Vele kleine dieren zijn er te vinden onder de grond en zeker als je ook eens een oude boomstronk op zal tillen. Maar ook onder het mos leven veel kleine diertjes als je deze ook eens voorzichtig optilt. En til dan ook eens een steen op want daar leven ook vele kleine dieren die je wellicht niet zal zien met een wandeling.
En ik tilde ditmaal met een natuur wandeling ook eens wat mos voorzichtig op en kwam ook een heel bijzonder mooi diertje tegen. Vele zullen wellicht de kriebels krijgen als men deze tegen zal komen maar ik geniet steeds weer van deze mooie kleine dieren en zo zie je ook wel dat er veel mooi leven ondergronds is. En ik ontvang dan hierbij een ander heerlijk kriebelig gevoel als ik weer mag kennis maken met deze kleine dieren.
Sinds kort heb ik ook een klein boekje bij me waar verschillende insecten en andere kleine dieren in staan en na wat zoeken vond ik het en bleek het te gaan om de mooie aardkruiper- Geophilus flavus.
Een pracht diertje om te zien met zijn mooie smalle lichaam en de vele pootjes. Al zijn er ook weleens dikkere gezien in andere omgevingen maar wellicht gaat dit dan weer om een ander soort. De wetenschappelijke naam van dit soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1778 door De Geer.
Het is een vrij lange (tot 45 mm), dunne geelachtige duizendpoten soort met een roodbruine kop en met vrij lange antennes. Het heeft 45 tot 57 paar poten. ik heb ze niet geteld hoor want ik wilde het dier ook niet te lang uit zijn omgeving houden. zie je hoe mooi de 2 antennes zijn op zijn kop? Hiermee kan hij licht en donker onderscheiden. Deze foto is genomen door een wandelmaatje en deze lijkt wat rossig maar kan ook komen door de licht inval.
De gele aardkruiper is een soort duizendpoot die leeft onder de grond en zij voeden zich met andere kleine bodemdiertjes, geleedpotigen en soms ook regenwormen staan op hun menu.
De vrouwtjes leggen groepen van 50 tot 60 eitjes in de bodem of tussen verrot hout. Dat zijn er best wel veel en met blote oog zijn ze dan ook niet te zien.
Ze wachten tot alle eitjes uitgekomen zijn en tonen dus eigenlijk ook wel een beetje broedzorg. Soms likken ze ook hun eitjes schoon tegen uitdroging en schimmels.
Ze komen voor in heel Europa, Noord-Amerika en ook in Australië. En allen vallen onder de categorie duizend en miljoenpoten al zit er soms veel verschil in. Maar ik vond het wel een bijzondere ontmoeting. En ik hoop jij ook.
Tip voor jou erbij is dat je ook eens op de labels/ woorden/ tags moet gaan drukken want dan lees je nog veel meer mooie en leerzame weetjes waar over geschreven is hier op deze natuur website waar de natuur altijd wel de hoofdrol in speelt. Alvast bedankt.
Een kennis van mij had deze gefilmd en deel zijn video graag hierbij en zijn kanaal is gewis ook een aanrader voor jou want je zal vele mooie dieren ontmoeten die je vast ook niet kent of hebt gezien.
In de natuur kan je veel kruiden tegenkomen die je kan gebruiken in gerechten of men kan er eens thee van maken. Als men de natuur eens haar gang laat gaan kan je ook veel meer kruiden in veld of bermen vinden en eten uit de natuur kan ook heel voedzaam zijn mits je hen goed wast of schoonmaakt en ook goed zal bereiden. Maar helaas- de onrustzaaier van de natuur- zoals ik de grasmaaier noemt geeft hen soms niet eens de kans om te groeien ook al maaien ze bermen nu wat later.
Maar ook in bos kan je vele kruiden vinden en ditmaal was het wat Hondsdraf - Glechoma hederacea waar ik wat van mee naar huis nam. Want je kan er heel veel mee waar ik later meer over zal schrijven al vermoed ik dat jij dit ook vast wel zal weten voor wie ook graag kruiden uit de natuur plukt en ze dan gebruiken voor menige doeleind. De natuur geeft ons dit gratis en voor niets. Eerst zal ik wat meer over dit plantje schrijven want dat is wellicht ook wel leerzaam en zo leer jij vast ook om deze plant wat beter te leren kennen. Men noemt deze ook wel eens- kruip door de tuin- omdat deze graag kruipt op de bodem als je deze met de uitlopers zijn gang laat gaan.
Je herkent hondsdraf in maart tot juni aan de kleine blauwpaarse bloemen en ook het blad is dan min of meer paars. In de zomer is het blad mooi groen. De hoofdbloei valt in april, maar het kruid kan wel doorbloeien tot in september. Bloemen van hondsdraf staan gesteeld met 2-3 in een naar één zijde gekeerde schijnkrans in de oksels van de bladparen.
Hondsdraf heeft twee bloeivormen: bloemen met uitsluitend een stamper en bloemen met stamper en meeldraden. De bloemen zijn tweezijdig symmetrisch en duidelijk van het lipbloem-type, met een boven- en een benedenlip. De kelkbladen zijn daarbij ook bezet met haartjes en vormen samen weer een kokertje en dit is tevens ter bescherming, zodat de vier nootjes die op de bloembodem rijpen dan vast blijven zitten.
De bladeren staan tegenover elkaar aan de vierkante stengels en zijn niervormig met een hartvormige voet. De randen zijn gekarteld en licht behaard. De plant heeft een sterke, kruidige geur. En dat kan je ook uittesten als je het blad kneuzen zal dan ruik je vast een pepermuntachtige geur ruiken. En ook dit blad werkt zeer verkoelend als jij je eens hebt geprikt aan een brandnetel. En dat gebeurd mij best soms veel als ik een klein insect op de foto wilt zetten en daarom neem ik ook altijd wat van dit kruid mee bij een wandeling als ik het ziet staan. Het is niet dus alleen de weegbree die ook heel goed helpt tegen brandnetel jeuk.
Hondsdraf vind je vaak in de buurt van brandnetels net als de weegbree. Moeder natuur heeft hierover best goed nagedacht voordat ze de brandnetel en hondsdraf samen lieten opgroeien. Deze drie stimuleren ook elkaar om te groeien. Het is nu eenmaal zo dat vele insecten de brandnetel ook hebben gekozen als de waardplant en ja dan kan het gebeuren dat het blad je huid aanraakt om zo zijn aanval aan jou zal geven als jij te dichtbij komt. Dus pluk altijd deze kruiden en je bent zo van de jeuk af.
Wat ook zo typisch is voor de hondsdraf is zijn de spreidende groeiwijze, de plant kruipt eerst over de bodem en wortelt dan vanuit de knopen wat ondiep in de bodem. Op die manier wordt het licht optimaal opgevangen door het plantje. De blaadjes, die sterk geuren bij aanraking, zijn tegenover elkaar staand en rondachtig, en ook wat niervormig met gekartelde bladranden. De bovenkant is glanzend donkergroen, de onderkant is dofgroen tot soms mat roodachtig. Bij niet te veel zonlicht is deze wel op zijn mooist.
Dit kruidachtige plantje heeft zoals ik al eerder schreef verschillende leefgebieden zoals in bossen, bosranden, akkers, omgewerkte grond, bermen, oude muren -waar ze ook graag tegen klimmen - en ook in plantsoenen als de grond maar voedzaam is. Hondsdraf groeit namelijk heel graag op wat vochtige grond maar houdt daarbij ook wel van wat schaduw. De toppen van de bloeiende takken gaan na de bloeitijd vaak liggen en gaan later opnieuw wortelen en groeien dan zo weer verder. De bladen aan de kruipende stengel blijven ook in de winter leven. Een ideale bodembedekker dus en soms ook een schuilplaats voor andere insecten die ondergronds leven of zich willen verschuilen tussen de bladeren. Een vaste bezoeker is ook de
Elke knoop is verankerd door een bundel wortels. De lengte van zo'n snoer kan meer dan een meter wezen met de uitlopers naar alle kanten. De kleur en vorm van de bloemen en de vorm van het blad gaf mij ook wel een oogstrelend geheel, vooral als ze van die grote plakkaten vormen. En de minuscule kleine violetblauwe lipbloempjes trekken daarbij ook vele insecten aan zoals vlinders, bijen, wilde bijen en hommels en wat dus ook weer goed is voor onze natuur.
De wetenschappelijke naam geven aanwijzingen voor een aantal eigenschappen: Glechoma komt overeen met het Griekse glechon, een geslacht van bloeiende planten met een verwijzing naar de pepermuntachtige geur die vrijkomt bij het kneuzen van het blad. Probeer het maar eens en dan zal je de geur kunnen ruiken. Hederacea komt van het Griekse hedera, klimopachtig. Dit omdat de bladeren lijken op die van de klimop en ook het groeigedrag (kruipen en klimmen) aan de klimop doet denken. Het draf-gedeelte van de Nederlandse naam is verwant aan ‘reve’ en betekent rank. Dit vanwege de lange uitlopers over de grond. En ze groeien overal en zelfs in deze oude boomstronk.
Dit plantje komt vaak in 2 verschillende vormen voor, de ene bezit volkomen 2-slachtige bloemen met grotere bloemkronen en de tweede soort heeft meestal kleinere bloemkronen en onontwikkelde meeldraden. Maar met goed ontwikkelde stijlen en deze bloemen zijn ook vrouwelijk. In menig tuincentra kan je dit plantje kopen mocht jij het ook eens in je tuin zal willen hebben. Die je vast ook wel kent is de Hondsdraf- Glechoma hederacea 'Variegata'. Dat is ook een mooi soort die als bodembedekking goed zijn werk zal doen. Dit soort is bijzonder geschikt voor verwildering en ook als onder beplanting. Het blad is witbont en de bloeikleur is ook mooi violet; de plant bloeit al vrij vroeg (april) en is daarom wellicht ook wel een mooie bodembedekking en verrijking voor in jouw tuin. Zie dit plantje dus aan voor onkruid als jij het eens zal zien want dan is dit door verstuiving wellicht bij jou in de tuin terecht gekomen.
Hondsdraf is ook een geneeskrachtig kruid en de werking is zowel in- als uitwendig zuiverend, verkoelend en rustgevend. vocht-afdrijvend en daarbij ook nog eens wond helend. Het verse kruid geeft door haar bittere stof ook daarbij een betere eetlust mocht je dit niet hebben. De plant kan vers of gedroogd, worden gebruikt.
