Mocht je deze video nog niet gezien hebben dan deel ik de mooiste rozen -2019 die ik heb gefotografeerd met mooie muziek erbij gezet. Vanuit de prachtige rozentuin in kasteeltuin Hemmen-(gld) Geniet van wat je ziet aan mooie kleuren en soorten.
Laat je mij weten welke jij de mooiste vond als reactie? Alvast bedankt. Bekijk de video via YouTube en lees meer in de beschrijving over deze mooie tuin.
Vandaag kwam ik met een wandeling in de omgeving een zwanenpaar tegen met 1 jonge zwaan in een sloot en er was er ene die een poot op zijn rug had. En ik stopte om daar ook even een foto van te maken want vond het best wel een koddig gezicht. Wat later stopte er ook echtpaar en deze dachten dat de zwaan een gebroken poot had. Ze wilde de dierenambulance al bellen, maar ik kon hen geruststellen dat er helemaal niets aan de hand was met deze zwaan. Mensen maken zich vaak zorgen dat het been is gebroken of vervormd, maar de zwaan is echt prima in orde.
Want waarom deed hij dit?
Zwanen zwemmen / peddelen soms met één poot op hun rug om hun lichaamstemperatuur te kunnen regelen of om uit te rusten. Dat kan er soms raar uitzien maar is dus heel normaal. Tja dat moet je maar weten. En nu was het echtpaar ook wel een beetje gerustgesteld al zag ik wel dat ze nog wat twijfelde aan mijn antwoord. Maar mochten ze toch gebeld hebben hadden ze ook wel dit antwoord ontvangen denk ik.
Het zit namelijk zo:
De benen en poten zijn het enige deel van de zwaan dat niet bedekt is met veren, zodat de bloedvaten nauwer in contact staan met de lucht. Door het grote oppervlak van de voet met zwemvliezen kan warmte gemakkelijker van het lichaam naar de lucht worden overgebracht, waardoor de zwaan wordt gekoeld. Deze warmtewisseling kan ook andersom werken, waarbij de voeten warmte uit de lucht absorberen om de vogel te verwarmen. Zowel volwassen zwanen als jonge zwanen vertonen dit gedrag en soms is de poot gesloten en soms houd de zwaan deze open zoals op de foto's is te zien.
Zo staan eenden en reigers ook weleens op 1 poot en meerdere watervogels doen hetzelfde. En nu weet je dan de redenen hiervan. Ook een zwaan kan soms eens staan op één been terwijl het andere been naar achteren wordt uitgerekt. Dat is toch ook wel weer een kwestie van evenwicht bewaren en als een zwaan de poot op zijn rug legt dan is de zwaan niet alleen maar een schoonheid te noemen maar ook nog eens lenig.
Wanneer wij als mensen lang staan, verplaatsen wij ook vaak het gewicht naar één been en ontlasten zo ook de spieren van het andere been. Dus het staan op één been heeft dus ook wel een vergelijkbare functie bij vogels. Alleen ik ben niet zo lenig dat ik mijn voet op mijn rug kan leggen en jij vast ook niet. Op 1 been blijven staan vergt mij al veel moeite.
Tweebenige voortbeweging met de achterste ledematen wordt aangetroffen bij vogels en mensen. Bij mensen is het lichaam verticaal uitgelijnd met de zwaartekracht en bevindt het zwaartepunt zich in de buurt van het bevestigingspunt van de benen. Het lichaam van de vogels is meer horizontaal georiënteerd en het zwaartepunt bevindt zich voor de basis van de poten. Dit vereist een complexere balanscontrole dan bij ons mensen en dan vind ik het dus al reuze knap dat menige vogel dit lang uit kan houden en zeker de zwaan met de poot op zijn rug.
Nu nog even de foto van de jonge zwaan erbij zetten want deze hoort er zeker bij. En dat wordt vast en zeker ook straks een mooie zwaan die ook zijn of haar schoonheid mag laten zien en zal tonen aan wie het maar wilt zien.
Voor wie de onderstaande video van mij nog niet had gezien of had ontmoet op mijn YouTube kanaal deel ik mijn video met fotografie van zwanen die ik al eens had ontmoet: Schoonheid van een zwaan
En meer weetjes, en schrijven over onze mooie zwanen kan je ook vinden op deze website maar op mijn andere gedichten en verhalen uit het leven wat je daarbij ook eens een boodschap erbij kan geven.
Onlangs had ik enige stipjes of bultjes ontmoet op een blad. En ja, wat ik ontmoet wil ik dan ook graag wat over schrijven. En de weetjes erom heen zijn vast ook wel interessant voor wie eens meer wilt weten. Maar wat had ik ditmaal nu ontmoet?
De bultjes op bovenstaande foto worden veroorzaakt door de esdoornmijt en waren zo ongeveer maar 2 tot 3 mm groot. Ik had een vergrootglas bij me en hierdoor heb ik het kunnen zien. Deze esdoornmijten zijn te zien in de zomer en in de herfst en ik ontdekte deze gewoon bij toeval bij een wandeling in het Alblasserbos. En dat was in mei van dit jaar. Helaas waren de meeste foto's mislukt omdat het heel moeilijk is om met mijn kleine camera zo dichtbij te fotograferen.
Ik wandel hier heel graag want de natuur hier is volop in beweging. En steeds als ik het bos bezoek kom ik ook andere mooie natuur tegen die mijn ogen nog niet hadden ontmoet. Zo ook deze vreemde bultjes op het blad en ik vroeg mij af wat het was. Bij onderzoek thuis in mijn natuurboeken ontdekte ik dat het hier om een soort van een mijt ging.
Er bestaan namelijk niet alleen allerlei tussenvormen, maar er zijn bijvoorbeeld ook grote harige gallen die weer door de Esdoornknobbelmijten veroorzaakt kunnen worden. Dus is het soms best wel goed opletten welke je hebt gezien. En ook ik kan mij soms ook wel lelijk vergissen. Hoewel bladschimmels bijzonder spectaculaire symptomen laten zien, veroorzaken ze echter toch zelden ernstige schade aan de bomen. Het insect dat die rode bobbeltjes (gallen) op de bladeren van deze esdoorn maakt heet de Aceria macrorhyncha(Nalepa, 1889).
Bij esdoorns zitten er soms veel van deze mijten bij elkaar op de bovenkant van een blad, (soms een enkeling aan de onderkant), en zit de opening aan de andere kant van het blad. Die opening wijkt een beetje terug en is afgedekt met eencellige haren. Daar ik soms ook op de bladeren kijk of er een insect op zal zitten ontdekte ik dus bij toeval deze Esdoornhoornmijten in een vervroegd stadia.
Als de waardplant de Gewone esdoorn is, dan komen er zoals ik las in 2 van mijn boeken dat er 2 soorten galmijten in aanmerking komen als gal veroorzaker. En dat is de Esdoornknobbelmijt (Aceria cephalonea) en de Esdoornhoornmijt (Aceria macrorhyncha).
Ook is er nog de Hoorngalmijt en deze gal komt voor in Nederland op de Gewone esdoorn en Noorse esdoorn, en ook op purperen kweekvormen. Op de gewone esdoorn en Noorse esdoorn leidt galvormingen meestal tot hoorntjes en soms tot knobbels van 1-3 mm hoog, vaak wijnrood, soms gelig van kleur. Bij de Noorse is de kleur rood soms lichter rood.
Mijten vallen onder de spinachtigen (Arachnica) die spinnen en mijten omvat. Maar een groot verschil met echte spinnen en mijten is, dat spinnen een lichaam hebben dat duidelijk in twee delen is gedeeld. Het lichaam van een mijt bestaat maar uit 1 segment. Onthoud dus wel dat het geen spinnen zijn. En ze zijn klein genoeg om individuele plantencellen te doorboren en te voeden waardoor de omliggende cellen groter worden en zich vermenigvuldigen om de gal te vormen. Een veelvoorkomende ziekte bij de esdoorn is ook de inktvlekkenziekte. Deze ziekte is gemakkelijk te herkennen aan zwarte (op inkt lijkende) vlekken op het blad. De gewone esdoorn is net zoals veel andere soorten ook gevoelig voor de bladluis.
Andere mijtensoorten
Er zijn ook veel andere mijtensoorten waar ik wellicht in een ander schrijven eens de aandacht aan zal geven.
Heb je zelf eens last van andere soorten mijten op je eigen planten of bomen
dan is deze tip wellicht wat voor jou:
Mijten zijn geen insecten en dus niet te bestrijden met een insecticide. Mijt aantastingen kunt u preventief bestrijden door in het voorjaar vanaf de eerste bladeren te spuiten met de biologische spuitzwavel. Deze bespuitingen minimaal 3 maal om de 10 à 14 dagen herhalen. Heb jij andere tips voor de lezers en bezoekers, dan kan je dit als reactie onder de woorden zetten maar vermeld dan wel je naam graag want anonieme reacties plaats ik niet meer. En heb je geen url-website dan kan je ook alleen je naam invullen en de andere regel openlaten en ook je reactie/ tips plaatsen.
* Druiven, linde en walnoot worden soms aangetast door de galmijten en dat is de viltmijt.
* Linde, eik, iep,wilg, appel etc. worden aangetast door galmijten en die wordt bladgal genoemd.
* Beuk, linde, fruitbomen, buxus, bonen en vele soorten andere planten worden aangetast door de spinmijt.
De spinmijt is een kleine mijt die vooral gek zijn op planten. De rode spinmijt is knalrood en leeft van tal van planten waar ze stippels en bruine vlekken op de bladeren kunnen veroorzaken. En je kan ze ook in warme broeikassen ontdekken.
