vrijdag 16 juni 2017

Rups van de Witvlakvlinder (Orgyia antiqua)

Rups van de Witvlakvlinder (Orgyia antiqua) Foto Tine de Jong, catherinetine.blogspot.com

Bovenstaande foto is een rups van de Witvlakvlinder (Orgyia antiqua) Ik had zo een rups nog niet eerder ontmoet. En na wat foto's te hebben gemaakt ben ik na thuiskomst verder gaan zoeken in mijn natuurboeken en vond ook enkele extra weetjes ook over de mooie rups en de vlinder zelf. Had deze gezien in stadspark in Gorinchem.

In Nederland komen twaalf soorten donsvlinders voor, maar over de gehele wereld zijn er al ongeveer 2700 soorten bekend.

De rups van de witvlakvlinder (Orgyia antiqua) ziet er zeer kleurig uit. Zij zijn Tot 35 mm; lichaam donkergrijs bedekt met grijsachtig witte haarborstels, die op kleine wratjes staan ingeplant. 

De segmenten vier tot zeven elk met een opvallende bruine, gele of licht okerkleurige haarborstel op het midden van de rug met een paar naar voren wijzende borstels van lange zwarte gepluimde haren. 

Ook een mooi segment is de identieke haarborstel, die op het midden van de rug staat en naar achteren wijst. Over de rug vier rijen vuilrode vlekken en over de flanken een gebroken witte lengtestreep over de spiracula; kop glimmend zwart. 

Aangezien de haren van de rups irritatie van de huid kunnen veroorzaken kun je de rupsen beter niet met blote handen oppakken. Ik deed het dus netjes met een blaadje om de rups wat beter te bekijken met het vergrootglas. Ik vond deze er wel spectaculair uit zien met de mooie gele haarborsteltjes op het rugje.

Rups van de Witvlakvlinder (Orgyia antiqua catherinetine.blogspot.com

Verder behoren zij tot de familie donsvlinders (Lymantriidae). De naam van deze soort is ontleend aan de witte vlekken op de vleugels van het mannetje, dat er verder wat saai uitziet. 

De vrouwelijke vlinders hebben slechts vleugelstompjes en zien er uit als grijsbruine zakjes; de mannetjes daarentegen hebben oranjebruine vleugels met een witte vlek op elke voorvleugel en korte geveerde antennes. 

Het vrouwtje is lichtgrijs van kleur, heeft een opgezwollen achterlijf, kan niet vliegen want zij heeft gen vleugels en bezit slechts vleugelstompjes. 

Het vrouwtje blijft heel dichtbij bij haar cocon en 'roept' mannetjes door een geurstof (feromoon) uit te scheiden. Als er een mannetje (vaak al na een korte tijd) op haar geur afkomt en met haar paart stopt ze met het verspreiden van deze lokstoffen, zodat er niet meer mannetjes op haar afkomen.
Rups van de Witvlakvlinder (Orgyia antiqua),  catherinetine.blogspot.com

Na succesvol gepaard te hebben zet het vrouwtje onmiddellijk legsels van enkele honderden eitjes af op haar lege cocon. Na de paring legt het vrouwtje 200-300 eieren bovenop de cocon. Kort na het afzetten van de eitjes sterft ze al vrij snel. 

Maar ook de mannetjes leven maar kort, omdat zij niet eten. Best wel raar eigenlijk maar dat zou hun aard van hun natuur wel wezen. Geboren worden en een vlinder worden om dan weer te gaan paren en weer verdwijnen en zo start de cyclus weer opnieuw.

Na enkele dagen komt er nieuw leven uit een gedeelte van de eitjes, nl. de rupsjes, die zich gaan verpoppen tot de eerste generatie vlinders. De andere overwinteren voor de tweede generatie. Dat is bijzonder, hoewel niet zeldzaam, want er zijn meer soorten waar dat het geval is.

De mannelijke vlinders hebben roodbruine vleugels met een witte stip, de spanwijdte bedraagt tussen de 25 en 30 millimeter. 

Hiervoor jou een mooie foto van een mannetje witvlakvlinder:

Witvlakvlinder (Orgyia antiqua) foto van Tine de Jongcatherinetine.blogspot.com

De rupsen van de Witvlakvlinder verschijnen meestal in mei en de eerste vlinders komen in juni tevoorschijn, waarbij de mannetjes iets eerder uitkomen dan de vrouwtjes. Maar er zijn al berichten geweest dat men de rupsen al eerder hadden waargenomen. 