Drogen kan je snel in de zon, of in een goed geluchte ruimte. Het smaakt lekker in o.a. salades en de geur is ook heerlijk. Jonge hondsdraf blaadjes kun je ook als spinazie eten. Maar hondsdraf moet je echter niet teveel van eten. Enkele blaadjes zijn heel gezond maar meer dan 50 gram wordt wel erg afgeraden aangezien je dan teveel toxische stoffen binnen krijgt die de gezondheid schaden. Het bevat namelijk ook veel looizuur en salpeterzure kali.
Je kunt ook thee maken van het blad, dan droog je eerst het kruid. Vervolgens kun je dan van een eetlepel gedroogde hondsdraf een kopje thee zetten. Het helpt goed tegen hoest en bronchitis en voor andere luchtweg klachten. Wie ook eens de hondsdraf wilt gaan gebruiken om er thee van te zetten doet er goed aan om de blaadjes dan in de lente te plukken. Zoals bij veel kruiden zitten er in het voorjaar meer werkzame stoffen in. Vooral de jonge blaadjes zijn gezond. Kruiden zijn in het voorjaar over het algemeen sterker van werking, wat goed uitkomt voor de mensen aangezien je dan ook wat kan aansterken van een winter waarin weinig verse kruiden te vinden waren. Zo wordt mede de voorjaarsvermoeidheid ook wat verdreven. En er dan een scheutje verse honing bij doen is helemaal lekker bij de thee.
En heb je eens mee-eters op je huid dan kan je ook een hondsdraf-kompres maken. Met ongeveer 15-25 gram gedroogd kruid hoef je het slechts 3 minuten te laten trekken in warm water. en dan op de huid leggen waar jij ze hebt.
En zo lees je wel weer dat ook dit plantje vele mogelijkheden bezit net als dat je veel kruiden gewoon in de natuur kan vinden of eens bloemen, paddenstoelen die heerlijk zijn te gebruiken in een gerecht. In de natuur kan je echt heel veel gratis vinden en het is soms ook wel de apotheek en/of kruidenwinkel te noemen van moeder natuur. Het hele jaar valt er wel iets voor het eten en drinken uit de natuur te halen.
En het is gratis en ook heel gezond, en op deze website vind je nog veel meer kruiden die je kan gebruiken voor verschillende doeleinden. Probeer de labels maar eens uit en zie dan waar jij op stuit.
Dank je wel voor je bezoek en het lezen van dit wellicht ook wel informatieve schrijven.
Op deze website kan je veel leren en lezen met mooie weetjes en feiten uit de natuur.
Wees dus altijd welkom om meer te lezen wat ik ook met jou graag wilt delen.
En deze link brengt je naar mijn persoonlijke website- Gedichten en verhalen uit leven en dat brengt jou naar een schrijven die jij vast ook wel interessant zal vinden want ook daar staat een recept erbij voor jou met meer mooie weetjes wat je wellicht niet wist:
De natuur heeft ons veel te bieden en vele kruiden kan je er ook in vinden. Zo ook deze wilde bloem - Klein hoefblad- Tussilago farfara-die vaak worden aangezien voor een paardenbloem. Maar het is het Kleine hoefblad - Tussilago farfara en wordt ongeveer 30 centimeter hoog en heeft ook gele bloemen. En deze behoort ook tot de composietenfamilie.
Je kan deze al heel vroeg in het voorjaar in maart en april tegenkomen. Maar als het in februari al mooi weer is dan zijn het de eerste bloemen die je kan zien. Het groeit als een groep in bermen maar ook op hellingen en soms zie je hen ook in het gras iets nabij de waterkant.
Zoals ik -Tine- deze onlangs tegenkwam in het nationale park -de Biesbosch net voorbij het bezoekerscentrum aan de waterkant. Het klein hoefblad is een composiet en tevens een naaktbloeier want als de bloem is uitgebloeid komen pas de bladeren die wat op een paardenhoef lijken. Vandaar waarschijnlijk dus ook de naam die men gaf van het kleine hoefblad. Wat ook wel een leuk weetje zal zijn is dat de bloemen zich pas openen in de volle zon en dat de bloemen weer gaan sluiten als het regent.
De bloemen verschijnen altijd voor de bladeren en de bloeistengels dragen maar één bloemhoofdje. Het gele, eerst opgerichte, maar later een knikkende hoofdje en is 2-3 cm. De bloemen hebben buisbloemen en zeer smalle vrouwelijke lintbloemen. De vrouwelijke bloemen hebben een onderstandig vruchtbeginsel met stijl en twee stempels. De omwindsel bladen staan in één rij. Verder heeft deze plant vingerdikke, geschubde en een kruipende wortelstok met lange ondergrondse uitlopers tot meer dan 1 meter. Uit de wortelstokken komen een aantal bloemstelen te voorschijn met schubben. De viltige gegroefde bloemsteel of stengel ziet er bijzonder uit. De groene stengel is bezet met half stengel omvattende schubben. Groen tot rood, spits met toelopende schubben.
De benaming 'klein' is ook het verschil met het groot hoefblad. Want deze bladeren zijn ook veel groter. Hier heb ik al eens over geschreven en dat kan je hier lezen als je op de link drukt of klikt, mocht je het nog niet hebben ontmoet: Groot hoefblad-petasites
De botanische naam Tussilago is afgeleid van 'tussis' wat hoesten betekent en 'agere' betekent verdrijven. Het verdrijft dus de hoest waar het kruid ook vroeger al veel voor gebruikt werd. De Nederlandse naam hoefblad kan misschien ook wel een verbastering zijn in de loop der jaren van de benaming hoestblad. Door de eeuwen heen werd deze wilde plant ook gezien als de terugkomst van de zon. En werd het klein hoefblad ook gebruikt bij diverse rituelen die de zon verwelkomen. Farfara is afgeleid van het Latijnse far (meel) en fero (dragen).
Het kleine hoefblad kent ook andere benamingen die jij wellicht ook wel kent en dat is onder andere -Dauwkool, Ezelspoot, Hoevenblaren, Paardehoef, Sinte-Katrijnskruid.
Het plantje en blad is niet alleen goed voor de mens, maar ook voor de grond. Want ik las onlangs als er bv vervuiling in de grond zal zitten dat het Klein Hoefblad dan in staat is om het chemische vuil op te nemen en te vernietigen en dus is dit plantje ook wel een goede milieureiniger te noemen. Wellicht ook wel een tip om deze ook zelf in je tuin te zetten mocht jij soms vervuilde grond hebben.
De zaden van het kleine hoefblad zijn heel dun en cilindervormig en worden tot 1 cm lang. Het vruchtpluis bestaat uit enige kransen van zijdeachtige mooie sneeuwwitte haren, die ongeveer drie keer zo lang zijn als de zaadjes. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig. Helaas hier geen foto van want ze waren nog mooi in bloei toen ik hen zo gezellig samen zag staan.
Elke bloemstengel draagt ook één goudgeel bloemhoofdje met een doorsnee van 2-3 cm. Een krans van wel 300 draadvormige vrouwelijke lintbloemen. Het hart van de bloem bestaat uit buisbloemen, die zich mannelijk gedragen en waarbij de buis weer uitloopt in een vijfpuntig sterretje.
Dieren weten wel dat de plant giftige stoffen bevat want door de meeste zoogdieren wordt de plant ook niet gegeten. Maar Het klein hoefblad wordt wel bezocht door de diverse solitaire bijen zoals de grasbij, vierbandgroefbij, koolzwarte zandbij, pluimvoetbij en tronkenbij. De bloemen leveren alleen stuifmeel en geen nectar.De honderden bloemetjes in het bloemhoofdje hebben dus veel bijen nodig om bestoven te worden.
In de Middeleeuwen was de naam van het kleine hoefblad Flius ane patrem. Het betekent: de zoon vóór de vader. Ook werd het gebruikt als verfstof, het gaf een geelgroene kleur. Maar ook werd het gezien als een van de belangrijkste geneeskruiden bij aandoeningen als hoest, astma en bronchitis. Men gebruikte het blad opgerold als een rookgenot maar dat is nu wel af te raden want roken is zo wie zo erg ongezond. En het is tevens gevaarlijk en kankerverwekkend als je dit onbewerkt zal doen.
De bladeren worden gebruikt als omslagen bij gewrichtsproblemen en reumatische aandoeningen. Dus je kan wel merken dat in de natuur veel is te vinden wat je goed kan gebruiken bij allerlei doeleinden. Maar je moet er wel enige verstand van hebben om wat uit de natuur te halen. En ik leer steeds meer bij en jij vast ook door mijn schrijven en het delen van menige foto of andere informatie wat hier op deze website zoal staat.
Jaren achtereen heeft men tincturen gemaakt van de wortel voor bovengenoemde klachten. Een tinctuur is een alcoholische oplossing en werkt meestal nog sterker dan het verse kruid. Helaas mag het in Nederland niet meer verkocht worden omdat men toch meer vertrouwen heeft in de door de mens gemaakte synthetische medicijnen. En veel natuurkruiden kan je ook kopen in menig reformwinkel waaronder ook waar het kleine hoefblad is in verwerkt. Maar er zijn nog veel mensen die het zelf maken want ik zag hier ook enige filmpjes van op het internet.
Dat is erg jammer, maar het blad en de bloem van klein hoefblad mogen nog wel worden gegeten. Alle bovengrondse delen zijn een bron van vitaminen en mineralen en bevatten stoffen die de spijsvertering stimuleren. Ze kunnen fijn gesnipperd worden in een salade. De bladeren kunnen ook gekookt worden, zoals in een stamppot of soep.
Alleen het jonge blad is lekker. Later in het seizoen wordt het blad taai en wordt er alleen thee van gemaakt wat een beetje naar drop smaakt. Tenminste dat is mijn mening maar ook proefde ik wat pepermuntachtig erin.
Maar let op want voor vrouwen die zwanger zijn is het drinken van deze thee niet aan te raden daar de pyrrolizidine-alkaloïden die erin zitten schadelijk en gevaarlijk kunnen zijn voor het kind. Doe dit echter ook op kuurbasis want bij langdurig dagelijks gebruik kan dit wel voor bijwerkingen gaan zorgen.
De smaak van de bladeren is wel enigszins bitter maar de bitterheid verdwijnt ook vaak wat na het koken. De bladeren kan je ook drogen en dan gaan verpulveren en kunnen ook als zoutvervanging worden gebruikt.