Zou je eens meer willen weten over andere soorten gallen en ziektes, dan is deze website echt wat voor jou want je vindt hier vast veel informatie over menige gallen en nog veel meer leerzame informatie. Klik hiervoor of druk dan op deze rode link: Wat zijn plantengallen?
Maar deze link in het groen is ook wat voor jou want hier komen de meeste plantenziektes en foto's met meer informatie erbij wat zeker ook vast wel interessant voor je zal wezen, mocht jij eens iets ontdekken wat je niet thuis kan brengen: Ziektes & plagen van Struiken, bomen en houtige gewassen
Verschillende soorten gal insecten veroorzaken geen gallen, maar leven soms wel in de gallen van die galvormende galmijten om zich te voeden.
Maar over deze gallen zal ik vast en zeker ook eens een andere keer over schrijven als ik de foto's heb verzameld uit onze mooie natuurwereld.
Informatie uit mijn vele natuurboeken en van het internet.
Ik vond geen filmpje van de Esdoornhoornmijten zelf (die ook zijn veel te klein om te filmen ) maar wel van een ander soort die ik graag erbij wilt zetten en hier kan je heel goed de structuren zien en de mijt komt ook voorbij....
Gall Mites and a Sunny Environment met heerlijke vogelgeluiden erbij en echt een aanrader voor jou:
Dit jaar heb ik meer de distelvlinder- Vanessa cardui waargenomen dan in het voorafgaande jaar, dus het vlindertje kan hier zijn nectar wel vinden en ook de eitjes afzetten. Maar helaas wellicht ook door de klimaatverandering komen steeds meer soorten niet meer terug in Nederland. Daarom vind ik het al heel fijn dat de distelvlinder ook hier weer was.
Het gefladder van vlinders met hun bewegingen, gefladder en alle kleurenpracht van vlinders hebben ook een aantrekkingskracht op ons mens. Wie ziet niet graag hen rondfladderen. Als kind ging ik ze ook altijd achterna en het was toen net of zo een vlindertje met me speelde. Sommige beschrijven deze mooie vlinder ook met de naam Cynthia cardui en als The painted lady - geschilderde dame , doet deze de naam wel eer aan want het is een prachtige vlinder.
De vlinder die maar zo kort mag leven en toch ons veel vreugde geeft als we hen weer mogen zien in menige parken, tuinen of in natte graslanden. En menige vlindersoorten zijn ook al veel gefotografeerd, geschilderd, getekend of geboetseerd. Maar als een tattoo gezet want voor vele mensen is de vlinder ook in andere betekenis heel dierbaar. Vele boeken zijn erover geschreven en ook op vele websites want de vlinder trekt ons aan. En nu ook op dit natuurblog krijgt de distelvlinder aandacht van mij.
Het vlinderleven is best wel interessant als je hen beter leert kennen door middel van veel lezen en daarbij ook weer wat leert van hen allemaal. Vlinders zijn de mooiste fotomodellen van de insectenwereld, en als je geduld heeft willen ze ook wel poseren voor jou.
Hun ontstaan en gedaanteverwisseling was lange tijd ook een mysterie. En Rond 1700 kwam daar verandering in: gewapend met lens, microscoop en vlindernet deden geleerden en kunstenaars belangrijke ontdekkingen over de levenscyclus van rups tot vlinder. Mensen vinden vlinders wel mooi maar houden niet zo van rupsen omdat deze schade aan brengt op blad van menige plant of bloem. Maar het is wel een verwondering van de schepper god te noemen, die deze insecten hier en elders bracht.
De insectenstudie werd later en nu nog een populaire liefhebberij van vele mensen. Vele oude teksten in boeken beamen het, dat toen al vele mensen waren geïnteresseerd in het kleine insectenleven van eitje, rups tot vlinder. En ook vele boeken over vlinders staan in mijn natuurboekenkast die ook steeds weer uitgebreid wordt als ik een boek tegenkomt waar toch weer nieuwe informatie in staat wat mijn aandacht trekt. En zo leer ik ook steeds meer ervan en kom ik steeds iets meer te weten over de wondere wereld van insecten.
De eerste vlinders vlogen al zo’n 40 miljoen jaar geleden rond op de aarde. Van sommige vlinders die je tegenwoordig ziet, zijn er familieleden gevonden in fossiele resten die ongeveer 30 miljoen jaar geleden oud zijn. En dat bewijst dan toch weer dat dit insect ook een rijk verleden met zich mee draagt.
Van de de levenscyclus en gedrag van deVanessa cardui- distelvlinder is vast al veel geschreven maar toch schrijf ik er ook wat over, want wat ik ontmoet in onze prachtige natuur wil ik ook graag met andere natuurvrienden delen. En wellicht zijn er toch enkele weetjes bij wat je nog niet wist. Had jij al eens ergens gelezen dat zij ook gigantische afstanden af kunnen afleggen? Dat vind ik wel heel bijzonder van zo een klein insect met kleine vleugels.
Zo kunnen ze verre reizen maken maar wel even vermelden dat deze niet terug reist vanuit Afrika naar ons landje. De vlinders die je bij jou of in de rest van Nederland ziet, zijn nakomelingen van de generatie die in Afrika is gestart. Ze planten zich onderweg voort en leggen dan veel eitjes. Dat weetje werd mij verteld toen ik eens op zo een dag was waar men veel over vlinders vertelden. En er werd toen ook een vraag gesteld of ze heen en weer vliegen en dat was dus niet zo. Het wordt elders veel geschreven dat zij dit wel doen.
De bovenstaande eerste foto l(1) laat je een distelvlinder zien die al veel heeft meegemaakt op zo een verre reis want de vleugels zijn erg gehavend. Hoe oud de vlinder is kan ik je helaas niet vertellen. De levensduur van dit vlindertje is niet zo lang en tijdens haar leven probeert een vlindervrouwtje dus zoveel mogelijk eitjes te leggen.
Vele overleven het niet en ook de rupsen worden veel gegeten bij menige vogels en andere insecten. Maar die het wel halen worden prachtige vlinders met mooie kleuren. De eitjes die groen zijn worden door het vrouwtje een voor een op de bovenzijde van het blad afgezet. De voorkeur gaat uit naar planten in de volle zon in een lage vegetatie.
De distelvlinder- Vanessa carduiis ook een zeer mobiele vlinder die ook tot de trekvlinders worden gerekend. Van alle algemene (trek)vlinders heeft de distelvlinder het verste afgelegen overwinteringsgebied. Ze kunnen in geen enkel stadium tegen vorst, en moeten dus wel uitwijken in onze winters en trekken dan verder. Elk jaar trekken ze in een enorme boog tussen Afrika en het noorden van Europa. Dat doen ze in verschillende generaties. De trekrichting en -intensiteit wordt bepaald door verschillende dingen: het weer in de voortplantingsgebieden, windrichting en het voedselaanbod.
Deze soort komt over heel de wereld voor behalve in Zuid-Amerika en op de Antarctica. Het is een stand-vlinder in Afrika, op de Canarische eilanden en Madeira en je vindt hen ook in sommige warme mediterrane gebieden. Trekkers kunnen over heel Europa worden waargenomen, tot in Schotland, IJsland en Noord-Noorwegen. In Nederland is het een zeer algemene trekvlinder maar het voorkomen kent toch ook wel enige schommelingen. De vlinder kan in goede trekjaren bijna overal in Nederland worden aangetroffen.
De meeste van deze generatie vlinders vliegen tussen 25 mei en 30 juni in Nederland; ze brengen een generatie voort die vliegt tussen 20 juli en 15 september. Soms is er nog een kleine tweede generatie, die in september en oktober vliegt. In Afrika heeft deze soort doorlopende generaties en houdt geen pauze in de winter. Hoewel distelvlinders goede vliegers zijn, bepalen luchtstromingen mede de richting van hun reis. Ze profiteren van meewind door zich met hogere luchtstromingen te laten meevoeren over de Sahara en de Middellandse Zee.
Vooral na zware regenval in Afrika en de sterke plantengroei die daarop volgt, trekken veel vlinders naar het noorden. Het blijkt dat vooral de grootte van de voorjaarsgeneratie de verspreiding in Europa bepaalt. Elk jaar vliegen ze weer richting West-Europa vanuit Afrika en naar Zuid-Spanje. En ook zien ze Nederland dan als een land met vegetatie maar dat kan ook erg tegenvallen waardoor er vele doodgaan. De aantallen die in Nederland komen per variëren elk jaar sterk, soms zeer algemeen maar ook wel weinig als je voorafgaande jaren dan bekijken zal dat er betrekkelijk minder distelvlinders waren. In mijn omgeving in elk geval wel.
In Nederland worden nog zelden trekkende vlinders waargenomen. In 1880 is er zuidwaartse trek beschreven als urenlang ontelbare vlinders alleen, of in groepen van twee of drie, vijftig tot honderd in de minuut, in zuidelijke richting vlogen. Een ander voorbeeld van trek is uit 1996, toen 271 vlinders binnen twee uur langs de Hondsbossche Zeewering (N/H) eveneens in zuidelijke richting vlogen. Vermoedelijk was de soort vroeger zeldzamer dan nu. (Deze bovenstaande informatie vond ik op het internet en heb ik vertaald van het Engels naar het Nederlands.)
Via de Vlinderstichting.nl waar ik deze vlinder ook al had doorgegeven met de telling hoeveel ik er had gezien, maar ook op ander websites die over de distelvlinders had geschreven las ik dat deze vlinders ook al veel was waargenomen in andere streken van ons land. En dat is heel mooi nieuws. Een schrale omgeving is voor veel van onze dagvlinders ook heel belangrijk.
