Iedereen wordt op zijn tijd gedreven, om eens weg te gaan van de sleur van het dagelijkse leven. En dan heerlijk echt eens van de rust genieten te gaan. Wellicht ga je een mooi fietstochtje maken en laat je de auto ook eens staan.
Mogelijkheden zijn er voldoende voor de mens in het verschiet. Boswandelingen maken, strand, of heerlijk ouderwets kamperen. Wellicht in een hotel of eens gaan varen langs kreken of in meren. Het is hoe jij dit in je behoefte wilt zien, gaat erom dat jij volop
geniet.
Alleen de dieren zijn niet zo blij met alle drukte die in vele meren
komen. Wellicht doe jij het soms onbewust als je eens met boot aan kant zal
meren. Er zitten soms enige watervogels op nest en gaan van schrik hun nest
verlaten. Kleine vogels wachten dan hongerig op hun ouders die soms niet
meer terugkeren.
Helaas is dit voor alle dieren dus echt de schaduwzijde van alle recreatie. Alle dieren zijn ook bang voor mensen en zullen jou ook het liefst
vermijden maar ook vele waterplanten kunnen door het verkeerd aanmeren eronder gaan
lijden. Vooral voor alle verscholen dieren in het riet zijn geeft het echt
veel commotie.
Wat ook veel sneuvelt in vakantietijd wordt vaak veroorzaakt door
onvoorzichtigheid. Denk maar aan alle heidevelden waar vaak het rode vuurhaantje daar eens zal
verschijnen Vele dieren en andere mooie natuur die hier steeds vaker weer er onder lijdt
en er zijn al vele bossen en heidevelden die door deze vurenmacht allemaal weg zullen
gaan kwijnen.
Dus wees echt wat voorzichtiger als jij je in de natuur zal begeven aan land
of met boot. Denk dan ook eens aan de natuur, maar ook aan alle dieren die erin leven met
hun wensen. Want de natuur vraagt ook om aandacht en niet dat jij hun gooit van de wal in
de sloot. Zij hebben ook het recht om te mogen groeien of te mogen leven net als jullie
mensen.
Ben je dus in de natuur, laat dan ook je afval niet achter, neem het dan
netjes weer mee. Want zo houd jij de natuur ook schoon, maar ook vele dieren zijn hierdoor vast
heel tevree.
En bij droogte en erge warmte graag ook uitkijken met enige vuur in bos of in
heideland. Een ongeluk zit immers in een klein hoekje en voor je het weet ontstaat er
fikse brand.
Let dus op dat je nergens iets aanricht want dan blijft de Mens en de Natuur in evenwicht.
De bijzondere elzenvlieg, daar ga ik het eens over hebben in mijn schrijven want ik vind het wel een mooi insect. Vooral de vleugels trokken mij in het insect aan. Het is een beetje te vergelijken als glazen in loodramen maar dan met andere vormen en kleur. De kop draagt lange antennes die bij sommige soorten op een veertje lijken. De ogen staan aan de zijkant van de kop en bestaan uit vele kleine oogjes. Bovenop hun kop hebben ze nog 3 kleine oogjes staan. Die dienen enkel om licht en donker te kunnen aanvoelen.
Vooraan op de kop zitten de kaken. Vooral de grotere mannetjes kunnen enorme kaken krijgen die enkel dienen om andere mannetjes uit te dagen en soms komen er ook zelfs kleine gevechten van. Enkel de vrouwtjes kunnen met hun kaken flink bijten. De poten die aan de borst vastzitten, hebben kleine klauwtjes om zich vast te hechten.
Van die knappe vliegers zijn zij echter niet hoor, zij fladderen beetje net als de vlinders.En daarbij zijn het ook trage vliegers want soms zie je hen gewoon ergens zitten of wat rondlopen. Grootvleugelige vliegen meestal in de nacht om wat eten te zoeken all eten zij niet zoveel. De grote donkere insecten met hun fladderige vlucht vallen dus wel snel op. Soms tref je hen ook aan op de bloemen waar ze wat nectar opzuigen.
Ze heten slijkvliegen omdat de larven van dit insect op de bodem van vele plassen en meren van licht stromend water leven in het slijk. Dat is het modderige deel van de waterbodem voor het geval je dit nog niet wist.
