Posts tonen met het label Leerzaam blog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leerzaam blog. Alle posts tonen

woensdag 10 januari 2024

Japanse eekhoorn en de zwarte walnoten

Japanse eekhoorn eet een zwarte walnoot

Japanse eekhoorn- Sciurus lis en hun techniek om deze zwarte walnoten te openen, daar gaat mijn verhaal en schrijven eens over. Want deze noot is niet zo gemakkelijk te kraken voor hen, alsmede voor ons als mens dan de gewone walnoten die wij kennen. 

Onlangs kreeg ik een video geschenk van mijn Japanse YT vriend Andrea die hij op zijn kanaal had gezet en benoemde erbij dat deze voor mij was. Dat vond ik echt een prachtig en lief gebaar. Ook maakte hij reclame voor mijn kanaal. En dat is dubbel zo leuk. Want ja ik ben ook wel een fan van eekhoorns, in welke soort dan ook en vele Yt volgers weten dit wel.

En zo kwam ik ook op het idee om eens over deze noten te schrijven. Maar ook klein stukje over deze eekhoorn die graag deze noten eten. 

Er zijn verschillende japanse walnoten maar dit log gaat over de zwarte walnoten (Juglans nigra)  en deze zijn een zeer belangrijk voedsel voor de Japanse eekhoorns. Deze eekhoorns worden in Japan de Nihon risu genoemd. 

De letterlijke betekenis Nihon betekent "oorsprong van de zon". En risu  betekent (als je erop zoekt "reus"maar zo groot zijn de eekhoorns niet hoor. Maar is wel een mooie naam. De naam Risu wordt ook vaak in Japan als meisjesnaam gekozen. Hier een foto van de walnoten en hoe ze eruit zien en ook het blad.

Zwarte japanse walnoten soorten

Deze noten zijn namelijk flink harder dan de gewone walnoten. Ze hebben een hele dikke en ook een harde bast. De uitdrukking "een harde harde noot om te kraken" past dus wel bij deze noten. En de noot komt er zelden heel uit als hen gaat kraken. Als de noten van de boom vallen zitten ze in een dikke groene schil waarvan je bruine of zwarte handen krijgt. 

Maar de japanse eekhoorns zijn er dol op. Er zijn maar een beperkt aantal dieren die de schaal kunnen openbreken en de inhoud als voedsel kunnen gebruiken. En daar horen dus ook de japanse eekhoorns bij. 

Speciale techniek van de eekhoorns om de noot te open is..

De eekhoorns hebben zo een speciale techniek waardoor het iets gemakkelijke gaat. Eerst voelen ze of de noot geschikt is om te eten. Dan draaien ze de noot een paar maal met hun pootjes en zo weten zij of een noot geschikt is om te eten.

De techniek van hen bestaat namelijk uit het openen van de harde schaal van walnoten door eerst langs de plooi van de schaal te gaan knabbelen. Ze beginnen met hunn knaagtanden eerst te schrapen bij de hechtlijn van de walnoot. 

En wanneer er dan een opening ontstaat, steken ze de tanden in de opening en gebruiken ze de tanden dus als een soort hefboompje. En zo probeert de eekhoorn dan de noot te splitsen. Dat laat het filmpje beneden je zien. De eekhoorn is er best wel lang mee bezig maar het loont wel.

Niet alle eekhoorns worden geboren om dan later met deze methode de walnoten open te breken. Door middel van kweekexperimenten heeft men eens ontdekt dat ze, door herhaaldelijk Japanse walnoten te eten als ze jong zijn, efficiënte foerageertechnieken verwerven. 

Volwassen eekhoorns kunnen elke week ongeveer anderhalve kilo zaden en noten consumeren, wat ongeveer gelijkwaardig is van hun eigen lichaamsgewicht. De eekhoorns  favoriete natuurlijke voedingsmiddelen zijn ook buiten de zwarte walnoten, de  hickorynoten, pecannoten en eikels. Maar ook jonge bladeren behoren tot het menu. Dat eten ze ook vooral als ze last hebben van hun maagjes, maar ook om andere redenen.

Met andere woorden, in de omgeving waar de Japanse walnoot op natuurlijke wijze groeit, leren de jonge eekhoorns zo de unieke techniek van het eten van de Japanse walnoot. Dit door af te kijken hoe hun ouders en andere individuen om hen heen deze walnoot eten. Er bestaat ook een diepe relatie tussen Japanse walnoten en de Japanse eekhoorns die ze gebruiken, en deze connectie wordt van generatie op generatie doorgegeven.

Net als bij andere eekhoornsoorten werken ze ook hard om een wintervoorraad aan te leggen. En net als de andere eekhoornsoorten vinden ze er ook vele niet terug.  En zo ontstaat er op ten duur ook weer een boom door ontkieming. De walnoten worden in de winter gebruikt als het voedsel schaars is. Eekhoorns zijn dan ook daarbij belangrijke zaadverspreiders voor de Japanse walnoot.

Als wij als mens zo een noot zouden willen eten dan heb je echt een speciale notenkraker nodig. Of een combinatietang want die breekt niet zo snel als de gewone notenkraker. 

Ik houd het maar bij de gewone walnoten die we hier kunnen kopen want die zijn wel wat makkelijker te kraken en te openen. 
Japanse eekhoorn en de zwarte walnoten ,catherinetine.blogspot.com
Meer weetjes over De Japanse eekhoorn

Deze eekhoorns zijn het meest actief in de vroege ochtend en overdag doen ze vaak een dutje in een boom. Ze bouwen verschillende bolvormige nesten in bomen en wisselen ook ertussen. Soms verhuizen zij als ze bemerken dat er teveel parasieten in het nest aanwezig zijn. Want ook zij kunnen veel last van mijten hebben net als de andere bosdieren. Het zijn dus wel echte boomeekhoorns. 

Zijn vacht verandert van kleur afhankelijk van het seizoen. In de zomer is de vacht roodoranje. En omdat ook deze eekhoorns in de winter geen winterslaap houden, wordt de vacht gecamoufleerd en wordt hij grijs of lichtbruin en wit onder de kin en op de buik. Lichaamslengte is 18-22 cm.

Japanse eekhoorns zijn goed aangepast aan het leven in bomen. Als ze tussen bomen springen gebruiken ze hun staart om te sturen. En als ze landen, vertraagt ​​de staart ze, als een soort van een parachute. In rust ligt de staart langs de rug van de eekhoorn. Ze kunnen hun achterpoten 180 graden draaien om hen zo te helpen in bomen te klimmen.

Weetjes over deze boom is..

Dat de Zwarte walnoot Juglans nigra in het voorjaar bloeit met groene katjes, daarna komen de zwartbruine, ronde walnoten waarvan de kern goed eetbaar is. Het omvangrijke en  geveerde blad is frisgroen van kleur. Door haar krachtige groei en prachtige hout is de boom in Europa geïntroduceerd voor houtproductie. 

Maar het is ook een waardevolle boom voor vele dieren in het wild. Want het herbergt niet alleen maar eetbare noten maar ook talloze insecten die als voeding dienen voor vele vogels. 

Wil je eens meer weten over de boom dan moet je even de link hieronder kopieren want hier staat heel veel informatie erover. Klein gedeelte boven is ook de bron ervan
https://growitbuildit.com/black-walnut-tree-facts-juglans-nigra/ 

Er is nog een noot die moeilijk te kraken is en dat is de australische macadamianoot maar dat is weer een ander verhaal. Nu is het tijd om dit leuke filmpje te zien van de eekhoorn die zo een japanse noot eet. En let goed op de techniek die hij toepast. In het begin video laat de  zoon van mijn YT vriend  zien dat deze noot echt keihard is. En later zie je dan de eekhoorn. 

Ik ben een ieder dankbaar die opmerkingen en of berichten zal achtergelaten. Nieuwe vrienden zijn altijd welkom. Want ik vind het leuk om op deze manier dan jouw blog ook te mogen leren kennen. En om dan te zien wat jij zoal post of wat je interesse is.  Als ik de tijd hebt dan kom ik zeker op visite bij. 

Wil je mijn natuur website "De Mens en de Natuur blogspot volgen? 
Zet dan de url in je leeslijst of favorieten 
https://catherinetine.blogspot.com 
en je ontvangt dan al mijn logjes. 

Een andere optie heb ik nog niet gevonden omdat deze website wat anders is opgesteld. Kijk je op een phone probeer dan links boven pages eens uit en ontdek meer op deze website. 

Auteur © Tine de Jong, 10/ 01/ 2024  

Foto 1 Eekhoorn die zwarte walnoot eet met toestemming van Andrea 
overgenomen met Printscreen.