En als je alleen de bloemen gebruikt dan is het met wat honing erin gegoten erg lekker. En zo ontvang je dan een frisse bloemenhoning. Maar het heeft wel tijd nodig voordat je dit kan eten. Onderin lees je nog enkele tips met recepten wil je dit ook eens zelf gaan maken.
De wortels van het kleine hoefblad kunnen ook versuikerd worden door deze lange tijd in siroop te bewaren. Van het blad kan ook een papje worden gemaakt die je op de huid kunt bevestigen bij huidklachten. Het helpt tevens tegen het kruid bij eczeem, zweren en insectenbeten. en zoals al geschreven zeker als je bultjes ontvangt van een brandnetel.
Voor stamppot of gestoofd is dit ook te gebruiken.
Dit zal je ook eens kunnen uitproberen om het zelf te maken.
Recept wat ik vond in oud kruidenboek van Maria Treben- De apotheek van God
In een aarden pot of een weckglas doet men afwisselend een laag bladeren en een laag rietsuiker. Dan even wachten totdat het wat samen is vermengd en vult het daarna bij totdat de pot vol is. Dan de pot goed afdekken met drie lagen perkament of cellofaan en stopt dan de pot goed dichtgebonden in de aarde van de tuin op een veilige plaats.
Leg er dan een plank over en dekt dan alles toe met aarde. De gelijkmatige warmte van de aarde doet dan een gistingsproces op gang komen dat na acht weken voltooid is. Dan graaft men de pot weer op en kookt dan het hoefbladsiroop één- of tweemaal op.
Afgekoeld doet men deze siroop in breedhalzige flessen, die in de winter de beste remedie is tegen griep. Men gebruikt dan telkens een theelepel van deze siroop.
Op www.kruidengeheimen.nl vond ik een recept van Andrea Bleeker om een heerlijke voorjaarssalade te maken en zet deze erbij voor jou
Recept voorjaarssalade
Nodig:
Eetbare bladeren, zoals blad van de paardenbloem, zevenblad, daslook, smeerwortel, duizendblad, brandnetel, valeriaan, etc.
Eventueel eetbare bloemetjes van klein hoefblad, rode klaver, paardenbloem, madeliefje etc.
Stengel bleekselderij, paprika en/of appel
Koude gekookte bietjes
Fetakaas
Sesamzaad
Zoetzuur (bijvoorbeeld augurken) met een paar eetlepels sap
Een eetlepel honing
Snij alles fijn en dan samen mengen.
Informatie uit mijn vele natuurboeken en uit boek eten
Bedankt voor je bezoek en om gezellig mijn schrijven te komen lezen.
Ik wens je veel leesplezier en tot een andermaal met wellicht weer een mooi informatieve verhaal. Wees ook welkom op mijn persoonlijke website waar je ook veel kan ontmoeten met berichten uit de natuur en nog veel meer. Gedichten en verhalen uit leven
Soms als je eens in greppels of in de sloten of in een vijver kijkt kom je ook weleens mooie diertjes tegen. En onlangs was het de posthoornslak -Planorbarius corneus die ik zag. Men noemt deze ook wel de schijfhoren of de schijfhoornslak en zijn ook familie van de Planorbidae.
Er zijn heel veel soorten die op hen lijken maar toch zit er weer verschil in. In Nederland komen ongeveer 42 soorten zoetwaterslakken voor. Bekende zoetwaterslakken zijn de gewone poelslak en de posthoornslak. En over de posthoornslak ga ik -Tine- nu eens schrijven. En wellicht leer jij weer wat van de onderstaande informatie.
Het huisje kan wel tot 3,5 cm groot worden. Zijn naam is afkomstig van de vorm van zijn huisje dat lijkt op een posthoorn. De kleur van de schelp is roodbruin maar door algen en andere aantasting lijkt deze vaak meer groenig. De meeste soorten in Nederland hebben een geel tot grijsbruin huisje, dat meestal bedekt is door een zwarte of groene laag. Waarschijnlijk biedt deze onopvallende kleur bescherming tegen vijanden want die hebben zij net als andere dieren ook en voor de posthoornslak zijn dit o.a Bloedzuigers en karpers.
Er zijn grote en kleinere soorten en die ik zag zat tussen de kleine en grote in en was ongeveer 2 cm. Het lichaam van de posthoornslak is donkergrijs voorzien van een platte, aan het uiteinde spits uitlopende voet. De posthoornslak heeft ook longen, maar kan ook zuurstof uit het water opnemen. Daarom noemen ze deze ook wel een longslak. Hierdoor kan de posthoornslak leven in minder zuurstofrijk en in dieper water dan een poelslak. Ondanks dat het een waterdier is gaat de posthoornslak zo af en toe naar de oppervlakte om zijn longen weer te vullen.
Deze posthoornslak leeft meestal in stilstaand water met een wat modderige bodem waar het zich voedt met waterplanten en hun overblijfselen. Vele algen en rottend organisch materiaal dat op de bodem te vinden is dat eten zij op. Zoetwaterslakken hebben ook kalk nodig om een huisje te bouwen en houden daarom van 'hard' water. Kalk wordt opgelost door zuur. Zure regen kan er daardoor voor zorgen dat omgevingen soms niet meer geschikt zijn voor menige waterslakken.
Als een van de weinige buikpotigen heeft de slak een rode hemolymfe - roodbloed, waardoor deze slak in staat is meer zuurstof uit het water op te nemen. Dus deze slakken soort bevat hemoglobine en geen blauwe hemocyanine wat meestal gebruikelijk is voor weekdieren. De ogen zijn gebaseerd op lange, draadvormige antennes. Ze hebben daarbij als buikpotige ook een gespierde onderzijde van het langwerpige lichaam, die voor de voortbeweging zorgt. Het is best wonderbaarlijk te noemen hoe een slak zich met zo een huis zich kan voortbewegen.
Deze slak is zoals bijna alle slakken ook tweeslachtig maar kan zichzelf niet bevruchten. Nadat er gepaard is kunnen meerdere keren eitjes worden afgezet. Deze zitten in een gelei-achtig, plat en doorzichtig eipakket, dat pannenkoek-achtig van vorm is. De eitjes worden tegen waterplanten of onder drijvende bladeren afgezet.
Hier heb ik mooi filmpje voor jou gevonden van een paring en dat is ook wel leuk om te zien maar lees wel verder voor meer informatie
In de natuur vindt paring seizoensgebonden plaats, in de lente en de herfst, bij watertemperaturen boven 15 ° C. De eieren met een diameter van 1,2-1,7 mm worden gelegd in meestal langwerpige capsules van 8-15 mm breed, die elk 12-40 eieren bevatten. Deze capsules zijn stevig bevestigd aan waterplanten. Na ongeveer 14-16 dagen komen ze uit en komen kleine slakken vrij met een transparante schaal. Elke stam bevat 12-40 eieren, bevestigd aan waterplanten, embryo's zijn roodachtig met doorzichtige schelpen, jongen komen na 14-16 dagen uit, levensduur tot 3 jaar.
Deze zoetwaterslakken worden helaas ook wel eens gevangen want ze zijn ook zeer geliefd in een aquarium. Het is een makkelijke slakkensoort die zich goed voortplant. En ze helpen ook heel goed tegen korte fluweelalgen en puntalgen, maar ze eten ook planten dus moet men wel weten wat men erin doet. Jonge posthoornslakken eten over het algemeen slechts algen maar de volwassene niet. Slakken zijn echter ook wel zeer grondige schoonmakers van glas en stenen en kunnen in hoeken en gaten komen die andere vissen overslaat. Maar ik zie ze veel liever in hun eigen habitat want daar hebben ze veel meer vrijheid.
Helaas was het water te troebel in de greppel om zelf te filmen maar onderstaande video is dan wel uit een aquarium maar dan zie je deze wel beter.En als je de film goed bekijkt zie je ook hoe deze lucht tot zich neemt.
Informatie uit diverse natuurboeken van mij en samengevoegd tot bovenstaande schrijven
Bedankt voor het lezen en je bezoek maar ook dat je de andere informatieve blogs leest met andere mooie feitjes en weetjes uit de natuur. En meer over slakken vind je ook op de natuurwebsite en je komt ze vast tegen als je eens op de labels of tags klikt of drukt onder de video.
In onderstaande video zie je een posthoornslak- Planorbarius Corneus in HD
Bekijk de video via YouTube en zet deze dan het grote beeld aan. En echt de moeite waard om het te zien.
Heb jij deze ook al eens gezien misschien? Dit insect genaamd de blinde bij(Eristalis tenax), is helemaal geen bij maar een zweefvlieg die had ik ontmoet toen ik even een klein straatje rond ging om even ook een frisse neus te halen.
Ik maak regelmatig zo een ommetje en de camera gaat dan ook altijd mee voor het geval ik mooie natuur zal zien. En deze zweefvlieg was al heel vroeg druk bezig om de heerlijke nectar uit menige bloem te halen.
En het is ook best wel een slim insect te noemen want deze lijkt dan wel op een bij of een wesp maar is het dus helemaal niet. En men schrijft overal dat deze blind is en dat is deze ook echt helemaal niet. Als je goed kijkt als je deze eens zal ontmoeten en dan kijkt naar zijn korte antennen zal je gelijk het verschil zien dat deze van andere bijen verschilt.
De blinde bij heet zo vertelde men mij omdat hij wat lijkt op een honingbij. Door die gelijkenis (dat heet mimicry) schrikken ze vijanden af en worden ze minder vatbaar om op gegeten te worden. Het woord 'blind' slaat mogelijk op het feit dat ze niet kunnen steken.
Je ziet ze veel rond zweven waar lekkere honing voor hen is te halen. Het is één van de 350 soorten zweefvliegen die er in Nederland zijn. En wellicht zijn er bij jou in ander land wel meer soorten.
Dit soort zweefvliegen wordt gekenmerkt door de twee verticale strepen op de ogen ook wel haarbanden genoemd. En daarom dachten vele onderzoekers vroeger dat deze blind was. De naam hebben ze dus niet veranderd en zo gelaten. Daarnaast heeft de 'Blinde bij' ook nog enkele rijen haren op zijn ogen wat mogelijk ook tot de gedachte heeft dat hij dus niet kon zien maar dat kan deze perfect hoor.
Alle vliegensoorten hebben een korte tong. Zij bezoeken bloemen waar de nectar niet te diep zit zoals composieten en schermbloemen. De Blinde bij vliegt het hele jaar door en is een zeer algemene soort.
