zaterdag 13 juni 2020

Het verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris

Het verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris, catherinetine.blogspot.com

Ditmaal ben ik eens in de huid van een regenworm gekropen en deze regenworm vertelt dit schrijven aan jou. 

Hallo lezer wat fijn dat je op bezoek komt om te lezen. Maar je moet er wel even de tijd voor nemen als je mij en mijn familie wat beter wilt leren kennen. En dat je meer wilt weten en ik ben dus wat  titel zegt. 

Ik ben een regenworm ook wel eens aardworm genoemd - lumbricus terrestris en jij hebt vast geen hoge dunk van mij. 

Maar als jij mijn verhaal leest ga je mij vast en zeker misschien wel met andere ogen eens bekijken. Want ik ben net als jij ook een schepsel en geschapen en heb alleen maar andere taken dan jij. Dat was de reden dat de schepper mij ook een andere vorm gaf. En bovendien ben ik ook wel heel belangrijk en ook voor jou en veel meer dan jij nu zal denken hoor.

Als je de moeite neemt om dit verhaal te lezen dan zal je echt verbaasd staan en mij wellicht dan eens wat meer gaan respecteren. Diegene die mij hebt geobserveerd zal in opdracht van mij het verhaal schrijven wat ik nu aan jou zal vertellen. 

Eigenlijk is mijn naam als regenworm ook een verzamelnaam waaronder je dit als drie types kan onderscheiden: strooiselwormen, bodemwoelers en diepgravers dat laatste kan ik trouwens heel goed. Maar later hier meer over. Ik liet mij voorzichtig oppakken zodat ik mooi op de foto kon voor jou:

Het verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris , catherinetine.blogspot.comHet verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris , catherinetine.blogspot.com

Ik ben ook tweeslachtig en kan dus een mannetje maar ook een vrouwtje wezen tegelijkertijd. En dat noem je met het moeilijke woord: hermafrodiet. 

Dat heb je vast ook weleens gehoord in de mensenwereld want daar komt het ook voor. Maar mijn lichaam is wel wat anders want mijn lichaam is opgebouwd uit ringen. Vooraan heb ik ook een soort van bovenlip. 

Dat is het begin van een lange darm. Nu wil jij vast ook wel weten hoe wij wormen een paring doen. Maar net als jij praat ik niet graag over mijn seks leven want dat is wel wat privé maar je wil vast dan ook wel weten hoe wij gemeenschap hebben, want ook dat gaat op een manier wat jij vast niet wist. 

Wil je het echt weten? Nou vooruit dan maar...

Maar ik laat geen fotografie zien hoor want dat gaat mij wel een beetje te ver. Maar goed ..waar zal ik beginnen.....Als het donker wordt dan gaan wij meestal wel op vrijer pad om te paren want ons geslacht moet wel doorgaan toch? En in de nacht is onze pakkans ook heel klein.

In de nacht is het heel druk soms onder de grond en er kruipen ook kleintjes rond die nog niet geslachtsrijp zijn. En om pedofilie te vermijden scheiden wij altijd een paarlust lokkende eiwitten (fenomenen) af en voor het geval je dit ook niet weet ..dit is een stofje dat belangrijk is in de jacht van mannen op vrouwen. 

Een man scheidt via zijn lichaam een stofje af dus feromonen dat een vrouw in zijn omgeving onbewust dan registreert. Zij functioneren dus als een vorm van een boodschapper. En deze kunnen dus de seksuele communicatie beïnvloeden.
Nou waar was ik ook al weer....


En wij doen niet aan een voorspel en vlijen als de stof heeft gewerkt dan in lengte richting tegen elkaar. Dus kop bij staart en andersom. De zaadproductie van ons liggen in het zadel, en dat is het verdikke gedeelte voor bij mij. En wij klitten ons dan aan elkaar en met de borstels (dus de poten) steken we dan een stukje in de huid. 

De zadels zetten dan een hoeveel slijm af om te glijden en dan stoten we het sperma van ons via dat gootje onder het lijf naar de voorkant van de kop en daar wordt dan het sperma opgeborgen want daar zitten niet alleen maar de eierstokken. 

Nu weet je wat je krijgt toch even een kleine foto want uitleggen is soms best wel moeilijk. en dan zie je een beetje hoe het gaat maar dit is bovengronds van een familie van mij. Ik doe het in het donker want dat is veel gezelliger.

Het verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris

En na het paren slaat een worm dus het zaad van de partner op en dan is het voor ons weer gedaan voor even. En na een paar dagen geschied dan pas de eigenlijke samensmelting en dat kan een worm meestal wel alleen af hoor. 

Eerst omhult een worm zich weer met wat slijm wat deze maakt en dan laat men pas de eieren los en het zaad van de partner in het slijm. Soms wel een vieze smurrie maar je moet er wat voor over hebben in onze wereld om zich voort te planten. En in de smurrie vinden dan ook eieren en zaad weer elkaar. 

En als ik dan weer gaat kronkelen dan stroop ik ook die slijm er weer af. En dat gaat dan weer verharden tot een soort van cocon waarin de eieren weer veilig zijn. Wel heel anders gaat het als jij vast dacht. 

Maar nu genoeg erover hoor want heb nog meer te doen om van alles via mijn waarneemster het aan haar en dan weer aan jou uit te leggen. 

Maar ik zal je wel vertellen dat ik al aardig wat kleine kindjes heb gemaakt hoor en die zitten vast ergens onder de bodem verstopt. 

Even een pauze met wat fotografie want ik ben best wel mooi voor een regenworm of pier zoals jij me soms ook noemt. En zo kan jij mijn familie ook even bekijken. En op de linkse foto zie je ook het zadeltje.


Maar we gaan nog even verder met andere belangrijke informatie wat je ook vast wel wilt weten.

Kijken dat kan ik niet maar ik kan wel heel goed voelen. En net als jij moet ik ook ademen maar ook dit doe ik op een aparte manier namelijk door mijn huid. Maar die moet wel vochtig blijven en daar zorgen mijn slijmklieren weer voor. 

En op elk segment (ring) staan vier paar borstels. Die gebruik ik om over en door de grond te kruipen. Kijk maar eens even naar deze tekening waar er naast staat hoe ik in elkaar steekt. Best wel interessant dacht ik.

Het verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris , catherinetine.blogspot.com

Ik ben ook wel best lenig te noemen want ik kan mijn lichaam bij het kruipen voortdurend langer en korter maken. De grootte kan dan soms verschillen tussen de 10 en de 25 cm. Maar ik heb ook familie die nog veel langer kunnen worden, maar voor mij is het wel lang genoeg wat ik aan grootte bezit. 

Ik ben er best tevreden mee. Ik heb net als andere ongewervelde dieren geen hersenen maar een aantal knooppunten waar de zenuwen samenkomen. Maar dom ben ik absoluut niet te noemen als je leest wat ik allemaal doet of kan.

Waar woon ik?


Waar mijn verblijfplaats is, dat weet je vast wel want het is dezelfde plek waar jij je bloemetjes, planten of gras heeft geplant of heeft gezaaid. Want daar is het zo dat ik daar ook graaf en mijn woonplaats is ongeveer de eerste anderhalve meter onder de grond maar ik kan ook nog veel dieper zitten en zelfs ook heel dichtbij. Ik hou namelijk veel van graven als de zuurgraad van de grond maar goed is want daar houd ik het liefste van. Planten gebruiken ook die kleine gangetjes die ik maak omdat zij met hun wortels dan makkelijker aan water te komen. En op deze manier help ik jou met al je mooie bloemen en/of planten die jij heeft.

Tweemaal per jaar ga ik helemaal nergens heen en dat is in de koude winter waar ik helemaal niet van houdt maar ook de warmte in de zomer is niet mijn favoriet en blijf dan ook maar thuis. Want zonlicht is namelijk heel gevaarlijk voor mij en kan mij zelfs doden al kan ik wel 70 procent van mijn lichaamsgewicht aan uitdroging verdragen. Dat hebben menige wetenschappers eens geschreven maar uitgetest heb ik dit maar niet want je weet maar nooit wat er zal gebeuren als ik mij in het zonlicht zal begeven.

Voor jou als mens is teveel zonlicht ook niet goed en kan je ook verbranden en ik heb helemaal geen zin of een behoefte om te verbranden. Nee, ik blijf met de warmte liever lekker onder de grond en ver weg van de warmte of zon vandaan. Ik krul mij dan heerlijk op en wacht op betere tijden. 

Maar als het regent dan ben ik echt in mijn element want dan is de grond heerlijk zacht en kom ik graag naar de oppervlakte en dat is dan ook de reden dat ik de naam regenworm draagt. Wij komen ook soms bovengronds bij regenachtig weer om te paren maar in de nacht ben ik het meeste actief. 

