers dan te voorschijn.  Hier een foto van zo een larve want die zien er ook wel heel mooi uit.

 De larven voeden zich roofzuchtig op andere larven, voornamelijk ongedierte. De verpopping vindt plaats na 2-3 jaar, zodat in het volgende voorjaar een nieuwe generatie vuurkevers kan uitkomen mits ze niet opgegeten zijn door andere insecten. 

Daarom is het zo goed om rottend hout te laten leggen want menig insect maakt er gebruik van. Maar ook even vermelden dat als je eens een boom om zaagt dat je ook goed moet kijken of er geen kevers of larven inzitten. En dan kan je bijvoorbeeld ook de stronk rechtop zetten en afdekken met een plank of met wat oude schorsen zodat er dan meer kans bestaat dat de larven en andere kevers kunnen overleven en zich zo ook weer andere gangen kunnen maken om zich er in voort te planten. En op deze manier kan het kevertje voortleven en wellicht ook verder zich gaan verspreiden. Want ook met de kevers in het algemeen gezien is het slecht gesteld.

Als het slecht weer is verschuilen de kevers zich onder losse schorsen, maar als het warm en droog is, lopen ze druk heen en weer en zijn ze vooral te vinden op dode bomen en vermolmde stronken. Overdag blijven ze in de schaduw, maar 's ochtends vroeg, als de zon net boven de horizon komt, zitten ze soms stil op de bladeren van brandnetels en andere grote planten in bosranden. En het leven van zo een vuurkever is maar kort want ze leven maar een paar weken.

Net als de weekschildkevers bezoeken ze graag hun waardplanten zoals de witte schermen van het fluitenkruid- Anthriscus sylvestris, berenklauw en andere schermbloemen. Met hun korte tong kunnen ze gemakkelijk bij de ondiep liggende nectar komen. Nectar en pollen staan ​​op het menu van de volwassen kevers. Het hoofdvoedsel bestaat uit insecten en kunnen ook soms soortgenoten wezen. Ze houden ook van zoete sappen zoals berkensap maar ook van honingdauw luizen en insectenlarven. Zoals je leest is hun voedselbron best wel uitgebreid.

Voordat zij gaan paren hebben zij deze energiebron wel nodig. De mannetjes sterven zodra ze hun plicht hebben vervuld. En de vrouwtjes kruipen weer onder de schors om eitjes te leggen, waarna ze ook weer doodgaan. Voor een vuurkever is er dus niet echt veel aan om volwassen te zijn.

De vuurkevers zijn ook wel eigenlijk kannibalen te noemen, want menige insectenkundigen die hier onderzoek naar deden lieten er geen twijfel over bestaan -las in een boek- dat ze leven van andere insecten die ze onder de loszittende schors tegenkomen. In hun enorme vraatzucht eten ze soms zelfs elkaar op, als ze geen andere prooi kunnen vinden. 

Nou dat noemen ze dus in de insectenwereld broederliefde. De kleine kevers zijn niet giftig, dus je hoeft ze niet te bestrijden. Omdat de larven van de roodharige vuurvlieg ook schorskevers aanvallen, zijn ze van groot belang voor de bosbouw.

Het is dus eten of ook gegeten worden. Maar dat is nu eenmaal de natuur. En de natuur is nu eenmaal wonderbaarlijk en zit vol geheimen die we zeker nog niet allemaal ontdekt hebben. Trek dus je wandelschoenen eens aan en ga heerlijk de natuur in en ook op ontdekking en zie wat jij dan allemaal kan ontmoeten.

Blog geschreven met eigen fotografie © 2019 Tine de Jong Alle rechten voorbehouden

Een filmpje erbij gefilmd door David Element van de mooie Roodkopvuurkever Pyrochroa serraticornis / Rotköpfige Feuerkäfer/ Red-headed Cardinal Beetles waar je ook goed de antennes kan zien en een paring:


zaterdag 17 juni 2017

Vuurwantsen - Pyrrhocoris apterus met weetjes

Vuurwantsen -Pyrrhocoris apterus

Deze diertjes heb jij vast ook wel eens ontmoet maar toch wil ik er wat over schrijven want ik vind hen best wel erg mooi om te zien. Geef je ook even wat informatie erbij mocht je dit nog niet weten: 

De vuurwants- Pyrrhocoris apterus- is een insect uit de onder orde wantsen (Heteroptera) en de familie vuurwantsen (Pyrrhocoridae).

De vuurwants is een bontgekleurde soort die een overwegend helder rode kleur heeft met een karakteristiek patroon van zwarte lichaamsdelen en vlekken en hieraan is te herkennen. De wants komt in grote delen van Europa voor en is ook in België en Nederland te vinden. De wants is voornamelijk een planteneter die soms ook dode of levende insecten eten.

De vuurwants is zo'n 9 tot 12 millimeter lang en rood met zwarte tekeningen. De nimfen zijn bijna helemaal rood, behalve op de plekken waar later de vleugels komen. Die plekken zijn... zwart. En ik vond ook een jonge vuurwants die al een beetje de volwassen kleuren begint te ontvangen en deze foto geef ik je erbij. Want zo kan je zien hoe mooi het lijfje al begint te worden.klik op de foto om het beter te zien.