De elzenvlieg of slijkvlieg - Sialis cf. lutaria is een insect uit de orde grootvleugelige (Megaloptera) en de familie elzenvliegen (Sialidae). De vlieg is overdag wel actief maar vliegt niet echt veel en wordt meestal zittend op de oeverplanten aangetroffen. Het is een kleine groep dieren die al zeer oud zijn en al lang op onze aarde rondvliegen. Voor mij dan toch wel de eerste keer dat ik deze mocht ontmoeten en vond het wel leuk om hier eens een blog erover te schrijven.
Er zijn twee namen maar bekend: Slijkvlieg of Elzenvlieg . Het zijn insecten die een volledige gedaanteverwisseling door maken in begrepen de ruststadium waaronder zij dan ook verpoppen gaan. Ze danken hun naam aan hen die toch wat grotere vleugels hebben. Ze zijn bruin en grijs en soms ook zwart van kleur.
De volwassen dieren leven slechts enkele dagen of weken en belanden doorgaans in de bek van een vis. Eten doen ze niet. Dat hoeft ook niet, want ze leven slechts enkele dagen: de mannetjes drie en de iets grotere vrouwtjes vier dagen, om precies te zijn. Een goede plek om hen te vinden is in het gras pal aan de waterkant.
Tegen de schemering worden de anders zo slome mannetjes ineens actief, en dan kan je ze druk achter de vrouwtjes aan zien vliegen. De vrouwtjes paren vaker en ook met verschillende mannetjes. Als de vrouwtjes gepaard hebben leggen zij meerdere ei pakketten wat soms wel ongeveer 2000 eitjes kan zijn ver tot boven het wateroppervlak gelegen tussen de bladeren of stengels van de oeverplanten.
De eieren worden dus onder op bladeren boven het water afgezet in grote plakkaten. De ei-pakketten zien eruit als rijen flesjes, stijf in het gelid. Als ze vers zijn, is de kleur rood, maar na een paar dagen kleuren ze bruin. Op vele gele lissen heb jij misschien weleens bruine vlekken ontmoet of gezien en dat kunnen dus de eitjes van hen wezen.
Met het blote oog kan je de eitjes niet zien. Ik had het geprobeerd met een vergrootglas (heb ik altijd bij mij,) om de eitjes dan met mijn camera erachter te fotograferen maar helaas is dit niet gelukt. Zie de foto van de eitjes beneden die ik van het internet heb gehaald van BugGuide.Net. Dit om jou toch te laten zien hoe zij er zoal uitzien.
De larven kruipen uit de eitjes en vallen na het uitkomen vervolgens in het water. Eerst wonen zij nog vrij in het water en later aan de onderkant van het water (dus in het slijk onder de waterbodem). Deze larven zijn ook wel een belangrijke bron van voedsel voor vele vissoorten, dus vele larven zullen het dan ook niet overleven. Het komt er dus op neer dat zij zich ontwikkelen in het water en in het eerste stadium doen de larven van de slijkvlieg het nog rustig aan en leven van wat micro-organismen.
De larven die al groter zijn jagen op kleine wormen en op de larven van de Dansmuggen. De slijkvlieg leeft dan ongeveer 2 tot 3 jaar als larve in het slijk. Ze kunnen goed zwemmen en zoeken de bodem op. Na een eerste vervelling graven ze zich in de modderlaag in en ontwikkelen zich tot ware rovers. Het zijn vleeseters en ze hebben daarvoor flinke kaken. Ze eten vooral wormen, muggenlarven en erwtenmosselen. Maar ze zijn niet kieskeurig: ze lusten ook hun kleinere broertjes wel. Ja er leven dus ook kleine kannibaaltjes in het water. De larven leven twee jaar in de bodem, ze vervellen tien keer waarbij ze telkens een groter lichaam krijgen. Hier een foto van de larve:
Op de larven van deze vlieg wordt ook flink gejaagd door andere insecten en vissen maar ook mensen gebruiken deze larven als aas om op grote (zoetwater)vissen te jagen. Ze hebben een karakteristiek uiterlijk; een bruin lichaam met zes pootjes aan de voorkant en vele dunnere pootjes aan de achterkant van het lichaam. De kieuwen verdwijnen stilaan en de pootjes verschijnen. Het ademen zal dan gebeuren door het achterlijf. Maar de kieuwen blijven toch nog zitten.
De larven lijken ook wel wat op een onderwater duizendpoot. Zij kunnen ongeveer 25 mm lang worden met zeven paar opvallende kieuwen op de rug, de staart is de 15de kieuw. De zes poten staan vooraan op de borst. Na twee jaar zijn ze vier centimeter groot en dan zijn ze klaar om te verpoppen. Dan kruipen zij het land op en graven dan een holletje in de vochtige grond nabij het water. Ik las in een bibliotheekboek dat de poppen van de slijkvlieglarve ook héél diep onder de grond kunnen zitten als zij zich gaan ingraven als larve om zich te verpoppen.