Mannetjes vliegen in schichtige zigzagvlucht overdag en gaan op zoek naar de ongevleugelde vrouwtjes. Ze vliegen ook ´s nachts en komen soms ook op licht af.

Vrouwelijke rupsen vreten een dag of tien langer dan mannelijke rupsen en worden met een maximale lengte van 35 mm aanzienlijk groter. Mannelijke rupsen worden niet langer dan zo'n 25 mm. Dit is een van de weinige gevallen waar het geslacht al vóór het pop stadium kan worden vastgesteld. Uiteraard zijn ook de vrouwelijke en mannelijke poppen verschillend in grootte. 

De volgroeide rupsen spinnen een losse cocon, vaak tussen bladeren of op een takje, waarin zij hun lichaamsharen verwerken. Binnenin de cocon verpoppen zij. De eitjes overwinteren, waarna de rupsen zich voeden met verschillende soorten waardplanten zoals: Salix, Prunus, Crataegus en Rubus. De rups is op jonge leeftijd feller gekleurd dan wanneer hij volgroeid raakt.

Er zijn twee overlappende generaties per jaar. De tweede generatie vlinders komt uit in september. Deze soort overwintert als ei. De overwinterende eieren hebben een zeer harde schaal. 

Als de rupsjes uit de eitjes komen, verspreiden ze zich om voedsel te gaan zoeken. Ze zijn te vinden op bijvoorbeeld, wilg, pruim, meidoorn, framboos, sleedoorn, lijsterbes, esdoorn en nog veel meer. Kieskeurig zijn ze dus helemaal niet. De volwassen vlinders leven slechts kort en zijn alleen bezig met de voortplanting. Ze nemen als imago geen voedsel meer op en teren dus op de als rups opgedane reserves.

Levenscyclus
Rups: mei-september. De soort overwintert als ei in legsels van enkele honderden eieren op de buitenzijde van de lege, aan de waardplant vastgehechte cocon van het vrouwtje of op een nabij gelegen hek of muur. De eieren van één legsel komen soms verspreid over een langere periode uit. Een enkele keer overwintert een late, niet uitgekomen pop.

Schade
Aangezien de rupsen grote hoeveelheden blad kunnen verorberen, kunnen ze, als er veel zijn, behoorlijk veel schade veroorzaken. De schade is echter meestal beperkt en vrijwel altijd plaatselijk.

Natuurlijke vijanden

De vlinders worden gegeten door vogels, spinnen en wespen van de familie der Vespidae, waartoe de ons welbekende geel-zwarte gewone wesp behoort. Van de laatste is ook bekend dat ze soms vlinders uit spinnenwebben 'stelen'.

Harige rupsen zoals die van Orgyia 
antiqua worden meestal niet door vogels gegeten. Eén vogel is echter wel gespecialiseerd in harige rupsen en dat is de koekoek (Cuculus canorus).

Ook wel leuk om te weten is dat de Oud Nederlandse naam van deze vlinder is: Hoekstipvlinder, zonderling. 

Tekst © Tine de Jong , 2017,  
Bron , Literatuur : Veldgids -Ulrich Schmid

Foto 1 en foto 2 zijn genomen in het Natuurcentrum/kinderboerderij Gorinchem
Mannetje en vrouwtje vlinder (diverse bronnen)

Heb nog meer over vele rupsen en vlinders geschreven op deze website en als je op de labels zoekt kom je de artikels vast tegen. En meer informatieve weetjes.

Hier kan je eens zien hoe het vrouwtje de eitjes ligt en is best wel leerzaam om dit eens te zien.


Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella) een bijzondere mottensoort

Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella),catherinetine.blogspot.com

De wereld van insecten is echt wonderlijk te noemen want er zijn vele soorten. En onlangs mocht ik ook hele mooie zien en fotograferen. En dat was de Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella) wat ik waarneem daar schrijf ik dan erover. Vele insecten staan al benoemd op deze natuur website van mij. 

En ik mocht ditmaal ook eens de Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella) daar ontmoeten. Dat was mijn eerste keer dat ik deze zag. Die lange sprieten vielen mij op. de foto hieronder is een mannetje.
Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella) , catherinetine.blogspot.com
De naam langspriet is overigens ook alleen van toepassing op de mannetjes. 