Vuurwantsen -Pyrrhocoris apterus
© Foto Jonge vuurwants 

De vuurwants is een echte alleseter. Hij zuigt aan planten, aas en dode insecten, maar gaat ook zelf op jacht naar insecten om op te eten. In de zomer vaak te zien in enorme groepen. Dit zijn gemengde groepen met volwassen dieren en nimfen door elkaar heen. 
Vuurwantsen -Pyrrhocoris apterus weetjes

Nimfen die niet voor de winter volwassen worden gaan dood. Alleen de volwassen dieren overwinteren. De vuurwants kan niet vliegen, de vleugels zijn onderontwikkeld. Zij zijn soms massaal aan te treffen bij lindebomen en andere planten (hibicus) die ook door hen gegeten worden.
Vuurwantsen -Pyrrhocoris apterus

Omdat de wants wel algemeen voorkomt en eenvoudig in een laboratorium in leven is te houden, zijn er ook verschillende studies gedaan naar de vuurwants, zoals bijvoorbeeld onderzoek naar de lange duur van de paring, de ontwikkeling van de vleugels en de tolerantie voor vorst. Uit het sap dat ze uit planten zuigen, maken de vuurwantsen een heel erg gecompliceerd gif en daar zijn al uit menige studie overgedaan. 

Eén van de onderdelen wordt momenteel intensief bestudeerd. Het heeft een zeer sterke antibacteriële werking. De stof doodt zelfs bacteriën die ondertussen resistent zijn tegen antibiotica. 

Het middel zou kunnen werken tegen de beruchte ziekenhuisbacterie (MRSA). De stof staat bekend als pyrrhocorine. Maar er moet nog meer onderzoek worden gedaan hiernaar, maar vond het wel een leuk weetje om het hier te schrijven.

De wetenschappelijke naam van de wants komt uit het Grieks en betekent letterlijk rood insect (Pyrrho-coris) zonder vleugels (a-pterus). De Nederlandse naam vuurwants is eveneens afgeleid van de rode kleur, ook andere insecten met een heldere rode kleur krijgen wel de toevoeging -vuur, zoals de familie van vuurkevers (Pyrochroidae). 

De vuurwants werd in 1758 voor het eerst beschreven door Carolus Linnaeus (Hij was een Zweedse arts, plantkundige, zoöloog en een geoloog). die al de naam Pyrrhocoris apterus gebruikte.
Bij veel insecten is de wetenschappelijke naam in de loop der tijd veranderd maar verder van de vuurwants zijn geen synoniemen bekend. Ik vind hun schild altijd erg bijzonder eruit zien. Kleine maskertjes lijken het wel.

De vuurwants kent twee generaties per jaar, de wantsen komen in de lente rond mei uit hun winterkwartier en zoeken elkaar op voor de paring. Wat met name opvalt aan de paring is de duur, de vuurwants kent een zeer lange paring. Dit komt wel meer voor bij insecten, de mannetjes blijven lang aan het vrouwtje gehecht zodat ze niet met andere mannetjes kan paren. Soms lopen ze wat rond met het vrouwtje aan hem gekleefd.

Dit gedrag komt ook voor dat een mannetje probeert meerdere ei-legsels van een enkel vrouwtje te bevruchten en zo te voorkomen dat ze zijn spermapakketje uitwerpt of om grote hoeveelheden zaadcellen over te brengen zodat de bevruchtingskans groter wordt en zaad van andere mannetjes te vervangen. 

De paring van de vuurwants kan extreem lang duren, uit diverse veldwaarnemingen blijkt dat de paring van de helft van de koppeltjes 12 uur of langer copuleert maar dit kan ook oplopen tot maar liefst zeven dagen. 

Uit onderzoek blijkt tevens dat de mannetjes een dergelijke lange paring gebruiken om het vrouwtje letterlijk te hechten zodat zodat ze niet met andere mannetjes kan paren. Er zijn zelfs mannetjes die ook op het vrouwtje klimmen terwijl ze al aan het paren zijn.

Dat zie jij goed in deze link: Mating beetles (fire bugs)

Het zijn best nuttige dieren voor de natuur. Deze wantsen leven van plantensappen, maar zijn meestal niet erg desastreus en verstoren de bloei van de plant slechts marginaal. Vuurwantsen zijn niet meteen zeer schadelijk voor uw tuin. Ze zuigen voornamelijk plantensappen op uit afgevallen bladeren. Ze zijn zelfs nuttig omdat ze sommige schadelijke insecten ook gaan aanvallen.

Heb jij ze ooit in je tuin of elders dan hoef je niets te doen hoor, want ze gaan vanzelf weer weg. De kleur is bedoeld om vogels op afstand te houden, de vuurwants heeft een klier welke een stof afscheidt. Dit maakt de vuurwants oneetbaar. 

 Vuurwantsen leven in groepen en zij zijn al vroeg in het voorjaar te vinden en zijn dan op zoek naar een plekje in de zon om op te warmen. Na een zachte winter zijn ze wel in grote getale te zien.

Die ook veel opduikt in grote aantallen zijn deze wantsen. Klik op link en zie meer over deze wantsen soort waar ik over heb geschreven: 

met ook veel weetjes over deze insecten voor jou wat je vast nog niet wist.

tekst en fotografie © 
Tine de Jong. 2017 
De Informatie over dit insect komt uit mijn natuurboeken en diverse bronnen.