Maar we moeten niet vergeten dat vele droge zomers ook heel slecht is voor de rupsen omdat planten waar zij afhankelijk van wezen waren verdroogd. Maar ook het natte weer met veel neerslag in de periode dat de vlinders uit de pop moeten komen is funest voor hen. En dan benoem ik ook nog even de bestrijdingsmiddelen die vele mensen helaas nog veelvuldig gebruiken.
Als de vlinders weer in Nederland zijn aangekomen verdedigen de mannetjes van de namiddag tot de vroege avond hun territorium zoals je wellicht wel eens had gezien bij een open zonnige plaats met lage vegetatie. Want daar zoeken ze meestal een vrouwtje om te paren. De paring gebeurd ook vaak in de namiddag en wordt voorafgegaan door een baltsvlucht waarbij mannetje en vrouwtje snel om elkaar heen cirkelen. Het liefdesspel van deze vlinders is altijd al een bijzondere belevenis om te zien. Ze verstoren soms ook andere stelletjes en de vrouwtjes worden dan ook weleens afgepakt.
Het vlinderleven mag dan wel kort wezen maar is best wel interessant als je hen beter leert kennen. Door middel van hen te observeren of erover lezen leer je ook veel meer over hun gedrag en het leven. Maar raak nooit de vleugels aan van een vlinder want deze zijn heel teer en hen eens gaan observeren kan je ook op vele andere manieren doen. Ze klappen de vleugels meestal omhoog tijdens het rusten en dan kan je ook de andere zijde zien die ook wel mooi is. Zelf vind ik de vleugels veel mooier als ze dicht zijn en jij? Zie foto:
De rupsen heb ik zelf nog niet ontmoet maar zij leven ook wel op een aantal andere soorten distels, brandnetels, kleine klitten en op alsum-soorten. Alsem (Artemisia) is een geslacht uit de composietenfamilie (Asteraceae). De waardplanten van de distelvlinder zijn vooral de akkerdistel (Cirsium arvense), gewone klit- Arctium minus, en op de grote brandnetel. Maar ook op andere planten zoals het koninginnenkruid- Eupatorium cannabinum- of ook wel het leverkruid genoemd zijn ze ook geregeld te zien.
Het vrouwtje zet de eitjes afzonderlijk af, meestal op de bovenzijde van bladeren van planten die in een lage vegetatie en in de volle zon groeien. Om een geschikte plant te vinden, gebruikt zij de zintuigen op het voorste, onbehaarde gedeelte van het eerste potenpaar, de poetspoten. Zodra de rups is uitgekomen, gaat hij naar de onderzijde van het blad en maakt een los, zijden spinsel door de hoeken van een of meer bladeren bij elkaar te spinnen. In dit spinsel leeft de rups van de bladeren.
Alleen de hardste nerven blijven intact. Wanneer het blad op is, maakt deze een nieuw nest en altijd op dezelfde plant. Zo ontstaat een markant geheel van bladeren en verlaten spinsels met bladskeletten en uitwerpselen. Als er meerdere rupsen op dezelfde plant leven en wordt de hele plant kaalgevreten dan is het een teken dat er teveel rupsen zijn op ene waardplant. Na de laatste vervelling leeft de rups open en bloot op de waardplant. En dat is soms niet zo handig want menige ander insect of vogels zien hier wel een lekker maaltje in.
De verpopping vindt weer plaats in een los spinsel van bladeren, meestal op een plant in de buurt van de waardplant. De vlinders die gaan trekken naar een andere omgeving en al vertrekken kort na de verpopping. Deze vrouwtjes die geboren worden zijn niet direct vruchtbaar en tijdens de lange trektocht dragen ze ook dus nog geen eitjes mee. Die ontwikkelen zich pas als het vrouwtje in geschikt leefgebied is gearriveerd. De dichtheid in de zomer hangt af van het aantal vlinders dat in april-juni Nederland bereikt, maar kan hoog zijn, zo'n 12 tot 54 individuen per ha. Deze vlinders worden relatief vaak op nectarplanten gezien maar je zal hen zien nooit op rottend fruit.
De korte generatieduur van vlinders, zorgt ervoor dat ze snel op veranderingen reageren. Daardoor kunnen ze fungeren als indicatoren voor veranderingen in onze omgeving. door de uitstoot van met name koolstofdioxide. De stikstofkringloop wordt, vooral door kunstmestproductie voor de landbouw, verstoord door de massale omzetting van niet-reactief stikstofgas uit de atmosfeer tot reactieve stikstof als nitraat en ammonium. Verlies van biodiversiteit komt ook van nature voor, maar de huidige snelheid van uitsterven door toedoen van veranderingen in landgebruik en verstedelijking wordt 100 tot 1000 keer groter geschat dan de natuurlijke snelheid.
Klimaatopwarming en stikstof overmaat versterken elkaar dus in hun negatieve effect op de habitatkwaliteit voor soorten die zich juist in het voorjaar ontwikkelen. Er zijn wel enige wetten rondom de landbouwbewerking maar toch hebben de meeste insecten en vlinders in het algemeen er veel last van gehad en nu nog. Bermen worden dan wel laat gemaaid maar dan nog hebben menige eitjes die er daar gelegen zijn geen overlevingskansen omdat men later het gras afmaait waar ook eitjes in kunnen zitten of rupsen.
De achteruitgang van ook de gewoonste vlindersoorten is echt alarmerend. Blijkbaar worden zelfs de bestaansbronnen voor de meest bekende soorten om ons heen nog steeds bedreigd. Dat men meer aandacht schenkt voor stedelijke natuur maakt mij dan ook erg blij maar niet elke stad doet hier aan mee. Maar ook jij als burger kan de natuur en het vlinderleven helpen door meer vlinderstruiken of waardplanten te zetten in je tuin zodat de distelvlinder vast en zeker weer terugkomt net als de andere soorten die jij en anderen graag weer willen zien.
En naast dat vlinders ook heel heel mooi zijn van kleur, bestuiven ze bloemen als ze nectar drinken. Nectar is het suikerwater wat in de bloemen zit maar dat wist je vast wel. En op deze manier werkt ook deze mooie vlinder- Naast dat vlinders heel mooi zijn, bestuiven ze bloemen als ze nectar drinken.
Ik hoop dat jullie door middel van mijn schrijven de rupsen van deze vlinders ook eens anders gaan zien zodat er wellicht in de aankomende jaren er meer zullen wezen. En met deze woorden sluit ik dit blog af.
Informatie uit mijn natuurboeken en van het internet. Geen auteursrecht schending hiermee bedoeld.
Fotografie van de Distelvlinders heb ik gemaakt
in de educatieve Heemtuin van Natuur- en Vogelwacht De Alblasserwaard- Alblasserbos.
Ik vond deze mooie filmpjes op YouTube. The Painted Lady (Vanessa cardui) Als je tijd heeft om het mooie filmpje te bekijken kan je zijn leven zien van vlinder, eitje en weer van rups tot vlinder.
Wil je de rups wat sneller zien dan is het tweede filmpje wat voor jou. Jij mag zelf bepalen wat je wilt zien.
Kauwen zijn er de laatste tijd heel veel in onze contreien maar ik vind hen toch ook wel bijzondere en mooie vogels. Alleen al hun geschetter als ze in avond hier eerst met vele rondjes te vliegen en dan zich met vele tegelijk in de bomen bij ons in de wijk zich laten glijden geeft al een heerlijk geluid. Ze gaan soms er vroeg in maar het gebeurt ook weleens dat ze later gaan. Dat hangt helemaal van het weer af. Het is net of zij de bui al voelen hangen want wat dagen terug gingen ze al om half 9 erin. Wat later werd de lucht ook donker en vielen er flinke regen en onweersbuien.
Er staan er dan vele op de uitkijk op verschillende daken en dan zo hoog mogelijk soms op de schoorstenen als deze er zijn. Want hier hebben ze hen met de renovatie weggehaald maar de koopflats hebben ze nog wel en dan is het heerlijk observeren voor mij wat ze zoal doen. En die moeten er voor zorgen dat iedere kauw op de juiste volgorde in de bomen gaan. En zitten ze niet goed dan kan je dat duidelijk horen want dan is het geluid oorverdovend. Dan vliegen ze er weer uit en gaan in een andere boom zitten.
Het is mij nog steeds niet gelukt het te filmen want zover reikt mijn camera niet maar ik vind het elke avond weer heel erg mooi om het te zien. En ze komen uit alle hoeken om zich te verzamelen in de lucht om dan zich neer te laten vallen tussen de bladeren. Dan hoor je nog veel gekwetter en als je onder de boom zal staan is dat wel een oorverdovend geluid. Dat doen ze dan even een tijdje en dan is het na een half uur weer overal stil. Wel uitkijken want ze kunnen hun plas en poep ook over je gooien. Dat is mij ook weleens overkomen maar dat had ik er wel even voor over. Het zijn ook ergens wel schone vogels want na de broedtijd maken ze wel hun nesten leeg. Dat heb ik ook weleens gezien en vond dit ook wel bijzonder.
Zij geven dus ook de tijd aan en dat doen ze ook al in de vroege morgen als ze bij bosjes na het ontwaken de lucht weer ingaan naar hun plekjes waar zij hun voedsel halen. Even weer een lawaai in de bomen en weg vliegen ze weer. Het lijkt ook wel of ze taken verdelen onderling waar ze mogen wezen of zijn want bij het winkelcentrum hier vlakbij zijn er ook een paar die steeds weer daar zijn om de kruimels of etensresten wat mensen op de grond achter laten op te ruimen. Ik vind hen dus ook wel de schoonmakers van onze stad. En zeker van onze wijk want ook daar zijn er enkele die regelmatig wat wegpikken van de grond. Maar nog even wat informatie erbij schrijven over deze mooie vogel want wellicht wist je dit ook nog niet. En anders heb je toch weer een leerrijk blogje ontvangen bij je bezoek.