Hier in de bodem beneden is ook een vijand die ons als vitamine bom ziet maar ik moet zowel overdag als in nacht ook wel uitkijken voor mijn vijanden en daar ben jij als mens er niet alleen 1 van want ik heb er nog veel meer.


Jij vangt mij en mijn familie ook soms om vissen mee te voeren als jij eens gaat vissen. Maar dat is helemaal niet de bedoeling hoor van mijn leven om dan te worden opgeslokt te worden door een vis. Jij vind het vast ook niet fijn om in je werk gestoord te worden en om dan gevangen te worden genomen. 

Slakken zijn mijn ergste vijanden want als die je pakt is er geen ontsnapping meer mogelijk. Ondanks dat wij als regenworm onszelf door de midden kan breken lukt het soms niet om van een slak af te komen. En als ik die slak zal voelen dan is het voor mij dus al veel te laat. 

Maar voor de mol ben ik ook reuze bang en zeker ook de egel en andere dieren zoals de vogels dus ik ben mijn leven nooit zeker en moet altijd op mijn hoede zijn. En dat geeft soms best wel stress maar ik probeer toch wel mijn werk te dien waar ik ook voor geschapen bent.


Mijn graaftechniek

Weet jij trouwens hoe mijn graaftechniek eigenlijk werkt? Nou dat zal ik je ook even vertellen want ik gebruik namelijk geen spade of een graafmachine zoals jij. Ik gebruik slechts mijn krachtige sterke kop en die is heel fijn gevormd dat het zelfs in de kleine spleetjes kan binnen gaan. Ik zet dan mijn kop in de spleet en span dan al mijn spieren die de schepper mij ook heeft gegeven en druk dan de grond als een wig uit elkaar.

En ik ben er best handig in geworden. Maar ik heb wel een punt nodig om mij dan af te zetten en jij hebt vast ook wel op school geleerd -bij de natuurkunde lessen of eens gelezen- dat druk altijd tegendruk opwekt. Mijn schepper heeft mij in elk segment om mijn midden darm met twee druk kussens uitgerust. Had je niet gedacht hé dat ik zo sterk zou wezen. Ik heb daarbij ook een hoog ontwikkeld zenuwstelsel, al zie je dat niet altijd. Ben je er nog? Of vind je het wat teveel om te lezen??? Tja ik ben een heel bijzonder dier en dan ben je er met een kort schrijven helemaal niet goed van op de hoogte. Dus wil ik dit wel even wat uitgebreider gaan doen zodat jij mij eens anders gaat bekijken mocht je mij eens tegenkomen of zien.

Wat is mijn taak

Dat is een vraag die je vast al gesteld heeft in gedachten wanneer ik hierover zal beginnen maar alles op zijn tijd hoor. Er is veel over mij te vertellen wat jij vast ook helemaal niet wist. En ben je moe van het lezen neem dan maar even een pauze en lees dan weer verder want je weet de helft nog niet van mij.

Maar ik zal je nu vertellen wat mijn opdracht is zolang ik en andere familieleden op de wereld mogen wezen. Mijn taak is om de aardbodem los te maken en dan te gaan bemesten. Daarom lopen er vele gangen onder de grond en als de grond soms veel te hard is voor mijn kop, dan spuug ik eenvoudig tegen de aarde wat voor mij is, zodat deze wat weker wordt. 

Jullie gebruiken als mens en boer een brandstof slurpende en zware tractor en wij als regenwormen doen het uit zichzelf met organische stof als brandstof. alleen moeten wij met heel veel zijn om dan de bodem om te zetten met onze natuurlijke ploegcapaciteit. En heb jij eens last van overvloedig veel regenwater? dan help ik met mijn familie ook met de afvoer via al mijn gangen in de grond.

En ja soms eet ik ook de grond op want dat is ook mijn methode om door diepere aardlagen heen te komen. Het gaat er met de ontlasting toch ook vanzelf er weer uit. Maar ik eet ook gebladerte en andere organische stoffen en mijn voedsel wordt opgenomen -dus ook net als jij door mijn mond, waarna het langs verschillende organen wordt gevoerd en het afval wordt dan ook aan de achterzijde weer afgescheiden. 

Net als jij doet alleen jij hebt 2 poten maar ik moet glijdend mijn wereld verkennen. En dat gaat heel goed met de spieren die ik dan hebt.

En nu weet je dus ook dat wij best heel erg nuttig zijn. En daarbij zijn er ook enkele familie leden van mij wereldwijd uitgezet om de bodemstructuur te verbeteren. We zijn er wereldwijd met ongeveer 670 soorten. Wij als regenwormen hebben door het graven van tunnels en het afbreken van plantaardig materiaal een grote invloed op de bodemstructuur.

Wellicht heb je ook wat aan de onderstaande informatie mocht jij mij of mijn familie ook eens tegenkomen want daar zit veel verschil in hoor. De ene worm is de ander dus helemaal niet. Wellicht heb je wat aan deze foto's zodat je beetje verschil ziet.


Het verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris

En dan heb je ook nog de andere familie van mij die ik ook even wilt noemen en dat zijn de Compostwormen -De Eisenia fetida en deze zijn doorgaans maar kleine rode wormen en soms zelfs ook oranje gestreept. 

 De compostworm is een inlandse strooiselworm die je van nature ook terug vinden in de strooisellaag van het bos en ook in parken en tuinen komen ze soms in de bovenste laag van de bodem voor. 

Het zijn oppervlaktewormen met onvoldoende spierkracht voor het graven van diepe tunnels in de bodem. Maar ze zijn wel uitstekend aangepast aan het leven in de composthoop en houden van het vochtig en voedselrijk klimaat.

Zo zie je maar dat er veel familieleden van mij zijn en dat je vaak kan vergissen als jij er eens ene zal zien.

Bekijk jij mij en mijn familie ons nu anders? 
Of is je denkwijze over ons onveranderd gebleven.

Maar nu weet je in elk geval al meer wat je vast niet wist en voor meer mooie weetjes kom je maar eens vaker op deze website op visite want wie mij geobserveerd heeft heeft hier vele mooie weetjes geschreven waar je vast ook veel van kan leren. Er is nog veel meer over mij te vertellen maar dat houd ik voor mijzelf.  

Want jij als bezoeker heeft al voldoende te lezen gehad. In elk geval wil ik je bedanken dat je de moeite nam om mijn verhaal te lezen. Ik ga weer onder de grond wroeten en maak mij dus zoals de mens zegt: Uit de voeten. Want ik heb morgen weer een drukke dag voor de boeg.

Tekst, Verhaal en natuurfotografie © Tine de Jong -2020 Alle rechten voorbehouden.

Update 17/09/ 2024 Ik had dit verhaal ook gelinkt aan een ander schrijven met foto's daarbij en wellicht vind je de foto's ook wel mooi met die video die er onder staat. 

Merelman en zijn ontbijtmaal

Heb jij trouwens weleens een geboorte van ons gezien? Vast niet, dus kijk dan ook echt even naar dit filmpje want dan leer je nog meer van mij en mijn familie:

Met toestemming heb ik dit filmpje mogen gebruiken van hen:

maandag 8 juni 2020

Rondwandeling Stadspark in Gorinchem met veel Flora en fauna

Rondwandeling Stadspark in Gorinchem met veel Flora en fauna

Onlangs was het een mooie zonnige dag en heb weer eens een mooie wandeling gemaakt. En als ik eens een mooie wandeling wil gaan doen dan ga ik ook graag naar het stadspark in Gorinchem. Al noemen wij het hier in dialect Gorkum en wandel dan daar altijd gezellig rond en daarbij geniet ik ook steeds van de mooie natuur en alle dieren die hier ook graag op visite komen. Het park heet Gijsbert van Andelpark en er zijn verschillende ingangen hier om het park binnen te gaan. 

Er is een mooie vijver met fontein zoals de eerste foto ik je al liet zien en waar vele watervogels altijd in hun element zijn. Vele ganzen, meerkoeten, eenden komen hier ook elk jaar terug om weer een nestje maken en voor hun kroost te zorgen wat ook altijd een mooi tafereel geeft. Soms ook vele reigers aan waterkant die uren turen naar het water.

Er is hier in dit park ook een natuurcentrum/kinderboerderij te bezoeken met vele dieren die daar te knuffelen en te zien zijn. Hier heb ik ook al vele malen een bezoek gebracht en al deze ontmoetingen kan je ook weer zien op mijn YouTube kanaal met dezelfde naam die ik hier gebruikt en die je onder het schrijven ziet staan. 

Deel enige fotografie van wat dieren zoals eend, meerkoet, waterhoen en nijlgans die ik onlangs weer mocht begroeten aan de kant van de vijver.