Al bij al best wel een actief diertje en wellicht ook denkt; "Als ik mij wat dieper ingraaf kunnen andere insecten of dieren mij niet zo snel verorberen". Weet dit natuurlijk niet zeker maar anders kan ik het niet verklaren dat zij zich zo diep in graven. Gehele winter blijven ze daar zitten om dan tijdens de lente weer uit te komen. En als zij zich verpoppen in een ander seizoen komen zij naar c.a 3 weken weer uit, en de gehele cyclus begint weer opnieuw. Maar zo gaat het meestal wel in de insectenwereld. Al vond ik het wel heel interessant om zo de cyclus te lezen over dit insect. Zo leer ik en jij nu ook wel ook wel wat meer hoe het in de insectenwereld zoal gaat.
De slijkvliegen hebben meestal een korte levensduur van enkele dagen tot ongeveer vier weken. Het enige doel voor hen is een seksuele partner te vinden en om aan voortplanting te doen. Voor de paring lokt het vrouwtje mannetjes met behulp van seks lokstoffen wat zij in het lichaam met haar mee draagt. En door deze geur trekt zij dan de mannetjes aan. Dan kruipt het mannetje verder onder haar achterlijf, houdt het zich met zijn poten goed vast en kromt dan zijn achterlijfspunt zo hoog mogelijk naar voren totdat er dan genitaal contact mogelijk is. Als zij gaan paren zitten de vleugels vaak in de weg.
Daarom kromt het mannetje zijn achterlijf om tot het vrouwtje te geraken. Zo vormt hij precies de letter C. De vrouwtjes leggen dan honderden eitjes in mooie rijtjes. Een tak of blad kan helemaal bedekt raken door deze eitjes. De eitjes blijven dan gewoon achter zonder bescherming. Bij sommige soorten wordt er door het vrouwtje iets over de eitjes gespoten zolang ze toch een beetje beschermd zijn.
Wat ik ook heel mooi vond aan deze vlieg waren de vleugels. Ze zijn prachtig doorzichtig toen hij op het blad zat. Het vouwde zijn vleugels als een soort dakje boven het lijf en zag toen ook de mooie donkere aders tevoorschijn komen. zie onderstaande foto's:
Wat ik ook zelf graag wilde weten was, wie nu dit insect de naam had gegeven. Ik heb hierover wat research gedaan want dat wilde ik eigenlijk ook wel weten. De Latijnse naam werd door de Zweedse plantkundige Carl Linnaeus gegeven en wordt uitvoerig besproken in de 10de editie van zijn Systema Naturae, een uitgave in twee delen in de jaren 1758 - 1759. Hij was de eerste onderzoeker naar dit insect. De Duitse naam heb ik teruggevonden in een etymologisch woordenboek uit het jaar 1851 die het werk van Linnaeus citeert.
Het dier wordt ook uitvoerig besproken in 'De dieren, afgebeeld, beschreven in hunne levenswijze geschetst', een werk van Dr. L.A.J. Burgersdijk, verschenen in het jaar 1875 en in het tweede deel van Jan Ritzema Bos' Landbouw-dierkunde: nuttige en schadelijke dieren van Nederland', een uitgave van 1882 maar daar heb ik de naam 'Sialiden' ontmoet. De Nederlandse naam heb ik gelezen in een 'woordenboek der Nederlandse taal' uit het jaar 1882 en in een 1886 verschenen artikel in Natura; een maandelijks tijdschrift voor natuurwetenschappen. Waarschijnlijk zijn dit ook de eerste bronnen die 'slijkvlieg' vermelden.
Deze naam is aan het Duits ontleend. Waar de benaming 'Elzenvlieg' vandaan komt, weet ik echter niet. Hierna zijn er nog vele onderzoekers geweest - en nu nog altijd - die zich bezig houden met het bestuderen van dit insect. En zo is mijn blog over dit insect ook helemaal compleet. Hoop dat je mijn blog over dit insect ook interessant vond en zo lees je ook dat elk insect wel wat bijzonders heeft om er eens over te schrijven.
Ik waardeer het altijd als je een reactie achterlaat op mijn schrijven. Maar geen linken naar een website en ook niet anoniem. Zij komen dan later in spam en worden verwijderd.
Natuurgroetjes van mij.
