Ditmaal post ik eens wat insecten fotografie met wat weetjes erbij. Insecten zijn er in het groot en in het klein. En insecten kunnen daarbij ook heel mooi zijn.
Zoals deze Witvlakvlinder-Orgyia antiqua die aan buitenmuur van balkon lag te slapen. Net op het randje zag ik zijn kop. Wordt soms verward met de Tauvlinder maar die heeft blauwachtige vierkantjes op de stip. Hij zat wat onder de rand dus niet geheel zichtbaar.
Deze vlinder is een vlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae) en niet een nachtvlinder wat vele weleens denken. Ze behoren wel bij de nachtvlinders familie. Daar zijn nog steeds tegenstrijdige gedachten erover.
Het mannetje heeft roodbruine vleugels met een opvallende witte stip (zoals de foto laat zien) in de binnenrandhoek en kan ook witte en oranjebruine vlekken in de vleugelpunt hebben. Over de rups had ik al eens een artikel aan gewijd en dat kan je hier lezen.Klik op de rode letters.
Dan heb ik nog een hele mooie en dat is de Gewone kielwants (wetenschappelijke naam: Elasmucha grisea), ook wel bekend als de 'Parent bug'. Ook wel ouderwants genoemd en dit is afgeleid van het ongebruikelijke broedgedrag van de vrouwtjes, die hun eieren en jonge nimfen bewaken. De wantsen leven van het plantensap uit bladeren en de zaden. Maar is niet schadelijk voor de boom.
Net als andere wantsen schrijft men veel dat ze stinken maar ik heb dit nog nooit geroken. Zelfs niet toen ik ze eens op de hand had zo als deze.
De stinkklieren hebben ze nooit bij gebruikt. Dat doet die alleen als deze zich bedreigd voelen en dat voelde deze zich niet. Want wie lief is voor insecten of dieren zijn ze dat ook voor jou.
Dan is deze mooie kleine motvlinder aan de beurt die je hier beneden ziet. Spanwijdte is zo een 10 tot 15 mm. En dat is het Brandnetelmotje (Anthophila fabriciana)
Het heeft gemarmerde, bruin-grijze vleugels met witte markeringen. De larven van de mot voeden zich met brandnetels (Urtica dioica)
De insectenwereld is heel uitgebreid en vele heb ik al eens geplaats hier op de natuurwebsite en ook staan er enige op mijn andere site van Gedichten en Verhalen uit het leven.
Wat ik nu erbij zet wil je niet op planten ontvangen. Maar ik vond mijn foto zo mooi dat ik deze toch erbij zet. En dat zijn dus de bladluizen(Aphidoidea) en je ziet ook mier erop.
Deze eet ze niet op hoor. Maar wat ze wel doen dat kan je lezen in dit artikel wat ik eens schreef over de mieren. Wellicht heb je dit niet gezien en gelezen.
Soms komen er ook eens onverwachts insecten op mijn pad. En bij het opruimen van het balkon en ik even een tuinstoel openklapte om deze schoon te maken ,zag ik deze nachtvlinder en ik twijfelde eerst wel een beetje welke het zal wezen.
Maar dacht dat het wel de huismoeder - Noctua pronuba moest zijn die ik even had gezien, want dat zei zijn achterkant. Ik had het aan een vriend gevraagd die veel van insecten weet en deze bevestigde het ook. Deze behoort tot de familie uilen(Noctuidae) En is ook een nachtvlinder die zowel dag als in nacht soms actief is.
Want het had kleine zwarte kleine smalle strepen aan achterkant vleugels. En wat lichtbruine hartjes er boven wat mij ook opviel. Deze was ook zo een 4 a 5 cm groot en roodbruin. Ik zet hier pas de foto want boven in ontvang je hem of haar veel te klein en ik wil toch wel even graag deze mooie vlinder aan je laten zien.
Want vond het toch wel een mooie onverwachte ontmoeting. Wellicht heb deze ook eitjes gelegd in 1 van mijn plantenbakken op balkon en zie ik de rupsen later. De verpopping vindt plaats in een holte in de grond. Je weet maar nooit wat de onverwachtheden van het natuur en insectenleven mij zal geven.