Rondwandeling Stadspark in Gorinchem met veel Flora en faunaRondwandeling Stadspark in Gorinchem

Wat wel jammer is dat ik helaas nog geen vlinders zag fladderen wat ik wel gewend was hier vorige jaren. Het aantal wordt maar steeds minder. Sinds het begin van de twintigste eeuw zijn er zeventien soorten dagvlinders uit Nederland verdwenen. En nog eens tien vlindersoorten staan op het punt uit ons land te verdwijnen. 

Van de 53 soorten die nu nog in ons land voorkomen, is ruim de helft zeldzaam of zeer zeldzaam. Meer dan de helft van de vlinders staan al op de Rode Lijst. Dat meldde de Vlinderstichting ook al onlangs in het vlinderblad. Men schreef ook dat het wel mooi zonnig weer was in het begin van voorjaar en dat dit goed lijkt goed voor vlinders, maar dat is het niet: zij zijn afhankelijk van planten voor hun voedsel. 

En dat voedsel wordt door de aanhoudende droogte steeds schaarser. Dus dat is de hoofdzakelijke reden dat er dus minder vlinders te zien zijn. Al staan er in dit park best veel bloemen en wellicht komen ze later dan eens op visite. Laten we dus maar de zomermaanden afwachten. En dan zal ik nog eens hier gaan kijken of ik er dan wellicht enige ziet.

Het is een park wat goed bijgehouden wordt en ook zijn er hier veel diversiteit aan bomen, bloemen en struiken en waar ook een mooi speelpark voor de kinderen is aangelegd met een kabelbaan en met menige ander speeltuig waar elk kind als men vrij is ook veelvuldig gebruik van maken. Er staan ook veel bankjes aan de waterkant waar je heerlijk over de vijver kan kijken of over het park en luisteren naar de vogels die hier ook steeds weer mooie melodieën geven. 

Heb je een viervoeter dan is er ook een grote uitlaatplaats gemaakt waar ze heerlijk met zijn allen vrij mogen spelen of kunnen ravotten met elkander. Maar wel de uitwerpselen opruimen dan want dat hier wel een vereiste. Er staat een vuilnisbak bij het begin van het hek waar je naar binnen gaat.

Onlangs hebben ze ook mooie nieuwe meubilair in het park geplaatst. Maar niet van ijzer of ander metaal maar van hout. Het gaat om zes enorme houten stoelen gehakt uit oude populieren bomen. Het bijzondere meubilair is gemaakt door de boomverzorgers van de gemeente Gorinchem. De boomstammen lagen al een tijd in het park klaar om afgevoerd te worden. 

De populieren, die sinds de opening in het Gijsbert van Andelpark hebben gestaan waren aangetast door een zwam en helaas niet meer te redden. En op deze manier ontvangen ze ook weer een tweede leven waar elke bezoeker van kan genieten. Er is hier voor groot en klein hier ook veel te beleven. Verder is er ook gelegenheid om heerlijk te gaan picknicken maar wel je eigen afval meenemen als de vuilnisbakken hier vol zullen wezen. En het dan ook niet ernaast gooien want dat is zeer slecht voor gezondheid van menige dieren.

Voor jou de Route mocht je ook eens hier gaan wandelen of het natuurcentrum gaan bezoeken?

Wanneer je de stad Gorinchem binnenkomt via het knooppunt Gorinchem en de rijkswegen A15 en E311 of A27 bevindt zich hier een mooi stadspark aan de rechterzijde op de Banneweg nabij hotel Gorinchem en het Rivas Beatrixziekenhuis. Je gaat dan gelijk rechts af bij de stoplichten en dan wat voorbij de Stalkaarsenflat zie je links al het mooie park al liggen. Mocht je eens op visite gaan of je moet eens voor onderzoek naar het ziekenhuis toe, dan is er als je de auto in de garage aldaar zet ook een pad rechtdoor en ook daar is ook een ingang die je naar dit stadspark zal leiden. En je zal dan ook de kinderboerderij/ natuurcentrum ontmoeten want dat ligt op een soort van eiland in dit park dus je kan ook een bezoek altijd combineren.

Wel is het even nakijken op het internet hoe de openingstijden van het natuurcentrum zijn want met de coronatijd kunnen er hier nu ook andere bezoektijden en regels wezen. Maar het park is al een genot om er rond te gaan wandelen. En de natuur leeft hier volop dus vervelen zal jij je vast en zeker hier niet. Vanaf het trein en busstation rijdt er ook een bus maar hoe deze rijdt is mijn geheel onbekend maar dat kan je vast wel op internet vinden. En ook hier geldt mondkapje verplicht in het OV per 1 juni -dus niet vergeten.

Op deze website staat nog veel meer informatie en mooie weetjes over dit park en van deze kinderboerderij. En daar kom je automatisch in als je op de blauwe labels drukt die onder de video staan. Bedankt voor je bezoek en wens je mooie momenten voor elke dag. Wat ook vast wat voor jou is zijn deze woorden op mijn persoonlijke website waar je ook een filmpje ziet vanuit het natuurcentrum: Bezoek Natuurcentrum

Tekst, Natuurfotografie en video © Tine de Jong-2020

Voor jou mijn natuurfotografie in videofilm gezet met mooie muziek. Wens je veel kijkplezier.

Sunny day 🌞 Zonnige groetjes vanuit het stadspark🌞 Wandel je ook gezellig weer met mij mee?
Kijktijd 7.00

zondag 24 mei 2020

Gele aardkruiper - Geophilus flavus een prachtig dier

Gele aardkruiper - Geophilus flavus een prachtig dier

Vele kleine dieren zijn er te vinden onder de grond en zeker als je ook eens een oude boomstronk op zal tillen. Maar ook onder het mos leven veel kleine diertjes als je deze ook eens voorzichtig optilt. En til dan ook eens een steen op want daar leven ook vele kleine dieren die je wellicht niet zal zien met een wandeling. 

En ik tilde ditmaal met een natuur wandeling ook eens wat mos voorzichtig op en kwam ook een heel bijzonder mooi diertje tegen. Vele zullen wellicht de kriebels krijgen als men deze tegen zal komen maar ik geniet steeds weer van deze mooie kleine dieren en zo zie je ook wel dat er veel mooi leven ondergronds is. En ik ontvang dan hierbij een ander heerlijk kriebelig gevoel als ik weer mag kennis maken met deze kleine dieren.

Sinds kort heb ik ook een klein boekje bij me waar verschillende insecten en andere kleine dieren in staan en na wat zoeken vond ik het en bleek het te gaan om de mooie aardkruiper- Geophilus flavus.  

Een pracht diertje om te zien met zijn mooie smalle lichaam en de vele pootjes. Al zijn er ook weleens dikkere gezien in andere omgevingen maar wellicht gaat dit dan weer om een ander soort. De wetenschappelijke naam van dit soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1778 door De Geer.

Het is een vrij lange (tot 45 mm), dunne geelachtige duizendpoten soort met een roodbruine kop en met vrij lange antennes. Het heeft 45 tot 57 paar poten. ik heb ze niet geteld hoor want ik wilde het dier ook niet te lang uit zijn omgeving houden. zie je hoe mooi de 2 antennes zijn op zijn kop? Hiermee kan hij licht en donker onderscheiden. Deze foto is genomen door een wandelmaatje en deze lijkt wat rossig maar kan ook komen door de licht inval.

Gele aardkruiper - Geophilus flavus een prachtig dier

De gele aardkruiper is een soort duizendpoot die leeft onder de grond en zij voeden zich met andere kleine bodemdiertjes, geleedpotigen en soms ook regenwormen staan op hun menu. 

De vrouwtjes leggen groepen van 50 tot 60 eitjes in de bodem of tussen verrot hout. Dat zijn er best wel veel en met blote oog zijn ze dan ook niet te zien. 

Ze wachten tot alle eitjes uitgekomen zijn en tonen dus eigenlijk ook wel een beetje broedzorg. Soms likken ze ook hun eitjes schoon tegen uitdroging en schimmels. 

Ze komen voor in heel Europa, Noord-Amerika en ook in Australië. En allen vallen onder de categorie duizend en miljoenpoten al zit er soms veel verschil in. Maar ik vond het wel een bijzondere ontmoeting. En ik hoop jij ook.

Tekst en bovenstaande foto © Tine de Jong 24/05/2020

Foto 2 had een wandelmaatje gefotografeerd.


Tip voor jou erbij is dat je ook eens op de labels/ woorden/ tags moet gaan drukken want dan lees je nog veel meer mooie en leerzame weetjes waar over geschreven is hier op deze natuur website waar de natuur altijd wel de hoofdrol in speelt. Alvast bedankt.

