zondag 26 april 2020

Hondsdraf - Glechoma hederacea met weetjes

Hondsdraf - Glechoma hederacea met weetjes

In de natuur kan je veel kruiden tegenkomen die je kan gebruiken in gerechten of men kan er eens thee van maken. Als men de natuur eens haar gang laat gaan kan je ook veel meer kruiden in veld of bermen vinden en eten uit de natuur kan ook heel voedzaam zijn mits je hen goed wast of schoonmaakt en ook goed zal bereiden. Maar helaas- de onrustzaaier van de natuur- zoals ik de grasmaaier noemt geeft hen soms niet eens de kans om te groeien ook al maaien ze bermen nu wat later. 

Maar ook in bos kan je vele kruiden vinden en ditmaal was het wat Hondsdraf - Glechoma hederacea waar ik wat van mee naar huis nam. Want je kan er heel veel mee waar ik later meer over zal schrijven al vermoed ik dat jij dit ook vast wel zal weten voor wie ook graag kruiden uit de natuur plukt en ze dan gebruiken voor menige doeleind. De natuur geeft ons dit gratis en voor niets. Eerst zal ik wat meer over dit plantje schrijven want dat is wellicht ook wel leerzaam en zo leer jij vast ook om deze plant wat beter te leren kennen. Men noemt deze ook wel eens- kruip door de tuin- omdat deze graag kruipt op de bodem als je deze met de uitlopers zijn gang laat gaan.

Je herkent hondsdraf in maart tot juni aan de kleine blauwpaarse bloemen en ook het blad is dan min of meer paars. In de zomer is het blad mooi groen. De hoofdbloei valt in april, maar het kruid kan wel doorbloeien tot in september. Bloemen van hondsdraf staan gesteeld met 2-3 in een naar één zijde gekeerde schijnkrans in de oksels van de bladparen. 

Hondsdraf heeft twee bloeivormen: bloemen met uitsluitend een stamper en bloemen met stamper en meeldraden. De bloemen zijn tweezijdig symmetrisch en duidelijk van het lipbloem-type, met een boven- en een benedenlip. De kelkbladen zijn daarbij ook bezet met haartjes en vormen samen weer een kokertje en dit is tevens ter bescherming, zodat de vier nootjes die op de bloembodem rijpen dan vast blijven zitten.

De bladeren staan tegenover elkaar aan de vierkante stengels en zijn niervormig met een hartvormige voet. De randen zijn gekarteld en licht behaard. De plant heeft een sterke, kruidige geur. En dat kan je ook uittesten als je het blad kneuzen zal dan ruik je vast een pepermuntachtige geur ruiken. En ook dit blad werkt zeer verkoelend als jij je eens hebt geprikt aan een brandnetel. En dat gebeurd mij best soms veel als ik een klein insect op de foto wilt zetten en daarom neem ik ook altijd wat van dit kruid mee bij een wandeling als ik het ziet staan. Het is niet dus alleen de weegbree die ook heel goed helpt tegen brandnetel jeuk.

Hondsdraf vind je vaak in de buurt van brandnetels net als de weegbree. Moeder natuur heeft hierover best goed nagedacht voordat ze de brandnetel en hondsdraf samen lieten opgroeien. Deze drie stimuleren ook elkaar om te groeien. Het is nu eenmaal zo dat vele insecten de brandnetel ook hebben gekozen als de waardplant en ja dan kan het gebeuren dat het blad je huid aanraakt om zo zijn aanval aan jou zal geven als jij te dichtbij komt. Dus pluk altijd deze kruiden en je bent zo van de jeuk af.

Hondsdraf - Glechoma hederacea met weetjes

Wat ook zo typisch is voor de hondsdraf is zijn de spreidende groeiwijze, de plant kruipt eerst over de bodem en wortelt dan vanuit de knopen wat ondiep in de bodem. Op die manier wordt het licht optimaal opgevangen door het plantje. De blaadjes, die sterk geuren bij aanraking, zijn tegenover elkaar staand en rondachtig, en ook wat niervormig met gekartelde bladranden. De bovenkant is glanzend donkergroen, de onderkant is dofgroen tot soms mat roodachtig. Bij niet te veel zonlicht is deze wel op zijn mooist.