Foto 2 ;  hoe de zwarte walnoten er uit zien komt van internet en is als voorbeeld bedoeld als voorbeeld(geen auteursrechten bedoeld)

Foto 3 met toestemming van Andrea overgenomen met Print-screen

Geniet van wat je in video ziet en ontdek hoe de eekhoorn de noot gaat kraken. Want dan geef je zijn video en kanaal extra steun. Bij  voorbaat dank.

Squirrel eating Japanese a walnut gefilmd door YT vriend Andrea.

zondag 24 mei 2020

Gele aardkruiper - Geophilus flavus een prachtig dier

Gele aardkruiper - Geophilus flavus een prachtig dier

Vele kleine dieren zijn er te vinden onder de grond en zeker als je ook eens een oude boomstronk op zal tillen. Maar ook onder het mos leven veel kleine diertjes als je deze ook eens voorzichtig optilt. En til dan ook eens een steen op want daar leven ook vele kleine dieren die je wellicht niet zal zien met een wandeling. 

En ik tilde ditmaal met een natuur wandeling ook eens wat mos voorzichtig op en kwam ook een heel bijzonder mooi diertje tegen. Vele zullen wellicht de kriebels krijgen als men deze tegen zal komen maar ik geniet steeds weer van deze mooie kleine dieren en zo zie je ook wel dat er veel mooi leven ondergronds is. En ik ontvang dan hierbij een ander heerlijk kriebelig gevoel als ik weer mag kennis maken met deze kleine dieren.

Sinds kort heb ik ook een klein boekje bij me waar verschillende insecten en andere kleine dieren in staan en na wat zoeken vond ik het en bleek het te gaan om de mooie aardkruiper- Geophilus flavus.  

Een pracht diertje om te zien met zijn mooie smalle lichaam en de vele pootjes. Al zijn er ook weleens dikkere gezien in andere omgevingen maar wellicht gaat dit dan weer om een ander soort. De wetenschappelijke naam van dit soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1778 door De Geer.

Het is een vrij lange (tot 45 mm), dunne geelachtige duizendpoten soort met een roodbruine kop en met vrij lange antennes. Het heeft 45 tot 57 paar poten. ik heb ze niet geteld hoor want ik wilde het dier ook niet te lang uit zijn omgeving houden. zie je hoe mooi de 2 antennes zijn op zijn kop? Hiermee kan hij licht en donker onderscheiden. Deze foto is genomen door een wandelmaatje en deze lijkt wat rossig maar kan ook komen door de licht inval.

Gele aardkruiper - Geophilus flavus een prachtig dier

De gele aardkruiper is een soort duizendpoot die leeft onder de grond en zij voeden zich met andere kleine bodemdiertjes, geleedpotigen en soms ook regenwormen staan op hun menu. 

De vrouwtjes leggen groepen van 50 tot 60 eitjes in de bodem of tussen verrot hout. Dat zijn er best wel veel en met blote oog zijn ze dan ook niet te zien. 

Ze wachten tot alle eitjes uitgekomen zijn en tonen dus eigenlijk ook wel een beetje broedzorg. Soms likken ze ook hun eitjes schoon tegen uitdroging en schimmels. 

Ze komen voor in heel Europa, Noord-Amerika en ook in Australië. En allen vallen onder de categorie duizend en miljoenpoten al zit er soms veel verschil in. Maar ik vond het wel een bijzondere ontmoeting. En ik hoop jij ook.

Tekst en bovenstaande foto © Tine de Jong 24/05/2020

Foto 2 had een wandelmaatje gefotografeerd.


Tip voor jou erbij is dat je ook eens op de labels/ woorden/ tags moet gaan drukken want dan lees je nog veel meer mooie en leerzame weetjes waar over geschreven is hier op deze natuur website waar de natuur altijd wel de hoofdrol in speelt. Alvast bedankt.

Een kennis van mij had deze gefilmd en deel zijn video graag hierbij en zijn kanaal is gewis ook een aanrader voor jou want je zal vele mooie dieren ontmoeten die je vast ook niet kent of hebt gezien.

donderdag 23 april 2020

Klein hoefblad - Tussilago farfara

Klein hoefblad - Tussilago farfara  , catherinetine.blogspot.com

De natuur heeft ons veel te bieden en vele kruiden kan je er ook in vinden. Zo ook deze wilde bloem - Klein hoefblad- Tussilago farfara-die vaak worden aangezien voor een paardenbloem. Maar het is het Kleine hoefblad - Tussilago farfara en wordt ongeveer 30 centimeter hoog en heeft ook gele bloemen. En deze behoort ook tot de composietenfamilie.

Je kan deze al heel vroeg in het voorjaar in maart en april tegenkomen. Maar als het in februari al mooi weer is dan zijn het de eerste bloemen die je kan zien. Het groeit als een groep in bermen maar ook op hellingen en soms zie je hen ook in het gras iets nabij de waterkant.  

Zoals ik -Tine- deze onlangs tegenkwam in het nationale park -de Biesbosch net voorbij het bezoekerscentrum aan de waterkant. Het klein hoefblad is een composiet en tevens een naaktbloeier want als de bloem is uitgebloeid komen pas de bladeren die wat op een paardenhoef lijken. Vandaar waarschijnlijk dus ook de naam die men gaf van het kleine hoefblad. Wat ook wel een leuk weetje zal zijn is dat de bloemen zich pas openen in de volle zon en dat de bloemen weer gaan sluiten als het regent.

De bloemen verschijnen altijd voor de bladeren en de bloeistengels dragen maar één bloemhoofdje. Het gele, eerst opgerichte, maar later een knikkende hoofdje en is 2-3 cm. De bloemen hebben buisbloemen en zeer smalle vrouwelijke lintbloemen. De vrouwelijke bloemen hebben een onderstandig vruchtbeginsel met stijl en twee stempels. De omwindsel bladen staan in één rij. Verder heeft deze plant vingerdikke, geschubde en een kruipende wortelstok met lange ondergrondse uitlopers tot meer dan 1 meter. Uit de wortelstokken komen een aantal bloemstelen te voorschijn met schubben. De viltige gegroefde bloemsteel of stengel ziet er bijzonder uit. De groene stengel is bezet met half stengel omvattende schubben. Groen tot rood, spits met toelopende schubben.

De benaming 'klein' is ook het verschil met het groot hoefblad. Want deze bladeren zijn ook veel groter. Hier heb ik al eens over geschreven en dat kan je hier lezen als je op de link drukt of klikt, mocht je het nog niet hebben ontmoet: Groot hoefblad-petasites

De botanische naam Tussilago is afgeleid van 'tussis' wat hoesten betekent en 'agere' betekent verdrijven. Het verdrijft dus de hoest waar het kruid ook vroeger al veel voor gebruikt werd. De Nederlandse naam hoefblad kan misschien ook wel een verbastering zijn in de loop der jaren van de benaming hoestblad. Door de eeuwen heen werd deze wilde plant ook gezien als de terugkomst van de zon. En werd het klein hoefblad ook gebruikt bij diverse rituelen die de zon verwelkomen. Farfara is afgeleid van het Latijnse far (meel) en fero (dragen).

Het kleine hoefblad kent ook andere benamingen die jij wellicht ook wel kent en dat is onder andere -Dauwkool, Ezelspoot, Hoevenblaren, Paardehoef, Sinte-Katrijnskruid.

Het plantje en blad is niet alleen goed voor de mens, maar ook voor de grond. Want ik las onlangs als er bv vervuiling in de grond zal zitten dat het Klein Hoefblad dan in staat is om het chemische vuil op te nemen en te vernietigen en dus is dit plantje ook wel een goede milieureiniger te noemen. Wellicht ook wel een tip om deze ook zelf in je tuin te zetten mocht jij soms vervuilde grond hebben.

De zaden van het kleine hoefblad zijn heel dun en cilindervormig en worden tot 1 cm lang. Het vruchtpluis bestaat uit enige kransen van zijdeachtige mooie sneeuwwitte haren, die ongeveer drie keer zo lang zijn als de zaadjes. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig. Helaas hier geen foto van want ze waren nog mooi in bloei toen ik hen zo gezellig samen zag staan.

Elke bloemstengel draagt ook één goudgeel bloemhoofdje met een doorsnee van 2-3 cm. Een krans van wel 300 draadvormige vrouwelijke lintbloemen. Het hart van de bloem bestaat uit buisbloemen, die zich mannelijk gedragen en waarbij de buis weer uitloopt in een vijfpuntig sterretje.

Dieren weten wel dat de plant giftige stoffen bevat want door de meeste zoogdieren wordt de plant ook niet gegeten. Maar Het klein hoefblad wordt wel bezocht door de diverse solitaire bijen zoals de grasbij, vierbandgroefbij, koolzwarte zandbij, pluimvoetbij en tronkenbij. De bloemen leveren alleen stuifmeel en geen nectar.De honderden bloemetjes in het bloemhoofdje hebben dus veel bijen nodig om bestoven te worden.
Klein hoefblad - Tussilago farfara  , catherinetine.blogspot.com

In de Middeleeuwen was de naam van het kleine hoefblad Flius ane patrem. Het betekent: de zoon vóór de vader. Ook werd het gebruikt als verfstof, het gaf een geelgroene kleur. Maar ook werd het gezien als een van de belangrijkste geneeskruiden bij aandoeningen als hoest, astma en bronchitis. Men gebruikte het blad opgerold als een rookgenot maar dat is nu wel af te raden want roken is zo wie zo erg ongezond. En het is tevens gevaarlijk en kankerverwekkend als je dit onbewerkt zal doen.