Voor jou deze mooie video close-up die jij vast ook mooi zal vinden.


donderdag 8 juni 2017

Het verhaal en naam van het lieveheersbeestje

Het verhaal en naam van het lieveheersbeestje

Het verhaal en naam van het lieveheersbeestje

Vele kennen wel het prachtige kevertje met de stipjes in verschillende getallen, maar weet jij ook het verhaal achter zijn naam "Lieveheersbeestje"? Ik ben van nature altijd benieuwd hoe een dier aan zijn naam zoal komt en ging weer eens op onderzoek uit en deel met jou hier nu eens wat informatie over dit bijzondere kevertje. 

Want als jij het verhaal heeft gelezen dan mag je best wel zeggen dat het een bijzondere kevertje is. Ook zal ik nog enkele weetjes erbij zetten over dit prachtige kevertje die bij elk mens wel geliefd is.

Diverse namen voor Het lieveheersbeestje (Coccinellidae) verwijzen ook naar de maagd Maria, de moeder van Jezus, denk aan lievevrouwebeestje, mariabeestje en maria-tor in Nederlandse dialecten, of het Duitse Marienkäfer, De Engelse ladybird en het Franse bête de la Vierge (kerkelijke benaming uit oude tijd) Tegenwoordig ook wel de naam bête à bon Dieu genoemd. 

Deze vernoeming heeft te maken met het uiterlijk: Maria wordt vaak afgebeeld in rode kleding, waarschijnlijk als verwijzing naar het bloed van Jezus, en ze wordt geassocieerd met het getal zeven, vanwege de zeven vreugden en de zeven smarten die ze doormaakte. Het lieveheersbeestjes zou door de Heilige Maria worden gestuurd om gewassen van tuinders te beschermen.En het meestvoorkomende lieveheersbeestje is ook rood met zeven stippen (Coccinella septempunctata).
Christelijk geloof

Het kevertje wordt dus ook geassocieerd met het christelijk geloof, wat blijkt uit een naam als hemelbeestje, en uit de bekendste benaming van het kevertje: lieveheersbeestje of onzelieveheersbeestje, ook wel (onze) lieveheershaantje, herenkuikentje en jezusbeestje genoemd. 

Deze benaming is van betrekkelijk recente datum, want het lieveheersbeestje of een variant daarvan is in de Middeleeuwen niet aangetroffen. Misschien heeft men deze naam in de achttiende eeuw, toen men zich ging bezighouden met de wetenschappelijke nomenclatuur van planten en dieren deze toegekend, en daarbij gespiekt bij vele andere talen.

Germaanse achtergronden

De naam van dit bijzondere insect komt ook uit de tijd dat de Germanen verplicht werden om Christenen te worden. De zogenaamde ongelovigen moesten bekeerd worden, en zo ook alles wat zij een naam gegeven hadden. In het Germaans hadden destijds de lieveheersbeestjes de naam Freyafugle. Een prachtige naam, die de Germanen afgeleid hadden van hun godin Freya. 

Letterlijk betekende dat “vogel van Freya”! Maar Freya kon niet meer, dus ook de naam Freyafugle moest weg. Om nu toch wat dichtbij de oude naam te blijven werd dat diertje in eerste instantie omgedoopt tot “onzelievevrouwebeestje” en later lieveheersbeestje.

In de Germaanse tijd werden de Germanen, die zich niet wilden bekeren meteen onthoofd. Nu was er een man die klaar lag om onthoofd te worden, maar er landen precies op de plek van de nek waar de genadeslag moest plaatsvinden een prachtig insect. Dit moest toch een teken zijn, dat die man niet slecht was, en de beul sloeg niet toe. Vandaar dus de naam Lieveheersbeestje voor dat diertje.

Sinterklaasliedje

Het lieveheersbeestje heeft in de Nederlandse dialecten best wel een groot aantal namen. Bijvoorbeeld kapoentje - een woord dat we vooral kennen uit het sinterklaasliedje 'Sinterklaas kapoentje, gooi wat in mijn schoentje'. Het gaat hier om een en hetzelfde woord. Kapoen betekent 'gecastreerde haan' en 'deugniet'; het woord is ontleend aan het Noord-Franse capon, dat ook beide betekenissen kent. Volgens Henk van Benthem, die in 1991 het boekje Sint-Nicolaas-liederen schreef, verwijst kapoentje in het sinterklaaslied naar die tweede betekenis: 'deugniet'. 

Het lied, dat sinds 1893 bekend is, is geïnspireerd op volksprenten over een zekere Klaas Kapoen, die allerlei ondeugende streken uithaalde. In de iets latere variant 'Klaaskapoentje, legt wat in mijn schoentje', van rond 1900, is kapoentje een liefkozende benaming, net zoals men kinderen wel 'deugniet', 'dondersteen' of 'boefje' noemt. Dit liefkozende kapoentje zal op dezelfde manier overgedragen zijn op het insect. Het kent vele bij namen dus je kan best zeggen dat dit kleine kevertje ook best erg beroemd is.

Een oud volksgeloof zegt ook dat Lieveheersbeestjes ook mooi weer en geluk brengen. men zet de kever dan op hun hand en blazen hem weg. Als het weg vliegt, wordt het de volgende dag mooi weer, maar als het op de grond valt dan weet je het wel… Alweer regen. Misschien kan jij het eens doen en kijken of het waar is. En het lieveheersbeestje staat ook symbool voor de actie tegen zinloos geweld. Zo zie je maar dat zo een klein insect ook beroemd kan wezen als jij het verhaal om hem heeft gelezen. Het is een kevertje wat ik dus graag weer ziet of ontmoet en jij??