Dit kruidachtige plantje heeft zoals ik al eerder schreef verschillende leefgebieden zoals in bossen, bosranden, akkers, omgewerkte grond, bermen, oude muren -waar ze ook graag tegen klimmen - en ook in plantsoenen als de grond maar voedzaam is. Hondsdraf groeit namelijk heel graag op wat vochtige grond maar houdt daarbij ook wel van wat schaduw. De toppen van de bloeiende takken gaan na de bloeitijd vaak liggen en gaan later opnieuw wortelen en groeien dan zo weer verder. De bladen aan de kruipende stengel blijven ook in de winter leven. Een ideale bodembedekker dus en soms ook een schuilplaats voor andere insecten die ondergronds leven of zich willen verschuilen tussen de bladeren. Een vaste bezoeker is ook de

Elke knoop is verankerd door een bundel wortels. De lengte van zo'n snoer kan meer dan een meter wezen met de uitlopers naar alle kanten. De kleur en vorm van de bloemen en de vorm van het blad gaf mij ook wel een oogstrelend geheel, vooral als ze van die grote plakkaten vormen. En de minuscule kleine violetblauwe lipbloempjes trekken daarbij ook vele insecten aan zoals vlinders, bijen, wilde bijen en hommels en wat dus ook weer goed is voor onze natuur.

De wetenschappelijke naam geven aanwijzingen voor een aantal eigenschappen: Glechoma komt overeen met het Griekse glechon, een geslacht van bloeiende planten met een verwijzing naar de pepermuntachtige geur die vrijkomt bij het kneuzen van het blad. Probeer het maar eens en dan zal je de geur kunnen ruiken. Hederacea komt van het Griekse hedera, klimopachtig. Dit omdat de bladeren lijken op die van de klimop en ook het groeigedrag (kruipen en klimmen) aan de klimop doet denken. Het draf-gedeelte van de Nederlandse naam is verwant aan ‘reve’ en betekent rank. Dit vanwege de lange uitlopers over de grond. En ze groeien overal en zelfs in deze oude boomstronk.

Hondsdraf - Glechoma hederacea met weetjes

Dit plantje komt vaak in 2 verschillende vormen voor, de ene bezit volkomen 2-slachtige bloemen met grotere bloemkronen en de tweede soort heeft meestal kleinere bloemkronen en onontwikkelde meeldraden. Maar met goed ontwikkelde stijlen en deze bloemen zijn ook vrouwelijk. In menig tuincentra kan je dit plantje kopen mocht jij het ook eens in je tuin zal willen hebben. Die je vast ook wel kent is de Hondsdraf- Glechoma hederacea 'Variegata'. Dat is ook een mooi soort die als bodembedekking goed zijn werk zal doen. Dit soort is bijzonder geschikt voor verwildering en ook als onder beplanting. Het blad is witbont en de bloeikleur is ook mooi violet; de plant bloeit al vrij vroeg (april) en is daarom wellicht ook wel een mooie bodembedekking en verrijking voor in jouw tuin. Zie dit plantje dus aan voor onkruid als jij het eens zal zien want dan is dit door verstuiving wellicht bij jou in de tuin terecht gekomen.

Hondsdraf is ook een geneeskrachtig kruid en de werking is zowel in- als uitwendig zuiverend, verkoelend en rustgevend. vocht-afdrijvend en daarbij ook nog eens wond helend. Het verse kruid geeft door haar bittere stof ook daarbij een betere eetlust mocht je dit niet hebben. De plant kan vers of gedroogd, worden gebruikt.
Drogen kan je snel in de zon, of in een goed geluchte ruimte. Het smaakt lekker in o.a. salades en de geur is ook heerlijk. Jonge hondsdraf blaadjes kun je ook als spinazie eten. Maar hondsdraf moet je echter niet teveel van eten. Enkele blaadjes zijn heel gezond maar meer dan 50 gram wordt wel erg afgeraden aangezien je dan teveel toxische stoffen binnen krijgt die de gezondheid schaden. Het bevat namelijk ook veel looizuur en salpeterzure kali.