Een kennis van mij had deze gefilmd en deel zijn video graag hierbij en zijn kanaal is gewis ook een aanrader voor jou want je zal vele mooie dieren ontmoeten die je vast ook niet kent of hebt gezien.


zondag 26 april 2020

Hondsdraf - Glechoma hederacea met weetjes

Hondsdraf - Glechoma hederacea met weetjes

In de natuur kan je veel kruiden tegenkomen die je kan gebruiken in gerechten of men kan er eens thee van maken. Als men de natuur eens haar gang laat gaan kan je ook veel meer kruiden in veld of bermen vinden en eten uit de natuur kan ook heel voedzaam zijn mits je hen goed wast of schoonmaakt en ook goed zal bereiden. Maar helaas- de onrustzaaier van de natuur- zoals ik de grasmaaier noemt geeft hen soms niet eens de kans om te groeien ook al maaien ze bermen nu wat later. 

Maar ook in bos kan je vele kruiden vinden en ditmaal was het wat Hondsdraf - Glechoma hederacea waar ik wat van mee naar huis nam. Want je kan er heel veel mee waar ik later meer over zal schrijven al vermoed ik dat jij dit ook vast wel zal weten voor wie ook graag kruiden uit de natuur plukt en ze dan gebruiken voor menige doeleind. De natuur geeft ons dit gratis en voor niets. Eerst zal ik wat meer over dit plantje schrijven want dat is wellicht ook wel leerzaam en zo leer jij vast ook om deze plant wat beter te leren kennen. Men noemt deze ook wel eens- kruip door de tuin- omdat deze graag kruipt op de bodem als je deze met de uitlopers zijn gang laat gaan.

Je herkent hondsdraf in maart tot juni aan de kleine blauwpaarse bloemen en ook het blad is dan min of meer paars. In de zomer is het blad mooi groen. De hoofdbloei valt in april, maar het kruid kan wel doorbloeien tot in september. Bloemen van hondsdraf staan gesteeld met 2-3 in een naar één zijde gekeerde schijnkrans in de oksels van de bladparen. 

Hondsdraf heeft twee bloeivormen: bloemen met uitsluitend een stamper en bloemen met stamper en meeldraden. De bloemen zijn tweezijdig symmetrisch en duidelijk van het lipbloem-type, met een boven- en een benedenlip. De kelkbladen zijn daarbij ook bezet met haartjes en vormen samen weer een kokertje en dit is tevens ter bescherming, zodat de vier nootjes die op de bloembodem rijpen dan vast blijven zitten.

De bladeren staan tegenover elkaar aan de vierkante stengels en zijn niervormig met een hartvormige voet. De randen zijn gekarteld en licht behaard. De plant heeft een sterke, kruidige geur. En dat kan je ook uittesten als je het blad kneuzen zal dan ruik je vast een pepermuntachtige geur ruiken. En ook dit blad werkt zeer verkoelend als jij je eens hebt geprikt aan een brandnetel. En dat gebeurd mij best soms veel als ik een klein insect op de foto wilt zetten en daarom neem ik ook altijd wat van dit kruid mee bij een wandeling als ik het ziet staan. Het is niet dus alleen de weegbree die ook heel goed helpt tegen brandnetel jeuk.

Hondsdraf vind je vaak in de buurt van brandnetels net als de weegbree. Moeder natuur heeft hierover best goed nagedacht voordat ze de brandnetel en hondsdraf samen lieten opgroeien. Deze drie stimuleren ook elkaar om te groeien. Het is nu eenmaal zo dat vele insecten de brandnetel ook hebben gekozen als de waardplant en ja dan kan het gebeuren dat het blad je huid aanraakt om zo zijn aanval aan jou zal geven als jij te dichtbij komt. Dus pluk altijd deze kruiden en je bent zo van de jeuk af.

Hondsdraf - Glechoma hederacea met weetjes

Wat ook zo typisch is voor de hondsdraf is zijn de spreidende groeiwijze, de plant kruipt eerst over de bodem en wortelt dan vanuit de knopen wat ondiep in de bodem. Op die manier wordt het licht optimaal opgevangen door het plantje. De blaadjes, die sterk geuren bij aanraking, zijn tegenover elkaar staand en rondachtig, en ook wat niervormig met gekartelde bladranden. De bovenkant is glanzend donkergroen, de onderkant is dofgroen tot soms mat roodachtig. Bij niet te veel zonlicht is deze wel op zijn mooist.

Dit kruidachtige plantje heeft zoals ik al eerder schreef verschillende leefgebieden zoals in bossen, bosranden, akkers, omgewerkte grond, bermen, oude muren -waar ze ook graag tegen klimmen - en ook in plantsoenen als de grond maar voedzaam is. Hondsdraf groeit namelijk heel graag op wat vochtige grond maar houdt daarbij ook wel van wat schaduw. De toppen van de bloeiende takken gaan na de bloeitijd vaak liggen en gaan later opnieuw wortelen en groeien dan zo weer verder. De bladen aan de kruipende stengel blijven ook in de winter leven. Een ideale bodembedekker dus en soms ook een schuilplaats voor andere insecten die ondergronds leven of zich willen verschuilen tussen de bladeren. Een vaste bezoeker is ook de

Elke knoop is verankerd door een bundel wortels. De lengte van zo'n snoer kan meer dan een meter wezen met de uitlopers naar alle kanten. De kleur en vorm van de bloemen en de vorm van het blad gaf mij ook wel een oogstrelend geheel, vooral als ze van die grote plakkaten vormen. En de minuscule kleine violetblauwe lipbloempjes trekken daarbij ook vele insecten aan zoals vlinders, bijen, wilde bijen en hommels en wat dus ook weer goed is voor onze natuur.

De wetenschappelijke naam geven aanwijzingen voor een aantal eigenschappen: Glechoma komt overeen met het Griekse glechon, een geslacht van bloeiende planten met een verwijzing naar de pepermuntachtige geur die vrijkomt bij het kneuzen van het blad. Probeer het maar eens en dan zal je de geur kunnen ruiken. Hederacea komt van het Griekse hedera, klimopachtig. Dit omdat de bladeren lijken op die van de klimop en ook het groeigedrag (kruipen en klimmen) aan de klimop doet denken. Het draf-gedeelte van de Nederlandse naam is verwant aan ‘reve’ en betekent rank. Dit vanwege de lange uitlopers over de grond. En ze groeien overal en zelfs in deze oude boomstronk.

Hondsdraf - Glechoma hederacea met weetjes

Dit plantje komt vaak in 2 verschillende vormen voor, de ene bezit volkomen 2-slachtige bloemen met grotere bloemkronen en de tweede soort heeft meestal kleinere bloemkronen en onontwikkelde meeldraden. Maar met goed ontwikkelde stijlen en deze bloemen zijn ook vrouwelijk. In menig tuincentra kan je dit plantje kopen mocht jij het ook eens in je tuin zal willen hebben. Die je vast ook wel kent is de Hondsdraf- Glechoma hederacea 'Variegata'. Dat is ook een mooi soort die als bodembedekking goed zijn werk zal doen. Dit soort is bijzonder geschikt voor verwildering en ook als onder beplanting. Het blad is witbont en de bloeikleur is ook mooi violet; de plant bloeit al vrij vroeg (april) en is daarom wellicht ook wel een mooie bodembedekking en verrijking voor in jouw tuin. Zie dit plantje dus aan voor onkruid als jij het eens zal zien want dan is dit door verstuiving wellicht bij jou in de tuin terecht gekomen.

Hondsdraf is ook een geneeskrachtig kruid en de werking is zowel in- als uitwendig zuiverend, verkoelend en rustgevend. vocht-afdrijvend en daarbij ook nog eens wond helend. Het verse kruid geeft door haar bittere stof ook daarbij een betere eetlust mocht je dit niet hebben. De plant kan vers of gedroogd, worden gebruikt.
Drogen kan je snel in de zon, of in een goed geluchte ruimte. Het smaakt lekker in o.a. salades en de geur is ook heerlijk. Jonge hondsdraf blaadjes kun je ook als spinazie eten. Maar hondsdraf moet je echter niet teveel van eten. Enkele blaadjes zijn heel gezond maar meer dan 50 gram wordt wel erg afgeraden aangezien je dan teveel toxische stoffen binnen krijgt die de gezondheid schaden. Het bevat namelijk ook veel looizuur en salpeterzure kali.

Je kunt ook thee maken van het blad, dan droog je eerst het kruid. Vervolgens kun je dan van een eetlepel gedroogde hondsdraf een kopje thee zetten. Het helpt goed tegen hoest en bronchitis en voor andere luchtweg klachten. Wie ook eens de hondsdraf wilt gaan gebruiken om er thee van te zetten doet er goed aan om de blaadjes dan in de lente te plukken. Zoals bij veel kruiden zitten er in het voorjaar meer werkzame stoffen in. Vooral de jonge blaadjes zijn gezond. Kruiden zijn in het voorjaar over het algemeen sterker van werking, wat goed uitkomt voor de mensen aangezien je dan ook wat kan aansterken van een winter waarin weinig verse kruiden te vinden waren. Zo wordt mede de voorjaarsvermoeidheid ook wat verdreven. En er dan een scheutje verse honing bij doen is helemaal lekker bij de thee.