In Nederland en België nestelt de kauw meestal in groepen in bomen, gewelven van kerken en elders ook wel op rotswanden en in schoorstenen. De 4-5 eieren worden 16-17 dagen bebroed en de jongen vliegen na ongeveer 30-35 dagen uit. De kauwen leven altijd in kolonies. En er is er maar 1 de baas van een groep die ook in bepaalde delen zijn gesplitst, en dit wordt erkend door alle anderen. Als hij twee jaar is trouwt hij in vogelstijl met een meisje van een mindere stand; het meisje wordt dan ook als hogere erkend.
Kauwen zijn ook monogaam- en blijven trouw blijven aan één partner tot de dood hen zal scheiden en dan duurt het daarna nog wat lang vooraleer zij een nieuwe partner gaan zoeken en dat is toch wel bijzonder te noemen. Ze zijn er een ster in om vogels te misleiden als ze bijvoorbeeld voedsel zien op de grond en er zijn daar ook andere vogels bij. De ene leidt de ander wat af zodat de kauw het voedsel af kan kan pakken. Bij de meeuwen hebben ze minder kansen want die zijn voor hen te groot en te sterk en hun snavels zijn ook scherper.
Om een stevig nest te bouwen maakt de kauw ook wel eens gebruik van wat van paardenhaar, deze foto kan je hier zien in dit schrijven en gedicht over de kauwen op mijn persoonlijke website waar je ook een mooie film eronder ziet. klik op de blauwe link als je het eens wilt lezen en zien. https://tinedejong.blogspot.com/2016/09/kauwen-op-het-dak-vogels.html
Als mensen in hun tuin ook soms goed nestmateriaal hebben, dan heb je ook wel kans dat de kauw dit mee neemt om het nest nog veel mooier te maken. Voor het vrouwtje heeft het mannetje alles over. En is er eens bedreiging van grotere roofvogels bij hun nesten dan verenigen de koppels zich en verjagen zij zo met zijn allen de indringer luidkeels tot een heel eind bij alle nesten vandaan.
Maar ook nemen ze soms een klein klontje klei mee om het aan hun vrouwtje te laten zien en soms accepteren zij het maar het gebeurd ook soms dat het stukje klei niet mooi vind en het mannetje gooit dit dan naar beneden en zoekt en haalt dan een ander stukje wat er mooier uit ziet. De vrouwtjes zijn dus ook wel sceptisch of kritisch te noemen. En dat klinkt bij de mannen als mens dan vast wel bekend in de oren over hun liefje.
Stenen gooien kunnen zij ook hoor er zijn zelfs verhalen bekend van kauwen die stenen van daken van flatgebouwen oppikken. De kauwen vliegen er een stukje mee en laten de stenen vervolgens uit de lucht vallen. Gevolg van deze actie: flinke deuken in de daken van de aldaar geparkeerd staande auto’s. Voor hen een spel voor jou dus ellende.
Kauwenoverlast kan heel vervelend zijn, maar we moeten ons realiseren dat wij mensen zelf debet zijn aan deze overlast. Leefgebieden van dier en mens raken steeds vaker in elkaar verstrikt en je zou haast vergeten dat dieren, dus ook de kauwen zeer nuttig zijn voor ons. Vele bomen worden er ook gekapt en dat zijn nu eenmaal de slaapplekken van vele vogels. Dus de mens is zelf ook een beetje schuldig die bomen weghalen uit de omgeving waar ze het meeste waren en zo trekken er steeds meer kauwen naar de dorpen en steden ook wel door het meeste voedsel wat ze hier vinden maar zeker ook omdat er in menige wijken bomen staan. Het liefst slapen ze in bomen die wat bij elkaar staan.
Kauwen zijn ook echte alleseters: van insecten, slakken, wormen, knoppen, zaden, bessen tot patatresten en kadavers vooral op de grond gezocht. Zo bestaat het hoofdbestanddeel van de maaltijd van kauwen oorspronkelijk uit wormen en emelten. Emelten zijn de larven van een langpootmug. Deze larven vreten de wortels van grasland aan, waardoor gras dood gaat. En de kauwen eten ze op en dat is dus voordeel voor ons en ook voor menige boer want ook daar zitten in het Agrarische landschap ook veel kauwen. Ze eten zowel plantaardig voedsel als vlees.
In gebieden waar men nog niet beschikt over afgesloten vuilcontainers, vinden de kauwen een paradijs aan voedsel. Vuilniszakken worden met de snavel opengescheurd, met als gevolg dat mensen zich ergeren aan de rommel op straat. Dus verpak het goed voor je het weggooit en laat niets buiten uwe container staan. U vraagt er dan zelf om, als er eens vuil buiten ligt.
De kauw zorgt er ook voor dat uw gazonnetje er netjes bij blijft liggen. Daarnaast eet de kauw diverse andere insecten die voor ons ook heel hinderlijk kunnen zijn. Wat dacht je van de processierupsen want die rups hebben zij ook gevonden en ook zij ontvangen geen klachten bij het eten ervan, maar ook de vliegende mieren is een feest voor hen en menige verdwijnen ook in hun magen.
Maar als de luidruchtige kauwen in de tuin jou soms het leven zuur maken, dan zou ik deze tip willen geven: Hang een zwarte sok in de tuin of in een boom want dat zou misschien kunnen helpen. En dit verjaagt ook de kauwen maar dan wel op een diervriendelijke manier. En heb je besjes in de tuin staan of een andere vruchtenboom dek deze dan af met zo een paar vogelnetten want je hebt ook kans dat zij er heerlijk van genieten. En deze zijn in diverse maten verkrijgbaar en voor elke boom of struik is er wel zo een net te koop.
Kauwen staan ook te boek als intelligente diertjes. Die intelligentie is het vaak die bij ons mensen voor overlast zorgt. We kennen allemaal de verhalen wel, van vogelnestjes vol met glimmende zaken die hun nest dan mooi moeten maken. Net zoals kraaien en eksters zijn ook de kauwtjes die gek zijn op alles wat glimt.
Vroeger had ik ook eens een tamme kauw ontmoet die zomaar eens kwam aanvliegen op mijn balkon en elke ochtend en avond kwam deze even op visite, en hapte heerlijk zijn voedsel weg die ik voor hem had klaar gezet maar op een gegeven moment heb ik deze niet meer ontmoet. Waarschijnlijk een vrouwtje gevonden of verjaagd door de buren. In elk geval heb ik hem nooit meer gezien. Vroeger hielden mensen de kauw graag ook veel als huisdier, omdat ze gemakkelijk tam te maken zijn en ze kunnen ook leren praten. Ook dan hechtte de kauw zich aan voornamelijk een persoon, en andere mensen konden aangevallen worden door de trouwe, bezitterige kauw. Tegenwoordig is het verboden om een kauw als huisdier te houden. Een kauw kan niet gelukkig zijn als huisdier en als hij ontsnapt kan hij zich niet meer redden en loopt een grote kans om snel dood te gaan.
Zelf zou ik een jonge kauw nooit tam maken omdat zij in de vrijheid horen bij hun eigen soortgenoten.
Mocht jij eens een jonge kauw zien op straat of in de tuin vind is deze waarschijnlijk pas uitgevlogen. Laat dit dier dan met rust. De ouders zijn zeer waarschijnlijk ook in de buurt en willen niet dat je hun kindje meeneemt. Vaak hoor je de ouders luid schreeuwen in de bomen of op de dakrand van een huis. Angstig kijken ze toe of je hun kind niet zal stelen. Als een jonge kauw geen gevaar loopt (katten of ander gevaar) laat hem dan zitten waar hij zit en kijk vanaf een veilige afstand hoe het verder gaat. Zijn de ouders niet in de buurt, of loopt de kauw wel gevaar, bel dan een vogelopvang of dierenambulance voor advies. Zet de kauw voor die tijd in een (ruime) kartonnen doos waarin hij zich een beetje veilig kan voelen. Maar mijn tip is om deze zeker niet mee naar huis te nemen. Ik heb slechts een par foto's gemaakt -die ik hier heb geplaatst-vanaf een afstand en zag dat de papa ervan in de buurt zat en samen vlogen ze ook weer weg.
Onlangs in de maand juni was ik weer eens gezellig met een natuurwandeling in de heemtuin van de Natuur en vogelwacht Alblasserwaard wat ligt in het Alblasserbos -gemeente Molenlanden-Zuid Holland om te zien of er daar weer enige vlinders en bijen zouden zijn want de populatie zakt erg af en hier ontmoette ik de Muskusboktor -Aromia moschata.
Deze boktor had ik al vele jaren niet meer gezien en vond het een leuke ontmoeting. Normaliter vind je hen op de wilgen maar de vlinderstruik vond deze ook wel interessant al had hij niet veel geduld om te stil te zitten maar het waaide die dag dat ik er was heel erg. Dat kan je in onderstaande filmpje wel zien die ik erbij zal zetten. Kort maar toch wel een mooie video waar je het insect toch even kan zien. De boktorren zijn ook een familie uit de orde van de kevers. Ook worden zij weleens wilgenboktor en rozenboktor genoemd.
Deze boktor leeft namelijk vooral op de wilg, vooral wilgen (Salix caprea), maar het is ook bekend van grijze wilg (S. cinerea) en brosse wilg (S. fragilis). Te zien voornamelijk in levend hout, maar ook in dode bomen of bomen die zijn afgestorven is deze soms wel te zien. De soort lijkt een voorliefde te hebben voor levende maar verzwakte wilgen. Ook voedt hij zich uitsluitend met de wondsappen van deze bomen. Maar ze zijn ook te zien op een andere waardboom of plant zoals ik deze dus al ontmoet had op een vlinderstruik.