Nou dit was vast iets wat jij niet wist of toch wel??

Nog wat extra weetjes voor jou:

Die opvallende kleuren die zij vormen zijn een waarschuwing voor vogels en andere predatoren: 'Eet mij niet op.' Als dat toch dreigt te gebeuren, scheidt het lieveheersbeestje een gelige, olie-achtige, bittere substantie af. Dit gedrag heet "reflexbloeden". 

De vloeistof (hemolymfe), die tevoorschijn komt bij het femoro-tibiale gewricht van de poten, heeft een kwalijk geurtje en smaakt erg bitter. Vogels die een lieveheersbeestje oppakken, proeven dit 'bloed' en laten hem dan soms snel vallen. Ze zijn meestal te vinden in rozenstruiken, distels, lupines en (brand)netels. Al heb ik hen ook soms op andere plantensoorten ontdekt waar ik even de naam niet van weet.

Er zijn wel 59 verschillende soorten lieveheersbeestjes in ons land. Sommige soorten herken je gelijk, andere zijn moeilijk uit elkaar te houden. Niet alle lieveheersbeestjes hebben evenveel stippen. Er zijn lieveheersbeestjes met 2, 7, 12, of zelfs 24 stippen. Vaak wordt er gezegd dat het aantal stippen de leeftijd van het diertje aangeeft, maar dat is beslist niet waar. Het zijn gewoon allemaal verschillende soorten. Ook niet alle lieveheersbeestjes zijn oranje van kleur. 

Er zijn gele soorten met zwarte stippen, zwarte met oranje stippen. Maar ook vele anderen die ik ook nog nooit zelf heeft ontmoet. Er zijn er ook die niet zo veel goed doen aan menige blad van de planten maar echt bewezen is dit nooit. hier een foto die ik vond op internet van enige soorten die je wellicht eens bent tegengekomen.

(de laatste foto van de soorten die je hierboven ziet is de larve van het mooie kevertje.

Soms kom je hen ook eens binnen tegen of elders als zij uit hun winternest te voorschijn komen en dat kan inderdaad ook binnenshuis wezen. Maar zij doen echt geen kwaad. 

Lastig kan het wel wezen maar ga hen dan op een diervriendelijke manier verwijderen, als jij ze hinderlijk vindt of er allergisch voor bent (wat niet vaak voorkomt) bent. Dan kun je ze vangen en ook weer buitenzetten. Zijn het er teveel om te vangen, zuig ze dan bijvoorbeeld op met een stofzuiger en op een lage stand en keer de zak buiten dan om. 

Ook kun je de over de mond en binnenkant van de stofzuigerbuis een nylonkous bevestigen en deze vastzetten met een elastiekje. Op deze manier kan de lucht er nog doorheen, maar de lieveheersbeestjes niet. Na het opzuigen haal je de kous er weer vanaf en maak je hem dicht waarna je de lieveheersbeestjes op een diervriendelijke manier buiten kan zetten. 

Gebruik liever geen chemische bestrijdingsmiddelen: vaak zijn deze niet geschikt en gif in huis is niet aan te raden. Op deze manier doe je hen echt geen kwaad en zet jij ze dan in de tuin dan helpen zij jou ook nog eens. Want ze doen echt goed werk.

Lieveheersbeestjes worden wel door andere dieren gegeten, maar ze behoren niet tot het favoriete voedsel. Er is een soort wesp die voor de lieveheersbeestjes de grootste vijand vormt. Deze wesp (Perilitus coccinellae) legt haar eitjes in het lieveheersbeestje. 

De jonge wespen eten het lieveheersbeestjes vervolgens van binnenuit op. Dat verhaal erover wat ik heb geschreven kan jij vinden als je op deze link drukt:
https://catherinetine.blogspot.com/2016/01/lieveheersbeestje-coccinella-septempunctata-en-zijn-gast-de-sluipwesp.


Hoe zien zij eruit? Dat weet jij vast wel maar dit wellicht nog niet misschien..

Aan de voorrand van de kop zit hun mond. Die is best ingewikkeld gebouwd. Het bestaat uit een boven- en onderkaak, en ook verschillende tasters. Hiermee houdt hij zijn prooi vast. Het heeft ook twee speciale ogen: de facetogen. Die bestaan uit een groot aantal kleine oogjes. Het borststuk bestaat uit drie ringen. 

Die heten: het voorborststuk, het midden-borststuk en het achter-borststuk. Zulke ringen heten segmenten. Aan het midden-borststuk zitten de dekschilden, en aan het achter-borststuk de vleugels. De dekschilden hebben meestal opvallende kleuren. De dekschilden worden gebruikt bij het vliegen maar geven hen ook bescherming. 

Een lieveheersbeestje heeft 6 poten. Zo’n poot bestaat ook weer uit allemaal delen: de heup, de dij-ring, de dij, de scheen en de voet. Aan de voet zitten kleine klauwtjes waar het diertje zich mee vasthoudt. In het achterlijfje zitten organen voor de spijsvertering en de voortplanting.

Het verhaal en naam van het lieveheersbeestje

Een lieveheersbeestje kan wel 3000 bladluizen per maand eten. Als ze zijn aangesterkt zoeken ze een geschikt gebied op om zich voort te planten. In april, mei paren zij weer. Bij de paring van lieveheersbeestjes klemt het mannetje zich vast bovenop het vrouwtje. De twee kunnen zo wel drie kwartier blijven zitten.