Dit heb jij vast ook nog nooit gezien of wel?? Kijk maar naar onderstaande film:
Toch wel een wondere natuurwereld te noemen van de insecten en de vliegen.
Dit is wel een ander soort vlieg maar de elzenvlieg doet het precies hetzelfde.
Film later erbij gezet want de andere was niet meer op YouTube. Bedankt voor een lezer en volger die mij een e-mail stuurde dat de video weg was.
Deze diertjes heb jij vast ook wel eens ontmoet maar toch wil ik er wat over schrijven want ik vind hen best wel erg mooi om te zien. Geef je ook even wat informatie erbij mocht je dit nog niet weten:
De vuurwants- Pyrrhocoris apterus- is een insect uit de onder orde wantsen (Heteroptera) en de familie vuurwantsen (Pyrrhocoridae).
De vuurwants is een bontgekleurde soort die een overwegend helder rode kleur heeft met een karakteristiek patroon van zwarte lichaamsdelen en vlekken en hieraan is te herkennen. De wants komt in grote delen van Europa voor en is ook in België en Nederland te vinden. De wants is voornamelijk een planteneter die soms ook dode of levende insecten eten.
De vuurwants is zo'n 9 tot 12 millimeter lang en rood met zwarte tekeningen. De nimfen zijn bijna helemaal rood, behalve op de plekken waar later de vleugels komen. Die plekken zijn... zwart. En ik vond ook een jonge vuurwants die al een beetje de volwassen kleuren begint te ontvangen en deze foto geef ik je erbij. Want zo kan je zien hoe mooi het lijfje al begint te worden.klik op de foto om het beter te zien.
De vuurwants is een echte alleseter. Hij zuigt aan planten, aas en dode insecten, maar gaat ook zelf op jacht naar insecten om op te eten. In de zomer vaak te zien in enorme groepen. Dit zijn gemengde groepen met volwassen dieren en nimfen door elkaar heen.
Nimfen die niet voor de winter volwassen worden gaan dood. Alleen de volwassen dieren overwinteren. De vuurwants kan niet vliegen, de vleugels zijn onderontwikkeld. Zij zijn soms massaal aan te treffen bij lindebomen en andere planten (hibicus) die ook door hen gegeten worden.
Omdat de wants wel algemeen voorkomt en eenvoudig in een laboratorium in leven is te houden, zijn er ook verschillende studies gedaan naar de vuurwants, zoals bijvoorbeeld onderzoek naar de lange duur van de paring, de ontwikkeling van de vleugels en de tolerantie voor vorst. Uit het sap dat ze uit planten zuigen, maken de vuurwantsen een heel erg gecompliceerd gif en daar zijn al uit menige studie overgedaan.
Eén van de onderdelen wordt momenteel intensief bestudeerd. Het heeft een zeer sterke antibacteriële werking. De stof doodt zelfs bacteriën die ondertussen resistent zijn tegen antibiotica.
Het middel zou kunnen werken tegen de beruchte ziekenhuisbacterie (MRSA). De stof staat bekend als pyrrhocorine. Maar er moet nog meer onderzoek worden gedaan hiernaar, maar vond het wel een leuk weetje om het hier te schrijven.
De wetenschappelijke naam van de wants komt uit het Grieks en betekent letterlijk rood insect (Pyrrho-coris) zonder vleugels (a-pterus). De Nederlandse naam vuurwants is eveneens afgeleid van de rode kleur, ook andere insecten met een heldere rode kleur krijgen wel de toevoeging -vuur, zoals de familie van vuurkevers (Pyrochroidae).
De vuurwants werd in 1758 voor het eerst beschreven door Carolus Linnaeus (Hij was een Zweedse arts, plantkundige, zoöloog en een geoloog). die al de naam Pyrrhocoris apterus gebruikte.
Bij veel insecten is de wetenschappelijke naam in de loop der tijd veranderd maar verder van de vuurwants zijn geen synoniemen bekend. Ik vind hun schild altijd erg bijzonder eruit zien. Kleine maskertjes lijken het wel.
De vuurwants kent twee generaties per jaar, de wantsen komen in de lente rond mei uit hun winterkwartier en zoeken elkaar op voor de paring. Wat met name opvalt aan de paring is de duur, de vuurwants kent een zeer lange paring. Dit komt wel meer voor bij insecten, de mannetjes blijven lang aan het vrouwtje gehecht zodat ze niet met andere mannetjes kan paren. Soms lopen ze wat rond met het vrouwtje aan hem gekleefd.