De bladeren worden gebruikt als omslagen bij gewrichtsproblemen en reumatische aandoeningen. Dus je kan wel merken dat in de natuur veel is te vinden wat je goed kan gebruiken bij allerlei doeleinden. Maar je moet er wel enige verstand van hebben om wat uit de natuur te halen. En ik leer steeds meer bij en jij vast ook door mijn schrijven en het delen van menige foto of andere informatie wat hier op deze website zoal staat.

Jaren achtereen heeft men tincturen gemaakt van de wortel voor bovengenoemde klachten. Een tinctuur is een alcoholische oplossing en werkt meestal nog sterker dan het verse kruid. Helaas mag het in Nederland niet meer verkocht worden omdat men toch meer vertrouwen heeft in de door de mens gemaakte synthetische medicijnen. En veel natuurkruiden kan je ook kopen in menig reformwinkel waaronder ook waar het kleine hoefblad is in verwerkt. Maar er zijn nog veel mensen die het zelf maken want ik zag hier ook enige filmpjes van op het internet.

Dat is erg jammer, maar het blad en de bloem van klein hoefblad mogen nog wel worden gegeten. Alle bovengrondse delen zijn een bron van vitaminen en mineralen en bevatten stoffen die de spijsvertering stimuleren. Ze kunnen fijn gesnipperd worden in een salade. De bladeren kunnen ook gekookt worden, zoals in een stamppot of soep.

Alleen het jonge blad is lekker. Later in het seizoen wordt het blad taai en wordt er alleen thee van gemaakt wat een beetje naar drop smaakt. Tenminste dat is mijn mening maar ook proefde ik wat pepermuntachtig erin. 

Maar let op want voor vrouwen die zwanger zijn is het drinken van deze thee niet aan te raden daar de pyrrolizidine-alkaloïden die erin zitten schadelijk en gevaarlijk kunnen zijn voor het kind. Doe dit echter ook op kuurbasis want bij langdurig dagelijks gebruik kan dit wel voor bijwerkingen gaan zorgen.

De smaak van de bladeren is wel enigszins bitter maar de bitterheid verdwijnt ook vaak wat na het koken. De bladeren kan je ook drogen en dan gaan verpulveren en kunnen ook als zoutvervanging worden gebruikt.

En als je alleen de bloemen gebruikt dan is het met wat honing erin gegoten erg lekker. En zo ontvang je dan een frisse bloemenhoning. Maar het heeft wel tijd nodig voordat je dit kan eten. Onderin lees je nog enkele tips met recepten wil je dit ook eens zelf gaan maken.

De wortels van het kleine hoefblad kunnen ook versuikerd worden door deze lange tijd in siroop te bewaren. Van het blad kan ook een papje worden gemaakt die je op de huid kunt bevestigen bij huidklachten. Het helpt tevens tegen het kruid bij eczeem, zweren en insectenbeten. en zoals al geschreven zeker als je bultjes ontvangt van een brandnetel.

Voor stamppot of gestoofd is dit ook te gebruiken.

Dit zal je ook eens kunnen uitproberen om het zelf te maken.

Recept wat ik vond in oud kruidenboek van Maria Treben- De apotheek van God

In een aarden pot of een weckglas doet men afwisselend een laag bladeren en een laag rietsuiker. Dan even wachten totdat het wat samen is vermengd en vult het daarna bij totdat de pot vol is. Dan de pot goed afdekken met drie lagen perkament of cellofaan en stopt dan de pot goed dichtgebonden in de aarde van de tuin op een veilige plaats. 

 Leg er dan een plank over en dekt dan alles toe met aarde. De gelijkmatige warmte van de aarde doet dan een gistingsproces op gang komen dat na acht weken voltooid is. Dan graaft men de pot weer op en kookt dan het hoefbladsiroop één- of tweemaal op. 

Afgekoeld doet men deze siroop in breedhalzige flessen, die in de winter de beste remedie is tegen griep. Men gebruikt dan telkens een theelepel van deze siroop.

Op www.kruidengeheimen.nl vond ik een recept van Andrea Bleeker om een heerlijke voorjaarssalade te maken en zet deze erbij voor jou

Recept voorjaarssalade

Nodig:

Eetbare bladeren, zoals blad van de paardenbloem, zevenblad, daslook, smeerwortel, duizendblad, brandnetel, valeriaan, etc.
Eventueel eetbare bloemetjes van klein hoefblad, rode klaver, paardenbloem, madeliefje etc.
Stengel bleekselderij, paprika en/of appel
Koude gekookte bietjes
Fetakaas
Sesamzaad
Zoetzuur (bijvoorbeeld augurken) met een paar eetlepels sap
Een eetlepel honing

Snij alles fijn en dan samen mengen.

Informatie uit mijn vele natuurboeken en uit boek eten

Fotografie en tekst geschreven door © Tine de Jong

Bedankt voor je bezoek en om gezellig mijn schrijven te komen lezen.

Ik wens je veel leesplezier en tot een andermaal met wellicht weer een mooi informatieve verhaal. Wees ook welkom op mijn persoonlijke website waar je ook veel kan ontmoeten met berichten uit de natuur en nog veel meer.
Gedichten en verhalen uit leven

En wellicht vind je dit ook wel interessant om te lezen? japanse-sierkwee-dwergkwee-chaenomeles

vrijdag 16 juni 2017

Rups van de Witvlakvlinder (Orgyia antiqua)

Rups van de Witvlakvlinder (Orgyia antiqua) Foto Tine de Jong, catherinetine.blogspot.com

Bovenstaande foto is een rups van de Witvlakvlinder (Orgyia antiqua) Ik had zo een rups nog niet eerder ontmoet. En na wat foto's te hebben gemaakt ben ik na thuiskomst verder gaan zoeken in mijn natuurboeken en vond ook enkele extra weetjes ook over de mooie rups en de vlinder zelf. Had deze gezien in stadspark in Gorinchem.

In Nederland komen twaalf soorten donsvlinders voor, maar over de gehele wereld zijn er al ongeveer 2700 soorten bekend.

De rups van de witvlakvlinder (Orgyia antiqua) ziet er zeer kleurig uit. Zij zijn Tot 35 mm; lichaam donkergrijs bedekt met grijsachtig witte haarborstels, die op kleine wratjes staan ingeplant. 

De segmenten vier tot zeven elk met een opvallende bruine, gele of licht okerkleurige haarborstel op het midden van de rug met een paar naar voren wijzende borstels van lange zwarte gepluimde haren. 

Ook een mooi segment is de identieke haarborstel, die op het midden van de rug staat en naar achteren wijst. Over de rug vier rijen vuilrode vlekken en over de flanken een gebroken witte lengtestreep over de spiracula; kop glimmend zwart. 

Aangezien de haren van de rups irritatie van de huid kunnen veroorzaken kun je de rupsen beter niet met blote handen oppakken. Ik deed het dus netjes met een blaadje om de rups wat beter te bekijken met het vergrootglas. Ik vond deze er wel spectaculair uit zien met de mooie gele haarborsteltjes op het rugje.

Rups van de Witvlakvlinder (Orgyia antiqua catherinetine.blogspot.com

Verder behoren zij tot de familie donsvlinders (Lymantriidae). De naam van deze soort is ontleend aan de witte vlekken op de vleugels van het mannetje, dat er verder wat saai uitziet. 

De vrouwelijke vlinders hebben slechts vleugelstompjes en zien er uit als grijsbruine zakjes; de mannetjes daarentegen hebben oranjebruine vleugels met een witte vlek op elke voorvleugel en korte geveerde antennes. 

Het vrouwtje is lichtgrijs van kleur, heeft een opgezwollen achterlijf, kan niet vliegen want zij heeft gen vleugels en bezit slechts vleugelstompjes. 

Het vrouwtje blijft heel dichtbij bij haar cocon en 'roept' mannetjes door een geurstof (feromoon) uit te scheiden. Als er een mannetje (vaak al na een korte tijd) op haar geur afkomt en met haar paart stopt ze met het verspreiden van deze lokstoffen, zodat er niet meer mannetjes op haar afkomen.
Rups van de Witvlakvlinder (Orgyia antiqua),  catherinetine.blogspot.com

Na succesvol gepaard te hebben zet het vrouwtje onmiddellijk legsels van enkele honderden eitjes af op haar lege cocon. Na de paring legt het vrouwtje 200-300 eieren bovenop de cocon. Kort na het afzetten van de eitjes sterft ze al vrij snel. 