Er bestaan verschillende soorten boktorren, maar niet elke soort boktor is schadelijk. De volwassen kever leeft hoofdzakelijk van stuifmeel, vaak op schermbloemige als berenklauw en engelwortel. Dus de boktor waar ik over schrijf zal echt geen schade toebrengen als je deze eens in huis zal vinden.
En om gelijk een vraag vast hier te beantwoorden die ik al op mijn filmpje ontving op mijn YouTube kanaal of deze muskusboktor het ook was die hout in huis aantast dan kan ik je zeggen dat dit niet zo is.
Het is wellicht de huisboktor die meubels en etcetera kan aantasten. Dat is gewis een soort boktor die houten voorwerpen aantast en dat is een drooghoutboorder, - De huisboktor (Hylotrupes bajulus) - die de voorkeur geeft aan naaldhout, zoals grenen en vuren. Als men het lakt is er minder kans dat ze er aan zullen knagen.
Belangrijker is het om de larve van deze boktor te herkennen, want het is niet de boktor zelf, maar de boktor larven die het hout aantasten. Een boktorlarve is crème van kleur, wordt zo’n 30 millimeter groot en heeft een geringd lichaampje. Om zich te voeden, knaagt de larve van de boktor zich een weg door de houten voorwerpen. Op deze manier verzwakken complete houten constructies, waarvan er niets overblijft als er niks aan de boktor wordt gedaan.
De Huisboktor leeft alleen in nieuw, onbehandeld hout. Als je gaatjes ziet kan je er van op aan dat je ze hebt. De larven die na enkele weken hieruit komen, eten zich in het hout en creëren op die manier een gangenstelsel door het hout. Het diertje is zo’n 10 tot 25 mm lang en is bruinzwart van kleur. Daarnaast kunt u deze soort Boktor herkennen aan de 2 grijskleurige vlekken op zijn dekschild. De vrouwelijke torren zijn te herkennen aan een legboor. Het insect heeft zeer lange voelsprieten. Helaas kan ik je geen foto tonen want dit insect heb ik nog niet ontmoet. Maar op het internet vind je vast meer informatie als je op de naam gaat zoeken.
Deze vraag beneden is ook aan mij gesteld per email van een volger en lezer-ook hier beantwoord- en men dacht dus ook dat de Muskusboktor op het dennenhout zit maar ook dat is een ander soort.
Die boktorren die op het dennenhout zitten is ook een andere soort boktor en dat zijn weer de Nathoutboorders oftewel de Sparrenboktor (monochamus sutor) Deze soort Boktor komt vooral voor in naaldbomen. Dit is ook al aan de naam te zien. U kunt deze Boktor herkennen aan zijn 15 tot 24 mm lange lichaam en zwarte kleur. Op zijn dekschild heeft hij bruine/goudkleurige vlekjes. De boorgangen zijn ovaal en plat en er is geen boormeel te vinden in de gangen.
De muskus boktor (Aromia moschata)- Linnaeus, 1758 die ik had ontmoet is een Euraziatische soort boktor die behoort tot de subfamilie Cerambycinae, stam Callichromatini. Andere benamingen die deze boktor heeft zijn ook de wilgenboktor of de rozenboktor.
Deze boktor kan tot wel 3,5 cm lang worden. Dat hij een veel grotere indruk maakt komt door de zeer lange en vrij dikke tasters. Deze tasters zijn duidelijk gesegmenteerd en ieder segment heeft een verdikt, knoopachtig uiteinde. Bij het mannetje zijn de tasters langer dan zijn lichaam, bij het vrouwtje ongeveer even lang.
De kleur van de dieren is zwart-groen tot metaalachtig blauw met een goudachtige glans. Op de achterzijde van het borststuk zit een geurklier. Als de kever wordt verstoord, scheidt hij hiermee een krachtige muskusgeur af. vergelijkbaar met die van zwarte beuk -Cerambyx scopoli Aan deze geur heeft de kever dan ook zijn naam te danken.
De naam heeft deze kever te danken aan een sterke muskusachtige geur, die wordt afgescheiden die wordt afgegeven door geurklieren aan de achterborst en bij verstoring zal je dit kunnen ruiken. Hierom werd hij in het verleden ook gebruikt om een aroma aan sigarenkistjes te geven. Maar ook werd deze geuren vroeger gebruikt om pijptabak te parfumeren. En wellicht voor meer dingen. Nu wordt deze stof synthetisch gemaakt.
Alleen in juni, juli en augustus is de volwassen kever te zien, de larve leeft in en van levend wilgenhout, slechts zelden wordt de larve ook wel in andere boomsoorten aangetroffen als de els of de populier. Na twee tot drie jaar vindt verpopping plaats, al zijn er ook gevallen bekend van een vierjarig larve stadium en enige tijd later komt de boktor tevoorschijn. Als er te veel larven in een enkele boom zouden leven kan, dan bestaat wel de kans dat deze afsterven.
De koppeling duurt enkele uren en vindt meestal plaats op de grotere takken van de gastheer boom. Vrouwtjes hebben gemiddeld ongeveer 50 eieren in de eierstokken en selecteren meestal de steel of basis van grote takken om te leggen. Ze knaagt aan een gat in de schors, vaak waar andere insecten al aan hebben geknaagd of geboord en een of meer eieren worden gelegd. De larve ondergaat ten minste vijf fasen en de eerste drie leven tussen schors en hout, maar vervolgens boort de larve in de sappen waar hij geleidelijk aan een 30-40 centimeter lange doorgang knaagt. De ontwikkeling duurt 2-3 jaar, en de volwassen larve knaagt aan onder de schors, waar hij ca. 10 cm lange gang die zich uitstrekt in een kamer die is "bekleed" met knaagdieren. Dit is waar de verpopping plaatsvindt in mei-juni.
De volwassen vrouwtje boktor legt dus best wel veel eitjes, zo’n tweehonderd in die paar weken dat de volwassen boktor leeft. De larven die na enkele weken hieruit komen, eten zich in het hout en creëren op die manier een gangenstelsel door het hout. Ze blijven zich voeden met het hout totdat de larve volgroeid is en gaat verpoppen. De volwassen kevers arriveren dan weer in juli-augustus.
De boktor is een kever van 8-25 mm lang. Het mannetje is duidelijk kleiner dan het vrouwtje. Wil je het verschil zien of het een mannetje of vrouwtje is dan moet je naar de sprietlid kijken. is deze kort en stomp dan is het een vrouwtje.
De voorkeuren van habitats van de Aromia moschata zijn oorspronkelijk vochtige gebieden met oude wilgen, populieren en elzen, zoals naaldhout, beek- en rivierweiden maar ook in parken en tuinen kunnen zij gevonden worden.
De mooie muskusboktor zou in populatie van Nederland wel sterk achteruit gaan doordat veel wilgen verdwijnen door vele droge periodes. Maar dan mogen ze rustig in de mooie Alblasserwaard en het Alblasserbos komen want hier zal je best nog veel wilgen zien. En ook in de Biesbosch zijn er genoeg wilgen waar de muskusboktor ook zijn habitat kan hebben. Men zou ze ook eens meer moeten planten elders, zodat insecten die van deze wilg houden er wellicht dan ook weer terug zullen keren. En komt er dan wellicht een dag dat je dan ook de muskusboktor bij jou in de buurt kan tegen komen. Want het is een prachtig insect. Heb jij hen al eens ontmoet? En waar heb jij hem gezien?
De roodkopvuurkever komt de laatste tijd minder veel voor waar ik meestal wandel. Want vroeger zag ik er hier veel meer. De kever is meer gebonden aan wilgenbroekbossen. En die zijn er wel maar toch merk ik toch ook wel wat teruggang van deze mooie kever.
Er komen in Nederland dacht ik maar twee soorten voor. Ik heb van een natuurvriend gehoord dat er in Duitsland drie soorten voorkomen: de derde soort is de kleine vuurkever / oranje vuurkever (Schizotus pectinicornis). Deze heb ik zelf nog niet zelf gezien bij mijn natuurwandelingen.
Over de zwartkop heb ik al eens geschreven op deze website maar nog niet over deze rode mooie Roodkopvuurkever- Pyrochroa serraticornis die ook wel een blogschrijven verdiend. Want het is ook een insect wat interessant is als je van kevers mooi zal vinden.
En er zijn best veel keversoorten en als ik er dan wat ontmoet wil ik er ook graag meer over weten en erover schrijven. Meeste mensen vinden kevers maar enge dieren maar als je hen goed bekijkt en zijn levenswijze bestudeerd dan kom je erachter dat het best wel mooie insecten zijn.
Herkenning
Deze roodkopvuurkever kan je herkennen door de mooie vorm van de antennes maar ook aan zijn kleur. En zij worden ook weleens de karmozijn- of kardinaalkevers genoemd en zij behoren door hun rode kleur tot de meest opvallende kevers in onze prachtige natuur. Op open plekken , in het bos en langs de boskant van de weg kan je hen ook tegenkomen.
De roodkopvuurkever onderscheidt zich door zijn rode kop van de zwartkopvuurkever, die bovendien ook een mooie felle kleur heeft. Zijn lijf is zwart, maar van boven is hij donker steenrood, maar in de zon lijkt het wel of er een goudachtige glans over zijn lijf is verspreid en een heel fijne beharing is soms dan ook wel zichtbaar. Ze zijn met hun lengte van 14 tot 18 millimeter best wel groot. Er zijn er zelfs gezien tot 20 mm.