De eitjes worden in groepjes afgezet en de larven die als eerste uitkomen eten ook vaak hun broertjes en zusjes op. In de zomer kunnen de larven dankzij het warme weer en voldoende voedsel snel groeien. Insecten groeien enkel in deze fase. Als de larve volgroeid is gaat ze verpoppen. In de pop verandert het beestje in een volwassen dier. 

In juli of augustus kruipt het volwassen lieveheersbeestje uit de pop (soms ook eerder) zo'n zes weken nadat de eitjes zijn gelegd. Je kan tijdens de zomer dus twee generaties lieveheersbeestjes ontmoeten.

Lieveheersbeestjes hebben ook een leuke gewoonte. Ze kruipen bijna altijd omhoog want ze zoeken altijd graag het zonlicht op.

Een lieveheersbeestje is echt een heel nuttig dier want als je hem op een plant zet eet hij alle bladluizen er vanaf. Zie de foto onder maar van mij waar je goed de luizen kan zien. ( Klik op de foto dan zie het beter)


Dus wellicht een tip voor jou als jij last van bladluizen heeft. En op een natuurlijke wijze is beter dan met chemische rotzooi die andere insecten ook kwaad zouden kunnen doen die ook nuttig zijn voor menige bloem of plant.

Voor andere gedichten en verhalen over de mensen natuur erbij  (soms met een boodschap voor jou erin verweven), dan wil ik jou ook uitnodigen om op mijn eigen persoonlijke website eens te komen bezoeken: Alvast bedankt voor enige reactie hier of op mijn site zelf. https://tinedejong.blogspot.com


Bedankt voor je bezoek en kom gerust nog eens op deze website want hier vind je menige natuurwoorden en leer jij vast ook meer van en over onze mooie natuur en het leven erin. En als je op de begin(home) pagina komt zoek dan in zoekhoek rechtsboven Lieveheersbeestje in toetst kan je nog meer weetjes van dit insect ontmoeten. Het zoekhoekje kan je trouwens heel veel geven maar ook de labels /tags onder de video is een aanrader om eens uit te proberen.

 © Tine de Jong, 08-06-2017


Foto 1, 2, 3 4, 6 copyright foto's © Tine de Jong
foto 5 van de diverse soorten kleuren heb ik van het internet
Bronnen: uit mijn vele natuurboeken

Voor  jou  heb ik deze mooie video van een YT vriend: Heb jij vast ook nog nooit gezien of wel??

vrijdag 3 juni 2016

Zwartkopvuurkever- Pyrochroa coccinea

Zwartkopvuurkever- Pyrochroa coccinea, catherinetine.blogspot.com

Onlangs kwam ik bij een bezoek in een dierentuin met mijn hond Toscana dit mooie insect tegen. Ja ook mooie insecten kan jij er vinden hoor. Het is tenslotte een dierentuin dus wonen er ook heel wat insecten. 

De meeste bezoekers komen voor de dieren die hier te zien zijn maar ik ben een natuurliefhebster en kijk ook altijd rond naar andere klein dierenleven en zo kwam ik ook deze mooie kever de Zwartkopvuurkever tegen. De foto is niet zo heel goed gelukt net als de anderen die ook gezellig zijn mislukt, maar dan heb je toch een beeld van wat ik had ontmoet. En helemaal niet op een boomschors waar zij normaal zitten maar heerlijk rustig op een blad. 

In Nederland komen twee soorten vuurkevers voor, de Zwartkopvuurkever Pyrochroa coccinea en de Roodkopvuurkever Pyrochroa serraticornis. Het zijn beide rood met zwarte kevers. 

Het Leliehaantje Lilioceris lilii is ook rood, maar die vind je alleen op lelies en je merkt ze pas op als ze de lelie al heerlijk hebben opgepeuzeld. En die is ook veel kleiner en heeft een iets ronder lichaam en een heldere glans. Maar nu weer terug naar de Zwartkopvuurkever Pyrochroa coccinea:

Hoewel de zwartkopvuurkever niet echt heel groot (15 tot 20 millimeter) zijn is het toch een zeer opvallende kever door de vuurrode kleur.

De kleuren van deze kever zijn onmiskenbaar; een knalrood borststuk en achterlijf, de rest van het lichaam is gitzwart. Kenmerkend zijn ook de twee tasters die bij het vrouwtje sterk getand zijn en enigszins doen denken aan de tanden van een zaag en bij het mannetje gekamd zijn.

De volwassen kevers zijn veel op boomstammen en onder schors te vinden, maar eten ook wel pollen van bloemen. Het is een echte bossoort. De larven ontwikkelen zich in 2 tot 3 jaar onder boombast en in het hout van wegrottende bomen, waar ze jagen op de larven van andere kevers, zoals boktorren, prachtkevers en letterzetters. (waar ik al eerder over heb geschreven en die je ook kan vinden op deze site) Deze kever komt in geheel Europa voor, maar is nergens echt algemeen. Hij wordt ook wel de Zaagsprietkever genoemd.

In tegenstelling tot veel andere in dode en vermolmde bomen levende larven lusten ze echter geen hout, maar juist de hout-etende larven van andere insecten zoals boktorren en andere dieren als wormen. Het zijn dus echte jagers en hebben stevige kaken en zes kleine pootjes. 