Maar ook de mannetjes leven maar kort, omdat zij niet eten. Best wel raar eigenlijk maar dat zou hun aard van hun natuur wel wezen. Geboren worden en een vlinder worden om dan weer te gaan paren en weer verdwijnen en zo start de cyclus weer opnieuw.

Na enkele dagen komt er nieuw leven uit een gedeelte van de eitjes, nl. de rupsjes, die zich gaan verpoppen tot de eerste generatie vlinders. De andere overwinteren voor de tweede generatie. Dat is bijzonder, hoewel niet zeldzaam, want er zijn meer soorten waar dat het geval is.

De mannelijke vlinders hebben roodbruine vleugels met een witte stip, de spanwijdte bedraagt tussen de 25 en 30 millimeter. 

Hiervoor jou een mooie foto van een mannetje witvlakvlinder:

Witvlakvlinder (Orgyia antiqua) foto van Tine de Jongcatherinetine.blogspot.com

De rupsen van de Witvlakvlinder verschijnen meestal in mei en de eerste vlinders komen in juni tevoorschijn, waarbij de mannetjes iets eerder uitkomen dan de vrouwtjes. Maar er zijn al berichten geweest dat men de rupsen al eerder hadden waargenomen. 

Mannetjes vliegen in schichtige zigzagvlucht overdag en gaan op zoek naar de ongevleugelde vrouwtjes. Ze vliegen ook ´s nachts en komen soms ook op licht af.

Vrouwelijke rupsen vreten een dag of tien langer dan mannelijke rupsen en worden met een maximale lengte van 35 mm aanzienlijk groter. Mannelijke rupsen worden niet langer dan zo'n 25 mm. Dit is een van de weinige gevallen waar het geslacht al vóór het pop stadium kan worden vastgesteld. Uiteraard zijn ook de vrouwelijke en mannelijke poppen verschillend in grootte. 

De volgroeide rupsen spinnen een losse cocon, vaak tussen bladeren of op een takje, waarin zij hun lichaamsharen verwerken. Binnenin de cocon verpoppen zij. De eitjes overwinteren, waarna de rupsen zich voeden met verschillende soorten waardplanten zoals: Salix, Prunus, Crataegus en Rubus. De rups is op jonge leeftijd feller gekleurd dan wanneer hij volgroeid raakt.

Er zijn twee overlappende generaties per jaar. De tweede generatie vlinders komt uit in september. Deze soort overwintert als ei. De overwinterende eieren hebben een zeer harde schaal. 

Als de rupsjes uit de eitjes komen, verspreiden ze zich om voedsel te gaan zoeken. Ze zijn te vinden op bijvoorbeeld, wilg, pruim, meidoorn, framboos, sleedoorn, lijsterbes, esdoorn en nog veel meer. Kieskeurig zijn ze dus helemaal niet. De volwassen vlinders leven slechts kort en zijn alleen bezig met de voortplanting. Ze nemen als imago geen voedsel meer op en teren dus op de als rups opgedane reserves.

Levenscyclus
Rups: mei-september. De soort overwintert als ei in legsels van enkele honderden eieren op de buitenzijde van de lege, aan de waardplant vastgehechte cocon van het vrouwtje of op een nabij gelegen hek of muur. De eieren van één legsel komen soms verspreid over een langere periode uit. Een enkele keer overwintert een late, niet uitgekomen pop.

Schade
Aangezien de rupsen grote hoeveelheden blad kunnen verorberen, kunnen ze, als er veel zijn, behoorlijk veel schade veroorzaken. De schade is echter meestal beperkt en vrijwel altijd plaatselijk.

Natuurlijke vijanden

De vlinders worden gegeten door vogels, spinnen en wespen van de familie der Vespidae, waartoe de ons welbekende geel-zwarte gewone wesp behoort. Van de laatste is ook bekend dat ze soms vlinders uit spinnenwebben 'stelen'.

Harige rupsen zoals die van Orgyia 
antiqua worden meestal niet door vogels gegeten. Eén vogel is echter wel gespecialiseerd in harige rupsen en dat is de koekoek (Cuculus canorus).

Ook wel leuk om te weten is dat de Oud Nederlandse naam van deze vlinder is: Hoekstipvlinder, zonderling. 

Tekst © Tine de Jong , 2017,  
Bron , Literatuur : Veldgids -Ulrich Schmid

Foto 1 en foto 2 zijn genomen in het Natuurcentrum/kinderboerderij Gorinchem
Mannetje en vrouwtje vlinder (diverse bronnen)

Heb nog meer over vele rupsen en vlinders geschreven op deze website en als je op de labels zoekt kom je de artikels vast tegen. En meer informatieve weetjes.

Hier kan je eens zien hoe het vrouwtje de eitjes ligt en is best wel leerzaam om dit eens te zien.


zaterdag 22 april 2017

Spreeuwen weetjes

Spreeuwen weetjes   ,catherinetine.blogspot.com

De spreeuw – Sturnus vulgaris is een zangvogel uit de familie der spreeuwachtige (Sturnidae). De wetenschappelijke benaming is Sturnus vulgaris, gewone spreeuw. Het is een middelgrote vogel met een lengte van 19 tot 23 centimeter en een gewicht van 70 tot 100 gram.

Deze bekende zangvogel heeft een gele snavel en een zwart met wit bespikkeld verenkleed. Het zwart heeft een groene en paarse metaalglans. Het wit bestaat uit de veertoppen die afslijten waardoor de spikkels steeds minder duidelijk worden. Als de spreeuw weer nieuwe veren krijgt, zit hij weer mooi in zijn spikkel-pak. Op de grond hipt de spreeuw niet zoals onder andere de merel, maar hij stapt.

Het is een prachtige vogel met een glanzende zwarte grondkleur met iriserende groene, paarse en oranjebruine accenten. In de winter heeft de vogel bovendien talloze witte stippen. Mannelijke exemplaren hebben kleinere stippen dan de vrouwtjes, waarvan de buik soms wel wit lijkt. 

De pootjes zijn oranjebruin. De bek is voor mannetjes en vrouwtjes donker in de winter en kan ook in de zomer geel zijn voor de vrouwtjes en geel met een donkere basis bij de mannelijke spreeuwen.

De spreeuw broedt in de buurt van mensen: bij boerderijen en in steden. Maar ook in bossen waar voldoende holen te vinden zijn. Na de broedtijd verzamelen ze zich soms in zwermen van honderdduizenden op weg naar hun slaapplaatsen in rietvelden of in bomen van menige dorp of stad. En dat is altijd een prachtig gezicht als je hen ziet gaan in de lucht.

De spreeuw is wat je noemt een doodgewone vogel. Op wereldschaal behoort hij tot de meest talrijke vogels. En ook in Nederland komt ie overal voor, in groten getale. Steden zijn voor hem juist heel aantrekkelijk, als er maar voldoende tuinen en parken zijn om voedsel te zoeken. In sommige steden komt de vogel daarom meer voor dan in anderen.

De spreeuw is ook een bijzondere vogel die de geluiden van veel andere vogels en zelfs van andere dieren kan nabootsen. Want de zang van de spreeuw mag er best wezen. Die is een aaneengeschakeld geheel van klikkende, rollende en slissende geluiden, onderbroken door een hard, in toon dalend gefluit. 

De spreeuw is een geweldige imitator. Hij imiteert niet alleen de zang van andere vogels, maar ook sirenes, autoalarmen, computerspelletjes, wekkers en gekwaak van kikkers, kan hij feilloos ook nadoen.

Spreeuwen weetjes, catherinetine.blogspot.com

De spreeuw is ook een enorme eter die alles pakt wat maar eetbaar is. Allerlei insecten en larven, wormen, fruit, graan, zaden, bessen en nootjes. De bek van de spreeuw wordt gebruikt om in fruit te pikken of in de grond. Soms pikt de spreeuw met een dichte snavel in de grond, om het daar te openen en zo voedsel te vinden. Ze tasten de bodem van weilanden en grasvelden af op zoek naar insectenlarven, zoals van de langpootmug (emelten).

De zang is niet belangrijk bij de paarvorming en de voortplanting. Want een spreeuwenman verleidt een vrouw niet door liefdesliederen, maar met een huis. De spreeuw is een holenbroeder en zoekt dan ook geschikte holle bomen, schoorsteenpijpen, dakpannen, zelfs lege blikjes. In maart gaat hij zelf de oude nesten schoonmaken. Daarna legt hij op de bodem wat takjes, stro en hooi. 

Als hij de kans krijgt, maakt het mannetje vaak zelfs meerdere nesten, die hij verdedigt tegen andere mannetjes-spreeuwen. Dan gaat hij zingen in de buurt van een van de nesten. 