Er zijn dacht ik zo een negenhonderd grotere nachtvlinders in Nederland en deze is ook wel een algemeen voorkomend soort die dan te zien is van april tot en met september.Dus deze was waarschijnlijk nog met zijn winterslaap bezig en ik verstoorde dit helaas. Maar ja wie verwacht er nu dat deze nachtvlinder in mijn opgeklapte stoel sliep ook al lag het stoeldekje er ook nog in. En daar zat deze tegenaan als een warm dekentje voor haar.
Helaas maar 1 foto hierbij want toen ik er meer wilde nemen werd hij wakker, zat even op balkon en vloog toen weg. Kon deze nog snel fotograferen toen ik mijn camera haalde. Helaas niet meer terug gekomen maar wellicht elders weer een mooie slaapplek gevonden. Want het is de tijd nog niet vermoed ik om voor deze vlinder om al wakker te worden.
Hij of zij behoort tot de familie van de uilenvlinders (Noctuidae) en wordt ook wel eens een hooivlinder genoemd. De vlinder heeft één generatie per jaar. De vleugels waren niet licht van kleur dus het kan wellicht toch een mannetje wezen. Vrouwtjes hebben namelijk een lichtere kleur. De onder vleugels heb ik helaas niet kunnen zien maar die zouden geel wezen.
Ze kunnen zowel op de dag als nacht actief wezen. Huismoeders vliegen 's avonds vaak op het licht af en ik heb van die klein zonlampjes op mijn balkon dus daar kwam deze waarschijnlijk op af.
De huismoeder heeft voor een vlinder ook wel een bijzondere naam. Die naam gaat intussen al eeuwen terug. En deze onderstaande informatie vond ik op het internet toen ik op zoek ging naar de naam. Kon er niet zoveel over vinden in mijn natuurboeken.
Maar waarom deze nu ook hooivlinder wordt genoemd daar ben ik nog niet achter maar zodra ik dit wel weet plaats ik dit later hierbij. Wellicht heeft dit te maken dat ze eitjes liggen in de maand Juli want deze wordt altijd zo genoemd.
Noctua verwijst naar de nachtelijke levenswijze en ‘Pronuba’ betekent ‘bruidsmeisje’. Om een niet geheel bekende reden had Linnaeus -1928 ook de gewoonte om nachtvlinders met felgekleurde achter-vleugels met vrouwelijke termen te benoemen. Tja zo zie je maar weer dat het verleden ons ook nog steeds wat kan leren.
De wereld van insecten is echt wonderlijk te noemen want er zijn vele soorten. En onlangs mocht ik ook hele mooie zien en fotograferen. En dat was de Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella) wat ik waarneem daar schrijf ik dan erover. Vele insecten staan al benoemd op deze natuur website van mij.
En ik mocht ditmaal ook eens de Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella) daar ontmoeten. Dat was mijn eerste keer dat ik deze zag. Die lange sprieten vielen mij op. de foto hieronder is een mannetje.
De naam langspriet is overigens ook alleen van toepassing op de mannetjes.
Het vrouwtje heeft niet van die lange sprieten slechts de lengte van haar lichaam. Ze hebben wel die die gele band. Dat kan je hier zien op de deze foto.
En wellicht heb jij deze nog nooit ontmoet, dan geef ik jou wat informatie erbij:
Een mot is een insect dat ook nauw verbonden is met de vlinder, beide van de orde Lepidoptera. Motten vormen de meerderheid van deze volgorde.
Alleen door de verandering van klimaat zie je hen wel steeds minder.
De geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella)- Vrouwtje
De geelbandlangsprietmot is een mooi klein motje. Hun kleur en tekening zijn werkelijk bijzonder fraai. De larve leeft van rottend blad op de bodem. Deze heb ik nog niet ontmoet of wellicht wel een keer en dat ik niet wist deze te koppelen aan deze mot.
Een volwassen langsprietmot heeft de adderwortel, gewone margriet en de brandnetel als voedselplant. Daar kwam ik de ook tegen en soms rusten ze er ook eronder.
De spanwijdte van de vlinder bedraagt tussen de 16 en 23 millimeter. De mannetjes hebben voelsprieten van wel vijfmaal hun lichaamslengte terwijl de vrouwtjes veel kortere sprieten hebben.
