De Gleditsia triacanthos dankt zijn naam aan de Duitse botanist J.G. Gleditsch (1714-1786). Sinds 1700 is deze boom die zijn wortels heeft in Noord-Amerika, ingevoerd in Europa. Het is vooral een boom voor straten en parken of voor een middelgrote of grote tuin.
De Gleditsia Triacanthos, ook wel de Valse Christusdoorn genoemd heeft een ronde kroon met frisgroen geveerd blad dat in de herfst goudgeel kleurt. Het vlees van de jonge peulen kan alleen worden gegeten na het koken. Dat las ik op internet maar ik heb en heb hier toch wel mijn bedenkingen erover hoor. Ik koop de snijboontjes wel in de winkel dan weet ik tenminste dat ze echt eetbaar zijn en niet giftig.
Toen ik deze boom voor het eerst ontmoette dacht ik, verrek er hangen snijbonen aan de bomen. Toen bij thuiskomt ben ik toch maar eens al mijn natuurboeken aan het uit pluizen gegaan en zo kwam ik er achter dat het de valse christusdoorn was. Vond het eerst maar raar dat ik stekels ontmoette in een boom. Hier nog een foto van mij met van die stekels. Sommige zijn zelf driepuntig en zijn echt heel gemeen. Dat had ik ook al ondervonden, toen ik het wat meer wilde onderzoeken.
De stam en takken hebben scherpe vertakte doorns. Zij zijn geschikt voor veen- zand grond maar je ziet ze ook steeds meer in de lage landen verschijnen in de gemeente-plantsoenen omdat de boom niet of nauwelijks hoeft te worden gesnoeid en een veel licht doorlatende kroon heeft waardoor er desgewenst nog veel onder beplanting onder de boom kan aarden. En het zijn ook mooie bomen, het heeft bovendien mooie bladeren die eerst enkel en later dubbel geveerd zijn.
De boom is in zijn natuurlijke vorm zeer opvallend door zijn grote peulen (in zomer en najaar), en door zijn grote vertakte takdoorns die zowel aan de takken als uit de stam groeien. Vanwege die drievoudig vertakte doorns wordt de valse christusdoorn overigens ook wel driedoorn genoemd (en dat vind je ook in de Latijnse naam terug).
Hier een mooie foto van mijzelf met de zaden en de vruchten :
De eerste jaren kan de boom wel wat lijden onder vorst, maar de oudere bomen hebben daar geheel geen last meer van. In de gemeente-plantsoenen vallen deze bomen meestal veel minder op, want dan staan er meestal vooral mannelijke bomen zonder die peulen, en betreffen het meestal cultivars zonder die gevaarlijke doornen.
Die heb je vast weleens ontmoet. De valse christusdoorn kan zo'n 120 - 150 jaar worden. Men zegt dat je de zoete vruchten kan eten, maar ik laat ze wel hangen als ik ze ziet. Ze kunnen zoveel vermelden en/of vertellen dus ik eet ze niet. Maar het blijft een leuk gezicht als ik ze weer aan de bomen ziet hangen.
Tekst en Fotografie © Tine de Jong, 2016
Tekst en Fotografie © Tine de Jong, 2016