Je kunt ook thee maken van het blad, dan droog je eerst het kruid. Vervolgens kun je dan van een eetlepel gedroogde hondsdraf een kopje thee zetten. Het helpt goed tegen hoest en bronchitis en voor andere luchtweg klachten. Wie ook eens de hondsdraf wilt gaan gebruiken om er thee van te zetten doet er goed aan om de blaadjes dan in de lente te plukken. Zoals bij veel kruiden zitten er in het voorjaar meer werkzame stoffen in. Vooral de jonge blaadjes zijn gezond. Kruiden zijn in het voorjaar over het algemeen sterker van werking, wat goed uitkomt voor de mensen aangezien je dan ook wat kan aansterken van een winter waarin weinig verse kruiden te vinden waren. Zo wordt mede de voorjaarsvermoeidheid ook wat verdreven. En er dan een scheutje verse honing bij doen is helemaal lekker bij de thee.

En heb je eens mee-eters op je huid dan kan je ook een hondsdraf-kompres maken. Met ongeveer 15-25 gram gedroogd kruid hoef je het slechts 3 minuten te laten trekken in warm water. en dan op de huid leggen waar jij ze hebt.

En zo lees je wel weer dat ook dit plantje vele mogelijkheden bezit net als dat je veel kruiden gewoon in de natuur kan vinden of eens bloemen, paddenstoelen die heerlijk zijn te gebruiken in een gerecht. In de natuur kan je echt heel veel gratis vinden en het is soms ook wel de apotheek en/of kruidenwinkel te noemen van moeder natuur. Het hele jaar valt er wel iets voor het eten en drinken uit de natuur te halen. 

En het is gratis en ook heel gezond, en op deze website vind je nog veel meer kruiden die je kan gebruiken voor verschillende doeleinden. Probeer de labels maar eens uit en zie dan waar jij op stuit.

Dank je wel voor je bezoek en het lezen van dit wellicht ook wel informatieve schrijven.
Op deze website kan je veel leren en lezen met mooie weetjes en feiten uit de natuur.
Wees dus altijd welkom om meer te lezen wat ik ook met jou graag wilt delen. 

En deze link brengt je naar mijn persoonlijke website- Gedichten en verhalen uit leven en dat brengt jou naar een schrijven die jij vast ook wel interessant zal vinden want ook daar staat een recept erbij voor jou met meer mooie weetjes wat je wellicht niet wist: 
japanse-sierkwee-dwergkwee-chaenomeles

Fotografie © Tine de Jong-2020

Bedankt voor je bezoek, natuur groetjes van mij.

donderdag 23 april 2020

Klein hoefblad - Tussilago farfara

Klein hoefblad - Tussilago farfara  , catherinetine.blogspot.com

De natuur heeft ons veel te bieden en vele kruiden kan je er ook in vinden. Zo ook deze wilde bloem - Klein hoefblad- Tussilago farfara-die vaak worden aangezien voor een paardenbloem. Maar het is het Kleine hoefblad - Tussilago farfara en wordt ongeveer 30 centimeter hoog en heeft ook gele bloemen. En deze behoort ook tot de composietenfamilie.

Je kan deze al heel vroeg in het voorjaar in maart en april tegenkomen. Maar als het in februari al mooi weer is dan zijn het de eerste bloemen die je kan zien. Het groeit als een groep in bermen maar ook op hellingen en soms zie je hen ook in het gras iets nabij de waterkant.  