Dit soort lijkt tevens veel op een honingbij maar kan dus niet steken. Deze vliegensoorten zijn dus geen insecten waar je bang van hoeft te wezen. Blinde bijen zitten in de lente en zomer veel op allerlei bloemen. Ze overwinteren als volwassen insect, vaak in groepen bijeen.
Hier nog wat informatie erbij wat je wellicht ook wel interessant vind om te lezen....
Er zijn namelijk twee genetisch verschillende kleurvarianten van de blinde bij: Een donkere variant waarbij de vrouwtjes bijna helemaal zwart zijn en de mannetjes alleen geel op het tweede (het eerste grote) segment hebben, en een lichte variant waarbij de vrouwtjes veel geel op het tweede segment hebben en de mannetjes ook geel op het derde segment hebben.
Daarbij wordt de grootte van de gele vlekken en de intensiteit van het geel ook nog beïnvloed door de temperatuur gedurende de larvale ontwikkeling die in het water plaats vind en waar ik later onderin er meer over zal schrijven.
Verder is de zweefvlieg - Eristalis tenax een tweevleugelig insect uit de familie van de zweefvliegen Syrphidae. En de mannetjes hebben grote ogen die in het midden samenkomen, terwijl de vrouwtjes kleinere ogen hebben met een kleine tussenruimte. In hun vlucht hangen de achterpoten ook opvallend naar beneden.
Er zijn ook vele andere onschuldige zweefvliegen die ook gelijken - net als de 'Blinde bij' op veel mindere onschuldige soorten zoals wespen, hommels en bijen. Deze gelijkenis wordt mimicry oftewel camouflage genoemd. Zo houden ze andere insecten ook op afstand die hen soms willen aanvallen uit angst om dan een steek op te lopen.
Het uiterlijk van deze zweefvlieg kan ook heel erg variëren. Dit insect de Eristalis tenax is best wel een slim insect te noemen en dus een hele goede bijen imitator. Hun ogen zijn zwart gemarmerd. Hun gemiddelde vleugellengte is 9,75-13 mm en hun gemiddelde spanwijdte is 15 mm. Ze hebben een stevig uiterlijk, zoals bijen dit ook hebben en daarom denken we soms dat het een bij is maar als je hen goed gaat bestuderen zal je best wel het verschil ontdekken.
Het achterlijf kan wel variëren van donkerbruin tot zeer oranje. De pigmentatie speelt ook wel een belangrijke rol bij de beheersing van hun lichaamstemperatuur en dat kunnen de zwarte gebieden in het midden van het achterlijf zijn . Want deze zweefvliegen kunnen namelijk ook zonnestraling absorberen en zo het rug bloedvat dat er vlak onder ligt zo opwarmen waardoor het donkerder lijkt als dat de echte kleur is en zo leidt hij andere insecten af.
Om de gelijkenis nog wat te versterken, maakt de blinde daarbij ook nog een zoemend geluid tijdens het vliegen en als men hem vast pakt, terwijl veel andere soorten zweefvliegen bijna niet te horen zijn.
Ook de ogen van de blinde bij zijn wel typisch vlieg-achtig, en daarbij mist de blinde bij zowel de kleine voelsprieten als de stuifmeel zakjes die een bij weer wel heeft. En zo kan je ook het verschil zien van deze twee.
De blinde bijen vliegen tevens ook van bloem naar bloem en bestuiven net als de bijen ook en zijn dus net als onze bijen goede en belangrijke verstuivers. De zweefvlieg (blinde bij) dankt zijn naam ook aan de manier waarop ze zich doorheen de lucht bewegen. Let er maar eens op als jij hen eens zal zien.
Ze vliegen even korte stukjes om dan weer plots te stoppen en dan weer ter plaatse te blijven zweven totdat ze wel op de bloem landen. Ze leven vooral van nectar en stuifmeel en is dan ook vooral op bloemen te zien. Daarbij draagt ze ook de mooie benaming van een bloemenvlieg.
De zweefvlieg ondergaat daarbij ook wel een unieke ontwikkeling want de vrouwtjes leggen hun ei zakjes namelijk af op ondiep, vervuild water, waarna een larve groeit die de 'rattenstaartlarve' heet. Meeste waterinsecten hebben het moeilijk te overleven in vervuild of zuurstofarm water maar de rattenstaartlarve zoals deze ook word genoemd heeft hier wel een gepaste leefomgeving.
Het is een 2 cm lange larve die ademhaalt via een fijne, uitschuifbare buis die tot wel 15 cm lang kan worden. Ze voedt zich met rottend organisch materiaal, in het water opgeloste stoffen en plankton. Je kan hen dus ook eens tegen komen in een regenton of in je vijver of een ander stilstaande waterbron.
Vrouwelijke zweefvliegen onderzoeken eerst het water door steeds weer aan de rand met hun hoofd kopje onder te gaan. Is het poeltje of de emmer geschikt dan zetten zij hun eieren af. Dus als je deze weinig flatterende larve eens tegenkomt in een emmer of in een regenton of andere waterschaal ziet?
Denk dan eerst even na alvorens tot een dodelijke actie over te gaan. Want op een dag worden deze kronkelende made's een prachtig imago's als zweefvlieg of ze worden een blinde bij. en ze zijn dus ook nuttig voor de natuur op hun manier.
En dit filmpje kan je zo een vreemd diertje zien. Het ziet erg wat eng uit maar toch is het ook wel wonderbaarlijk en best interessant te noemen. De larve van een blinde bij
In het voorjaar kruipt de larve dan op het droge, waarna ze gaat verpoppen. Daar heb ik geen filmpje van maar hier kan je wel zien hoe de larve zich voortbeweegt.klik of druk op de rode link als je het wilt zien. Een larve in huis
De vrouwtjes overwinteren soms ook in gebouwen waardoor het voorkomt dat in een vochtig huis, gierkelders of waterachtige kelders heel wat rattenstaartlarven kunnen leven. De poppen zijn roodbruin van kleur. Aan de voorkant zijn enkele hoornachtige uitsteeksels, en de staart buigt vaak omhoog en over de achterkant van het lichaam.
Nog een extra weet je erbij voor jou is dat ook muggenlarven goed gedijen in stilstaand water en deze zijn dan echt mooi rood van kleur.
En ik geef deze tip erbij mocht je ze deze niet willen maar dan wel op een goede basis ze willen verwijderen dan zijn goudvissen of olijfolie in het water een goede remedie om het in te perken maar bedenk hierbij dat als het wel larven zijn van de blinde bij dat je hen dan niet laat doodgaan. Want die hebben we echt hard nodig.
Dank je wel dat je even gezellig kwam lezen op deze natuur website. Hier staan vast meer mooie weetjes of feiten uit onze mooie interessante natuurwereld. De informatie hierboven komen uit mijn vele natuurboeken die ik zo heb samengevoegd voor een mooi informatief blog. Ik dank ook de bloggers en andere bezoekers die gereageerd hebben op mijn vorige schrijven.
Wil je ook eens reageren en heb je geen website link, plaats dan alleen je naam en laat de andere regel open en dan kan je ook jouw eventuele vraag of reactie plaatsen. Zet ook als je het anoniem wilt doen wel je naam in de reactie daarbij want die zonder naam worden niet meer geplaatst.
Heb deze gefilmd met mijn fotocamera Canon 185 Ixus en zonder statief dus de beelden kunnen niet zo goed wezen. Het is voor mij soms erg moeilijk om door de verkromming in mijn vingers om een camera te hanteren als ik eens wilt filmen.
En dat is dan ook de reden dat ik meer foto's maakt met mijn wandelingen. Typen doe ik ook met 2 wijsvingers want met de andere lukt dit helaas niet meer. Geniet van mijn korte filmpje van de blinde bij op een mooie bloem.
Soms als je eens goed tussen wat bladeren zal kijken kan je vele kleine insecten tegenkomen en met een vergrootglas kan je hen nog beter zien. Deze heb ik dan ook altijd bij mij in rugzak. En in menig grasland en ook op vochtige en voedselrijke omgewerkte grond in grasland en wegbermen, maar ook in taluds van wegen en op ruigten heb jij vast ook wel eens de ridderzuring gezien en dat is dus de waardplant van dit fraaie diertje waar ik wat informatie gaat schrijven.
Maar ook op andere zuringplanten kan je dit mooi gekleurde kevertje aantreffen. Van maart t/m oktober kan jij hen dus ook wellicht eens zien als jij door de knieën gaat. Laatste lukt mij niet meer zo goed en heb dan ook een helpende hand nodig om weer overeind te komen van vriendin of als ik met mijn man aan het wandelen bent.
Deze kever kent ook verschillende Nederlandse namen zoals het menierode zuringspitsmuis, menierode spitssnuittor of de zuringgalspitsmuisje. Maar ik noem deze zoals ik hem /haar hier beschrijf hieronder.
Want dat het geen muisje was had je vast al begrepen aan de foto boven maar hij dankt zijn naam omdat zijn voorkant snuit wel wat op een muisje lijkt. Men noemt dit dan ook geen muisje maar de Menierode zuringspitsmuisje - Apion frumentarium. En ja soms kom je ook gewoon vreemde snuiters tegen op je pad en dat heb jij vast ook weleens gehad.(Lach)
Maar in de natuur zijn het de snuitkevers die toch wel mooi en interessante snuiters kunnen wezen. Als jij eens op pad gaat, neem dan eens een vergrootglas mee want dan zie je soms veel meer. Kevers kennen een enorme diversiteit wat betreft lichaamsvorm maar hebben allemaal hetzelfde basisplan. En die ik had ontmoet is dus een snuitkever.
Deze zuringspitsmuisje -Apion frumentarium - Linnaeus, 1758 (Curculionoidea) komt uit de familie van de spitsmuisjes (Brentidae) en behoort tot de orde Kevers (coleoptera). Deze kever is een middelgrote rood-oranje kever, ongeveer 3-4,5 mm lang. Alleen de klauwtjes en de ogen zijn zwart. Opvallend verschil tussen deze en een ander soort de Apionidae is dat de kop volledig bedekt is met piepkleine putjes. Zelfs het gebied tussen de ogen en op het snuitje heeft deze structuur.