Met opgezette veren en geflapper met vleugels probeert hij de aandacht te trekken van de vrouwtjes. Als dat lukt inspecteert het vrouwtje de woning en kiest al of niet voor het nest, en daarmee voor de man. Zelf maakt ze het nest af door er veertjes, draadjes en andere zachte materialen in te leggen.

Verder is de spreeuw een holenbroeder, die nestelt in holle bomen, nestkasten en allerlei gaten kieren in gebouwen. Het nest bestaat meestal uit twijgjes, mos, haren en veren. De man begint het nest te bouwen maar het is het vrouwtje die het afmaakt. 

Een nest bestaat meestal uit 4 tot 7 (licht)blauwe eieren, welke afwisselend door het mannetje en het vrouwtje worden bebroed. Na dik twee weken komen ze uit, waarna ze drie weken later het nest verlaten. Daarna worden ze nog een tijdje gevoerd.

Op hun broedplekken in het noorden is het het komend half jaar te koud en te bar om te overleven, dus zoeken ze de relatieve warmte van de lage landen op. En dat geeft in de avond veel spectaculaire beelden op. 

Ga hen maar eens volgen dan zie je echt mooie kunstwerken in de lucht. Dit fenomeen zie je als ze allen aankomen boven hun gezamenlijke slaapplaatsen. 

Deze bevinden zich vaak in rietvelden (zowel uitgestrekt als smalle rietranden), maar ook in groenblijvende heesters en bomen; zowel in dorpen en steden als in het buitengebied. Het is echt een prachtig schouwspel om mee te maken.

Het is ook best wel een mooie vogel, die je zeker een heel groot plezier doet met vetbollen en nootjes.

En, zoals het oude gezegde luidt: 
Spreeuwen willen wel kersen eten, maar geen bomen planten.

Betekenis is: Er zijn altijd mensen die willen profiteren van het werk dat door anderen is gedaan. En zo is de spreeuw eigenlijk ook. 

Laat anderen het werk doen, en wil zelf geen bijdrage leveren.

Wil je nog eens een mooi gedicht lezen die ik had gemaakt op mijn persoonlijke blog: waar je ook een mooie spreeuwendans zal ontmoeten.

Tekst, fotografie © 2017 Tine de Jong 

En zie ook de labels onder de video want die brengen je ook naar andere verhalen en gedichten over de spreeuwen zoals deze
 https://tinedejong.blogspot.com/2018/02/spreeuwen-dansen-in-de-lucht.html

Voor jou een mooie live filmpje die ik eens had gemaakt van 
spreeuwen die samen met de merels druiven eten ut tuin van buurman.
  Wens je veel plezier.

donderdag 21 juli 2016

Bodemdieren van het wad

Bodemdieren van het wad © catherinetine.blogspot.com

Wist jij ook dat alle wadden bodems vol met dierenleven zitten? Je hebt vast wel eens een wandeling met of zonder gids over het wad gelopen bij het lage getij. Er zitten ook veel dieren eronder die je wellicht niet zo vaak ziet als je erover wandelt. En wist jij dat deze dieren die op of in de wadden bodem leven ook best echte bikkels genoemd mogen worden? Want zij moeten wel bestand zijn tegen zowel de hitte als de kou maar ook tegen zout en zoet kunnen. 

En zich tevens beschermen tegen het droogvallen en dan trachten te overleven in de zuurstofloze wad modder. Maar de volhouders kunnen profiteren van de grote hoeveelheid voedsel die de vloed tweemaal per dag voor hen aanvoert. Maar zij proberen ook niet het aas van menige vogel te worden want deze zijn altijd op jacht naar hen allen. De wadden pier is zo een gewild hapje voor menig dier, maar ook de mens wil deze graag hebben voor het vissen. Dus die wel overleven kunnen inderdaad wel bikkels genoemd worden toch?
Bodemdieren van het wad © catherinetine.blogspot.com

Als je door de knieën gaat dan zie je ook veel meer op het wad. Aan de oppervlakte ziet men op het eerste gezicht eigenlijk alleen de de tandpastahoopjes van de wadpieren. Want de wadpieren eten het zand op terwijl ze aan het graven zijn. 

De worm leeft in een U-vormige buis onder de grond. Aan de ene kant gaat het zand naar binnen waarna alle voedingsstoffen worden verteerd. Het zand heeft de worm niet langer nodig en het wordt dan ‘uitgepoept’ aan de andere kant. Om te kunnen overleven moet de wadpieren wel heel veel zand eten.

Wadpieren zijn ook gewild voedsel voor allerlei vogels. Het dier komt alleen uit de bodem tevoorschijn om zand uit te persen. En de wadvogels letten dan ook goed op en zodra ze een stukje wad pier ontdekken proberen ze het uit de grond te trekken. Meestal krijgen ze maar een heel klein stukje achterlijf te pakken hoor en niet de hele pier, zo stevig zit hij in het zand verstopt. 

Het beestje leeft in diepe gangen onder het oppervlakte. En dat moet ook wel want elk ander dier is een vijand onder andere vogels, krabben, vissen en de roofzagers. De zeepier leeft van algen, afval en kleine wormpjes wat het tegenkomt. Zie de tekening rechtsonder maar eens hoe diep deze zit:
Bodemdieren van het wad

En met het hoge water zijn deze pieren ook niet veilig hoor, want dan liggen de vissen op de loer. Die houden ook wel van een smakelijk hapje. 

De ingegraven zeepieren worden belaagd door platvissen, steltlopers, krabben en wormen en meestal op het moment dat ze hun staartstuk buiten de woonbuis steken om hun faeces kwijt te raken. De vissen eten in de meeste gevallen alleen het staartstuk. Dit deel kan echter snel regenereren. 

Gemiddeld verliezen de zeepieren op deze manier wel 2 tot 4 keer per maand hun achterste. Dit staartstukje vormt daarmee een belangrijke voedselbron vooral voor de bot en de schol. Sportvissers op zee gebruiken ook meestal de wad-pieren (of zeepieren, zoals ze in de handel genoemd worden). 

Het is een veel gebruikt (lok)aas voor het vangen van menige platvissen. Zeepieren worden met een(aardappel)riek uitgestoken in een lange gleuf
Bodemdieren van het wad

Gemiddeld zetten de de pieren(zie foto rechts)van de Waddenzee elk jaar een laag van zo'n 20 cm dikte over de gehele Waddenzee om. Zeepieren worden 15 tot 20 cm lang en leven zo een 6 tot 8 jaar. 

Ze eten zand waaruit algen en detritus worden gefilterd waarna het overtollige zand terug wordt uitgescheiden onder de vorm van typische hoopjes. Dit herken je aan de u-vormige sporen op het zand. Ze komen ook soms voor op het laagstrand in concentraties van 50 of meer individuen per vierkante meter voor en vormen een essentiële schakel in de voedselketen. 

Hier een mooie foto van deze hoopjes voor jou dan weet je alvast hoe ze er uit zien als jij eens een strand of wad bezoekt. Je hebt vast eens als kind op het strand van die druiptorens gemaakt  met je vingers vroeger van zand en water en daar lijkt het wel een beetje op.
Bodemdieren van het wad

Wad bodem dieren hebben in de getijdengebieden met extreme omstandigheden te maken. Allereerst vallen de wadplaten twee keer per etmaal droog. Er zijn sterke wisselingen in temperatuur en zoutgehalte. Sommige wad-bewoners vermijden de ellende door tijdelijk naar elders te vertrekken. Zo trekken garnalen en krabben bij de eb naar de geulen en met vloed gaan zij weer terug naar de wadplaten. In het najaar trekken ze naar open zee. Bodemdieren beschermen zich tegen de kou door zich diep in te graven.


Maar ook kruipen in de wad bodem dieren rond die ook andere bodemdieren zowel dood als levend eten. De Zeeduizendpoot is ook zo een rover die in de bodem leeft. De veelkleurige zeeduizendpoot(Hediste diversicolor, syn. Nereis diversicolor)is een borstelworm uit de familie Nereididae. Deze familie bestaat uit soorten die aanzienlijk van elkaar verschillen in formaat en gedrag. Sommige zijn extreem goede zwemmers, en fanatieke jagers op andere wormen, zoals de tot wel 40 centimeter grote zager(Nereis virens). Andere soorten houden zich meer op in de bodem. Zeeduizendpoten zijn ook kannibalistisch en gaan dus ook soortgenoten te lijf.

Veelkleurige zeeduizendpoot © catherinetine.blogspot.com
De veelkleurige zeeduizendpoot kan ook de zuurstofloze wad bodems domineren. Het diertje pakt wat hij pakken kan door te jagen en het te filteren. De veelkleurige zeeduizendpoot is echt een alleseter. Hij eet dus zowel dierlijk als plantaardig voedsel. Hij gebruikt ook meerdere voedingswijzen want ten eerste vergaard het dier de voedseldeeltjes die op de bodem liggen. Ook eet deze algen en andere soorten microscopische organismen die daar leven. Maar zij verorberen ook grotere dieren hoor zoals vele slakjes en andere pieren.