De geelbandlangsprietmot is in Nederland vrij algemeen, vooral in bosgebieden en op zandgronden. De larven heb ik nog nooit ontmoet. Hoewel het een nachtvlinder is vliegt deze wel overdag. Was dan ook blij eens kennis te maken met dit bijzondere insect.
Het is een dag actieve nachtvlinder uit de familie Adelidae langsprietmotten. Familie zijn ze van vlinders welke bij de kleine vlinders of motten behoren. Er komen in Nederland nog ongeveer 15 soorten voor. Wellicht ook door het veranderen van het klimaaat.
Waar dienen de lange sprieten voor?
Dat was een vraag die ik mijzelf stelde en dook thuis wat insecten boeken waar het kleine insectenleven besproken wordt in daar stond dit in.
De sprieten / antennes van de mannelijke geelbandlangsprietmot zijn belangrijk voor het opsporen van vrouwtjes, omdat deze geurstoffen afgeven voor communicatie.
De antennes van de vrouwtjes geven feromonen af. En ze hebben vele doelen. Want dat zijn chemische signalen die insecten gebruiken om te communiceren met soortgenoten, en ze dienen voor verschillende doelen zoals het vinden van een partner, het vinden van voedsel, het waarschuwen voor gevaar, en het sturen van sociale interacties binnen een kolonie.
Deze stoffen worden buiten het lichaam uitgescheiden en worden herkend door andere insecten van dezelfde soort, waardoor ze gedrag kunnen beïnvloeden en samenwerking of voortplanting kunnen sturen. Zo leerde ik dus ook weer wat bij.
De mannetjes komen op deze geurstoffen af en gebruiken hun extreem lange antennes om dan de vrouwtjes te lokaliseren. De mannetjes verzamelen zich dan in zwermen en voeren een baltsritueel uit, waarbij ze de geur van het vrouwtje volgen om te paren.
De mannetjes maken dan ook baltsvluchten rondom het vrouwtje welke op de uiteinde van takken zitten te wachten op de paring. En zo proberen ze het voortbestaan te doen en laten we hopen dat het ze lukt. Want we zien ze steeds minder en dat is wel jammer toch?
Ook zij en hun larven hebben hun vijanden die ze ook als voedsel zien.
Vandaag ontmoette ik veel rupsen in een spinsel tussen vele bladeren in het park. ik heb er al verschillende ontdekt op andere plekken waar ik onlangs ook had gewandeld. Dit spinsel is afkomstig van de larve (rups) van de spinselmot. De spinselmot, ook wel stippelmot genoemd,(Yponomeutidae) is een kleine nachtvlinder. Vanaf juli tot eind augustus zijn ze waarneembaar.
Het worden straks kleine witte mot vlindertjes met zwarte stippen. De eieren overwinteren en in april komen de rupsjes uit. Deze beginnen onmiddellijk aan waarvoor ze worden geboren: eten, of beter gezegd vreten, want dat kunnen ze inderdaad hoor.
Tegen eind mei - begin juni zijn de aangetaste waardplanten volledig kaalgevreten en bedekt met een dicht, wit zijdespinsel. De spinselmot zelf is op zich het probleem niet. Het zijn de rupsen die de vele aantasting veroorzaken.
Deze rupsen van dit vlindertje beschermen zich tegen vogels en sluipwespen door zich tussen gesponnen draden te verstoppen. De rupsen zijn in de spinsels goed beschermd tegen eventuele vijanden, zoals de spreeuw, andere vogels.
Maar er zijn ook wel sluipwespen die hun eieren op de rupsen leggen en die kunnen door de spinsels de rupsen soms wel moeilijk bereiken. De eitjes van de sluipwesp worden in de larven of poppen gelegd en de larven van de sluipwesp eten hun gastheer van binnenuit op.
Al dat rag ziet er naargeestig uit. Zie foto links onder. Toch kun je de rupsen gewoon hun gang laten gaan. Vóór eind juni verpoppen ze zich en loopt de struik weer snel uit met vers groen blad. Waar je hen ook veel kan aantreffen is in de appelbomen in boomgaarden.
Maar ze hebben soms de gekste plekken uitgezocht want ik had al gelezen dat ze zelfs eens een fiets of een hele auto kunnen inpakken. De rups in je plant hebben is wel pure pech. Het kan soms ook zo wezen dat ze twee jaar dezelfde plant kiezen, maar het kan ook zestig jaar duren voor ze weer een keer in dezelfde plant zitten. Er is in deze maand al vele waarnemingen gezien van hele grote webben van dit spinsel.