Dit gedrag komt ook voor dat een mannetje probeert meerdere ei-legsels van een enkel vrouwtje te bevruchten en zo te voorkomen dat ze zijn spermapakketje uitwerpt of om grote hoeveelheden zaadcellen over te brengen zodat de bevruchtingskans groter wordt en zaad van andere mannetjes te vervangen.
De paring van de vuurwants kan extreem lang duren, uit diverse veldwaarnemingen blijkt dat de paring van de helft van de koppeltjes 12 uur of langer copuleert maar dit kan ook oplopen tot maar liefst zeven dagen.
Uit onderzoek blijkt tevens dat de mannetjes een dergelijke lange paring gebruiken om het vrouwtje letterlijk te hechten zodat zodat ze niet met andere mannetjes kan paren. Er zijn zelfs mannetjes die ook op het vrouwtje klimmen terwijl ze al aan het paren zijn.
Het zijn best nuttige dieren voor de natuur. Deze wantsen leven van plantensappen, maar zijn meestal niet erg desastreus en verstoren de bloei van de plant slechts marginaal. Vuurwantsen zijn niet meteen zeer schadelijk voor uw tuin. Ze zuigen voornamelijk plantensappen op uit afgevallen bladeren. Ze zijn zelfs nuttig omdat ze sommige schadelijke insecten ook gaan aanvallen.
Heb jij ze ooit in je tuin of elders dan hoef je niets te doen hoor, want ze gaan vanzelf weer weg. De kleur is bedoeld om vogels op afstand te houden, de vuurwants heeft een klier welke een stof afscheidt. Dit maakt de vuurwants oneetbaar.
Vuurwantsen leven in groepen en zij zijn al vroeg in het voorjaar te vinden en zijn dan op zoek naar een plekje in de zon om op te warmen. Na een zachte winter zijn ze wel in grote getale te zien.
Die ook veel opduikt in grote aantallen zijn deze wantsen. Klik op link en zie meer over deze wantsen soort waar ik over heb geschreven:
Bovenstaande foto is een rups van de Witvlakvlinder (Orgyia antiqua) Ik had zo een rups nog niet eerder ontmoet. En na wat foto's te hebben gemaakt ben ik na thuiskomst verder gaan zoeken in mijn natuurboeken en vond ook enkele extra weetjes ook over de mooie rups en de vlinder zelf. Had deze gezien in stadspark in Gorinchem.
In Nederland komen twaalf soorten donsvlinders voor, maar over de gehele wereld zijn er al ongeveer 2700 soorten bekend.
De rups van de witvlakvlinder (Orgyia antiqua) ziet er zeer kleurig uit. Zij zijn Tot 35 mm; lichaam donkergrijs bedekt met grijsachtig witte haarborstels, die op kleine wratjes staan ingeplant.
De segmenten vier tot zeven elk met een opvallende bruine, gele of licht okerkleurige haarborstel op het midden van de rug met een paar naar voren wijzende borstels van lange zwarte gepluimde haren.
Ook een mooi segment is de identieke haarborstel, die op het midden van de rug staat en naar achteren wijst. Over de rug vier rijen vuilrode vlekken en over de flanken een gebroken witte lengtestreep over de spiracula; kop glimmend zwart.
Aangezien de haren van de rups irritatie van de huid kunnen veroorzaken kun je de rupsen beter niet met blote handen oppakken. Ik deed het dus netjes met een blaadje om de rups wat beter te bekijken met het vergrootglas. Ik vond deze er wel spectaculair uit zien met de mooie gele haarborsteltjes op het rugje.
Verder behoren zij tot de familie donsvlinders (Lymantriidae). De naam van deze soort is ontleend aan de witte vlekken op de vleugels van het mannetje, dat er verder wat saai uitziet.
De vrouwelijke vlinders hebben slechts vleugelstompjes en zien er uit als grijsbruine zakjes; de mannetjes daarentegen hebben oranjebruine vleugels met een witte vlek op elke voorvleugel en korte geveerde antennes.
Het vrouwtje is lichtgrijs van kleur, heeft een opgezwollen achterlijf, kan niet vliegen want zij heeft gen vleugels en bezit slechts vleugelstompjes.
Het vrouwtje blijft heel dichtbij bij haar cocon en 'roept' mannetjes door een geurstof (feromoon) uit te scheiden. Als er een mannetje (vaak al na een korte tijd) op haar geur afkomt en met haar paart stopt ze met het verspreiden van deze lokstoffen, zodat er niet meer mannetjes op haar afkomen.