En heb je eens mee-eters op je huid dan kan je ook een hondsdraf-kompres maken. Met ongeveer 15-25 gram gedroogd kruid hoef je het slechts 3 minuten te laten trekken in warm water. en dan op de huid leggen waar jij ze hebt.

En zo lees je wel weer dat ook dit plantje vele mogelijkheden bezit net als dat je veel kruiden gewoon in de natuur kan vinden of eens bloemen, paddenstoelen die heerlijk zijn te gebruiken in een gerecht. In de natuur kan je echt heel veel gratis vinden en het is soms ook wel de apotheek en/of kruidenwinkel te noemen van moeder natuur. Het hele jaar valt er wel iets voor het eten en drinken uit de natuur te halen. 

En het is gratis en ook heel gezond, en op deze website vind je nog veel meer kruiden die je kan gebruiken voor verschillende doeleinden. Probeer de labels maar eens uit en zie dan waar jij op stuit.

Dank je wel voor je bezoek en het lezen van dit wellicht ook wel informatieve schrijven.
Op deze website kan je veel leren en lezen met mooie weetjes en feiten uit de natuur.
Wees dus altijd welkom om meer te lezen wat ik ook met jou graag wilt delen. 

En deze link brengt je naar mijn persoonlijke website- Gedichten en verhalen uit leven en dat brengt jou naar een schrijven die jij vast ook wel interessant zal vinden want ook daar staat een recept erbij voor jou met meer mooie weetjes wat je wellicht niet wist: 
japanse-sierkwee-dwergkwee-chaenomeles

Fotografie © Tine de Jong-2020

Bedankt voor je bezoek, natuur groetjes van mij.

donderdag 23 april 2020

Klein hoefblad - Tussilago farfara

Klein hoefblad - Tussilago farfara  , catherinetine.blogspot.com

De natuur heeft ons veel te bieden en vele kruiden kan je er ook in vinden. Zo ook deze wilde bloem - Klein hoefblad- Tussilago farfara-die vaak worden aangezien voor een paardenbloem. Maar het is het Kleine hoefblad - Tussilago farfara en wordt ongeveer 30 centimeter hoog en heeft ook gele bloemen. En deze behoort ook tot de composietenfamilie.

Je kan deze al heel vroeg in het voorjaar in maart en april tegenkomen. Maar als het in februari al mooi weer is dan zijn het de eerste bloemen die je kan zien. Het groeit als een groep in bermen maar ook op hellingen en soms zie je hen ook in het gras iets nabij de waterkant.  

Zoals ik -Tine- deze onlangs tegenkwam in het nationale park -de Biesbosch net voorbij het bezoekerscentrum aan de waterkant. Het klein hoefblad is een composiet en tevens een naaktbloeier want als de bloem is uitgebloeid komen pas de bladeren die wat op een paardenhoef lijken. Vandaar waarschijnlijk dus ook de naam die men gaf van het kleine hoefblad. Wat ook wel een leuk weetje zal zijn is dat de bloemen zich pas openen in de volle zon en dat de bloemen weer gaan sluiten als het regent.

De bloemen verschijnen altijd voor de bladeren en de bloeistengels dragen maar één bloemhoofdje. Het gele, eerst opgerichte, maar later een knikkende hoofdje en is 2-3 cm. De bloemen hebben buisbloemen en zeer smalle vrouwelijke lintbloemen. De vrouwelijke bloemen hebben een onderstandig vruchtbeginsel met stijl en twee stempels. De omwindsel bladen staan in één rij. Verder heeft deze plant vingerdikke, geschubde en een kruipende wortelstok met lange ondergrondse uitlopers tot meer dan 1 meter. Uit de wortelstokken komen een aantal bloemstelen te voorschijn met schubben. De viltige gegroefde bloemsteel of stengel ziet er bijzonder uit. De groene stengel is bezet met half stengel omvattende schubben. Groen tot rood, spits met toelopende schubben.

De benaming 'klein' is ook het verschil met het groot hoefblad. Want deze bladeren zijn ook veel groter. Hier heb ik al eens over geschreven en dat kan je hier lezen als je op de link drukt of klikt, mocht je het nog niet hebben ontmoet: Groot hoefblad-petasites

De botanische naam Tussilago is afgeleid van 'tussis' wat hoesten betekent en 'agere' betekent verdrijven. Het verdrijft dus de hoest waar het kruid ook vroeger al veel voor gebruikt werd. De Nederlandse naam hoefblad kan misschien ook wel een verbastering zijn in de loop der jaren van de benaming hoestblad. Door de eeuwen heen werd deze wilde plant ook gezien als de terugkomst van de zon. En werd het klein hoefblad ook gebruikt bij diverse rituelen die de zon verwelkomen. Farfara is afgeleid van het Latijnse far (meel) en fero (dragen).

Het kleine hoefblad kent ook andere benamingen die jij wellicht ook wel kent en dat is onder andere -Dauwkool, Ezelspoot, Hoevenblaren, Paardehoef, Sinte-Katrijnskruid.

Het plantje en blad is niet alleen goed voor de mens, maar ook voor de grond. Want ik las onlangs als er bv vervuiling in de grond zal zitten dat het Klein Hoefblad dan in staat is om het chemische vuil op te nemen en te vernietigen en dus is dit plantje ook wel een goede milieureiniger te noemen. Wellicht ook wel een tip om deze ook zelf in je tuin te zetten mocht jij soms vervuilde grond hebben.

De zaden van het kleine hoefblad zijn heel dun en cilindervormig en worden tot 1 cm lang. Het vruchtpluis bestaat uit enige kransen van zijdeachtige mooie sneeuwwitte haren, die ongeveer drie keer zo lang zijn als de zaadjes. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig. Helaas hier geen foto van want ze waren nog mooi in bloei toen ik hen zo gezellig samen zag staan.

Elke bloemstengel draagt ook één goudgeel bloemhoofdje met een doorsnee van 2-3 cm. Een krans van wel 300 draadvormige vrouwelijke lintbloemen. Het hart van de bloem bestaat uit buisbloemen, die zich mannelijk gedragen en waarbij de buis weer uitloopt in een vijfpuntig sterretje.

Dieren weten wel dat de plant giftige stoffen bevat want door de meeste zoogdieren wordt de plant ook niet gegeten. Maar Het klein hoefblad wordt wel bezocht door de diverse solitaire bijen zoals de grasbij, vierbandgroefbij, koolzwarte zandbij, pluimvoetbij en tronkenbij. De bloemen leveren alleen stuifmeel en geen nectar.De honderden bloemetjes in het bloemhoofdje hebben dus veel bijen nodig om bestoven te worden.
Klein hoefblad - Tussilago farfara  , catherinetine.blogspot.com

In de Middeleeuwen was de naam van het kleine hoefblad Flius ane patrem. Het betekent: de zoon vóór de vader. Ook werd het gebruikt als verfstof, het gaf een geelgroene kleur. Maar ook werd het gezien als een van de belangrijkste geneeskruiden bij aandoeningen als hoest, astma en bronchitis. Men gebruikte het blad opgerold als een rookgenot maar dat is nu wel af te raden want roken is zo wie zo erg ongezond. En het is tevens gevaarlijk en kankerverwekkend als je dit onbewerkt zal doen.

De bladeren worden gebruikt als omslagen bij gewrichtsproblemen en reumatische aandoeningen. Dus je kan wel merken dat in de natuur veel is te vinden wat je goed kan gebruiken bij allerlei doeleinden. Maar je moet er wel enige verstand van hebben om wat uit de natuur te halen. En ik leer steeds meer bij en jij vast ook door mijn schrijven en het delen van menige foto of andere informatie wat hier op deze website zoal staat.

Jaren achtereen heeft men tincturen gemaakt van de wortel voor bovengenoemde klachten. Een tinctuur is een alcoholische oplossing en werkt meestal nog sterker dan het verse kruid. Helaas mag het in Nederland niet meer verkocht worden omdat men toch meer vertrouwen heeft in de door de mens gemaakte synthetische medicijnen. En veel natuurkruiden kan je ook kopen in menig reformwinkel waaronder ook waar het kleine hoefblad is in verwerkt. Maar er zijn nog veel mensen die het zelf maken want ik zag hier ook enige filmpjes van op het internet.

Dat is erg jammer, maar het blad en de bloem van klein hoefblad mogen nog wel worden gegeten. Alle bovengrondse delen zijn een bron van vitaminen en mineralen en bevatten stoffen die de spijsvertering stimuleren. Ze kunnen fijn gesnipperd worden in een salade. De bladeren kunnen ook gekookt worden, zoals in een stamppot of soep.

Alleen het jonge blad is lekker. Later in het seizoen wordt het blad taai en wordt er alleen thee van gemaakt wat een beetje naar drop smaakt. Tenminste dat is mijn mening maar ook proefde ik wat pepermuntachtig erin. 