Zoals ik -Tine- deze onlangs tegenkwam in het nationale park -de Biesbosch net voorbij het bezoekerscentrum aan de waterkant. Het klein hoefblad is een composiet en tevens een naaktbloeier want als de bloem is uitgebloeid komen pas de bladeren die wat op een paardenhoef lijken. Vandaar waarschijnlijk dus ook de naam die men gaf van het kleine hoefblad. Wat ook wel een leuk weetje zal zijn is dat de bloemen zich pas openen in de volle zon en dat de bloemen weer gaan sluiten als het regent.

De bloemen verschijnen altijd voor de bladeren en de bloeistengels dragen maar één bloemhoofdje. Het gele, eerst opgerichte, maar later een knikkende hoofdje en is 2-3 cm. De bloemen hebben buisbloemen en zeer smalle vrouwelijke lintbloemen. De vrouwelijke bloemen hebben een onderstandig vruchtbeginsel met stijl en twee stempels. De omwindsel bladen staan in één rij. Verder heeft deze plant vingerdikke, geschubde en een kruipende wortelstok met lange ondergrondse uitlopers tot meer dan 1 meter. Uit de wortelstokken komen een aantal bloemstelen te voorschijn met schubben. De viltige gegroefde bloemsteel of stengel ziet er bijzonder uit. De groene stengel is bezet met half stengel omvattende schubben. Groen tot rood, spits met toelopende schubben.

De benaming 'klein' is ook het verschil met het groot hoefblad. Want deze bladeren zijn ook veel groter. Hier heb ik al eens over geschreven en dat kan je hier lezen als je op de link drukt of klikt, mocht je het nog niet hebben ontmoet: Groot hoefblad-petasites

De botanische naam Tussilago is afgeleid van 'tussis' wat hoesten betekent en 'agere' betekent verdrijven. Het verdrijft dus de hoest waar het kruid ook vroeger al veel voor gebruikt werd. De Nederlandse naam hoefblad kan misschien ook wel een verbastering zijn in de loop der jaren van de benaming hoestblad. Door de eeuwen heen werd deze wilde plant ook gezien als de terugkomst van de zon. En werd het klein hoefblad ook gebruikt bij diverse rituelen die de zon verwelkomen. Farfara is afgeleid van het Latijnse far (meel) en fero (dragen).

Het kleine hoefblad kent ook andere benamingen die jij wellicht ook wel kent en dat is onder andere -Dauwkool, Ezelspoot, Hoevenblaren, Paardehoef, Sinte-Katrijnskruid.

Het plantje en blad is niet alleen goed voor de mens, maar ook voor de grond. Want ik las onlangs als er bv vervuiling in de grond zal zitten dat het Klein Hoefblad dan in staat is om het chemische vuil op te nemen en te vernietigen en dus is dit plantje ook wel een goede milieureiniger te noemen. Wellicht ook wel een tip om deze ook zelf in je tuin te zetten mocht jij soms vervuilde grond hebben.

De zaden van het kleine hoefblad zijn heel dun en cilindervormig en worden tot 1 cm lang. Het vruchtpluis bestaat uit enige kransen van zijdeachtige mooie sneeuwwitte haren, die ongeveer drie keer zo lang zijn als de zaadjes. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig. Helaas hier geen foto van want ze waren nog mooi in bloei toen ik hen zo gezellig samen zag staan.

Elke bloemstengel draagt ook één goudgeel bloemhoofdje met een doorsnee van 2-3 cm. Een krans van wel 300 draadvormige vrouwelijke lintbloemen. Het hart van de bloem bestaat uit buisbloemen, die zich mannelijk gedragen en waarbij de buis weer uitloopt in een vijfpuntig sterretje.