Er zijn in Nederland 5 roodoranje Apions maar die lijken soms heel veel op elkander. Apion cruentatum, Menierode zuringspitsmuisje (Apion frumentarium), Apion haematodes, Apion rubens of het Zuringwortelspitsmuisje (Apion rubiginosum). Alle zijn zijn ook de bewoners van de Zuringsoorten (Rumex). Soms is determineren ook wel moeilijk want ik heb er niet zoveel verstand van. Mij gaat het meestal om de waarneming van iets dat ik had ontmoet en wat ik niet ken en dan zoek ik het op in mijn vele boeken of op het internet.
Als je ook eens wandelt langs de waterkant heb je vast ook wel eens de Waterzuring - Rumex hydrolapathum zien staan en dan heb je kans om deze kever- zuringspitsmuisje te ontmoeten. Deze forse zuringsoort behoren tot de duizendknoop familie en bloeit wat later dan de Veldzuring maar is even mooi. Helaas is de foto van mij niet zo gelukt met het vergrootglas maar ik plaats deze er wel bij en eronder een foto van de waardplant waar je deze ook kan tegenkomen.
Ook op de wilde rabarberplanten kan je de volwassene kevers tegenkomen en de larven die de gallen verlaten zijn er soms wel talrijk. Door zijn felrode kleur valt het beestje ook soms op tegen het groen van bladeren. Tussen april en juni zitten de kevers vaak aan de onderkant van de bladeren. Tot de waardplanten behoren ook een aantal andere soorten van het geslacht zuring en dat zijn deRumex, oligofaag, zoals Rumex crispis, R. hycholapathus, R. conglomestus en R. obtusifolius.
Vrouwtjes van Menierode Zuringspitsmuisjes boren gaten in de bladstelen of in stengels van de planten waarin zij de eitjes leggen. Deze gaten zijn relatief klein waardoor de eitjes een beetje uitsteken. Daarom wordt elk gaatje bedekt met zwarte substantie die uit de buik door het vrouwtje wordt afgescheiden. De eieren zijn doorzichtig, 0,6mm lang. En niet met het blote oog dus te zien. In dit gedeelte van de stengel vind ook de verpopping plaats.
De larven boren veel tunnels in de bladstelen en vooral in het laagste deel van de stengel en ook veel in de wortelhals van de zuringplanten (Rumex). zij doen dit zonder vergallingen te veroorzaken. En de periode waarin eieren worden gelegd duurt vanaf de winter tot het begin van de zomer. De larven komen al uit na 5-7 dagen. Er zijn drie larvale stadia De volledige ontwikkeling van ei tot het imago duurt drie tot vier maanden. De kleur van de pas uitgekomen kevertjes wordt pas na een week intensief oranje-rood.
Voor jou nog mijn schrijven er apart bij. Degenen die de schoonheid van de aarde waarderen en de natuur op waarde weet te schatten kan elk maal iets moois ontvangen Elke dag zijn er vele geschenken als je alleen maar om je heen kijkt naar onze mooie natuur en dierenwereld. Ze vertellen je elke dag een ander verhaal en alle bomen, insecten, dieren, planten en bloemen doen hetzelfde.
Als jij echt van de natuur houdt vind je overal wel schoonheid. En je hoeft ook niet altijd ver weg te gaan want in de eigen omgeving vind jij vast ook prachtige natuurgeschenken die je blij zullen maken.
Daarom moeten wij allen ook zuinig wezen hierop. Bij elke wandeling die ik maak in onze mooie natuur ben ik steeds weer verrast aan wat ik aan mooie natuurgezichten ontvangt.
Foto 1 komt uit mijn vele insectenboeken met wat informatie wat ik zelf ook niet wist. En door lezen leer ik of jij wellicht ook wat bij.
Foto 2 zelf genomen met vergrootglas voor mijn lens van camera.(Canon Axus 185)
Geef jou erbij dit filmpje Geüpload door Oliver's Nature van een mooie opname van dit prachtige diertje De Menierode zuringspitsmuisje (Apion frumentarium) waar je deze goed kan zien en zijn kanaal is zeker wel een bezoek waard want hij ontmoet ook vele mooie insecten en andere dieren.
Er is zo een mooi dier aanwezig in onze prachtige natuur
en dat zijn de zwanen die je veel ziet op vijvers en meren
Zij symboliseren de zuiverheid, ijdelheid maar ook loyaliteit
Let eens op hun sierlijkheden in beweging zo trots en zo puur.
Je ziet hen vaak in weilanden, parken in menige steden
en in het oude Griekenland en in het oude Rome werden ook
vele knobbelzwanen gehouden en daar als zielenvogels aanbeden
Zij zijn ook ijdel als je ziet dat zij zich bewonderen keer op keer
De zwaan wordt bezongen, gedanst en je ziet hen op vele sieraden
Zij zijn veel geschilderd, gefilmd, gefotografeerd en nog veel meer
het is ook zo een mooi gezicht als jij hen allen door het water ziet waden
En als ik de zwaan ontmoet, dan geniet ik van hen ook elke keer steeds weer.
Of zij nu jong wezen of nog heel erg klein zij allen zullen later weer een schoonheid zijn. En als er een zwaan op wat voor manier dan ook op jouw pad komt, dan is dat een stimulans om verder te groeien. Om dan ook de zwaan te worden die je bedoeld bent te zijn in dit leven.
Onder de foto plaats ik nog wat informatieve weetjes wat je wellicht ook wel interessant vind om te lezen.
maar nog niet deze informatie die ik nu bij deze woorden zal plaatsen. Je komt de zwanen ook heel vaak nu weer tegen in het landschap waar ze soms wel met vele tegelijk zitten.
Ik vind ze heel mooi en ook wel koninklijk te noemen want zoals ik al schreef in bovenstaande gedicht zijn ze ook wel beroemd. Je kan geen natuurboek of een boek over watervogels openslaan of je komt de zwaan al tegen. En met steeds weer andere informatie daarbij geschreven.
De onderstaande informatie heb ik ook onder de video gezet omdat er soms vragen kwamen en dus daar gelijk nu bijgevoegd voor mijn andere vrienden, bezoekers en volgers.
Ik heb de twee bruine jonge knobbelzwanen die je ziet in onderstaande video gefilmd in het mooie polderlandschap van de Alblasserwaard die genieten van het verse natte gras. Voor die het nog niet wist is dat een knobbelzwaan -Cygnus olor een spanwijdte kan ontvangen van ongeveer twee meter dertig als deze volwassen is. Ze beginnen allemaal grijs/bruin. Langzaam verliezen ze dan hun jeugdkleed en worden prachtig wit zodra ze wat ouder worden.
Ze worden pas in het tweede jaar wit, en dan mogen zij zich echt volwassen noemen want dan ze ook geslachtsrijp. Dan worden ze ook weggejaagd door hun ouders zodat ze zelf leren wat het leven van een zwaan zoal is. Soms gaat dit ook wel met geweld maar meestal vertrekken zij uit zichzelf.
Zwanen eten zo ongeveer vier kilo planten per dag, en daar hoort dus ook vers nat gras bij. De grijze snavel met zwarte basis en punt wordt bij het ouder worden eerst roze, vervolgens oranje. Na 2 à 3 jaar zijn ze geslachtsrijp en gaan dan op zoek naar een partner waarbij ze ook hun gehele leven mee blijven.
Het is weer bijna April en dan gaan ze weer samen als liefdespaartje een nest bouwen als ze een goede plek hebben uitgekozen. Het mannetje brengt dan takjes en/of rietstengels naar het vrouwtje waarmee ze een nest bouwt. Ook helpt het mannetje vaak zelf mee om het nog wat steviger te maken. Soms worden de nesten elk jaar weer hergebruikt door andere zwanen.
Het grote nest wordt van allerlei materiaal, zoals takken, riet en stro, op de grond gebouwd en kan een doorsnede van 4 m en een hoogte van 75 cm bereiken. De 4 à 7 eieren worden gedurende 34 à 38 dagen, in hoofdzaak door het wijfje, bebroed. De kuikens zijn lichtgrijs van boven en witter onderaan. Ze kunnen na 20 weken vliegen. De jonge vogels zijn vaalbruin en vertonen al snel witte plekken in hun verenkleed.
In diep water hangen zwanen hun nek bijna loodrecht naar beneden en reiken met hun snavel bijna een meter diep om bij het voedsel te kunnen komen. Zwanen kunnen hun kop ook wel ruim 10 seconden onder water houden en daarbij door blijven eten. Knobbelzwanen eten meestal in het water, waarbij ze dankzij hun lange halzen met hun snavel de waterplanten kunnen afgrazen die voor andere watervogels onbereikbaar zijn.
Ook wel een leuk weetje is dat het aantal armpennen -zoals men deze noemt- van een zwaan kan variëren tot 22 tot 28. Als handpennen zijn dit er 11. Dan heeft een knobbelzwaan ook nog 20 tot 24 staartveren. Een knobbelzwaan is een grote en zware vogel te noemen. Een volwassen mannetje kan tegen de twaalf kilo wegen, maar vrouwtjes zijn kleiner en wegen zo rond de negen kilo.
Dank je wel dat je gezellig op bezoek kwam om te lezen en zoals ik al had geschreven kan je veel meer verschillende informatie lezen op beiden websites. Zoek maar op zwaan of op zwanen dan kom je het vanzelf wel tegen.
Wens jou ook mooie momenten voor elke dag en dat jij er dan ook veel plezier aan beleven mag.
Een boodschap voor jou wil ik er nog bij schrijven.
Elke sloot, vijver of een park is een rustige plek. Het is een plek om heerlijk te zitten en soms wat na te denken over de romantiek van het leven. Maar ook slechts door het zien van de schoonheid van de natuur. En als je ook kan genieten van de schoonheid van de zwaan dan geeft de dag je een heerlijke aanblik. Wie de natuur op waarde weet et schatten zal ook mooie geschenken terug ontvangen.
Onlangs waren er weer veel zeesterren aangespoeld op menige stranden. En dat gebeurd steeds vaker als er een hevige storm of orkaan winden zijn. Maar ook andere zeedieren hebben het dan erg moeilijk waardoor ze uit de koers geraken. En dan komen ze op het strand en gaan helaas dood want zij kunnen zich namelijk niet zelf voortbewegen.
Het strand is dan hun eindpunt en dan sterven ze allemaal. En toen ik deze beelden zag op tv en internet kwamen spontaan deze woorden in mijn gedachten. En deel mijn natuurgedicht graag met jou. Ditmaal ben ik als beeldspraak in de huid van deze zeester gekropen. Hoop dat je mijn woorden weer mooi zal vinden.