De tamelijk lange zwarte sprieten zijn gekamd of gezaagd, doordat acht van de elf leden voorzien zijn van een uitsteeksel. De tanden van die zaagsprieten zijn bij het mannetje langer dan bij het vrouwtje. Niet alleen door hun kleur onderscheiden de vuurkevers zich direct van de weekschildkevers of soldaatjes waar ze oppervlakkig op lijken.
Kop en hals-schild zijn duidelijk minder breed dan de dekschilden, die het hele achterlijf bedekken en bij de schouders smaller zijn dan aan het eind. Mocht je bij die kenmerken nog twijfelen, dan geven de zaagsprieten de doorslag.
Deze kever ontmoette ik eenzaam en alleen op een oude boomstronk in het Kortlandbos -wat ook een perceel is van het Alblasserbos- in de Alblasserwaard- gemeente Molenlanden. Er zaten ook enige schorsen los maar daar vond ik helaas niets onder dan slechts wat pissebedden. Zij leven in vochtig dood hout in zelfgemaakte of reeds bestaande gangen. Wellicht zocht deze kever een plek om de eitjes te leggen in de schors beneden de stam die wat open was.
Soms komt er ook een netwerk van witte of kleurloze draden te voorschijn als je eens een schors voorzichtig los haalt en dat is het mycelium ook wel hyfen genoemd van een zwam die dan bezig is het hout te verteren. Op hun beurt vormen die schimmeldraden het voedsel van pissebedden, miljoenpoten en ook van de naaktslakjes. Uit het mycelium kunnen dus de vruchtlichamen van schimmels zoals paddenstoelen groeien. De hyfen zijn ook een belangrijke voedselbron voor insecten en andere ongewervelden.
Zie foto's alleen zijn ze niet zo goed want er stonden veel brandnetels en had geen zin om erge jeuk te ontvangen dus heb ik geprobeerd het wat dichtbij te halen. Maar zo kan je wel zien wat er bedoeld wordt met de hyfen/schimmels.
Schimmels wordt vaak geassocieerd met vieze dingen, maar vergeet niet dat elke champignon die je in je mond stopt, ook een schimmel is. Sommige schimmels zijn best lekker. Onder andere ook de Gele Zwavelzwam - Laetiporus sulphureus in het begin stadia, en schimmels ruimen alles op in de natuur.
Soms moet je ook maar eens kijken onder oude boomschorsen want je kan soms echt wel insecten tegenkomen. Maar leg deze dan wel weer terug zodat je het leven van hen niet zal verstoren. In het molm van holle bomen kan je ook soms met een vergrootglas uitwerpselen, verpoppingskamers en resten van gestorven kevers zien. De larven van de roodkopvuurkevers leven in rottend hout en ook veel langer dan de volwassen insecten.
Wist jij trouwens dat de larven er ook minstens twee jaar over doen, voordat ze drie en een halve centimeter lang zijn en gereed om zich dan te gaan verpoppen. Dat gebeurt dan in mei en ook onder de schors. Een maand later komen de kevers dan te voorschijn. Hier een foto van zo een larve want die zien er ook wel heel mooi uit.
De larven voeden zich roofzuchtig op andere larven, voornamelijk ongedierte. De verpopping vindt plaats na 2-3 jaar, zodat in het volgende voorjaar een nieuwe generatie vuurkevers kan uitkomen mits ze niet opgegeten zijn door andere insecten.
Daarom is het zo goed om rottend hout te laten leggen want menig insect maakt er gebruik van. Maar ook even vermelden dat als je eens een boom om zaagt dat je ook goed moet kijken of er geen kevers of larven inzitten. En dan kan je bijvoorbeeld ook de stronk rechtop zetten en afdekken met een plank of met wat oude schorsen zodat er dan meer kans bestaat dat de larven en andere kevers kunnen overleven en zich zo ook weer andere gangen kunnen maken om zich er in voort te planten. En op deze manier kan het kevertje voortleven en wellicht ook verder zich gaan verspreiden. Want ook met de kevers in het algemeen gezien is het slecht gesteld.
Als het slecht weer is verschuilen de kevers zich onder losse schorsen, maar als het warm en droog is, lopen ze druk heen en weer en zijn ze vooral te vinden op dode bomen en vermolmde stronken. Overdag blijven ze in de schaduw, maar 's ochtends vroeg, als de zon net boven de horizon komt, zitten ze soms stil op de bladeren van brandnetels en andere grote planten in bosranden. En het leven van zo een vuurkever is maar kort want ze leven maar een paar weken.
Net als de weekschildkevers bezoeken ze graag hun waardplanten zoals de witte schermen van het fluitenkruid- Anthriscus sylvestris, berenklauw en andere schermbloemen. Met hun korte tong kunnen ze gemakkelijk bij de ondiep liggende nectar komen. Nectar en pollen staan op het menu van de volwassen kevers. Het hoofdvoedsel bestaat uit insecten en kunnen ook soms soortgenoten wezen. Ze houden ook van zoete sappen zoals berkensap maar ook van honingdauw luizen en insectenlarven. Zoals je leest is hun voedselbron best wel uitgebreid.
Voordat zij gaan paren hebben zij deze energiebron wel nodig. De mannetjes sterven zodra ze hun plicht hebben vervuld. En de vrouwtjes kruipen weer onder de schors om eitjes te leggen, waarna ze ook weer doodgaan. Voor een vuurkever is er dus niet echt veel aan om volwassen te zijn.
De vuurkevers zijn ook wel eigenlijk kannibalen te noemen, want menige insectenkundigen die hier onderzoek naar deden lieten er geen twijfel over bestaan -las in een boek- dat ze leven van andere insecten die ze onder de loszittende schors tegenkomen. In hun enorme vraatzucht eten ze soms zelfs elkaar op, als ze geen andere prooi kunnen vinden.
Nou dat noemen ze dus in de insectenwereld broederliefde. De kleine kevers zijn niet giftig, dus je hoeft ze niet te bestrijden. Omdat de larven van de roodharige vuurvlieg ook schorskevers aanvallen, zijn ze van groot belang voor de bosbouw.
Het is dus eten of ook gegeten worden. Maar dat is nu eenmaal de natuur. En de natuur is nu eenmaal wonderbaarlijk en zit vol geheimen die we zeker nog niet allemaal ontdekt hebben. Trek dus je wandelschoenen eens aan en ga heerlijk de natuur in en ook op ontdekking en zie wat jij dan allemaal kan ontmoeten.
Een filmpje erbij gefilmd door David Element van de mooie Roodkopvuurkever Pyrochroa serraticornis / Rotköpfige Feuerkäfer/ Red-headed Cardinal Beetles waar je ook goed de antennes kan zien en een paring:
Ditmaal ga ik eens schrijven over een bekende bloem die je overal wel ziet verschijnen en dat is de paardenbloem- Taraxacum officinale. Het is een bloem met een verhaal maar die ook een verleden kent en daarbij geneeskrachtig kan zijn. Wellicht ook al veel over geschreven door menig mens, maar ik heb wellicht enkele weetjes wat je dan misschien nog niet wist. Ik had op dit blog er nog niet over geschreven en ja wat ik zoal ontmoet daar schrijf ik meestal over.
En nu is dan ook eens de paardenbloem aan de beurt. De groeitijd is wel over maar ik moest nog wat erover opzoeken en ook wat uitwerken en daarom is het blog wat te laat. Maar je kan het altijd lezen en als ze dan weer verschijnen weet jij er al aardig wat van toch? En heb je ook wat tips wat je zoal met de paardenbloemen kan doen.
Ik vind het altijd ook zo een prachtig gezicht als ze in vele getallen weer komen langs de bermen en in het grasveld. En steeds weer kan ik ervan genieten. Totdat de onrustzaaier komt zoals ik de grasmaaier noemt en alles dan weer is verdwenen en dat vind ik niet zo leuk. En menige insecten ook niet en die zijn al zo weinig te zien. Ook dit jaar alweer minder vlindersoorten en insecten die er vroeger wel waren zie je ook al niet meer. En dat ligt niet alleen maar aan de klimaatverandering hoor. Mensen gebruiken sommige zaken die het voor insecten niet gemakkelijk maken.
Paardenbloemen komen overal ter wereld wel voor en is vooral te vinden op gras- en weilanden en ook veel te zien langs de bermen. De kale bloembodem van een hoofdje lijkt op een kussen. De Paardenbloem heeft aan elke stengel maar 1 bloemhoofdje en er zijn ook heel veel soorten. De stengel is hol en draagt ook melksap die wel licht giftig is. En een weetje voor jou is, dat de plant ook vol zit met vitaminen A, B en C. je kunt trouwens de gehele paardenbloem eten van wortel, bladeren tot bloem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog aten mensen ook vele paardenbloemen als een wilde groente.
Ik kocht onlangs een boekje over "Wilde planten eten uit de natuur" bij de kringloop en ook een boekje "De kruidentuin" en daar heb ik best wel veel van opgestoken. Er staan ook allerlei recepten in die ik zeker ook eens een keer uit gaat proberen. De oorsprong van de paardenbloem ligt wijd gespreid en is namelijk in zowel Azië, als in Afrika en geheel Europa wel te zien. En is wellicht ook door toedoen van de mens zo ver verspreid. Want wie blaast nu niet eens een keer aan deze mooie pluizenbol als deze is uitgebloeid. Als kind vond ik altijd reuze leuk en deed dit ook heel vaak en soms doe ik het nog weleens. Vroeger werd mij als kind verteld dat als je alle zaadjes in een adem kunt wegblazen dat ik dan ook een wens mocht doen. En dat deze wellicht ook uitkwam. Wat mijn wens toen was dat weet ik niet meer.