Verder is de Larve afgeplat en is bewapend met 2 doorns op het laatste, verbrede achterlijfssegment (172 5b g). Wat je dus echt goed kan zien in onderstaande video. Zij leeft onder boomschors en jaagt op allerlei andere insecten(larven). Bij voedselgebrek eten de grote larven de kleinere soortgenoten op. De ontwikkeling neemt 2-3 jaar in beslag.

De volwassen kevers eten voornamelijk stuifmeel en andere plantendelen van bloemen, zoet berken sap en honingdauw van bladluizen.

Dus ik vermoed dat ik een volwassen kever heb ontmoet op mijn pad. Maar of het nu een mannetje of vrouwtje is dat kon ik niet zien. Ik denk zelf aan een vrouwtje maar ik kan het ook mis hebben. Maar ik vond het wel een mooie ontmoeting.


Ik dank jou lezer en bezoeker voor je bezoek en wellicht vind je op deze website nog meer mooie weetjes en meer over onze dierenwereld en de natuur.

En voor andere verhalen, films en veel fotografie en meer nodig ik je ook uit op mijn persoonlijke blog van de website Gedichten en Verhalen uit het leven waar ook de natuur erin is verweven in woord en beeld. En echt een website waar jij je net als op deze je echt niet verveeld.
Wees welkom om ook daar eens te komen lezen.

Ook op mijn YouTube kanaal vind jij mooie natuurwandelingen, dus genoeg om te lezen en te zien of te horen voor jou. Met ook veel natuurfotografie daarbij wat ik niet op de websites plaatst. YouTube Tine de Jong

Leuk dat je op bezoek kwam om dit schrijven te lezen.

Fotografie en tekst © 2016 Tine de Jong alle rechten voorbehouden

Geef je ook even een filmpje over de larve dan weet je ook hoe deze eruit ziet gefilmd door een vriend van mij -Christian op zijn mooie kanaal- Olivers Nature 

En een kleine tip voor jou: Sta eens een keer stil en kijk eens in een boom, bloem blad, of een plant en zie wat jij kan of zal ontmoeten op je wandeling in de mooie natuur.

Natuurgroetjes van mij en tot een volgende keer maar weer.


Blog geschreven met fotografie © 2016 Tine de Jong

Heb jij weleens een larve van deze gezien?

zaterdag 16 januari 2016

Lieveheersbeestje (Coccinella septempunctata) en zijn gast de sluipwesp

Geef je eens wat informatie over bovenstaande foto, het lieveheersbeestje (Coccinella septempunctata) dat op een bolletje spinsel zit. Aangezien lieveheersbeestjes helemaal geen spinsel kunnen aanmaken(want het is geen spin) wist ik even niet wat ik er mee aan moest toen ik dit eens had ontmoet bij een wandeling. Gelukkig brengt internet soms toch wel uitkomst en ben ik gaan zoeken of ik iets kon vinden wat ik op de foto had gezet. 

Na lang zoeken heb ik dan uiteindelijk toch wat gevonden wat ik ook op deze pagina met jou wil gaan delen. Wellicht wist jij het al wel, maar voor diegene die het nog niet wisten geef ik wat informatie omtrent mijn ontmoeting.

Het is vermoedelijk de verpopte larve van een kleine sluipwesp genaamd Dinocampus coccinellae. 

Deze sluipwesp heeft een zeer interessante manier van voortplanten. De wesp legt door middel van haar legboor een eitje in een lieveheersbeestje. Het eitje ontwikkelt zich tot larve en gaat een bepaalde chemische stof afscheiden. Deze stof gaat cellen van het lieveheersbeestje veranderen waarmee de larve zich voedt.

Nadat de wesp een eitje met het virus in het lieveheersbeestje heeft ingebracht, vermeerdert het virus zich in de groeiende wespenlarve, die zich voedt met de lichaamssappen van het lieveheersbeestje. Als de larve klaar is om naar buiten te komen en zich te verpoppen, infecteert het virus het lieveheersbeestje, waardoor het verlamd raakt. Wanneer het lieveheersbeestje eenmaal is verlamd, gaat het op wacht staan boven de zijdecocon die de voormalige indringer tussen zijn poten heeft gesponnen.

Het lieveheersbeestje wordt dus niet van binnen opgegeten en blijft ‘gewoon’ leven. Voor de meeste lieveheersbeestjes is dit dus alles niet het einde van de wereld. Want hoewel ze van binnenuit worden opgegeten en in zombies worden omgetoverd, blijkt opmerkelijk genoeg (dat zijn er circa een derde van de schattige insecten) die toch dit lugubere avontuur overleeft. 

Nadat de larve een week of drie, vier in de kever geleefd heeft bijt het de zenuwen van de pootjes van zijn gastheer door zodat deze niet meer kan lopen. Hierna verlaat de larve het lieveheersbeestje en maakt een cocon tussen de pootjes van de arme nog steeds levende kever. En in de cocon ontwikkelt zich in een dag of negen een nieuwe sluipwesp.

Nog wat info wat ik vond op internet wat ook vast leerzaam zal zijn om te lezen

De Dinocampus coccinellae parasiteert allerhande soorten lieveheersbeestjes. Vooral vrouwtjes van het Zevenstippelige, Elfstippelige en ook het Harlekijnlieveheersbeestje moeten eraan geloven. Voorlopig blijven algemene soorten als het Tweestippelige en Tienstippelige lieveheersbeestje nog wel gespaard. 