Maar let op want voor vrouwen die zwanger zijn is het drinken van deze thee niet aan te raden daar de pyrrolizidine-alkaloïden die erin zitten schadelijk en gevaarlijk kunnen zijn voor het kind. Doe dit echter ook op kuurbasis want bij langdurig dagelijks gebruik kan dit wel voor bijwerkingen gaan zorgen.

De smaak van de bladeren is wel enigszins bitter maar de bitterheid verdwijnt ook vaak wat na het koken. De bladeren kan je ook drogen en dan gaan verpulveren en kunnen ook als zoutvervanging worden gebruikt.

En als je alleen de bloemen gebruikt dan is het met wat honing erin gegoten erg lekker. En zo ontvang je dan een frisse bloemenhoning. Maar het heeft wel tijd nodig voordat je dit kan eten. Onderin lees je nog enkele tips met recepten wil je dit ook eens zelf gaan maken.

De wortels van het kleine hoefblad kunnen ook versuikerd worden door deze lange tijd in siroop te bewaren. Van het blad kan ook een papje worden gemaakt die je op de huid kunt bevestigen bij huidklachten. Het helpt tevens tegen het kruid bij eczeem, zweren en insectenbeten. en zoals al geschreven zeker als je bultjes ontvangt van een brandnetel.

Voor stamppot of gestoofd is dit ook te gebruiken.

Dit zal je ook eens kunnen uitproberen om het zelf te maken.

Recept wat ik vond in oud kruidenboek van Maria Treben- De apotheek van God

In een aarden pot of een weckglas doet men afwisselend een laag bladeren en een laag rietsuiker. Dan even wachten totdat het wat samen is vermengd en vult het daarna bij totdat de pot vol is. Dan de pot goed afdekken met drie lagen perkament of cellofaan en stopt dan de pot goed dichtgebonden in de aarde van de tuin op een veilige plaats. 

 Leg er dan een plank over en dekt dan alles toe met aarde. De gelijkmatige warmte van de aarde doet dan een gistingsproces op gang komen dat na acht weken voltooid is. Dan graaft men de pot weer op en kookt dan het hoefbladsiroop één- of tweemaal op. 

Afgekoeld doet men deze siroop in breedhalzige flessen, die in de winter de beste remedie is tegen griep. Men gebruikt dan telkens een theelepel van deze siroop.

Op www.kruidengeheimen.nl vond ik een recept van Andrea Bleeker om een heerlijke voorjaarssalade te maken en zet deze erbij voor jou

Recept voorjaarssalade

Nodig:

Eetbare bladeren, zoals blad van de paardenbloem, zevenblad, daslook, smeerwortel, duizendblad, brandnetel, valeriaan, etc.
Eventueel eetbare bloemetjes van klein hoefblad, rode klaver, paardenbloem, madeliefje etc.
Stengel bleekselderij, paprika en/of appel
Koude gekookte bietjes
Fetakaas
Sesamzaad
Zoetzuur (bijvoorbeeld augurken) met een paar eetlepels sap
Een eetlepel honing

Snij alles fijn en dan samen mengen.

Informatie uit mijn vele natuurboeken en uit boek eten

Fotografie en tekst geschreven door © Tine de Jong

Bedankt voor je bezoek en om gezellig mijn schrijven te komen lezen.

Ik wens je veel leesplezier en tot een andermaal met wellicht weer een mooi informatieve verhaal. Wees ook welkom op mijn persoonlijke website waar je ook veel kan ontmoeten met berichten uit de natuur en nog veel meer.
Gedichten en verhalen uit leven

En wellicht vind je dit ook wel interessant om te lezen? japanse-sierkwee-dwergkwee-chaenomeles

maandag 13 april 2020

Weetjes over de Posthoorn slak - Planorbarius corneus


Soms als je eens in greppels of in de sloten of in een vijver kijkt kom je ook weleens mooie diertjes tegen. En onlangs was het de posthoornslak -Planorbarius corneus die ik zag. Men noemt deze ook wel de schijfhoren of de schijfhoornslak en zijn ook familie van de Planorbidae. 

Er zijn heel veel soorten die op hen lijken maar toch zit er weer verschil in. In Nederland komen ongeveer 42 soorten zoetwaterslakken voor. Bekende zoetwaterslakken zijn de gewone poelslak en de posthoornslak. En over de posthoornslak ga ik -Tine- nu eens schrijven. En wellicht leer jij weer wat van de onderstaande informatie.

Het huisje kan wel tot 3,5 cm groot worden. Zijn naam is afkomstig van de vorm van zijn huisje dat lijkt op een posthoorn. De kleur van de schelp is roodbruin maar door algen en andere aantasting lijkt deze vaak meer groenig. De meeste soorten in Nederland hebben een geel tot grijsbruin huisje, dat meestal bedekt is door een zwarte of groene laag. Waarschijnlijk biedt deze onopvallende kleur bescherming tegen vijanden want die hebben zij net als andere dieren ook en voor de posthoornslak zijn dit o.a Bloedzuigers en karpers.

Er zijn grote en kleinere soorten en die ik zag zat tussen de kleine en grote in en was ongeveer 2 cm. Het lichaam van de posthoornslak is donkergrijs voorzien van een platte, aan het uiteinde spits uitlopende voet. De posthoornslak heeft ook longen, maar kan ook zuurstof uit het water opnemen. Daarom noemen ze deze ook wel een longslak. Hierdoor kan de posthoornslak leven in minder zuurstofrijk en in dieper water dan een poelslak. Ondanks dat het een waterdier is gaat de posthoornslak zo af en toe naar de oppervlakte om zijn longen weer te vullen.


Deze posthoornslak leeft meestal in stilstaand water met een wat modderige bodem waar het zich voedt met waterplanten en hun overblijfselen. Vele algen en rottend organisch materiaal dat op de bodem te vinden is dat eten zij op. Zoetwaterslakken hebben ook kalk nodig om een huisje te bouwen en houden daarom van 'hard' water. Kalk wordt opgelost door zuur. Zure regen kan er daardoor voor zorgen dat omgevingen soms niet meer geschikt zijn voor menige waterslakken.

Als een van de weinige buikpotigen heeft de slak een rode hemolymfe - roodbloed, waardoor deze slak in staat is meer zuurstof uit het water op te nemen. Dus deze slakken soort bevat hemoglobine en geen blauwe hemocyanine wat meestal gebruikelijk is voor weekdieren. De ogen zijn gebaseerd op lange, draadvormige antennes. Ze hebben daarbij als buikpotige ook een gespierde onderzijde van het langwerpige lichaam, die voor de voortbeweging zorgt. Het is best wonderbaarlijk te noemen hoe een slak zich met zo een huis zich kan voortbewegen.

Deze slak is zoals bijna alle slakken ook tweeslachtig maar kan zichzelf niet bevruchten. Nadat er gepaard is kunnen meerdere keren eitjes worden afgezet. Deze zitten in een gelei-achtig, plat en doorzichtig eipakket, dat pannenkoek-achtig van vorm is. De eitjes worden tegen waterplanten of onder drijvende bladeren afgezet.

Hier heb ik mooi filmpje voor jou gevonden van een paring en dat is ook wel leuk om te zien maar lees wel verder voor meer informatie


In de natuur vindt paring seizoensgebonden plaats, in de lente en de herfst, bij watertemperaturen boven 15 ° C. De eieren met een diameter van 1,2-1,7 mm worden gelegd in meestal langwerpige capsules van 8-15 mm breed, die elk 12-40 eieren bevatten. Deze capsules zijn stevig bevestigd aan waterplanten. Na ongeveer 14-16 dagen komen ze uit en komen kleine slakken vrij met een transparante schaal. Elke stam bevat 12-40 eieren, bevestigd aan waterplanten, embryo's zijn roodachtig met doorzichtige schelpen, jongen komen na 14-16 dagen uit, levensduur tot 3 jaar.


Deze zoetwaterslakken worden helaas ook wel eens gevangen want ze zijn ook zeer geliefd in een aquarium. Het is een makkelijke slakkensoort die zich goed voortplant. En ze helpen ook heel goed tegen korte fluweelalgen en puntalgen, maar ze eten ook planten dus moet men wel weten wat men erin doet. Jonge posthoornslakken eten over het algemeen slechts algen maar de volwassene niet. Slakken zijn echter ook wel zeer grondige schoonmakers van glas en stenen en kunnen in hoeken en gaten komen die andere vissen overslaat. Maar ik zie ze veel liever in hun eigen habitat want daar hebben ze veel meer vrijheid.

Helaas was het water te troebel in de greppel om zelf te filmen maar onderstaande video is dan wel uit een aquarium maar dan zie je deze wel beter.En als je de film goed bekijkt zie je ook hoe deze lucht tot zich neemt.