Na succesvol gepaard te hebben zet het vrouwtje onmiddellijk legsels van enkele honderden eitjes af op haar lege cocon. Na de paring legt het vrouwtje 200-300 eieren bovenop de cocon. Kort na het afzetten van de eitjes sterft ze al vrij snel.
Maar ook de mannetjes leven maar kort, omdat zij niet eten. Best wel raar eigenlijk maar dat zou hun aard van hun natuur wel wezen. Geboren worden en een vlinder worden om dan weer te gaan paren en weer verdwijnen en zo start de cyclus weer opnieuw.
Na enkele dagen komt er nieuw leven uit een gedeelte van de eitjes, nl. de rupsjes, die zich gaan verpoppen tot de eerste generatie vlinders. De andere overwinteren voor de tweede generatie. Dat is bijzonder, hoewel niet zeldzaam, want er zijn meer soorten waar dat het geval is.
De mannelijke vlinders hebben roodbruine vleugels met een witte stip, de spanwijdte bedraagt tussen de 25 en 30 millimeter.
Hiervoor jou een mooie foto van een mannetje witvlakvlinder:
De rupsen van de Witvlakvlinder verschijnen meestal in mei en de eerste vlinders komen in juni tevoorschijn, waarbij de mannetjes iets eerder uitkomen dan de vrouwtjes. Maar er zijn al berichten geweest dat men de rupsen al eerder hadden waargenomen.
Mannetjes vliegen in schichtige zigzagvlucht overdag en gaan op zoek naar de ongevleugelde vrouwtjes. Ze vliegen ook ´s nachts en komen soms ook op licht af.
Vrouwelijke rupsen vreten een dag of tien langer dan mannelijke rupsen en worden met een maximale lengte van 35 mm aanzienlijk groter. Mannelijke rupsen worden niet langer dan zo'n 25 mm. Dit is een van de weinige gevallen waar het geslacht al vóór het pop stadium kan worden vastgesteld. Uiteraard zijn ook de vrouwelijke en mannelijke poppen verschillend in grootte.
De volgroeide rupsen spinnen een losse cocon, vaak tussen bladeren of op een takje, waarin zij hun lichaamsharen verwerken. Binnenin de cocon verpoppen zij. De eitjes overwinteren, waarna de rupsen zich voeden met verschillende soorten waardplanten zoals: Salix, Prunus, Crataegus en Rubus. De rups is op jonge leeftijd feller gekleurd dan wanneer hij volgroeid raakt.
Er zijn twee overlappende generaties per jaar. De tweede generatie vlinders komt uit in september. Deze soort overwintert als ei. De overwinterende eieren hebben een zeer harde schaal.
Als de rupsjes uit de eitjes komen, verspreiden ze zich om voedsel te gaan zoeken. Ze zijn te vinden op bijvoorbeeld, wilg, pruim, meidoorn, framboos, sleedoorn, lijsterbes, esdoorn en nog veel meer. Kieskeurig zijn ze dus helemaal niet. De volwassen vlinders leven slechts kort en zijn alleen bezig met de voortplanting. Ze nemen als imago geen voedsel meer op en teren dus op de als rups opgedane reserves.
Levenscyclus
Rups: mei-september. De soort overwintert als ei in legsels van enkele honderden eieren op de buitenzijde van de lege, aan de waardplant vastgehechte cocon van het vrouwtje of op een nabij gelegen hek of muur. De eieren van één legsel komen soms verspreid over een langere periode uit. Een enkele keer overwintert een late, niet uitgekomen pop.
Schade
Aangezien de rupsen grote hoeveelheden blad kunnen verorberen, kunnen ze, als er veel zijn, behoorlijk veel schade veroorzaken. De schade is echter meestal beperkt en vrijwel altijd plaatselijk.
Natuurlijke vijanden
De vlinders worden gegeten door vogels, spinnen en wespen van de familie der Vespidae, waartoe de ons welbekende geel-zwarte gewone wesp behoort. Van de laatste is ook bekend dat ze soms vlinders uit spinnenwebben 'stelen'.
Harige rupsen zoals die van Orgyia antiqua worden meestal niet door vogels gegeten. Eén vogel is echter wel gespecialiseerd in harige rupsen en dat is de koekoek (Cuculus canorus).
Ook wel leuk om te weten is dat de Oud Nederlandse naam van deze vlinder is: Hoekstipvlinder, zonderling.
Foto 1 en foto 2 zijn genomen in het Natuurcentrum/kinderboerderij Gorinchem
Mannetje en vrouwtje vlinder (diverse bronnen)
Heb nog meer over vele rupsen en vlinders geschreven op deze website en als je op de labels zoekt kom je de artikels vast tegen. En meer informatieve weetjes.