De sluipwesp injecteert een eitje in de weke buikzone van haar gastheer. Daarna ontwikkelt de larve zich binnenin het lieveheersbeestje en eet er de eieren, de geslachtsdelen en andere voedingsstoffen in de lichaamsvloeistof op. De vitale organen blijven echter intact en het lieveheersbeestje wordt niet gedood.

Na een aantal vervellingen zal de volgroeide larve uit het lieveheersbeestje kruipen en een cocon spinnen tussen haar poten. (zie bovenstaande foto) Het lieveheersbeestje wordt verlamd en gaat fungeren als een bodyguard: het zal de cocon beschermen. De sluipwesp heeft hier alle belang bij dat het lieveheersbeestje nog leeft. 

Met zijn felle kleuren, bewegende pootjes en het reflexbloeden (waarbij een stinkende vloeistof van tussen de hals schilden tevoorschijn komt) houdt deze bodyguard immers elke mogelijke vijand op een afstand, wat de overlevingskansen van de sluipwesp gevoelig verhoogt. Zo'n 25% van de geïnfecteerde lieveheersbeestjes overleeft het bezoek van de parasiet, de rest bezwijkt door uithongering of door infecties met schimmels.

Ja beste lezer, de wereld van de natuur zit maar vreemd in elkaar. Eigenlijk best zielig maar zo lees je toch ook eens hoe sommige dieren zich voortplanten. En ja ik hoor het je al zeggen zo is onze natuur nu eenmaal. Vond het toch even leuk en zeker interessant want nu weet jij en ik wat die spinsel dus in kan houden. Sluipwespen zijn dus echte sluipmoordenaars.

Tekst, fotografie © 2016 Tine de Jong -Alle rechten voorbehouden.

(uit mijn verhalen archief 2015) 

Bedankt dat je gezellig op bezoek kwam om te lezen.

Kon er helaas geen filmpje over vinden maar geef je een geboorte en het leven ervan.
En dat vind je vast ook erg mooi.

Vond een mooie timelapse voor jou: Time Lapse of Lady Beetle Life Cycle

vrijdag 17 juli 2015

De Neushoornkever (Rhino Beetle) bijzondere kever

De Neushoornkever (Rhino Beetle) catherinetine.blogspot.com
Ditmaal ga ik het eens hebben over deze zie foto boven mooie neushoornkever-Oryctes nasicornis.

Het is een insecten en dierensoort waar ook wel veel over te leren valt. Deze kevers hebben zich prima weten te handhaven door gebruik te maken van plantaardige afvalhopen waar in hun larven leven. Door de broei wordt de omgevingstemperatuur van de larven verhoogd zodat ze zich sneller kunnen ontwikkelen. 

Deze kevers - Rhino beetle behoren tot de familie bladsprietkevers en de onderfamilie Dynastinae.- dus de grote keversoorten.  De kevers zijn te zien op warme zomeravonden, veelal vliegend en doorgaans in de buurt van hopen verterend organisch materiaal. Wanneer het materiaal broeit kunnen het jaar rond alle stadia van de neushoornkever worden gevonden. De cyclus van ei tot imago bedraagt dan ongeveer een half jaar. In materiaal dat niet broeit volgt de cyclus de seizoenen en bedraagt deze circa twee jaar.

Rinoceroskevers - Oryctes nasicornis Linnaeus behoren ook tot de grootste kevers in de wereld. De Keverlarven ook wel engerlingen genoemd leven van dood, rot eiken en/of beuken hout. Ook worden kevers en larven geregeld in grote aantallen in compost- en houtsnipperhopen aangetroffen. Wanneer men de kevers en larven in dergelijke hopen organisch materiaal vindt, wordt dikwijls de vraag gesteld hoe de dieren ter plekke kunnen worden behouden. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is dat neushoornkevers ook worden gekweekt in verschillende typen organisch materiaal om zo ook de ontwikkelingsmogelijkheden van larven en kevers te bestuderen

Deze kevers kregen hun naam voor de hoorns die zij bezitten zoals de neushoorn en dat hebben de volwassen mannelijke kevers. Deze hoorns worden ook gebruikt wanneer de mannetjes gaan vechten voor een vrouwtje. Het met een lichaamslengte van 25-30 mm kleinere vrouwtje heeft op kop slechts een kleine bult of tand, bij haar is de kop en hals schild slechts wat weinig uitgehold. Beide geslachten zijn glanzend middel- tot donkerbruin gekleurd, kop en halsschild meestal donkerder dan de vleugeldekschilden.

De voortplantingstijd van de neushoornkever loopt van juni tot augustus, dan wordt de kever ook het vaakst waargenomen. Op warme zomernachten vliegt het mannetje uit op zoek naar een vrouwtje. Als hij een vrouwtje heeft gevonden, dan worden andere mannetjes verjaagd door ze met het krachtige lichaam op de rug te duwen, waarna ze weerloos zijn. Kort na de paring zet het vrouwtje de eitjes af. Deze zijn wit, rond en enkele millimeters in doorsnede. De eitjes worden afgezet op de bodem bij rottend, plantaardig materiaal.

Vrouwtjes bezitten niet deze vormen hetgeen dit dus echt een voorbeeld is van seksuele dimorfisme.(meervoud seksuele dimorphisms) Een fysieke verschil tussen de mannelijke en vrouwelijke individuen van dezelfde soort)

De lengte van deze Rhino Kevers kan oplopen tot 60 millimeter in lengte. Ze hebben twee hoorns, 1 aan de bovenkant van het hoofd en de andere steekt uit in het midden van de thorax. Elke hoorn is licht gevorkt aan het eind. De twee horens ontmoeten elkaar door het bewegen van het hoofd van de kever. De mannetjes van de neushoornkevers hebben ook een grote hoornachtige stekel op de kop. Deze verharde 'hoorn' wordt gebruikt om concurrenten omver te duwen en dient niet ter verdediging.