Dieren weten wel dat de plant giftige stoffen bevat want door de meeste zoogdieren wordt de plant ook niet gegeten. Maar Het klein hoefblad wordt wel bezocht door de diverse solitaire bijen zoals de grasbij, vierbandgroefbij, koolzwarte zandbij, pluimvoetbij en tronkenbij. De bloemen leveren alleen stuifmeel en geen nectar.De honderden bloemetjes in het bloemhoofdje hebben dus veel bijen nodig om bestoven te worden.
Klein hoefblad - Tussilago farfara  , catherinetine.blogspot.com

In de Middeleeuwen was de naam van het kleine hoefblad Flius ane patrem. Het betekent: de zoon vóór de vader. Ook werd het gebruikt als verfstof, het gaf een geelgroene kleur. Maar ook werd het gezien als een van de belangrijkste geneeskruiden bij aandoeningen als hoest, astma en bronchitis. Men gebruikte het blad opgerold als een rookgenot maar dat is nu wel af te raden want roken is zo wie zo erg ongezond. En het is tevens gevaarlijk en kankerverwekkend als je dit onbewerkt zal doen.

De bladeren worden gebruikt als omslagen bij gewrichtsproblemen en reumatische aandoeningen. Dus je kan wel merken dat in de natuur veel is te vinden wat je goed kan gebruiken bij allerlei doeleinden. Maar je moet er wel enige verstand van hebben om wat uit de natuur te halen. En ik leer steeds meer bij en jij vast ook door mijn schrijven en het delen van menige foto of andere informatie wat hier op deze website zoal staat.

Jaren achtereen heeft men tincturen gemaakt van de wortel voor bovengenoemde klachten. Een tinctuur is een alcoholische oplossing en werkt meestal nog sterker dan het verse kruid. Helaas mag het in Nederland niet meer verkocht worden omdat men toch meer vertrouwen heeft in de door de mens gemaakte synthetische medicijnen. En veel natuurkruiden kan je ook kopen in menig reformwinkel waaronder ook waar het kleine hoefblad is in verwerkt. Maar er zijn nog veel mensen die het zelf maken want ik zag hier ook enige filmpjes van op het internet.

Dat is erg jammer, maar het blad en de bloem van klein hoefblad mogen nog wel worden gegeten. Alle bovengrondse delen zijn een bron van vitaminen en mineralen en bevatten stoffen die de spijsvertering stimuleren. Ze kunnen fijn gesnipperd worden in een salade. De bladeren kunnen ook gekookt worden, zoals in een stamppot of soep.

Alleen het jonge blad is lekker. Later in het seizoen wordt het blad taai en wordt er alleen thee van gemaakt wat een beetje naar drop smaakt. Tenminste dat is mijn mening maar ook proefde ik wat pepermuntachtig erin. 

Maar let op want voor vrouwen die zwanger zijn is het drinken van deze thee niet aan te raden daar de pyrrolizidine-alkaloïden die erin zitten schadelijk en gevaarlijk kunnen zijn voor het kind. Doe dit echter ook op kuurbasis want bij langdurig dagelijks gebruik kan dit wel voor bijwerkingen gaan zorgen.

De smaak van de bladeren is wel enigszins bitter maar de bitterheid verdwijnt ook vaak wat na het koken. De bladeren kan je ook drogen en dan gaan verpulveren en kunnen ook als zoutvervanging worden gebruikt.

En als je alleen de bloemen gebruikt dan is het met wat honing erin gegoten erg lekker. En zo ontvang je dan een frisse bloemenhoning. Maar het heeft wel tijd nodig voordat je dit kan eten. Onderin lees je nog enkele tips met recepten wil je dit ook eens zelf gaan maken.

De wortels van het kleine hoefblad kunnen ook versuikerd worden door deze lange tijd in siroop te bewaren. Van het blad kan ook een papje worden gemaakt die je op de huid kunt bevestigen bij huidklachten. Het helpt tevens tegen het kruid bij eczeem, zweren en insectenbeten. en zoals al geschreven zeker als je bultjes ontvangt van een brandnetel.

Voor stamppot of gestoofd is dit ook te gebruiken.

Dit zal je ook eens kunnen uitproberen om het zelf te maken.