Deed jij dit ook als kind en nu nog weleens?? Het wegvliegen van de paardenbloem zaadjes door de wind of als je ertegen blaast, staat ook symbolisch voor vrijheid en nog meer betekenissen. Wat verder in mijn schrijven kan je er meer over lezen wat ermee bedoeld wordt.
De bloem behoort tot de composieten of samengestelde bloemen. Oppervlakkig gezien is het een bloem, maar in werkelijkheid bestaat hij uit meerdere kleinere bloempjes te samen. Men zegt dat het onkruid is maar dat is deze dus echt helemaal niet. Deze bloem heeft zoveel goede eigenschappen dat je deze niet mag benoemen als onkruid wat vele wel doen maar, daar hebben ze soms een reden voor en hierover ook later meer.
De paardenbloem ziet er ook wel mooi uit als je deze eens van dichtbij al bekijken. De bloembodem van het hoofdje is zonder stroschubben; dit zijn doorzichtige schubben die tussen de bloemetjes bij een aantal composieten te vinden zijn.
Het hoofdje bevat honderden lintbloemen. Het omwindsel van het hoofdje is met vele rijtjes zaadjes voorzien en waarbij de blaadjes van de buitenste rijen ook korter zijn en vaak teruggeslagen.
De verspreiding
De verspreiding van de zaadjes vinden dus plaats omdat de vrucht – als de vrucht rijp is- op de wind wordt gedragen door een vruchtpluis die ervoor zorgt dat hij wordt meegedragen door de wind. De paardenbloem (Taraxacum officinale) en Taraxacum erythrospermum zijn de soorten met het grootste verspreidingsgebied. Ieder apart bevrucht bloempje resulteert uiteindelijk in een zaadje. Deze zaadjes hebben een soort parachuutjes waarmee ze door de wind meegevoerd kunnen worden. Deze haren noemen we pappus. nu vraag jij jezelf vast af wat dat is. De pappus is de gereduceerde kelk bij de lintbloempjes van een plant van de composietenfamilie. Deze bestaat vaak uit een rij haren of schubben. Wanneer het zaad rijp is, groeit de pappus vaak uit tot vruchtpluis. Samen vormen de zaadjes dan de welbekende pluizenbollen. Ik zet ook even een plaatje erbij zodat je de groeistadia kan zien van deze sterke paardenbloem.
Deze sterke overlever heeft nog een ander weetje erbij voor jou, want hij vormt in de regel eigenlijk zaad zonder bestuiving. De plant is dus niet echt afhankelijk van insecten of de wind voor bevruchting. Al helpt de bloem wel extra mee eraan. Paardenbloemen worden dus ook weleens als de "planten zonder vader" genoemd.
Wist jij trouwens ook dat Paardenbloemen zich pas ontplooien zich in de volle zon? In de namiddag sluiten de stralende gele bloemen zich weer wat om wat energie op te wekken en als de zon niet schijnt of als het regent blijven ze vrijwel gesloten en zie je slechts een klein geel randje aan de bovenkant.
De Paardenbloem( Taraxacum officinale) is ook een van de eerste bloemen die veel door verschillende soorten bijen worden bezocht. Maar ook vele andere insecten zoals vlinders is dit een goede waardplant. Helaas worden er ook vele er al weer vroeg er afgemaaid op vele graslanden, park grasvelden of weilanden en dat is helaas met vele bloemen zo die in een weiland of op een grasveld verschijnen. Natuurlijk hebben bijen wel meer nodig dan alleen de paardenbloem pollen, maar deze pollen geven hen wel de voeding die ze nodig hebben om weer op gang te komen.
Er zijn ook nog andere dieren zoals konijnen, wilde hazen, paarden, geiten, schapen die ook dol zijn op de paardenbloemen. Ook al wordt er soms geschreven dat bijvoorbeeld paarden helemaal niet van bitter eten houden en deze de bloemen niet zullen eten als ze deze eenmaal hebben geproefd. Maar hierover zijn de meningen dus ook wat verdeeld. En ik weet niet of het nu een feit of een fabel is dat men eens schreef dat ze er ziek van kunnen worden. Maar voordat er vragen over komen schrijf ik dit er maar even bij.
Paarden en de paardenbloemen
Er zijn ook paarden die ze juist wel eten omdat zij wellicht weten dat het eten hiervan hun gezond houden. De bloemen hebben wel degelijk waardevolle eigenschappen die paarden ondersteunen met hun gezondheid. Het is namelijk goed voor een gezonde huidfunctie, een gezonde lever en/of gal functie. De bitterheid bevordert juist de spijsvertering van het paard en ook helpt het met afscheiden van de urine en ontlast tevens ook de maag.
Het is wel belangrijk om de hoeveelheid niet te overdrijven als je zelf paardenbloem toevoegt aan het rantsoen. Dit geldt voornamelijk voor paarden met bepaalde stofwisselingsproblemen. En dit heeft te maken met de hoge concentratie aan voedingsstoffen die in een paardenbloem zitten. De hoeveelheid paardenbloem die je een paard mag geven hangt dus af van de gezondheid van je paard. Bekijk daarom per paard de behoefte en pas hierop de hoeveelheid aan.
Als er één plant is, die er heel goed tegen kan als dieren eraan knagen, dan is het wel de paardenbloem. Als hij helemaal wordt afgeknaagd zodat er geen blad meer te zien is, maakt de penwortel in de grond gewoon weer via de wortels knoppen aan en daaruit groeit dan weer de nieuwe plant. De paardenbloem heeft een lange penwortel die tientallen centimeters lang kunnen zijn.
Medicianale gebruik
Je kunt al zien aan de naam die ‘Taraxacum officinalis’ luidt waarbij ‘officinalis’ staat voor ‘geneeskrachtig’ en vroeger was de paardenbloem al zeer geliefd om zijn medisch gebruik. Ik zal er maar 2 noemen want dat is wat ik ook eens had gebruikt en wat ook hielp. Van het andere weet ik niet veel van. Het wortelsap wat ik eens had gemaakt heb ik eens gebruikt om wratten aan te stippen, die dan ook daarna vaak kleiner werden en zelfs verdwenen. En nu na jaren is de paardenbloem nog geliefd want je kan er heel veel mee doen. Wel altijd goed wassen want dat is wel een vereiste. En ze zeker niet plukken langs bermen waar veel verkeer langskomt maar waar ze vrijer staan en dus beetje schoner.
Je hebt vast ook weleens de naam brievenbesteller gehoord als men het over de paardenbloemen hadden. Deze naam is dus te danken aan de vruchtpluisjes die losgetrokken worden door de wind en deze dan als parachutes grote afstanden kunnen overbruggen. Soms wel meer als tien kilometer kunnen zij gaan. En in de zaadjes zitten ook kleine stofjes die eruit komen en die zijn ook weer nuttig voor de natuur. Ik zie ze nu ook regelmatig zweven als ik naar buiten kijkt. Dus ook de paardenbloemen helpen op hun manier mee aan onze natuur en dat wordt soms weleens vergeten. Dus onthoudt dat niet alle onkruid echt onkruid is, want sommige kan je ook gewoon eten. Als je eens twijfelt raadpleeg dan het internet of koop ook eens zo een wilde planten en bloemen boek met eten uit de natuur.
De pluisjes van zo een pluizenbol kan je ook voorzichtig in een bekertje doen en dan wat schudden en je zal zien dat slechts de zaadjes overblijven en die kan je ook weer zelf kan oogsten om zo een eigen kruidentuintje te maken. Maar als je een volière heb dan kan je de gedroogde zaadjes ook aan hen voeren want ook voor menige vogel is dit een waar lekkernij en ze zijn er gek op. Je kan ze ook plukken als de knoppen nog dicht zijn, maar praktisch op het punt staan op het punt van open springen.
En ze kunnen trouwens maaien wat ze willen want ze komen toch weer terug. Want door de sterke wortelstengels die ze niet weghalen met het maaien hebben zij ook weer de kans om te gaan groeien. Vandaar dat paardenbloemen dus zo moeilijk uit de tuinen zijn te verwijderen en dus ook wel eens sterk onkruid genoemd worden. Je kan dus wel maaien maar dan heb je de wortels niet te pakken en voor je het weet staan ze er weer. De paardenbloemen laten zich niet zo snel verjagen en zijn dus ook wel overlevers te noemen en laten zien dat ze kracht bezitten.
Veel tuiniers zijn dan ook elk jaar weer opnieuw soms lange tijden bezig om ze uit hun tuin te verwijderen. Weghalen van paardenbloemen werkt vaak ook averechts: de paardenbloem is afhankelijk van grond roering om dan weer te gaan kiemen. Elk stukje wortel dat achterblijft, kan toch weer uitlopen en een plant worden. Als je een paardenbloem schoffelt, breek je de wortel vaak in verscheidene stukjes.
Waar je één plant denkt te hebben weg geschoffeld, verschijnt na een tijdje weer een hele groep. Dan zal je de hele tuin om moeten gaan spitten en alle wortels verwijderen wat heel veel werk is. En met zo een pijnworteltrekker trek je ook niet echt de gehele wortel eruit want er blijft altijd wat achter al denk jij echt alles te hebben. kleine tip voor jou dan even erbij: wil je niet dat hij zich verder uitzaait in je tuin, knip dan de bloemen direct na de bloei -dus voor de zaadzetting -dan af.