De beste bescherming tegen roofdieren is meestal hun grote omvang in combinatie met zijn nachtelijke activiteiten gedurende de dag.
De angstaanjagende verschijning van deze kevers wordt verhoogd door de luide gesis of het piepen. zij geven dit wanneer ze gestoord worden. Het sissende piepen is slechts een bluf en wordt geproduceerd door wrijven van de buik tegen de uiteinden van de vleugels. Als een piepende kever in het nauw wordt gedreven, kan je de buik zien bewegen in de tijd met het gepiep.

Hun larvenstadium is lang, verscheidene jaren in sommige species. Zoals bij alle kevers, de rhinoceros beetle- neushoornkevers kunnen larven van eieren zich ontwikkelen tot poppen en deze ontwikkelen zich dan weer tot volwassen kevers. Elk vrouwtje legt ongeveer 50 witte eieren.

Volwassen kevers voeden zich met nectar, planten sap en/of fruit. Ondanks hun grootte eten zij niet erg veel. De larven eten wel een groot deel van rottend hout of de compost waarin zij leven. Door houtafval, eikenschors in leerlooierijen, zaagsel- en composthopen zijn voor de kever nieuwe broedplaatsen ontstaan, waarin larven zich gedurende 1-3 jaar ontwikkelen.

Rhino kevers hebben drie stadia, dat wil zeggen, ze gaan door middel van drie vervellingen voordat ze zich verpoppen. Het is niet mogelijk om te zeggen wat de gemiddelde levensduur is omdat de naam neushoorn kever naar ongeveer 300 verschillende soorten mestkevers verwijst, Zij leven ook in tropische landen en sommige leven zelfs al in Noord-Amerika. Dus de lengte van hun leven varieert best veel. Maar ook in Frankrijk en zelfs in Nederland zijn ze al veel gezien. Voorheen zag je hen niet zoveel maar het is fijn dat ook deze keversoort zich hier vestigt.

Ondanks hun woeste uiterlijk zijn ze allemaal totaal onschadelijk. Ze kunnen niet bijten of steken of je pijn doen met hun horens. De hoorn van het mannetje wordt niet gebruikt voor bescherming, maar voor de incidentele gevecht met een andere man. Het zegevierende mannetje kan ook het aantrekken van een partner. De vrouwelijk neushoornkevers hebben geen hoorns, de vrouwtjes zijn ook minder vaak te zien. Meer zie je het mannetje ergens onder een mesthoop of elders.

Rinoceros kevers zijn ook de sterkste dieren op deze planeet zeggen vele natuur wetenschappers. Zij kunnen tillen tot 850 maal hun eigen gewicht. Om dit wat in een perspectief te zetten: Stel dat u als een mens van gemiddelde lengte een gewicht had van de sterkte van de neushoorn kever zou het in staat zijn om een ​​65 ton object te tillen. U zou ook denken dat iets zo massief als een olifant in staat zou zijn om meer gewicht te dragen dan een beetje insect zou kunnen zijn. Echter kan een enorme Afrikaanse olifant alleen dragen tot 25% van zijn eigen gewicht op zijn rug en op de rug van de neushoornkever kan deze wel 850 keer hun eigen gewicht dragen. Ja, dat had ik ook niet gedacht, maar toch is het echt zo hoor.

Rhinoceros Kevers zijn echt sterk en kunnen ook nog eens vliegen. En als je ze tegen komt of ontmoet komt dit dat zij zich aangetrokken voelen door de lichten in de nacht. Ze worden meestal opgemerkt als de lichten in het huis gaan branden of wanneer de straatverlichting aan is. 

In sommige landen zijn ze alleen te zien in de zomermaanden, maar in het tropische noorden kunnen zij ook worden gevonden op elk moment van het jaar. En ook in Nederland hebben vele mensen deze prachtige kevers al eens ontmoet. De neushoornkever breidt zijn leefgebied al aardig uit. Dat kan te maken hebben met de klimaatverandering, maar bewezen is dit niet. Er komen steeds meer keversoorten voor in Nederland die je eerst nooit zag.

Wat ik niet zo leuk vind is dat er mensen in veel landen zijn die deze kevers gebruiken in een soort van gokwedstrijd, en daar ben ik dus echt fel op tegen want zij horen gewoon thuis in de vrije natuur. Ook al worden zij gehouden als een huisdier en worden zij niet gedood als ze verliezen. Helaas zijn en blijven er altijd mensen die de dieren uit de natuur anders zien en gebruiken voor andere doeleinden.

Bedankt voor je bezoek en voel je vrij om te reageren op mijn schrijven. Meer keversoorten waar ik over heb geschreven vind jij ook op deze natuurwebsite. Probeer de labels of het zoekhoek maar eens uit. Vele natuurgroeten van mij Tine.

Foto en tekst © 2015 Tine de jong

Deel met jou deze film : The GIANT, Amazing Rhinoceros Beetle zodat je er nog meer van kan 
leren.  kijk via YT en dan kan je ondertiteling aanzetten en dit je taal zien als het hier niet lukt. bij instellingen naast de radar.