De eerste strofe van gedicht staat op de foto boven
Aangespoeld lig ik hier zielloos
met al mijn familie bij elkaar te saam
door stormen hadden we geen houvast meer en
konden nog even ademen voor we dood zijn gegaan
En dat gebeurd alle jaren weer met de stormen en
dat wij ons niet meer vast kunnen houden aan ondergrond
De onderstroming is dan voor ons veel te sterk en
dat hebben we ook mede de danken aan klimaat zijn werk
Wij kunnen ons helaas niet weren als kleine zeester
en dwalen dan af waar wij eigenlijk niet willen wezen maar
wij hebben hier niet alleen last van hoor want ook menige kwallen
en vele kleine schelpdieren zijn het die dan ook voor hun leven vrezen
Helaas gebeurd het vaak en men probeert ze dan te redden wat niet goed lukt.
In de Foto boven heb ik de eerste 4 regels van mijn gedicht erin gezet.
Nog een enkel mooie natuurfeitjes over de zeesterren hierbij voor jou wat ik las in 1 van mijn natuurboeken en mappen.
De gewone zeester heet “Asterias Rubens”-Linnaeus, 1758.Volgens Wikipedia zijn er in andere landen andere namen en in het Engels worden zeesterren 'starfish' genoemd, wat 'ster-vis' betekent. Zeesterren zijn echter helemaal geen vissen. Maar zo zijn er wel meer vreemde namen die men gebruikt in verschillende landen voor een zeester. Zeesterren komen uitsluitend in zout water voor, en zijn verspreid over de hele wereld.
Ze komen dus voor in zowel de poolzeeën als in tropische water. En er zijn ook soorten die in het getijde gebied leven, maar ook zijn er soorten die voorkomen tot maar liefst acht kilometer diepte. Er bestaan ongeveer zoals ik las 1900 soorten. Rond Alaska vind je de meeste soorten terug, in Nederland komen er slechts drie voor.
Heb jij weleens een zeester vast gepakt trouwens? Ik wel eens in een zeeaquarium en als jij dit ook eens had gedaan op je natte hand dan heb je vast ook wel gemerkt dat deze zich heel snel zich vast zuigt met zijn zuignapjes. Dat was best wel een vreemd gevoel.
Als je hem dan los wilt maken, kost je dit best veel moeite. Ze kunnen met die sterke zuignapjes ook zelfs mosselen openen. Dat kan je straks in onderstaande video ook zien. De gewone zeester gebruikt zeewater om de zuigvoetjes aan te sturen. Op de bovenkant van de zeester zit een glad vlekje met kleine gaatjes er in, dit is zijn waterfilter.
De mond van de zeester zit aan de onderkant, en zijn anus in het midden op de bovenkant. De gewone zeester is de meest algemene zeester in de Noordzee, deltawateren en Waddenzee. Je kunt ze vaak op mosselbanken en in de poeltjes op strekdammen en zeedijken vinden, waar groepjes mosselen zitten. Ze leven vanaf de waterlijn tot op 650 meter diepte. Nu vraag jij je wellicht af hoe een zeester kijkt. Nou zeesterren hebben geen ogen, maar toch kunnen ze dingen zien. Op de randen van hun armen zitten speciale cellen. Hiermee zien zeesterren het verschil tussen licht en donker en weten ze waar ze naartoe moeten. De cellen worden beschermd door kleine stekels. Deze zorgen ervoor dat er geen afval en beestjes op de huid en in de cellen komen.
Zeesterren eten dode krabben, maar houden ook van kleine vissen en slakken. Maar het liefste eet hij mosselen. Maar zoals jij wel zal weten staan mosselen er om bekend dat ze hun schelp stijf dicht kunnen houden. Probeer maar eens de schelphelften van een levende mossel van elkaar te wrikken. Dat valt soms echt niet mee om deze dan open te maken. De zeester kan een mossel openbreken door twee armen op de linker klep en de andere armen op de rechter-klep vast te zetten.
De mossel sluit haar kleppen met de sterke sluitspier, maar de zeester heeft wel geduld. Naast het feit dat de mossel constant kracht moet zetten op zijn sluitspier, krijgt hij ook geen zuurstof meer omdat de zeester zijn watertoevoer afsluit. Als de mossel moe wordt, begint de zeester te trekken, en na enkele uren volhouden laat de mossel vaak de schelphelften los.
Hij gooit ook soms zijn maag door zijn mond naar buiten! Hij bedekt dan de mossel met zijn maag en verteerd hem buiten zijn lichaam. Als hij de mossel heeft opgepeuzeld, haalt de zeester zijn maag weer naar binnen. De zeester kan je ook wel de aasgier van de zeebodem noemen want het eet ook wel levende bodemdieren.
Omdat tweekleppige zoals de mossel soms diep in het zand zitten, graaft een zeester ze uit. Hij kan daar dagen mee bezig zijn. Maar echt graven kan hij niet. Hij schuift het zand steeds opzij en zakt daardoor steeds dieper weg totdat hij dan op de schelp zal stuiten.
Kenmerkend voor stekelhuidigen is het zogenoemde watervaten stelsel. Rondom de mondopening ligt een ringkanaal dit is verbonden met een kalkhoudend kanaal. Het watervaten stelsel staat in verbinding met de buitenwereld door middel van een soort zeef. Het ringkanaal is daarnaast ook verbonden met vijf radiaire kanalen die naar de duizenden afzonderlijke buisvoetjes leiden.
Deze kunnen door spieren aangetrokken of gestrekt worden. Ze worden gebruikt voor de voortbeweging en voor de voedselopname. De ademhaling verloopt eveneens via het watervaten stelsel en ook via de huid. Er loopt een eenvoudig zenuwstelsel door het hele lichaam.
De zeester kan ook bij groot gevaar overgaan tot een zelf amputatie om zichzelf te redden. Een zeester die een arm mist ontwikkelt gewoon weer een nieuwe arm. Dat was ook nieuws wat ik helemaal niet wist en dat is toch wel een leuk feitje erbij.
De zeester stulpt dan zijn maag naar buiten en legt die over de weerloze mossel. Zo wordt de mossel in zijn eigen schelp opgegeten en verteerd. en ja ook veel worden er de laatste tijd veel aangespoeld. En dat is meestal in de winter, met een sterke oostenwind. De dieren zijn dan verlamd van de kou. en ze kunnen normaal 5 tot 10 jaar leven.
Het is aangetoond dat er reeds gedurende 590 miljoen jaar al stekelhuidigen bestaan. Stekelhuidigen zijn meestal van gescheiden geslacht. De bevruchting van de eieren vindt buiten het lichaam plaats en er ontstaan eerst vrij zwemmende larven. Deze dieren ontwikkelen zich door middel van een gecompliceerde metamorfose.
Als het water kouder wordt, eten zeesterren niet meer. Sommige soorten kunnen gemakkelijk meer als een jaar niet eten. Toch zijn zeesterren geen beperkte eters. Jonge dieren eten soms dagelijks meer dan 25% van hun eigen lichaamsgewicht, oudere dieren eten aanzienlijk minder, soms nog geen 3% van hun eigen lichaamsgewicht.
Bedankt dat je op bezoek kwam om mijn gedicht en het educatieve en informatieve blog te komen lezen.
Wees ook welkom op mijn persoonlijke eigen blog waar ook vele woorden staan die wachten op een bezoek van jou. Want daar staan ook mooie natuurwoorden met informatieve weetjes-
klik of druk op blauwe link> Gedichten en verhalen uit het leven waar ook de natuur, liefde, leven met mooie dagjes uit tips en meer zijn samen geweven in woord, fotografie en meer. Bij voorbaat mijn dank als je ook eens op visite zal komen aldaar.
De labels onder de film is ook wel een tip om het eens uit te proberen. En wil je eens reageren en je hebt geen website dan is dit helemaal geen punt want vul dan je naam in en laat de regel van de URL dan leeg en dan kan je ook gewoon reageren. Je kan ook je naam in de reactie er nog bij zetten.
Ik vond deze mooie video- Sea Stars | Jonathan birds blue world en wellicht vind jij deze ook wel erg mooi.
Op het eerste gezicht doen zeesterren niet veel. Maar Jonathans onderzoek onthult met een slow-motion een roofdier dat jaagt en zijn prooi aanvalt.
Zet de ondertiteling aan op YouTube en dat doe je met de eerste optie onderin en met het tandwieltje kan je jouw taal zoeken. zoek dan met de optie automatisch vertalen als je het Engels bv niet verstaat, want dan weet je wat Jonathan zegt in deze video.
De gewone platrug is een van de meest voorkomende soorten van de Polydesmidae familie. Deze algemene soort kan je bijna overal aantreffen met name in het bos. Deze kwam ik tegen in het Luntersebos in Gelderland waar ik onlangs was wezen wandelen. De kans om er ene te zien is om eens een steen of omgevallen boomstam of oude boomstronk op te tillen en te kijken of deze veel potige mini dieren eronder verstopt zijn. Ook onder een bedekte boomstronk met mos kan je hen soms zien. Maar leg dan wat je optilt ook weer terug zodat zij ook weer verder kunnen leven in hun omgeving.
Hoe herken jij hen
De gewone platrug is wat breed gepantserd -zie foto boven- en heeft een lengte van plusminus 20 mm lang en zij leven met name onder boomstammen en zijn ook het hele jaar door te zien. Dit soort duizendpoot is oranje/bruin met een lang, afgeplat lichaam dat een beetje lijkt op een gewone duizendpoot. Maar duizendpoten hebben echter slechts één paar benen per segment van hun lichaam, terwijl Polydesmus denticulatus- Gewone platrug er twee bezitten.
Als je goed deze van dichtbij zal bekijken bijvoorbeeld met een vergrootglas dan zie je dat deze gekarteld is langs de randen van het gesegmenteerde lijf. Determinatie is soms wel moeilijk want er zijn er veel die op elkaar lijken.
Men noemt dit een gewervelde dier met de gemeenschappelijke naam: Duizendpoot met een platte rug en zij vallen onder de categorie: bodemdieren. Voor de meeste bodemdieren is het nu ook ook wel heel goed weer: heerlijk nat en niet te koud. Het zijn veel potige bladeters die ook wel een geheim leven leiden zo verborgen tussen de bosbodem. Hun habitat -leefomgeving kunnen zijn o.a in het bos, heide, parken en tuinen, landbouwgrond maar ook in het grasland komen zij weleens voor. Ze zijn meestal in de nacht actief en houden zich overdag verborgen.