Het vrouwtje heeft niet van die lange sprieten slechts de lengte van haar lichaam. Ze hebben wel die die gele band.  Dat kan je hier zien op de deze foto.
Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella)catherinetine.blogspot.com

En wellicht heb jij deze nog nooit ontmoet, dan geef ik jou wat informatie erbij:

Een mot is een insect dat ook nauw verbonden is met de vlinder, beide van de orde Lepidoptera. Motten vormen de meerderheid van deze volgorde. 

 Alleen door de verandering van klimaat zie je hen wel steeds minder.

De geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella)- Vrouwtje 
Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella), catherinetine.blogspot.com

De geelbandlangsprietmot is een mooi klein motje. Hun kleur en tekening zijn werkelijk bijzonder fraai. De larve leeft van rottend blad op de bodem.  Deze heb ik nog niet ontmoet of wellicht wel een keer en dat ik niet wist deze te koppelen aan deze mot.

Een volwassen langsprietmot heeft de adderwortel, gewone margriet en de brandnetel als voedselplant. Daar kwam ik de ook tegen en soms rusten ze er ook eronder.  

De spanwijdte van de vlinder bedraagt tussen de 16 en 23 millimeter. De mannetjes hebben voelsprieten van wel vijfmaal hun lichaamslengte terwijl de vrouwtjes veel kortere sprieten hebben.

De geelbandlangsprietmot is in Nederland vrij algemeen, vooral in bosgebieden en op zandgronden. De larven heb ik nog nooit ontmoet. Hoewel het een nachtvlinder is vliegt deze wel overdag. Was dan ook blij eens kennis te maken met dit bijzondere insect. 

Het is een dag actieve nachtvlinder uit de familie Adelidae langsprietmotten. Familie zijn ze van vlinders welke bij de kleine vlinders of motten behoren. Er komen in Nederland nog ongeveer 15 soorten voor. Wellicht ook door het veranderen van het klimaaat.

Waar dienen de lange sprieten voor?

Dat was een vraag die ik mijzelf stelde en dook thuis wat insecten boeken waar het kleine insectenleven besproken wordt in daar stond dit in.

De sprieten / antennes  van de mannelijke geelbandlangsprietmot zijn belangrijk voor het opsporen van vrouwtjes, omdat deze geurstoffen afgeven voor communicatie. 

De antennes van de vrouwtjes geven feromonen af. En ze hebben vele doelen. Want dat zijn chemische signalen die insecten gebruiken om te communiceren met soortgenoten, en ze dienen voor verschillende doelen zoals het vinden van een partner, het vinden van voedsel, het waarschuwen voor gevaar, en het sturen van sociale interacties binnen een kolonie. 

Deze stoffen worden buiten het lichaam uitgescheiden en worden herkend door andere insecten van dezelfde soort, waardoor ze gedrag kunnen beïnvloeden en samenwerking of voortplanting kunnen sturen. Zo leerde ik dus ook weer wat bij.  

De mannetjes komen op deze geurstoffen af en gebruiken hun extreem lange antennes om dan de vrouwtjes te lokaliseren.  De mannetjes verzamelen zich dan in zwermen en voeren een baltsritueel uit, waarbij ze de geur van het vrouwtje volgen om te paren.

De mannetjes maken dan ook baltsvluchten rondom het vrouwtje welke op de uiteinde van takken zitten te wachten op de paring.  En zo proberen ze het voortbestaan te doen en laten we hopen dat het ze lukt. Want we zien ze steeds minder en dat is wel jammer toch?  

Ook zij en hun larven hebben hun vijanden die ze ook als voedsel zien. 

En met schrijven sluit ik af. 

Tekst, fotografie en dia video slide © Tine de Jong, 16-06- 2017 

Locatie foto's : de Educatieve Heemtuin van Natuur en Vogelwacht Papendrecht. En dat ligt in het Alblasserbos  in de Alblasserwaard Z/H

De informatie van deze Geelbandlangsprietmot komt van diverse bronnen. 
Geen auteursschending bedoeld.

Tevens bedankt voor alle mooie reacties bij mijn vorige schrijven.

Zie mijn fotografie met deze video uit deze heemtuin.