De volwassen stippelmot legt groepen van 20 tot wel 50 eitjes daksgewijs (zie bovenstaande foto) op de takken van bomen of struiken. De uitkomende larven bevrijden zich in eerste instantie niet uit het ei, maar doorboren op een punt de schaal. De larven die uitkomen beschutten zich gedurende de winter met de schaal waaruit ze kwamen maar ook in het spinsel.
De eieren worden in hoopjes afgezet in schorsspleten van de voedselplanten die boven aan het menu van hun rupsen staan. Het gedrag van deze rups blijft voornamelijk binnen de nesten of hangt er aan lange draden onder. Dat had ik ook al bij vele struiken en bomen ontmoet. Zie foto beneden waar je ook het verpoppingsproces kan zien.
Het verpoppingsproces gebeurt gemeenschappelijk in een zwaar spinselnest tegen de stam, tussen de takken of aan de voet van de aangetaste boom of struik. De overgang van rups naar vlinder zal ongeveer 4 tot 6 weken duren. Menige rups zal het ook niet overleven want het is voor de vogels een ware vitamine bron. En vele verdwijnen dan ook in de snavel van hen als zij de kans krijgen hen heerlijk te verorberen
Enkele weken later verschijnen de vlinders om weldra weer aan de gehele cyclus te beginnen. Er is maar één generatie per jaar. De stammen van de waardplanten worden onherkenbaar. Honderden lichte vlinders zitten naast elkaar op de schors om eieren af te zetten waarna de kringloop opnieuw van start kan gaan. Over de gehele wereld komen spinselmotten voor en in het voorjaar kan jij deze spinsels dus ook ontmoeten.
Soms kan deze aantasting zo heftig zijn dat de struik of boom in het voorjaar niet eens meer uitloopt maar verandert in een soort magisch spookachtig gedrocht volledig ingebonden met een zilvergrijs spinselweb. Deze heb jij vast ook wel eens ontmoet in je tuin of elders. Je krijgt het idee dat er iets zeer ernstigs aan de hand is en de plant dood zal gaan. Toch valt het mee al zijn de meningen hierover wel verdeeld. Maar een gezonde boom zal niet sterven ten gevolge van de kaal-vraat. En zal later weer echt gewoon mooie jonge blaadjes ontvangen.
Nog even wat info voor jou over de rups: Rupsen hebben zes kleine enkelvoudige oogjes, ocelli genoemd, die op de onderste helft van hun kop zitten, waarmee ze echter niet goed kunnen zien. Het zoeken naar voedsel doen ze met hun korte voelsprieten. Rupsen ademen niet door hun mond, maar door buisjes (tracheeën) met op elk segment aan weerszijden een opening (stigma). De buisjes vormen in het lichaam een netwerk van luchtkanaaltjes.
Bestrijding van de spinselmot
De spinselmot is niet gevaarlijk voor de gezondheid. Je zal er geen uitslag van krijgen zoals bij de eikenprocessierups. Het is dus aan te raden om niet direct naar giftige middelen te grijpen. Deze kunnen schadelijk zijn voor andere dieren als je ze gaat gebruiken. Een veilige oplossing is koud water te gebruiken met een zeep oplossing op citroenbasis. Niet schadelijk voor het milieu of voor menig ander dieren.
De kenmerken zijn dat deze kleine nachtvlinders een spanwijdte hebben van ongeveer twee centimeter. Zij hebben witte voorvleugels die bezaaid zijn met talrijke zwarte stippen. De achter vleugels zijn grijsbruin. De vleugelranden hebben lange franjes.
De rups van de spinselmot heeft een lichtgele grondkleur met zwarte stippen en een zwarte kop. Ze zijn één centimeter groot of meer. Een foto kan ik je niet geven want ik heb deze nog niet ontmoet. Wellicht zie ik deze eens en zal dan de foto hierbij zetten.
Voor jou een filmpje die ik heb gemaakt van deze rupsen die al heel wat hebben gegeten:
Bedankt voor je bezoek. En hoop je nog eens vaker op de website mogen te ontmoeten.
Tot een volgend maal met een ander mooi natuur verhaal voor jou.