De Polydesmus denticulatus met platte rug zijn ook wel een beetje geheime wezens te noemen omdat zij het grootste deel van hun leven door brengen in de grond waar ze ook zullen overwinteren las het buiten heel erg koud zal wezen. Zij gebruiken hun voorste uiteinde, als een wig, om deze dan in een horizontale spleet te steken en vervolgens de scheur te verbreden door met hun poten het naar boven te duwen. En zo zoeken zij dan een schuilplaats om daar dan te leven totdat het weer veranderd, maar met deze natte en regenachtige tijden zitten ze niet zo erg diep. In vroege mogen kan je hen dan ook aantreffen en soms opgerold als zij slapen maar ook als zij zich bedreigd zullen voelen liggen ze opgerold om de vijanden te ontwijken en die hebben zij ook. Maar later hier meer over.
Wat eten zij? En wat is hun nut?
Ze zijn van nature vegetariërs, eten soms meeldauw en ook rottende vegetatie en vervullen dus op deze manier al zijn ze klein toch ook wel een nuttige functie voor het recyclen van voedingsstoffen in verschillende leefomgevingen. Een paar soorten zijn omnivoor of soms vleesetend en voeden zich ook met insecten, en soms ook met andere duizendpoten, regenwormen of slakken. Sommige soorten hebben doordringende monddelen waardoor ze ook plantensappen kunnen opzuigen.
Zij hebben ook hun vijanden net als andere dieren en hun vijanden zijn onder andere verschillende reptielen, amfibieën , vogels , zoogdieren en andere insecten.
Wat doen zij met bedreiging?
Zij rollen zich dan op wat je kan zien op bovenste foto toen ik de boomschors even weghaalde om een foto te nemen. Deze begon zich gelijk al wat op te rollen. Er zijn ook sommige soorten van hen die zelfs een stinkende afscheiding loslaten om roofdieren af te schrikken. Dat doet bijvoorbeeld de Roodstip -Blaniulus guttulatus- want deze stippen zijn de openingen van hun klieren die ter verdediging worden gebruikt. Dat krijg je als weetje er even extra hierbij.
Ik liet deze gewoon zitten waar hij zich bevond en nam slechts enkele foto's en draaide toen ook voorzichtig de verrotte boomstam weer terug om niet het leven eronder te verstoren. De meeste miljoenpoten zijn herbivoren, die rottende vegetatie eten die op de grond is gevallen. Deze soort gebruikt zijn platte lichaamsvorm om zich te verplaatsen in de grond en bladafval op zoek naar voedsel.
Hun benaming en familie naam
Polydesmidae is een familie van duizendpoten in de volgorde Polydesmida. Polydesmida komt van de Griekse naam Poly en betekent "veel" en Desmos betekent "binding" en is de grootste orde van duizendpoten, die wel zo een plusminus 3.500 soorten of meer kunnen bevatten. In de tropische werelddelen zijn er ook vele familieleden die wel gevaarlijk kan zijn voor een mens maar die komen hier gelukkig niet voor.
Duizendpoten zijn een groep geleedpotigen die worden dus gekenmerkt door twee paar verbonden poten op de meeste lichaamssegmenten; ze staan wetenschappelijk bekend als de klasse Diplopoda, de naam is afgeleid van deze functie. Elk segment met twee poten is het resultaat van twee aan elkaar gesmolten segmenten.
hier een foto die ik van vond die ik vond in een oud natuurboek en daar kan je goed zien hoe het lijf in elkaar steekt van de gewone platrug. Best wel interessant dacht ik om het te zien en zo leer jij ook vast meer.
De paring en geboorte
De paring, wordt voorafgegaan doordat een mannetje zijn antennes laat tikken tegen het vrouwtje aan en het lopen langs de rug ook wel schuren genoemd of, het aanbieden van eetbare klierafscheidingen. Tijdens de copulatie bij de meeste miljoenpoten, plaatst het mannetje zijn zevende segment voor het derde segment van het vrouwtje, en kan hij zijn gonopoden < Dat is een uit de poten omgevormd spermakanaal >dan inbrengen om de schaamlippen wat te verwijden voordat hij zijn lichaam buigt om het sperma op zijn gonopoden te deponeren en dan de "geladen" gonopoden weer in het vrouwtje te plaatsen.
Na de paring legt het vrouwtje haar eieren begraven in de grond. Het vrouwtje legt haar eitjes niet zomaar in de aarde, maar bouwt om haar legsel een klokvormig aardnestje met een schoorsteentje erop. Afhankelijk van het type duizendpoot kan het vrouwtje in haar leven ergens tussen enkele tientallen en enkele duizenden eieren liggen. De jongen komen al na een paar weken uit en hebben meestal maar drie paar poten, gevolgd door maximaal vier pootloze segmenten. Naarmate ze groeien, vervellen ze voortdurend en voegen daarbij nog meer segmenten en poten toe.
Sommige soorten ruien in speciaal geprepareerde kamers van aarde of zijde en zelfs in ontlasting geharde bolletjes en kunnen daarin ook schuilen bij nat weer, en de meeste soorten eten het weggegooide exoskelet. Voor wie niet weet wat dit is dan enige uitleg hiervan: Een exoskelet of uitwendig skelet is een omhulling, dat dient ter bescherming van het lichaam van een organisme. Het volwassen stadium, wanneer de individuen reproductief echt volwassen worden wordt over het algemeen bereikt in het eindstadium van de vervelling maar dat verschilt ook weer van soort tot soort, hoewel sommige soorten dus ook na de volwassenheid weer blijven vervellen.
En ook kunnen menige miljoenpoten en/of duizendpoten soorten één tot tien jaar leven maar ook dit is afhankelijk van het soort.
Nawoord van mij Tine
Als je van heel dichtbij eens zal kijken zijn vele kleine dieren meestal wel goed te zien. 1 belangrijke factor blijft echter meestal verborgen en dat is dus de wereld van de ongewervelden dieren. Ongewervelden zijn over het algemeen heel klein en worden vaak door de mens beschouwd als lastig, eng en heel vies.
Toch zijn juist deze ongewervelden een zeer belangrijke factor in elk ecosysteem. En dat is dus ook dit dier waar ik over heb geschreven. Want zoals ik al eerder had gezegd in andere artikelen en op blogs van mij hebben alle dieren, planten of bomen een functie en het is dus ook belangrijk om de kleine onder hen ook eens te gaan waarderen die voor jou dan wellicht eng of heel vies mogen wezen. Zij doen net als bomen en planten en andere insecten ook hun werk om onze natuur mooi en rein te houden.
Foto 1 en foto 2 en 3 zijn genomen in Het Luntersche Buurtbosch Lunteren- Gemeente Ede-Gelderland
Foto 3 kwam uit 1 van mijn vele verzamelingen natuurboeken.
Klik op de foto's om hen wat groter te zien als je dit wilt.
Ik heb ze genomen met mijn eenvoudige camera -de Canon Axus 185 dus kunnen ze wellicht niet zo mooi wezen.
Bedankt dat je op bezoek kwam om te lezen en om hierbij ook iets meer te weten te komen van het leven van de gewone platrug -platrug miljoenpoot.
Voel je vrij om te reageren, maar zet wel je naam in de beschrijving als je geen url website zal hebben. Plaats dan je naam onder de reactie en laat de regel van de url open. en dan gewoon plaatsen. Na het goed keuren word je reactie Z.S.M geplaatst.
Natuurgroetjes van mij en tot een volgend maal met een mooi interessant verhaal.
Wees zuinig op onze mooie natuur zodat wij met zijn allen mogen blijven genieten van alles wat de natuur ons aan mooie geschenken zal geven.
Groot of klein, dun of dik verdienen het om in onze mooie natuurwereld te mogen blijven leven.
Wees ook welkom op mijn persoonlijke en eigen blog website want daar zet ik de laatste tijden ook heel veel weetjes uit de natuur en niet meer alleen hier.
Wees ook welkom op mijn andere website: Gedichten en Verhalen uit het leven waar ook het natuur, leven, liefde met ook wellicht mooie dagjes uit tips met daarbij ook mijn video's met natuurwandelingen zijn samen geweven in woord, fotografie en meer. Klik of druk op de link en ontdek veel. Alvast erg bedankt als je mijn andere website ook eens zal bezoeken.
Voor jou een kort filmpje waar je deze iets beter kan zien. Gefilmd door een YouTube vriend die deze ook eens had ontmoet. Een mooi natuurkanaal van Christian Olivier en hier kan je nog veel meer ontmoeten als je soms ook eens iets tegenkomt wat je niet kent.
In het Natuurcentrum / Kinderboerderij in Het Gijsbert van Andelpark in Gorinchem is er altijd wel veel te zien en te beleven. Er zijn hier vele dieren die je kan bezoeken of knuffelen maar hier zijn ook mooie Nubische geitjes te zien en daar ga ik het nu eens over hebben in dit schrijven. Want het zijn prachtige dieren zoals ik al in de titel schreef. Nubische geiten vallen niet alleen op door hun markante uiterlijk en statige houding, maar ook door hun zachte en aanhankelijke karakter. Zij laten zich gemakkelijk aan raken en ook aaien dus zijn zij heel geschikt voor een kinderboerderij.
Wat ik zo bijzonder vind aan dit soort geit zijn de prachtig lange hangende oren. Daarnaast is ook de hele houding van de Nubische geit wel uniek te noemen. Deze mooie geit kent ook een geschiedenis en dat vond ik in mijn natuurboeken en ook op het internet. En onlangs ontving een blad die ik zag liggen in de boekenhoek van het natuurcentrum en ook daar heb ik enkele weetjes eruit gehaald om zo meer te kunnen schrijven over hen op de natuur website waar je veel informatieve natuurweetjes kan lezen.
En elk dier verdient het dan hier te mogen worden beschreven om zo ook eens in de schijnwerper te mogen komen. Vandaar mijn schrijven er eens over, want wie weet als jij een boerderij zal hebben of ruimte dat je wellicht ook deze mooie dieren eens zal willen aanschaffen. Het zijn mooie statige dieren met een lief karakter.
Wellicht vind je het wel leuk en interessant om mijn schrijven te lezen mocht je dit nog niet weten van dit mooie dier. Let ook eens op de kop van een Nubische geit als je deze eens zal zien want ze hebben een mooi gebogen neusbeen, wat ook eens een ram neus wordt genoemd. De oren zijn lang, breed en hangend. De kop wordt hoog en majestueus gedragen, op hun prachtige lange en slanke nek.