Wie eens gaat graven in de wadbodem en dan ook de uitgegraven grond nog eens uit zeven zal ontdekt wellicht ook wat andere bodemdieren zien zoals kleine garnalen, vlokreeftjes, allerlei wormen of misschien af en toe eens een zeester of verschillende soorten schelpdieren vinden. 

Want een vierkante meter wadden bodem kan tientallen kokkels en wadpieren, honderden zeeduizendpoten, duizenden vlokreeftjes maar ook tienduizenden wad slakjes bevatten. Niet overal is de dichtheid even groot, maar over het geheel genomen is het wad wel zeer rijk aan bodemdieren. Het wad of strand kan jou ook echt mooie gezichten geven. En wellicht ga je ook eens door de knieën om te zien wat jij allemaal kan ontmoeten. Zeker als het heel goed heeft geregend kan je er veel ontdekken hoor. 

Bedankt voor je bezoek en het lezen van dit blog namens mij Tine. En Hoop je nog eens terug te zien want er is voldoende te lezen en te ontdekken hier voor jou op deze website. En ben je op vakantie of je gaat nog dan wens ik jou een fijne vakantie

Wees ook welkom op mijn persoonlijke en andere website/blog want ook daar vind jij mooie natuur weetjes en veel meer. 
Gedichten en verhalen uit het Leven: https://tinedejong.blogspot.com

Tekst en fotografie © 2016 Tine de Jong

Informatie is van internet en uit mijn diverse natuurboeken.

Voor jou dit mooie filmpje met dank aan de Vroege Vogels:
Scheermes graaft zich snel in. Echt een heel mooi filmpje. 

Druk gewoon op de film want deze werkt wel al zie je geen voorkant  foto wellicht.

zondag 28 februari 2016

Vlaamse Gaai - Garrulus glandarius

Vlaamse Gaai - Garrulus glandarius gifplaatje

De Vlaamse gaai, (Garrulus glandarius)gaai en ook wel eens de schreeuwekster genoemd is een kraaiensoort die je vast wel kent. De gaai komt overal in Nederland voor, sterker nog..hij vliegt heel Europa door behalve in het koude noorden. De Vlaamse gaai is een prachtige vogel die beter bekend staat om zijn luide schreeuw dan om zijn zangkwaliteiten.

Woont u dicht bij een natuurlijk bos of (aangelegd) natuurgebied met veel bomen dan is de kans groot dat u deze vogel wel eens ontmoet. Ze zijn niet zo makkelijk om te fotograferen want het zijn nogal schuwe vogels. De gaaien populatie is Nederland bestaat uit ongeveer 60.000 vogels of broedparen.

U kan de Vlaamse gaai herkennen aan een bruin uiterlijk met prachtige blauwe veren op zijn vleugels en een merkwaardige zwarte baard of snor. Onder de vogelkenners staat de gaai bekend onder de wetenschappelijke naam Garrulus glandarius die de Zweedse zoöloog Carolus Linnaeus in 1758 aan de vogel gaf.

Het broeden

In april is het tijd om een nest te bouwen. Het mannetje en het vrouwtje vliegen de hele tijd heen en weer met takjes in hun snavel. Met die takjes vlechten ze een nest in elkaar. Met een beetje aarde smeren ze de gaten dicht. Soms zit een nest maar 2 meter hoog in een boom maar het kan ook veel hoger zitten. De binnenkant van het kleine nest wordt zacht gemaakt met dor gras, mos, haren en wortels van planten. Als het nest helemaal af is gaat het vrouwtje er in zitten en legt een stuk of 6 eieren. Ze doet er een paar dagen over. Niet alleen het vrouwtje zit op de eieren, ook het mannetje zit er op. Ze broeden om beurten. Wie niet op het nest zit, gaat weer eten zoeken.

Hier een mooie foto van een mannetje en een vrouwtje:

Vlaamse Gaai - Garrulus glandarius ,  catherinetine.blogspot.com

De Vlaamse Gaai kan ook de liedjes van verschillende vogels nadoen. Die liedjes heeft hij geleerd van de andere vogels. Hij kan ze heel goed nadoen. Je hoort bijvoorbeeld het geluid van de merel, de koolmees en de buizerd. Er komt geen einde aan. Je zou haast denken dat die vogels echt bij je in de buurt zitten. Maar als je daarna ook nog een geit hoort mekkeren heb je wel door dat je voor de gek word gehouden.

De Vlaamse Gaai houdt ook graag zijn veren schoon want heeft ook soms veel last van veerluizen. Daar heeft hij een middeltje voor en dat is mierenzuur. Hij houdt met zijn snavel een dikke mier tussen zijn veren. De mier wil zich verdedigen en spuit mierenzuur uit zijn achterlijfje naar de vogel. De grote gaai merkt er haast niets van. Maar de veerluis kan er niet tegen en gaat dood. Als de mier gedaan heeft wat hij moest doen, wordt hij opgegeten. Als de Vlaamse Gaai een mieren-bad wil nemen, gaat hij op een mierenhoop zitten en zet zijn vleugels uit. Heel veel mieren spuiten dan tegelijk mierenzuur en daar kan geen veerluis tegen. 

Tijdens het broedseizoen is hij opvallend stil. Van oorsprong is het een vrij schuwe bosvogel, maar inmiddels ook volop in het stedelijk gebied te vinden. Gaaien hebben in het bos de functie van indringer-alarm; veel dieren reageren op hun alarmroep en verbergen zich.

De gaai bouwt zijn nest het liefst in bomen en legt eenmaal per jaar 5 tot 7 eieren, van half april t/m mei. De broedtijd bedraagt 16 dagen. De eieren zijn lichtgroen tot lichtblauw met zwarte spikkeltjes en een donkere krans aan de stompe kant. De jongen vliegen na 15-17 dagen uit

In de eieren groeien langzaam maar zeker de jonge vogeltjes. Na ongeveer 16 dagen zijn ze zo groot dat ze uit het ei willen. Maar voor hen is de eierschaal erg hard. Dan komt de knobbel op de snavel goed van pas. Die knobbel noemt men: de ei-tand. Die hebben de jonge vogeltjes nodig om de harde schaal kapot te tikken. Als de jongen eindelijk uit het ei zijn gekropen is die tand niet meer nodig. Na een poosje valt hij er dan vanzelf af. 

De jonge vogeltjes zijn nog maar kale, hulpeloze beestjes. en het zijn dan ook nestblijvers. Ze moeten eerst nog flink groeien om net van die mooie veren te ontvangen als hun ouders En dan mogen ze pas het nest uit. Andere vogels of eenden die al heel snel na hun geboorte het nest uit gaan worden ook wel nestvlieders genoemd.
 
Hoewel hij de laatste jaren steeds vaker in de bewoonde wereld en (stads)tuinen te zien is, is het van nature een echte bosbewoner. Een belangrijk deel van zijn voedsel bestaat uit eikels. Hiervan legt hij in het najaar in zijn territorium een omvangrijke voorraad aan: soms verstopt hij meer dan 10.000 eikels. 

De meeste daarvan weet hij maanden later nog terug te vinden. Een deel zal echter ontkiemen. Op deze manier hebben gaaien hele eikenbossen aangeplant met zijn allen. Zo zie je maar dat deze vogel ook meewerkt aan onze mooie natuur.

Uit onderzoek is gebleken dat ze voor 70% aan insecten eten, aangevuld met eieren en jongen van onoplettende zangvogels. In de winter eten ze wel veel eikels, maar ook beukennootjes, granen (mais), fruit en andere eetbare zaken wat ze tegen komen. En ook van vogelpindakaas is deze al een liefhebber van en het liefst die met nootjes er in.  

Hoop dat je de informatie mooi vond over deze mooie vogel. En dank je wel dat je gezellig op bezoek kwam om te lezen en te kijken.

Op mijn andere persoonlijke website vind je ook mooie woorden en nog veel meer. 
Hier nogmaals de link voor jou: 

Klik op de blauwe link en ontdek meer, Klik waar ook de mens, natuur, liefde, natuur weetjes ook daar zijn samen geweven met woord en beeld met muziek, eigen video of een mooie documentaire.

Een aanrader voor jou om hier zeker ook eens een kijkje te nemen.

Tekst © Tine de Jong, 2016

Informatie uit mijn diverse vogelboeken en natuurboeken.

Voor jouw dit mooie filmpje want ze zijn ook erg slim .Zie maar:



vrijdag 26 februari 2016

Scholekster- Haematopus ostralegus

Scholekster- Haematopus ostralegus, catherinetine.blogspot.com

Deze bovenstaande scholekster zien wij steeds vaker op het grasveld verschijnen met een partner. Waarschijnlijk omdat hier meer voedsel is of om te rusten voor zij verder gaan vliegen. Daar ben ik nog steeds niet achter, want elk jaar komen zij hier toch weer terug. Wellicht omdat ze hier misschien geboren zijn?