Fotografie en tekst geschreven door © Tine de Jong- 2020

Informatie uit diverse natuurboeken van mij en samengevoegd tot bovenstaande schrijven

Bedankt voor het lezen en je bezoek maar ook dat je de andere informatieve blogs leest met andere mooie feitjes en weetjes uit de natuur. En meer over slakken vind je ook op de natuurwebsite en je komt ze vast tegen als je eens op de labels of tags klikt of drukt onder de video.

In onderstaande video zie je een posthoornslak- Planorbarius Corneus in HD

Bekijk de video via YouTube en zet deze dan het grote beeld aan. En echt de moeite waard om het te zien.


zondag 29 maart 2020

Zweefvlieg (Eristalis tenax) Blinde bij

Zweefvlieg (Eristalis tenax) Blinde bij

Heb jij deze ook al eens gezien misschien? Dit insect genaamd de blinde bij( Eristalis tenax) , is helemaal geen bij maar een zweefvlieg die had ik ontmoet toen ik even een klein straatje rond ging om even ook een frisse neus te halen. 

Ik maak regelmatig zo een ommetje en de camera gaat dan ook altijd mee voor het geval ik mooie natuur zal zien. En deze zweefvlieg was al heel vroeg druk bezig om de heerlijke nectar uit menige bloem te halen. 

En het is ook best wel een slim insect te noemen want deze lijkt dan wel op een bij of een wesp maar is het dus helemaal niet. En men schrijft overal dat deze blind is en dat is deze ook echt helemaal niet. Als je goed kijkt als je deze eens zal ontmoeten en dan kijkt naar zijn korte antennen zal je gelijk het verschil zien dat deze van andere bijen verschilt. 

De blinde bij heet zo vertelde  men mij omdat hij wat lijkt op een honingbij. Door die gelijkenis (dat heet mimicry) schrikken ze vijanden af en worden ze minder vatbaar om op gegeten te worden. Het woord 'blind' slaat mogelijk op het feit dat ze niet kunnen steken. 

Je ziet ze veel rond zweven waar lekkere honing voor hen is te halen. Het is één van de 350 soorten zweefvliegen die er in Nederland zijn. En wellicht zijn er bij jou in ander land wel meer soorten.

Dit soort zweefvliegen wordt gekenmerkt door de twee verticale strepen op de ogen ook wel haarbanden genoemd. En daarom dachten vele onderzoekers vroeger dat deze blind was. De naam hebben ze dus niet veranderd en zo gelaten. Daarnaast heeft de 'Blinde bij' ook nog enkele rijen haren op zijn ogen wat mogelijk ook tot de gedachte heeft dat hij dus niet kon zien maar dat kan deze perfect hoor. 

Alle vliegensoorten hebben een korte tong. Zij bezoeken bloemen waar de nectar niet te diep zit zoals composieten en schermbloemen. De Blinde bij vliegt het hele jaar door en is een zeer algemene soort. 

Dit soort lijkt tevens veel op een honingbij maar kan dus niet steken. Deze vliegensoorten zijn dus geen insecten waar je bang van hoeft te wezen. Blinde bijen zitten in de lente en zomer veel op allerlei bloemen. Ze overwinteren als volwassen insect, vaak in groepen bijeen.

Hier nog wat informatie erbij wat je wellicht ook wel interessant vind om te lezen....

Er zijn namelijk twee genetisch verschillende kleurvarianten van de blinde bij: Een donkere variant waarbij de vrouwtjes bijna helemaal zwart zijn en de mannetjes alleen geel op het tweede (het eerste grote) segment hebben, en een lichte variant waarbij de vrouwtjes veel geel op het tweede segment hebben en de mannetjes ook geel op het derde segment hebben. 

Daarbij wordt de grootte van de gele vlekken en de intensiteit van het geel ook nog beïnvloed door de temperatuur gedurende de larvale ontwikkeling die in het water plaats vind en waar ik later onderin er meer over zal schrijven.

Verder is de zweefvlieg - Eristalis tenax een tweevleugelig insect uit de familie van de zweefvliegen Syrphidae. En de mannetjes hebben grote ogen die in het midden samenkomen, terwijl de vrouwtjes kleinere ogen hebben met een kleine tussenruimte. In hun vlucht hangen de achterpoten ook opvallend naar beneden. 

Er zijn ook vele andere onschuldige zweefvliegen die ook gelijken - net als de 'Blinde bij' op veel mindere onschuldige soorten zoals wespen, hommels en bijen. Deze gelijkenis wordt mimicry oftewel camouflage genoemd. Zo houden ze andere insecten ook op afstand die hen soms willen aanvallen uit angst om dan een steek op te lopen.

Het uiterlijk van deze zweefvlieg kan ook heel erg variëren. Dit insect de Eristalis tenax is best wel een slim insect te noemen en dus een hele goede bijen imitator. Hun ogen zijn zwart gemarmerd. Hun gemiddelde vleugellengte is 9,75-13 mm en hun gemiddelde spanwijdte is 15 mm. Ze hebben een stevig uiterlijk, zoals bijen dit ook hebben en daarom denken we soms dat het een bij is maar als je hen goed gaat bestuderen zal je best wel het verschil ontdekken.

Het achterlijf kan wel variëren van donkerbruin tot zeer oranje. De pigmentatie speelt ook wel een belangrijke rol bij de beheersing van hun lichaamstemperatuur en dat kunnen de zwarte gebieden in het midden van het achterlijf zijn . Want deze zweefvliegen kunnen namelijk ook zonnestraling absorberen en zo het rug bloedvat dat er vlak onder ligt zo opwarmen waardoor het donkerder lijkt als dat de echte kleur is en zo leidt hij andere insecten af.

Om de gelijkenis nog wat te versterken, maakt de blinde daarbij ook nog een zoemend geluid tijdens het vliegen en als men hem vast pakt, terwijl veel andere soorten zweefvliegen bijna niet te horen zijn. 

Ook de ogen van de blinde bij zijn wel typisch vlieg-achtig, en daarbij mist de blinde bij zowel de kleine voelsprieten als de stuifmeel zakjes die een bij weer wel heeft. En zo kan je ook het verschil zien van deze twee.

Zweefvlieg (Eristalis tenax) Blinde bij

De blinde bijen vliegen tevens ook van bloem naar bloem en bestuiven net als de bijen ook en zijn dus net als onze bijen goede en belangrijke verstuivers. De zweefvlieg (blinde bij) dankt zijn naam ook aan de manier waarop ze zich doorheen de lucht bewegen. Let er maar eens op als jij hen eens zal zien. 

Ze vliegen even korte stukjes om dan weer plots te stoppen en dan weer ter plaatse te blijven zweven totdat ze wel op de bloem landen. Ze leven vooral van nectar en stuifmeel en is dan ook vooral op bloemen te zien. Daarbij draagt ze ook de mooie benaming van een bloemenvlieg.

De zweefvlieg ondergaat daarbij ook wel een unieke ontwikkeling want de vrouwtjes leggen hun ei zakjes namelijk af op ondiep, vervuild water, waarna een larve groeit die de 'rattenstaartlarve' heet. Meeste waterinsecten hebben het moeilijk te overleven in vervuild of zuurstofarm water maar de rattenstaartlarve zoals deze ook word genoemd heeft hier wel een gepaste leefomgeving. 

Het is een 2 cm lange larve die ademhaalt via een fijne, uitschuifbare buis die tot wel 15 cm lang kan worden. Ze voedt zich met rottend organisch materiaal, in het water opgeloste stoffen en plankton. Je kan hen dus ook eens tegen komen in een regenton of in je vijver of een ander stilstaande waterbron.

Vrouwelijke zweefvliegen onderzoeken eerst het water door steeds weer aan de rand met hun hoofd kopje onder te gaan. Is het poeltje of de emmer geschikt dan zetten zij hun eieren af. Dus als je deze weinig flatterende larve eens tegenkomt in een emmer of in een regenton of andere waterschaal ziet? 

Denk dan eerst even na alvorens tot een dodelijke actie over te gaan. Want op een dag worden deze kronkelende made's een prachtig imago's als zweefvlieg of ze worden een blinde bij. en ze zijn dus ook nuttig voor de natuur op hun manier.

En dit filmpje kan je zo een vreemd diertje zien. Het ziet erg wat eng uit maar toch is het ook wel wonderbaarlijk en best interessant te noemen. De larve van een blinde bij


In het voorjaar kruipt de larve dan op het droge, waarna ze gaat verpoppen. Daar heb ik geen filmpje van maar hier kan je wel zien hoe de larve zich voortbeweegt.klik of druk op de rode link als je het wilt zien. Een larve in huis

De vrouwtjes overwinteren soms ook in gebouwen waardoor het voorkomt dat in een vochtig huis, gierkelders of waterachtige kelders heel wat rattenstaartlarven kunnen leven. De poppen zijn roodbruin van kleur. Aan de voorkant zijn enkele hoornachtige uitsteeksels, en de staart buigt vaak omhoog en over de achterkant van het lichaam.