De vacht van een Nubische geit is kort, fijn en glanzend. Nergens op het lichaam mag er langer haar aanwezig zijn. Alleen bij bokken is een typische bokkenpruik toegestaan. De Nubische geit ook wel Anglo geiten genoemd mogen alle kleuren, kleurschakeringen en kleurpatronen hebben. Dat maakt deze geit ook zo anders in hun uiterlijk.
Vele mensen houden deze dieren ook als hun hobby voor hun meegaand karakter maar ook soms voor hun melk en voor het maken van geitenkaas en yoghurt op basis van geitenmelk. Maar deze Nubische Geiten staan er dan wel bekend om hun grote uiers, maar toch betekent dit niet dat ze ook veel melk produceren. De Nubische geit staat er namelijk om bekend dat ze juist een lage melkgift hebben en soms net genoeg om twee lammeren te voeden. Daartegen over staat wel dat de melk van een Nubische geit een hoger vetgehalte en eiwitgehalte hebben.
Maar wil je meer met de melk doen dan zal je er heel veel moeten aanschaffen. De Nederlandse Nubische geit is qua bouw en type nagenoeg hetzelfde als de buitenlandse Nubische geit. Het enige waarneembare verschil tussen deze twee rassen is de kwaliteit van de uier. Een ander, onzichtbaar verschil is de verbeterde melkproductie van de Nederlandse Nubische geit.
Het is het grootste ras ter wereld, waarbij de dieren erg hoog op hun benen staan, massa hebben en de beschikking hebben tot een erg sterk skelet. Ondanks bovengenoemde kenmerken, weerspiegelt de Nubische geit geen grofheid, maar elegantie en zijn ze erg majestueus. De geiten (vrouwelijke dieren) wegen tussen de 80 en 100 kilogram, maar de bokken (mannelijke dieren) zijn nog veel zwaarder en kunnen soms 150 kilo of meer wegen!
Toch is niet iedere geit met hangoren een Nubische geit. Er zijn bijna honderd verschillende hangoor geiten rassen over de wereld verspreid. Zij komen veel voor in het Midden-Oosten, India, Afrika en Zuid-Amerika. Via omwegen hebben sommige van deze hangoor geiten rassen nu ook hun weg naar Nederland gevonden. Oorspronkelijk komt de Nubische geit uit zandige gebieden van Afrikaanse landen zoals Egypte. Zijn hangoren zorgen ervoor dat bij zandstormen geen zand in zijn oren komt.
In de tweede helft van de negentiende eeuw reisden de Nubische geiten mee met Engelse stoomschepen uit Egypte en India om de passagiers aan boord gedurende de lange reis van verse melk te voorzien. Eenmaal in Engeland vonden de hangoor geiten al snel hun weg naar de liefhebbers, die ze kruisten met Engelse landgeiten. Rond 1900 haalden de Engelsen enkele bokken uit het oosten. Ze werden de stamvaders van het huidige Anglo-Nubische ras. De geiten behielden hun typische lange oren, die hoogstwaarschijnlijk in verband staan met de warme, zanderige streken waar het ras eigenlijk is ontstaan. In Egypte, en andere landen van oorsprong, worden deze Nubische geiten traditiegetrouw in kleine kuddes gehouden. Deze kuddes die worden gehoed door een herder komen dus ook vele uren in aanraking met mensen en dat verklaart dan de zachtheid van het karakter van deze dieren.
Wat ik niet zo leuk vond om en te lezen als "dierenvriendin" dat deze geiten ook in sommige landen waar steile bergen zijn ook gebruikt worden als lastdier of als pakdier en dan gebruikt men meestal de bokken daar dragen zij veel tijdens trektochten door de bergen. Soms worden ze ook in arme landen gebruikt om het land te bewerken.
Een andere reden waarom deze geit vaak gebruikt wordt voor dit doel, is omdat deze geiten behoorlijk groot zijn, en dus in staat zijn om sneller dezelfde afstand af te leggen dan het geval zou zijn bij een kleiner geitenras. Maar ik zie ze veel liever rond dartelen in een wei zoals hier in het natuurcentrum als het mooi weer is.
En Noah die hier ook woont is wel de grootste ondeugd te noemen want als hij de kans krijgt dan springt hij over het hek of ontsnapt uit de stal om gezellig zijn eigen ding te doen. Deze houdt echt niet van netjes in de knuffelweide te blijven. Maar je kan deze ook anders zien als de gratis tuinman die hier alles op orde houdt. Bekijk dit filmpje maar die ik eens filmde voor je verder gaat lezen. Onderin ontvang je nog een mooie film.
Zo een tuinman wil jij vast ook wel eens hebben of toch niet. Maar we gaan nog even verder met het schrijven want anders vergeet ik de helft wat ook wel belangrijk is om te weten. Je weet vast wel dat Geiten herkauwers zijn net als de schapen en de koeien. Deze dieren leven voornamelijk van plantaardig materiaal. Dat is soms moeilijk te verteren en de vier magen van de geit helpen hem daarbij. Eerst komt het voedsel in de pens en in de netmaag. Na 20 tot 45 minuten is het daar al enigszins verteerd. Dan gaat het voedsel in kleine beetjes terug naar de bek. De geit kauwt nogmaals zo'n vijftig keer en slikt het voor de tweede keer door. Dit heet ‘herkauwen'. Dan komt het voedsel in de boekmaag en de lebmaag. Uiteindelijk belandt het dan allemaal in de darm.
Nubische geiten houden ook helemaal niet van de koude wintertijd en hebben dan ook veel meer last dan plezier of gemak van hun lange oren. Ze kunnen zelfs bevriezen, zeker als ze met water in aanraking zijn geweest. Vandaar dat deze geiten 's winters vaak naar binnen gaan en niet veel buiten zijn, want ontstekingen liggen dan wel meer op de loer. Ze hebben tevens ook een hekel aan regen en rennen bij de eerste druppels al snel naar binnen. Zij moeten ook altijd op een droge plek kunnen liggen in de stal en ook houden ze van ruimte en niet dat ze allen zo krap bij elkaar moeten staan of moeten liggen.
Ook moet de voer- en drinkbak van de dieren regelmatig worden schoongemaakt. Het drinkwater moet iedere dag worden ververst. Als er wat mest in komt, eet/drinkt de geit het niet meer. Tegenwoordig kun je de geit voeren met goed hooi en geitenbrok. Een zoutblok is ook onmisbaar voor de mineralen. Ook moet je hen twee keer per dag krachtvoer geven met goede voedingsstoffen hierin. En hun hooiruif moet ook wel dagelijks met nieuw hooi worden aangevuld.
Wat ook erg belangrijk is zijn de de hoeven van deze geit en groeien het hele leven door, net als onze nagels. Aan elke poot heeft de geit twee tenen met hoeven eraan. Het zijn evenhoevigen, in tegenstelling tot het paard, dat één hoef heeft aan elke poot. Om goed te kunnen blijven lopen, moeten de hoeven van de geit dus ook regelmatig worden bekapt. Ook moeten de dieren zo nu en dan worden ontwormd want anders krijgen ze diarree. Het zijn dus wel dieren die om een goede verzorging vragen wil jij hen eens willen kopen maar je krijgt van hen allen echt veel liefde ervoor terug.
Verder houden deze geiten van een lichte, luchtige, droge stal. De stal kun je iedere week schoonmaken of eenmaal per half jaar als het een potstal zal wezen. De wei moet goed omrasterd zijn. Geiten klimmen ook graag overal op, dus enige klautermateriaal zoals enkele rotsen of een boomstam in de wei vinden zij wel heerlijk.
Maar pas wel op voor giftige planten en struiken onder andere: aardappelloof en uitlopers, blaartrekkende boterbloem, vingerhoedskruid, rododendron, buxus, taxus en tomatenplanten. En wellicht zijn er nog andere die de geit ziek kunnen maken. Als de geit hiervan eet, moet de dierenarts dan ook direct worden gewaarschuwd.
Ze eten alles maar hebben het soms niet zelf in de gaten dat iets giftig is. De geit moet ook worden geborsteld. Dit vinden zij heel lekker en het is ook leuk werk. Je ziet dan ook tegelijk of er geen wonden, parasieten ( luizen ), enz. zijn.
In de knuffelweide in deze kinderboerderij / natuurcentrum in Gorinchem -Gildenwijk, wat ligt op een eiland in het Gijs van Andelpark gaan er natuurlijk ook wel eens kleine geitjes die geboren worden naar een andere eigenaar want ze kunnen natuurlijk niet alle dieren hier houden die geboren worden. Al zouden ze dit willen er is er de ruimte helaas niet voor en zo ook de jonge geitjes gaan na verloop van tijd weg. Wellicht een tip voor jou als je ook eens een jong lief Nubisch geitje zou willen, want dan kan je hen hier ook kopen.
Als het buiten mooi weer is gaan ze met alle andere dieren de speelweide in en dan mogen je kinderen of jijzelf ook hier heerlijk rondwandelen en als je wilt mag je de dieren ook aanraken en knuffelen. Er zijn hier nog veel meer dieren te zien en dus echt een bezoekje waard als jij eens in de buurt zal wezen. Het is ook belangrijk om contact tussen mensen en dieren mogelijk te maken. Deze ontmoetingen zijn bijzonder leerzaam voor zowel groot als klein en zo leert men ook meer van onze mooie dierenwereld. En er is veel te beleven hier voor groot en klein. En de toegang is helemaal gratis.
Wereldwijd bestaan er naar schatting zo'n 200 geitenrassen maar ik vind de Nubische geiten wel het mooiste en zeker de liefste.
Bedankt dat je gezellig op bezoek kwam om te kijken en te lezen. Het blog is wel wat lang geworden maar dan weet je ook veel meer over deze prachtige dieren.
Wees ook welkom op mijn persoonlijke blog:Gedichten en verhalen uit het leven
waar ook de natuur, liefde, leven met mooie dagjes uit tips en meer zijn samen geweven in woord, fotografie en meer.
Voor jou erbij nog dit filmpje waar je hen ziet en ook zijn er wat andere soorten daarbij
Sorry voor het trillen van beelden in de video. Ik heb erge artrose in handen en het is soms moeilijk om de camera dan stil te houden.
Wens jou voor elke dag een mooie dag en dat jij er ook plezier aan beleven mag.