INFO VOOR JOU:

Scholeksters zijn vrij stevig gebouwde, zwart-witte steltlopers die algemeen in het binnenland kunnen worden aangetroffen. De scholekster is een steltloper en ze kunnen wel 40 jaar worden. Dat las ik in mijn vogelboek. . De scholekster is een zwart-witte steltloper uit de familie der scholeksters. Onder vogelaars heet de vogel ook wel Bonte Piet. Dat vertelde mij eens iemand die vogels aan het spotten was.

Je ziet ze veel langs de grote rivieren en in noord en west Nederland. Scholeksters zijn gehecht aan hun territorium. De grootste aantallen bevinden zich in het Noorden en Westen van het land. 

Op de Veluwe, Zuid-Limburg en Flevoland huisvesten nauwelijks Scholeksters. Maar hier waar ik woon in Zuid-Holland en in de stad, dan wel in een buitenwijk vond ik het vreemd deze mooie broedvogel te mogen ontmoeten.

Elke morgen en middag om dezelfde tijd komen veel vogels hier op het grasveld hun voedsel halen, maar dat deze vogel hier is vond ik vreemd want ik zag ze wel aan de kust. En niet allen hen zijn hier, maar ook veel meeuwen die ook hier eigenlijk niet behoren komen steeds vaker hier en het worden er elke dag meer lijkt het wel. Is het aan de kust zo slecht gesteld dat vogels die eigenlijk bij de zeekust horen hier te vinden zijn? 

Tegenwoordig broeden ze ook vaker op platte kiezel daken in het stedelijk gebied. Waarschijnlijk hebben zij meer overlevingskansen hebben dan op het wad en zijn er hier misschien minder vijanden dan dat ze op de grond een nest maken. 
Scholekster (Haematopus ostralegus)  catherinetine.blogspot.com

Wat mij ook op viel was dat scholeksters vaak dezelfde kant op zitten. Dat zocht ik even op in mijn natuurboeken. En ik vond daar een artikel waar er stond dat ze dan elkaar niet hinderen, wanneer er gevlucht moet worden voor naderend gevaar. Om dezelfde reden wordt ook altijd een onderlinge afstand van ongeveer een meter gehandhaafd. 

De snavel van een scholekster is handig om in het wad naar mossels en kokkels te zoeken en ook om ze te openen en het schelpdiertjes dan eruit te eten. Hun snavels slijten wel erg hard van al dat harde materiaal. Gelukkig groeit hij ook snel weer, ongeveer 0,4mm per dag. 

Als de snavel niet zou slijten dan zou hij doorgroeien en op den duur krom worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij scholeksters die in gevangenschap leven en hun snavel niet goed kunnen gebruiken en dus niet goed kunnen afslijten. 

De snavel van de scholekster slijt op het wad trouwens sneller dan op het land. In de zomer, als hij veel op het wad is, heeft de scholekster een kortere snavel dan in de winter, wanneer hij voedsel zoekt op het land. Daar eten ze meestal wormen of larven.

De scholekster is bekend vanwege zijn verdediging van het nest. Wanneer een roofdier het nest nadert dan zijn ze slim. Want dan doet de scholekster zich voor alsof hij kreupel is om de belagers van het nest weg te lokken. Een roofvogel kan dan denken dat een kreupele vogel een veel lekker hapje is dan een klein kuiken.

Scholeksters zijn daarbij ook bijzonder gehecht aan hun territorium, zo zeer zelfs dat ze de broedplek trouw blijven als deze door veranderde omstandigheden minder gunstig is geworden. De beste broed plekken worden bezet gehouden door reeds succesvolle paren.

Daarbij komt dat scholeksters tot 30 jaar oud kunnen worden. Dat lijkt misschien gunstig, maar daarin schuilt meteen ook een gevaar. Het duurt namelijk jaren voordat de scholekster geslachtsrijp is. Voor een vrouwtje vier jaar en voor een mannetje zelfs zes jaar. 

Meestal zijn scholeksters redelijk lui te noemen als het om nestbouw gaat. Het vrouwtje dumpt soms haar eieren gewoon in de modder, zonder nestbekleding. Dat resulteert in een natte periode vaak tot eieren die vastzitten in de modder. Maken ze wel een nest dan is het niet meer dan een klein kuiltje in de grond. Het nest is ook spaarzaam bekleed met wat schelpjes, steentjes of stro.  

Het eieren leggen begint eind april en de soort is daarmee later dan grutto (half april) en kievit (begin april). Het heeft maar 1 broedsel per jaar met 3-4 eieren. De eieren zijn gemiddeld 57 x 40 mm groot. Broedduur 24-27 dagen, jongen zijn nestvlieders, en vliegen al na 32-35 dagen. 

De kuikens blijven na uitkomst nog 1-3 dagen in het nest. Ze worden in de kuikentijd en zelfs daarna gevoerd door de ouders, met wormen en insecten(larven). 

Na 3 weken beginnen de kuikens zelf met voedsel zoeken. De jongen worden ook lang gevoerd door de ouders. En zeker als ze op een plat dak leven want daar vinden de jongen geen voedsel. 

Bij voldoende voedsel en veiligheid blijven ze vlakbij de nest locatie. Het beste voor scholeksterkuikens zijn kruidenrijke graslanden: (half) lang gras met een open structuur. Het structuurrijke gras geeft veel dekking aan de kuikens. Ze foerageren zowel op kruidenrijk grasland als op percelen met een korte vegetatie.

Maar helaas zijn vele graslanden kaal en niet meer zo geschikt voor hen om er dan te gaan broeden. Wellicht is dit de reden dat ze uit wijken naar stedelijke omgevingen.

Door het heldere zwart-witte verenkleed is de scholekster een goed herkenbare vogel. In de vlucht is de vogel te herkennen aan de witte vleugelstreep en van onderen gezien aan de zwarte eindrand van zowel de vleugels als de staart. In de winter toont de scholekster een witte keelband. De roep van de scholekster is een schel en hard kiep kiep, dat de vogel vooral in de vlucht laat horen.

De toekomst is niet heel rooskleurig voor de scholekster, maar er zijn ook mogelijkheden. In de stad zouden ze baat kunnen hebben bij meer groene daken. Er vallen dan minder hitteslachtoffers. 

Een raster voor de regenpijp voorkomt dat kuikens hier in vallen en een simpele omheining op het platte dak voorkomt dat jonge vogels naar beneden vallen, al of niet door harde wind.

Leuk dat je even op bezoek kwam om te lezen en ik wens je voor elke dag ook mooie momenten maar wel in goede gezondheid. Natuur groetjes ontvang je hierbij.

Artikel en fotografie © Tine de Jong 26-02-2016

De informatie komt uit mijn vele natuurboeken en met waarnemingen van mezelf . 
Titels zijn teveel om te schrijven. geen auteursrechte bedoeld.

Erbij mijn video wat later erbij gezet van een scholekster die ik had gezien en gefilmd in de binnentuin hier. Ze komen niet vaak hier dus ik vond het een mooie waarneming. 

zondag 19 juli 2015

Berkensap gezond en lekker

Berkensap

De berk is een bijzondere veerkrachtige boom
groeit op plaatsen waar menig boom het niet red
Wisten jullie dat het voor de Germanen in hun tijd
ook bomen waren van kracht en voor de wijsheden
Ik heb wat informatie over de berk hieronder gezet:

Gezonde bomen kunnen jou nog veel meer geven
hebt U weleens gehoord van het heerlijk berken sap?
de suikerberk of zilverberk heeft het in hun buiken
Heel gezond voor veel verschillende kwaaltjes in je leven
en men verzamelde het vroeger ook al in urnen en kruiken.

In de heel vroegere tijden was dit drankje ook heel erg gewild
want had je last van erge jeuk dan werd dit door dit sap gestild
Maar alleen in de lente of zomer kun je het gaan aftappen
want daarna is het niet heel erg goed voor jou en de bomen
Zij kunnen ziek worden en heel hun bast zou dan afknappen
als je in de herfst en in de winter aan hun takken of bast komen.

Je kan het sap ook gebruiken om heerlijke siroop te gaan maken
zelfs in vele landen gebruiken zij het ook voor een berkenazijn
Neem alleen het sap wat heerlijk helder is, zoet en niet wit
want het drinken hiervan kan jij dan heel ziek van geraken
omdat er dan slechts veel vergif in dit berkenhars sap zit.