Hier kan je eens zien hoe het vrouwtje de eitjes ligt en is best wel leerzaam om dit eens te zien.
De wereld van insecten is echt wonderlijk te noemen want er zijn vele soorten. En onlangs mocht ik ook hele mooie zien en fotograferen. En dat was de Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella) wat ik waarneem daar schrijf ik dan erover. Vele insecten staan al benoemd op deze natuur website van mij.
En ik mocht ditmaal ook eens de Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella) daar ontmoeten. Dat was mijn eerste keer dat ik deze zag. Die lange sprieten vielen mij op. de foto hieronder is een mannetje.
De naam langspriet is overigens ook alleen van toepassing op de mannetjes.
Het vrouwtje heeft niet van die lange sprieten slechts de lengte van haar lichaam. Ze hebben wel die die gele band. Dat kan je hier zien op de deze foto.
En wellicht heb jij deze nog nooit ontmoet, dan geef ik jou wat informatie erbij:
Een mot is een insect dat ook nauw verbonden is met de vlinder, beide van de orde Lepidoptera. Motten vormen de meerderheid van deze volgorde.
Alleen door de verandering van klimaat zie je hen wel steeds minder.
De geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella)- Vrouwtje
De geelbandlangsprietmot is een mooi klein motje. Hun kleur en tekening zijn werkelijk bijzonder fraai. De larve leeft van rottend blad op de bodem. Deze heb ik nog niet ontmoet of wellicht wel een keer en dat ik niet wist deze te koppelen aan deze mot.
Een volwassen langsprietmot heeft de adderwortel, gewone margriet en de brandnetel als voedselplant. Daar kwam ik de ook tegen en soms rusten ze er ook eronder.
De spanwijdte van de vlinder bedraagt tussen de 16 en 23 millimeter. De mannetjes hebben voelsprieten van wel vijfmaal hun lichaamslengte terwijl de vrouwtjes veel kortere sprieten hebben.
De geelbandlangsprietmot is in Nederland vrij algemeen, vooral in bosgebieden en op zandgronden. De larven heb ik nog nooit ontmoet. Hoewel het een nachtvlinder is vliegt deze wel overdag. Was dan ook blij eens kennis te maken met dit bijzondere insect.
Het is een dag actieve nachtvlinder uit de familie Adelidae langsprietmotten. Familie zijn ze van vlinders welke bij de kleine vlinders of motten behoren. Er komen in Nederland nog ongeveer 15 soorten voor. Wellicht ook door het veranderen van het klimaaat.
Waar dienen de lange sprieten voor?
Dat was een vraag die ik mijzelf stelde en dook thuis wat insecten boeken waar het kleine insectenleven besproken wordt in daar stond dit in.
De sprieten / antennes van de mannelijke geelbandlangsprietmot zijn belangrijk voor het opsporen van vrouwtjes, omdat deze geurstoffen afgeven voor communicatie.
De antennes van de vrouwtjes geven feromonen af. En ze hebben vele doelen. Want dat zijn chemische signalen die insecten gebruiken om te communiceren met soortgenoten, en ze dienen voor verschillende doelen zoals het vinden van een partner, het vinden van voedsel, het waarschuwen voor gevaar, en het sturen van sociale interacties binnen een kolonie.
Deze stoffen worden buiten het lichaam uitgescheiden en worden herkend door andere insecten van dezelfde soort, waardoor ze gedrag kunnen beïnvloeden en samenwerking of voortplanting kunnen sturen. Zo leerde ik dus ook weer wat bij.
De mannetjes komen op deze geurstoffen af en gebruiken hun extreem lange antennes om dan de vrouwtjes te lokaliseren. De mannetjes verzamelen zich dan in zwermen en voeren een baltsritueel uit, waarbij ze de geur van het vrouwtje volgen om te paren.
De mannetjes maken dan ook baltsvluchten rondom het vrouwtje welke op de uiteinde van takken zitten te wachten op de paring. En zo proberen ze het voortbestaan te doen en laten we hopen dat het ze lukt. Want we zien ze steeds minder en dat is wel jammer toch?
Ook zij en hun larven hebben hun vijanden die ze ook als voedsel zien.
Onlangs was ik op bezoek in de Historische moestuin vanBartiméusop bezoek en op de terugweg naar de auto van mijn partner ontdekte ik wat gelige spul op een stukje boomschors op de bodem liggen. Wist in het geheel niet wat het was, dus maar enkele foto's ervan gemaakt en bij thuiskomst moest ik het natuurlijk ook weer op gaan zoeken. Want dat doe ik vaak als ik iets ontmoet wat ik niet echt thuis kan brengen.