Nog een extra weet je erbij voor jou is dat ook muggenlarven goed gedijen in stilstaand water en deze zijn dan echt mooi rood van kleur. 

En ik geef deze tip erbij mocht je ze deze niet willen maar dan wel op een goede basis ze willen verwijderen dan zijn goudvissen of olijfolie in het water een goede remedie om het in te perken maar bedenk hierbij dat als het wel larven zijn van de blinde bij dat je hen dan niet laat doodgaan. Want die hebben we echt hard nodig.

Dank je wel dat je even gezellig kwam lezen op deze natuur website. Hier  staan vast meer mooie weetjes of feiten uit onze mooie interessante natuurwereld. De informatie hierboven  komen uit mijn vele natuurboeken die ik zo heb samengevoegd voor een mooi informatief blog. Ik dank ook de bloggers en andere bezoekers die gereageerd hebben op mijn vorige schrijven.

Wil je ook eens reageren en heb je geen website link,  plaats dan alleen je naam en laat de andere regel open en dan kan je ook jouw eventuele vraag of reactie plaatsen.  Zet ook als je het anoniem wilt doen wel je naam in de reactie daarbij want die zonder naam worden niet meer geplaatst.

Tekst, Fotografie en live video © Tine de Jong, 29 /03 /2020

Heb deze gefilmd met mijn fotocamera Canon 185 Ixus en zonder statief dus de beelden kunnen niet zo goed wezen. Het is voor mij soms erg moeilijk om door de verkromming in mijn vingers om een camera te hanteren als ik eens wilt filmen. 

En dat is dan ook de reden dat ik meer foto's maakt met mijn wandelingen. Typen doe ik ook met 2 wijsvingers want met de andere lukt dit helaas niet meer. Geniet van mijn korte filmpje van de blinde bij op een mooie bloem.

zondag 15 maart 2020

Menierood zuringspitsmuisje - Apion frumentarium

Menierood zuringspitsmuisje - Apion frumentarium
Hebben jullie dit mooie diertje weleens ontmoet?

Soms als je eens goed tussen wat bladeren zal kijken kan je vele kleine insecten tegenkomen en met een vergrootglas kan je hen nog beter zien. Deze heb ik dan ook altijd bij mij in rugzak. En in menig grasland en ook op vochtige en voedselrijke omgewerkte grond in grasland en wegbermen, maar ook in taluds van wegen en op ruigten heb jij vast ook wel eens de ridderzuring gezien en dat is dus de waardplant van dit fraaie diertje waar ik wat informatie gaat schrijven. 

Maar ook op andere zuringplanten kan je dit mooi gekleurde kevertje aantreffen. Van maart t/m oktober kan jij hen dus ook wellicht eens zien als jij door de knieën gaat. Laatste lukt mij niet meer zo goed en heb dan ook een helpende hand nodig om weer overeind te komen van vriendin of als ik met mijn man aan het wandelen bent.

Deze kever kent ook verschillende Nederlandse namen zoals het menierode zuringspitsmuis, menierode spitssnuittor of de zuringgalspitsmuisje. Maar ik noem deze zoals ik hem /haar hier beschrijf hieronder.

Want dat het geen muisje was had je vast al begrepen aan de foto boven maar hij dankt zijn naam omdat zijn voorkant snuit wel wat op een muisje lijkt. Men noemt dit dan ook geen muisje maar de Menierode zuringspitsmuisje - Apion frumentarium. En ja soms kom je ook gewoon vreemde snuiters tegen op je pad en dat heb jij vast ook weleens gehad.(Lach) 

Maar in de natuur zijn het de snuitkevers die toch wel mooi en interessante snuiters kunnen wezen. Als jij eens op pad gaat, neem dan eens een vergrootglas mee want dan zie je soms veel meer. Kevers kennen een enorme diversiteit wat betreft lichaamsvorm maar hebben allemaal hetzelfde basisplan. En die ik had ontmoet is dus een snuitkever.

Deze zuringspitsmuisje -Apion frumentarium - Linnaeus, 1758 (Curculionoidea) komt uit de familie van de spitsmuisjes (Brentidae) en behoort tot de orde Kevers (coleoptera). Deze kever is een middelgrote rood-oranje kever, ongeveer 3-4,5 mm lang. Alleen de klauwtjes en de ogen zijn zwart. Opvallend verschil tussen deze en een ander soort de Apionidae is dat de kop volledig bedekt is met piepkleine putjes. Zelfs het gebied tussen de ogen en op het snuitje heeft deze structuur.

Er zijn in Nederland 5 roodoranje Apions maar die lijken soms heel veel op elkander. Apion cruentatum, Menierode zuringspitsmuisje (Apion frumentarium), Apion haematodes, Apion rubens of het Zuringwortelspitsmuisje (Apion rubiginosum). Alle zijn zijn ook de bewoners van de Zuringsoorten (Rumex). Soms is determineren ook wel moeilijk want ik heb er niet zoveel verstand van. Mij gaat het meestal om de waarneming van iets dat ik had ontmoet en wat ik niet ken en dan zoek ik het op in mijn vele boeken of op het internet.

Als je ook eens wandelt langs de waterkant heb je vast ook wel eens de Waterzuring - Rumex hydrolapathum zien staan en dan heb je kans om deze kever- zuringspitsmuisje te ontmoeten. Deze forse zuringsoort behoren tot de duizendknoop familie en bloeit wat later dan de Veldzuring maar is even mooi. Helaas is de foto van mij niet zo gelukt met het vergrootglas maar ik plaats deze er wel bij en eronder een foto van de waardplant waar je deze ook kan tegenkomen.

Menierood zuringspitsmuisje - Apion frumentarium




Ook op de wilde rabarberplanten kan je de volwassene kevers tegenkomen en de larven die de gallen verlaten zijn er soms wel talrijk. Door zijn felrode kleur valt het beestje ook soms op tegen het groen van bladeren. Tussen april en juni zitten de kevers vaak aan de onderkant van de bladeren. Tot de waardplanten behoren ook een aantal andere soorten van het geslacht zuring en dat zijn de Rumex, oligofaag, zoals Rumex crispis, R. hycholapathus, R. conglomestus en R. obtusifolius.

Vrouwtjes van Menierode Zuringspitsmuisjes boren gaten in de bladstelen of in stengels van de planten waarin zij de eitjes leggen. Deze gaten zijn relatief klein waardoor de eitjes een beetje uitsteken. Daarom wordt elk gaatje bedekt met zwarte substantie die uit de buik door het vrouwtje wordt afgescheiden. De eieren zijn doorzichtig, 0,6mm lang. En niet met het blote oog dus te zien. In dit gedeelte van de stengel vind ook de verpopping plaats.

De larven boren veel tunnels in de bladstelen en vooral in het laagste deel van de stengel en ook veel in de wortelhals van de zuringplanten (Rumex). zij doen dit zonder vergallingen te veroorzaken. En de periode waarin eieren worden gelegd duurt vanaf de winter tot het begin van de zomer. De larven komen al uit na 5-7 dagen. Er zijn drie larvale stadia De volledige ontwikkeling van ei tot het imago duurt drie tot vier maanden. De kleur van de pas uitgekomen kevertjes wordt pas na een week intensief oranje-rood.

Voor jou nog mijn schrijven er apart bij. Degenen die de schoonheid van de aarde waarderen en de natuur op waarde weet te schatten kan elk maal iets moois ontvangen Elke dag zijn er vele geschenken als je alleen maar om je heen kijkt naar onze mooie natuur en dierenwereld. Ze vertellen je elke dag een ander verhaal en alle bomen, insecten, dieren, planten en bloemen doen hetzelfde. 

Als jij echt van de natuur houdt vind je overal wel schoonheid. En je hoeft ook niet altijd ver weg te gaan want in de eigen omgeving vind jij vast ook prachtige natuurgeschenken die je blij zullen maken. 

Daarom moeten wij allen ook zuinig wezen hierop. Bij elke wandeling die ik maak in onze mooie natuur ben ik steeds weer verrast aan wat ik aan mooie natuurgezichten ontvangt.

Tekst en foto 2 en 3  © Tine de Jong- 2020

Foto 1 komt uit mijn vele insectenboeken met wat informatie wat ik zelf ook niet wist. En door lezen leer ik of jij wellicht ook wat bij.

Foto 2 zelf genomen met vergrootglas voor mijn lens van camera.(Canon Axus 185)

Geef jou erbij dit filmpje Geüpload door Oliver's Nature van een mooie opname van dit prachtige diertje De Menierode zuringspitsmuisje (Apion frumentarium) waar je deze goed kan zien en zijn kanaal is zeker wel een bezoek waard want hij ontmoet ook vele mooie insecten en andere dieren.