Slechts met een zakmes met kurkentrekker, lege fles, stukje touw
is de eenvoudigste manier dat jij het zoetige sapje ook krijgen zou
Maar vraag wel altijd toestemming als je het eens wilt gaan proberen
zo zie je maar weer, ook van een berkenboom kan je weer veel leren
Berkenbomen zijn echt mooi, maar kunnen ook krachtige bomen zijn
Hieronder geef ik jou nog een recept voor een heerlijke berkenwijn:

Gedicht en tekst en foto © Tine de Jong 2015 Alle rechten voorbehouden

Gebruik van mijn geschreven woorden is niet 
toegestaan zonder mijn toestemming
 © Tine de Jong maar delen mag via de originele link.

https://catherinetine.blogspot.com/2015/07/berkensap.html

In het zuiverende en versterkende sap zagen onze voorvaderen een bron van eeuwige jeugd. Het proberen waard? Het recept gaat zo: Maak een wigvormige insnijding in de stam van een flinke berk. Vang het vocht op in een blikje. Maak per stam maar één snede en gebruik die maar drie weken lang. Na gebruik de snede afdekken met een wond-afdekmiddel (verkrijgbaar bij het tuincentrum). 

Dit sap kunt u puur drinken, want het is lekker zoet, maar u kunt er ook wijn van maken op de volgende manier. Zet een pot met sap in een warme kamer en dek deze af met een doekje. Het sap gaat gisten en de suiker wordt in alcohol omgezet. Na zes weken is er een heerlijke zoete wijn ontstaan. 

Als extra geef ik jou een mooie song van Pesnjary met het lied Birch Sap met Engelse ondertitels naar het lied van Michaël Matoesovski dat in de jaren '70-'80 een ware hit werd.


2e Hoe jij het berken-sap kan tappen: 

Bekijk deze films via YT en druk op het tandwiel onder filmpje

dan kan je het in jouw taal zien(ondertiteling YT)


vrijdag 3 juli 2015

De schijnaardbei (die menig mens fopt) Potentilla indica

De schijnaardbei (die menig mens fopt) Potentilla indica,catherinetine.blogspot.com

HEBBEN JULLIE DEZE WELEENS ONTMOET??
Ik al heel veel hoor. Ik zet hieronder wat weetjes voor jou wat je vast niet weet.

Want vele mensen en ook mij is dit eens overkomen dat ik geen bosaardbeitjes, maar 'schijnaardbeien' had. Op het eerste gezicht, en voor een leek, zijn er inderdaad heel wat gelijkenissen tussen de Potentilla indica (beter bekend onder zijn oude naam ( Duchesnea indica) en de bosaardbeien. Nu weet ik wel beter hoor. En als jullie mijn schrijven heeft gelezen weten jullie ook het een en ander van deze aardbei.

Bovenstaande foto 1 is dus zo een Schijnaardbei. 

De Schijnaardbei is een plant van 5 tot 15 cm hoog, en zij groeien op vochtige, voedselrijke beschaduwde plaatsen in plantsoenen, loofbossen, tussen stoeptegels en in tuinen. Ze bloeit vanaf mei tot en met oktober met 5-talige gele bloemen. Na de bloei groeien de 3 tot 5 tandige bij kelk bladen door en verschijnt er een op een aardbei lijkende rode ronde schijnvrucht. 

Zij behoren tot de rozenfamilie (Rosaceae) Alle bladeren bestaan uit drie ovale deelblaadjes, die aan de onderkant wat zilverachtig behaard zijn op de nerven. De liggende stengels zijn behaard en je ziet ook als je goed zal kijken wortelen op de knopen.

De Schijnaardbei is als sierplant uit Zuidoost-Azië geïmporteerd, kwam 50 jaar geleden nog nauwelijks in het wild voor in Nederland. Inmiddels is hij vrij algemeen, en soms een doorn in het oog van de mensen die van bosaardbeien houden, want zij worden regelmatig met elkaar verward. Toch zijn er best duidelijke verschillen. Let maar eens op:

Een bosaardbei heeft bij aanvang witte bloemen en bij de schijnaardbei zijn ze geel. Aan de vruchtjes kan je het ook zien. De bosaardbei heeft hangende vruchtjes, en de schijnaardbei weer staande. 

Het blad van de schijnaardbei is ook meer donkerder groen dan dat van de bosaardbei. Verder is de bosaardbei wel heerlijk om te eten, terwijl de schijnaardbei- Potentilla indica maar de vruchtjes zijn wat scherper van smaak en ook zijn er veel meer harde zaad-pitjes in het vruchtvlees. 

Daarbij zijn ze ook wat droger dan hun andere familieleden. Bovendien zijn ze zo klein, dat de smaak wat minder aanwezig lijkt. Mocht jij trouwens eens  bosaardbeien tegen komen dan kan je ook wel de blaadjes eens gaan plukken. Want van deze kan je een thee maken als je dit eens wilt gaan proberen. Men zegt dat het een bloed reinigde werking heeft en daarbij bevat het ook vitamine C. 

De makkelijkste manier is gewoon om ze gewoon te gaan proeven en dan zal je merken dat ze vies smaken maar ze zijn niet giftig. De bosaardbei groeit in bijna heel Nederland en België, vooral in bosgebieden, meestal op een ietwat vochtige zandgrond in gefilterd zonlicht. 

Vele vogels kunnen ook het zaad verspreiden waardoor het voor kan komen dat je deze ook elders opeens ziet staan. 

De plant heeft kleine witte bloemen. De gedeelde drievoudige bladeren zijn glanzend en hebben een gezaagde rand. De vruchten zijn eigenlijk schijnvruchten en verspreiden daarbij ook een wat zoetige geur. Ze zijn wel eetbaar zegt men, maar zijn wat kleiner dan die van onze cultuur aardbei die wij kennen. Zelf vind ik dus deze echt niet lekker.

Zie foto onder van de Bosaardbei -Fragaria vesca) :

De schijnaardbei (die menig mens fopt) Potentilla indica, catherinetine.blogspot.com

De bosaardbei (Fragaria vesca) is de wilde tegenhanger van de cultuur-aardbei. Maar waar de cultuur-aardbei een kruising is tussen soorten, is de bosaardbei echt een aparte soort. Deze bosaardbei wordt ook wel de kleine Bosaardbei genoemd, ter onderscheid van de Grote bosaardbei, Fragaria moschata.  

Voor jou een mooie foto van deze mooie aardbei. De bosaardbei heeft het bekende aardbeibloempje met een geel hartje en vijf witte kroonblaadjes. De bloempjes van de schijnaardbei zijn volledig geel, en die bloempjes lijken veel meer op de verwante soorten zoals bijvoorbeeld zilverschoon (Potentilla anserina).

De schijnaardbei (die menig mens fopt) Potentilla indica, catherinetine.blogspot.com

Het duidelijkste verschil aan de vruchten zijn vooral de kroontjes. Waar het kroontje bij de bosaardbei gevormd wordt door vijf kleine puntige kelkblaadjes, heeft de schijnaardbei daaronder nog een extra laag met veel grotere, handvormige kelkbladeren.

De schijnaardbei heeft ook rode vruchtjes, die wat op aardbeitjes lijken, maar hier tonen de kelkblaadjes het verschil. Het kroontje van de bosaardbei is een typisch aardbeienkroontje, dat vijf kelkslippen en vijf bijkelkslippen heeft. (een klein sterretje dus met tien smalle punten). 

Bij de schijnaardbei heb je ook vijf wat kleinere kelkblaadjes, maar de blaadjes van de bijkelk zijn veel breder en spreiden zich in een vlak uit, waardoor het rode vruchtje als het ware op een presenteerblaadje aan jou wordt aangeboden.

Nu heb je vast heel veel informatie ontvangen en weet je nu ook hoe je het verschil kan zien.

Bedankt voor je bezoek en wees ook van harte welkom op mijn andere  website:
Gedichten en Verhalen uit het leven 

waar ook heel veel weetjes en informatieve woorden staan. en ook daar in woord en beeld met soms ook een boodschap in de regels voor jou verborgen. Maar als je goed leest dan zal zij deze vast ontdekken. 

Ook daar vind je veel over de natuur met een ander leven er dus in verweven. 
Ik wens je daar en hier nog heel veel kijk en luisterplezier. Zoek je iets typ dan een woord in zoekhoek of probeer de labels onder dit schrijven eens uit en zie waar je dan op stuit.

Tekst en inclusief foto's geschreven door © Tine de Jong 2015

Informatie bronnen uit mijn diverse natuurboeken en van het internet. En daar wat uitgehaald en samengevoegd om dit blog te schrijven en te delen met jou.

Een leerzame video erbij Hoe je wilde aardbeien kunt onderscheiden van schijnaardbeien. 

De andere waren van YT afgehaald merkte ik en zag deze video staan. Er zijn tekeningen in verwerkt hoe jij ook het verschil kan zien. Druk op vierkant (via YT kijken dan) voor de ondertiteling en dan op radar er naast om dan je taal op te zoeken.