Recept wat ik vond in oud kruidenboek van Maria Treben- De apotheek van God

In een aarden pot of een weckglas doet men afwisselend een laag bladeren en een laag rietsuiker. Dan even wachten totdat het wat samen is vermengd en vult het daarna bij totdat de pot vol is. Dan de pot goed afdekken met drie lagen perkament of cellofaan en stopt dan de pot goed dichtgebonden in de aarde van de tuin op een veilige plaats. 

 Leg er dan een plank over en dekt dan alles toe met aarde. De gelijkmatige warmte van de aarde doet dan een gistingsproces op gang komen dat na acht weken voltooid is. Dan graaft men de pot weer op en kookt dan het hoefbladsiroop één- of tweemaal op. 

Afgekoeld doet men deze siroop in breedhalzige flessen, die in de winter de beste remedie is tegen griep. Men gebruikt dan telkens een theelepel van deze siroop.

Op www.kruidengeheimen.nl vond ik een recept van Andrea Bleeker om een heerlijke voorjaarssalade te maken en zet deze erbij voor jou

Recept voorjaarssalade

Nodig:

Eetbare bladeren, zoals blad van de paardenbloem, zevenblad, daslook, smeerwortel, duizendblad, brandnetel, valeriaan, etc.
Eventueel eetbare bloemetjes van klein hoefblad, rode klaver, paardenbloem, madeliefje etc.
Stengel bleekselderij, paprika en/of appel
Koude gekookte bietjes
Fetakaas
Sesamzaad
Zoetzuur (bijvoorbeeld augurken) met een paar eetlepels sap
Een eetlepel honing

Snij alles fijn en dan samen mengen.

Informatie uit mijn vele natuurboeken en uit boek eten

Fotografie en tekst geschreven door © Tine de Jong

Bedankt voor je bezoek en om gezellig mijn schrijven te komen lezen.

Ik wens je veel leesplezier en tot een andermaal met wellicht weer een mooi informatieve verhaal. Wees ook welkom op mijn persoonlijke website waar je ook veel kan ontmoeten met berichten uit de natuur en nog veel meer.
Gedichten en verhalen uit leven

En wellicht vind je dit ook wel interessant om te lezen? japanse-sierkwee-dwergkwee-chaenomeles

maandag 13 april 2020

Weetjes over de Posthoorn slak - Planorbarius corneus


Soms als je eens in greppels of in de sloten of in een vijver kijkt kom je ook weleens mooie diertjes tegen. En onlangs was het de posthoornslak -Planorbarius corneus die ik zag. Men noemt deze ook wel de schijfhoren of de schijfhoornslak en zijn ook familie van de Planorbidae. 

Er zijn heel veel soorten die op hen lijken maar toch zit er weer verschil in. In Nederland komen ongeveer 42 soorten zoetwaterslakken voor. Bekende zoetwaterslakken zijn de gewone poelslak en de posthoornslak. En over de posthoornslak ga ik -Tine- nu eens schrijven. En wellicht leer jij weer wat van de onderstaande informatie.

Het huisje kan wel tot 3,5 cm groot worden. Zijn naam is afkomstig van de vorm van zijn huisje dat lijkt op een posthoorn. De kleur van de schelp is roodbruin maar door algen en andere aantasting lijkt deze vaak meer groenig. De meeste soorten in Nederland hebben een geel tot grijsbruin huisje, dat meestal bedekt is door een zwarte of groene laag. Waarschijnlijk biedt deze onopvallende kleur bescherming tegen vijanden want die hebben zij net als andere dieren ook en voor de posthoornslak zijn dit o.a Bloedzuigers en karpers.

Er zijn grote en kleinere soorten en die ik zag zat tussen de kleine en grote in en was ongeveer 2 cm. Het lichaam van de posthoornslak is donkergrijs voorzien van een platte, aan het uiteinde spits uitlopende voet. De posthoornslak heeft ook longen, maar kan ook zuurstof uit het water opnemen. Daarom noemen ze deze ook wel een longslak. Hierdoor kan de posthoornslak leven in minder zuurstofrijk en in dieper water dan een poelslak. Ondanks dat het een waterdier is gaat de posthoornslak zo af en toe naar de oppervlakte om zijn longen weer te vullen.