Maar het is dan ook wel leuk om te weten dat de plant ook bewust wordt gekweekt. Er zijn zelfs al menige zaadfirma's waar je paardenbloemzaden kan bestellen want zij vinden dat deze beter is dan de wilde paardenbloemen. Maar dat is bij elk mens verschillend hoe men erover denkt. En in diverse reform en kruidenwinkels kan je ook thee, zalfjes etc kopen waar de geneeskrachtige kruid is in verwerkt. Voor allerlei kwaaltjes is er wel een middel.
Er schijnt trouwens ook een biertje met de naam Pissenlit (op zijn Frans)te zijn waar ook ingrediënten van de paardenbloem in is verwerkt. Misschien eens het proberen waard want dit biertje heb ik ook nog nooit gedronken of eens ergens geproefd in zo een proeflokaal.
Dus in plaats van hen allen uit je tuin te verwijderen kan je er ook eens over na gaan denken om de paardenbloemen te gaan gebruiken. Ze deden het vroeger ook al en het is gratis en nog gezond ook. In enkele natuurboeken uit mijn collectie las ik ook dat men al in 1885 in Frankrijk vier of meer soorten paardenbloemen te koop waren. Ze werden toen ook als' molsla' gegeten. Heel vroeger werd in de lente ook in molshopen naar gebleekte paardenbloembladeren gezocht, vandaar het ontstaan van de naam.
Toen deden zij het op deze manier: Er werd een jonge plant van een paardenbloem toen met een schep aarde bedekt. In het donker werden de bloemen dan "gebleekt". Na enige tijd werden deze weer opgezocht en als men ze dan gingen eten werden de jonge gebleekte bladeren met wat olie, azijn en met een lente-uitje op smaak gebracht en zo als groente gegeten.
Je kan het ook zelf doen, door de bladeren te overdekken met zand, waardoor ze ook gaan verbleken (ze worden dan geel). En zo maak jij je eigen molsla. Het is het jonge blad van de paardenbloem wat je dan gebruikt. De molsla blijkt ook gezonder te zijn dan de gewone sla. In vergelijking met een kropsla bevat de paardenbloem drie keer zoveel vitamine A, meer dan drie keer het gehalte aan eiwitten en meer dan twee keer zoveel ijzer, calcium en fosfor.
Molsla wordt ook op diverse markten in Europa als malse voorjaarsgroente aangeboden. Maar in Nederland of België ben ik deze nog niet tegen gekomen maar ik haal het wel gratis uit de natuur als ik weer een natuurwandeling zal maken. Ik kom trouwens altijd wel met wat kruiden thuis.
Je kan ook de wortels voorzichtig uit het wild opgraven en dan te gaan herplanten voor eigen gebruik. Maar bedank wel dat de lange penwortel moeilijk ongeschonden uit de grond is te halen en dat verklaart dan ook weer waarom paardenbloemen zo lastig zijn weg te krijgen uit je tuin maar met beleid is alles mogelijk. Soms moet je diep gaan om iets te bereiken. Zelf ook al meerdere malen gedaan en geduld is daarbij ook een schone zaak. En met geduld wordt je mandje gevuld.
Je kunt elke dag ook eens een paar blaadjes door je maaltijd heen mengen. Dat is erg goed voor de lever en de bladeren zijn het hele jaar te gebruiken. Het blad smaakt een beetje naar rauwe andijvie of rauwe witlof. Van maart tot juni zijn de bladeren te plukken en zijn dan lekker in verschillende salades. Als je ze in de lente zal plukken zijn ze nog niet zo bitter. In de zomer komt dit wel veel voor want dan zijn de bladeren ook al wat ouder, maar de bittere smaak is te verminderen door de bladeren dan even in wat water te leggen of fijn te snijden en in het zout te leggen. Wat ik zelf meestal doet is de bladeren dan even koken na een goede wasbeurt. Maar rauw zijn ze ook lekker in verschillende salade's. En als je rauwe witlof lust dan lust je dit vast ook wel. Het ziet er een beetje uit dan, als het ouderwetse snijbiet wat je vast ook nog wel kent. En voor de bitterheid kan je dan wat frambozenazijn toevoegen of wat citroenen uitknijpen
Gebruik van de stengels en bloemen
Van de stengels kun je ook nog eens prachtige krullen maken. Deze kan je dan als decoratie gebruiken. En dat doe je zo: Pluk de paardenbloemen en maak lange inkepingen in de stengels vanaf de onder- of bovenkant. Leg de stengels in warm water. En de stengels krullen op. Maar je kan er nog veel meer mee. Snij de stengels met het blad dwars door en kook deze als spinazie maar dan even kort en dan wellicht wat linzen erbij of witte bonen en met rijst of aardappelen erbij heb je ook snel al een heerlijk gerecht.
Bloemen zonder groene bladeren zijn ook te gebruiken als decoratie op desserts en salades. Het bloemhoofdje kan worden gegeten, maar is ook een lekker ingrediënt in thee. Hier heb ik nog een recept voor je, mocht je het eens willen maken.
Ben jij ook een wildplukker pluk dan wel de paardenbloemen op een plaats waar je zeker bent dat er geen giftige stoffen of onkruidverdelgers worden gebruikt. Na het wassen laat je deze een paar uur in een oven op 50 graden drogen. Daarna kun je de gedroogde paardenbloemen langere tijd bewaren in een donkere gesloten papieren zak en gebruiken voor een heerlijke paardenbloementhee. Je kan de bloemen ook eens gaan frituren of er een heerlijke gelei van gaan maken. Echt er is heel veel wat je ermee kan doen.
Paardenbloem tatoeage
Vele mensen hebben ook vast weleens een tatoeage op het lichaam laten zetten van deze bloem en de betekenis is voor hen dan wellicht ook een van die elementen die hen herinnert aan de onschuld en vrijheid die zij tijdens hun jeugd wellicht hebben ervaren. De reden dat de meeste tattoo liefhebbers kiezen voor het inkten van deze tatoeage is het feit dat er verschillende symbolische interpretaties van deze bloem zijn. Daar deze bloem de vele elementen van het leven weerspiegelt, die dan samenkomen en het leven de moeite waard maken.
Er is een zeer beroemd citaat in verband met de paardenbloem: " Elke ademhaling is een tweede kans. "Every breath is a second chance." De meeste mensen laten deze woorden er dan bij zetten, wat aangeeft dat het leven niet over gisteren of morgen gaat maar over vandaag.
Een tattoo laten zetten van een paardenbloem is ook ideaal voor diegenen die gewoon in het moment willen leven, alles wat voorbij is loslaten en de bries toestaan om ze naar een leven te brengen dat vrijheid geeft van alle emotionele en fysieke gebondenheid die ons in staat stelt om vrij te zijn. Vandaar dat je ook weleens ziet dat ze er vogels bij laten zetten.
Het beeldt voor hen ook uit dat niet alle slagen van het leven je neerhalen; soms geven ze je ook de mogelijkheid om jezelf te bevrijden van de emotionele gebondenheid, om daadwerkelijk naar buiten te gaan en je ware zelf te vinden. Als deze interpretatie je aanspreekt en je voelt dat het nemen van een risico , je de kans heeft gegeven om jezelf te ontmoeten in het proces, dan zou deze optie van een Tattoo zetten van een paardenbloem met de pluisjes los erbij perfect voor je zijn. Een paardenbloem tattoo is een constante herinnering aan de beste tijd van ons leven. Zorgeloos en spelend en zich niet druk makend zoals het nu in je leven wellicht zal wezen.
U las wel dat deze bloem echt uniek is met een rijk verleden en waar je veel mee kan doen. Wie dus de paardenbloemen als lastig onkruid in de tuin zien, doet zowel de paardenbloemen als zichzelf dus echt tekort. Als je dit schrijven van mij heeft gelezen dan ga je misschien ook anders nadenken erover en wellicht ga je deze zelf dan ook eens kweken of ze halen uit de natuur voor een heerlijk recept ervan te maken of om te genieten van een stomend bad met een handvol paardenbloemen wat spier ontspannend werkt.
En nog een weetje hierbij is? Dat als jij eens een rode stengel ziet dan heb je te maken met een ander soort namelijk de Zandpaardenbloem- (Taraxacum laevigatum). Buitenste lintbloemen zijn dan weer van buiten grijs-, bruin- of paarsachtig en de Lintbloemen zijn niet ingerold bladen en de omwindselbladen zijn ook niet grijsgroen.
Bladen zijn vaak sterk ingesneden en met ook met vele spitse lobben en vruchten al naar gelang de microsoort rood, roodbruin, bruin, zalmkleurig of strokleurig. Deze paardenbloem bloeit van half maart tot in april op droge matige voedselrijke zand- en heidegronden. Er zijn in Nederland al zo een 16 soorten, die hoofdzakelijk verschillen in de kleur van de vrucht.
Zo is eigenlijk ook de gewone paardenbloem al een lastpost geworden met alle ondersoorten. Maar de kale stengel, de omgeslagen buitenste omwindselblaadjes en het gladde, gelobde blad bieden jou vast een behoorlijk aanknopingspunt.
Bedankt dat je de tijd nam om mijn schrijven te lezen. Klik op de foto's als je ze beter wilt bekijken.
Heb jij ook weleens paardenbloemen uit de natuur gegeten en waar gebruikte jij het voor?
En zoals altijd in mijn schrijven zat er ook een boodschap in verwerkt. Weet jij welke?
Bedankt ook voor alle reacties op mijn vorige schrijven en kom nog maar eens op bezoek op deze natuurwebsite, want je zal hier veel kunnen lezen en vele natuur weetjes en mooie feiten ook tegenkomen. Wilt U anoniem reageren als u geen website heeft, vul dan gewoon je naam in en laat de andere regel open. Bedankt voor je begrip. Natuurgroetjes van mij Tine