Deze posthoornslak leeft meestal in stilstaand water met een wat modderige bodem waar het zich voedt met waterplanten en hun overblijfselen. Vele algen en rottend organisch materiaal dat op de bodem te vinden is dat eten zij op. Zoetwaterslakken hebben ook kalk nodig om een huisje te bouwen en houden daarom van 'hard' water. Kalk wordt opgelost door zuur. Zure regen kan er daardoor voor zorgen dat omgevingen soms niet meer geschikt zijn voor menige waterslakken.

Als een van de weinige buikpotigen heeft de slak een rode hemolymfe - roodbloed, waardoor deze slak in staat is meer zuurstof uit het water op te nemen. Dus deze slakken soort bevat hemoglobine en geen blauwe hemocyanine wat meestal gebruikelijk is voor weekdieren. De ogen zijn gebaseerd op lange, draadvormige antennes. Ze hebben daarbij als buikpotige ook een gespierde onderzijde van het langwerpige lichaam, die voor de voortbeweging zorgt. Het is best wonderbaarlijk te noemen hoe een slak zich met zo een huis zich kan voortbewegen.

Deze slak is zoals bijna alle slakken ook tweeslachtig maar kan zichzelf niet bevruchten. Nadat er gepaard is kunnen meerdere keren eitjes worden afgezet. Deze zitten in een gelei-achtig, plat en doorzichtig eipakket, dat pannenkoek-achtig van vorm is. De eitjes worden tegen waterplanten of onder drijvende bladeren afgezet.

Hier heb ik mooi filmpje voor jou gevonden van een paring en dat is ook wel leuk om te zien maar lees wel verder voor meer informatie


In de natuur vindt paring seizoensgebonden plaats, in de lente en de herfst, bij watertemperaturen boven 15 ° C. De eieren met een diameter van 1,2-1,7 mm worden gelegd in meestal langwerpige capsules van 8-15 mm breed, die elk 12-40 eieren bevatten. Deze capsules zijn stevig bevestigd aan waterplanten. Na ongeveer 14-16 dagen komen ze uit en komen kleine slakken vrij met een transparante schaal. Elke stam bevat 12-40 eieren, bevestigd aan waterplanten, embryo's zijn roodachtig met doorzichtige schelpen, jongen komen na 14-16 dagen uit, levensduur tot 3 jaar.


Deze zoetwaterslakken worden helaas ook wel eens gevangen want ze zijn ook zeer geliefd in een aquarium. Het is een makkelijke slakkensoort die zich goed voortplant. En ze helpen ook heel goed tegen korte fluweelalgen en puntalgen, maar ze eten ook planten dus moet men wel weten wat men erin doet. Jonge posthoornslakken eten over het algemeen slechts algen maar de volwassene niet. Slakken zijn echter ook wel zeer grondige schoonmakers van glas en stenen en kunnen in hoeken en gaten komen die andere vissen overslaat. Maar ik zie ze veel liever in hun eigen habitat want daar hebben ze veel meer vrijheid.

Helaas was het water te troebel in de greppel om zelf te filmen maar onderstaande video is dan wel uit een aquarium maar dan zie je deze wel beter.En als je de film goed bekijkt zie je ook hoe deze lucht tot zich neemt.

Fotografie en tekst geschreven door © Tine de Jong- 2020

Informatie uit diverse natuurboeken van mij en samengevoegd tot bovenstaande schrijven

Bedankt voor het lezen en je bezoek maar ook dat je de andere informatieve blogs leest met andere mooie feitjes en weetjes uit de natuur. En meer over slakken vind je ook op de natuurwebsite en je komt ze vast tegen als je eens op de labels of tags klikt of drukt onder de video.

In onderstaande video zie je een posthoornslak- Planorbarius Corneus in HD

Bekijk de video via YouTube en zet deze dan het grote beeld aan. En echt de moeite waard om het te zien.