Wat ik had ontmoet is dus Heksenboter. Zou de heks madam Mikmak uit het weekblad Donald Duck dit ook ook hebben gebruikt voor al haar toverdrankjes? ; ) Wie zal het zeggen.
In ieder geval kwam ik erachter dat dit dus Heksenboter was. Nou ik hoef het niet op mijn boterham hoor en jij vast ook niet, want zo is het geel en vers en de volgende dag kan het al heel wat smerig donkerbruin zijn of zwart.
Kan je hier van helaas geen foto van laten zien maar die kan jij vast wel vinden op het internet. In elk geval noemt men dit boter maar dan wel in een andere betekenis bedoeld.
Hier wat informatie voor jou mocht je het ooit ook eens hebben ontmoet of zou tegen komen. Dat heb ik gehaald uit mijn natuurboeken, maar ook via Wikipedia ontdekte ik weer heel wat van dit rare verschijnsel.
Heksenboter (Fuligo septica) behoort tot de Myxomyceten of Slijmzwammen. Het wordt niet tot het dierenrijk gerekend, maar ook niet tot het plantenrijk. Maar wat is het dan? Dit kwam ik te weten na veel lezen.
Heksenboter is een van weinige slijmzwammen met een Nederlandse naam. Zelfs twee; het wordt ook wel Runbloem genoemd. De Engelse hebben er ook een hele vreemde benaming voor namelijk: Dog’s vomit slime mold’. (Het braaksel van een hond) oftewel "Dog vomit fungus" Nou als je dit hoort zal je ook vast zoiets hebben van een bah gevoel.
De schimmel, die de wetenschappelijke naam Fuligo septicai heeft, wordt ook soms 'roerei-schimmel' genoemd. Het is meest waarschijnlijk te zien tijdens warme, natte periodes, die soms uit nergens opduiken. Het heeft vocht nodig om te leven en bij droogte wordt deze heel vies van kleur. Deze soort voelt zich goed thuis op rijke bodems, en in een stedelijke omgeving tref je heksenboter soms ook aan op houtsnippers.
Het bestaat uit een geel plasmodium dat zich kan verplaatsen bijvoorbeeld door de wind of door de insecten en daarbij een glanzend spoor achterlaten. Heksenboter voedt zich met micro-organismen. Als gekleurd snot kruipt het uiterst traag over bijvoorbeeld rottend hout op jacht naar smakelijke bacteriën, schimmelsporen of zelfs schimmeldraden. Lukt het niet meer om voedsel te vangen? Geen probleem, het vloeibare protoplasma vervormt tot een sporenvormend organisme en stuurt zichzelf als miljoenen sporen richting het zwerk op zoek naar een betere woonplaats.
Slijmzwammen leven echt dus in het niemandsland tussen de dieren, planten en de schimmels. Paddenstoel? Dier? Plant? Heksenboter is van alles wat: microscopisch kleine geslachtscellen met schijnvoetjes, een groot – tot soms een halve meter doorsnede – en slijmerig gekleurd plasmodium met veel kernen en zonder celwanden dat als het beslag van een pannenkoek traag over de grond vloeit onderwijl allerlei rottende zaken etend.
Verslechteren de omstandigheden, dan ontstaan er steeltjes waarvandaan sporen de hele wereld over gaan om jaren later onder gunstige omstandigheden te kiemen. Heksenboter kan je overal vinden en tegenkomen. Voor mij was het de 1ste keer dat ik het ontmoette.
Het leek net een klein hondje vond ik maar dan in het geel met een stokje in zijn bekje, dus zoals de Engelse het noemen klopt dan wel met dit gezicht. Het lijkt inderdaad op wat braaksel als je het van dichtbij bekijkt. Het voelde ook erg raar aan toen ik het aanraakte.
Op een bepaald moment als er voldoende gegeten is, vormen ze een onbeweeglijk vlies waarin sporen worden gevormd, daarmee verspreiden de slijmzwammen zich. We kunnen ze het hele jaar door op de bosbodem vinden en zijn eigenlijk ook niet zo zeldzaam. Er zijn veel diverse soorten, maar de heksenboter is samen met de blotebilletjeszwam de meest bekende.
Opgepast voor wie denkt zo’n slijmzwam mee te nemen om thuis te bestuderen. Het kleinste gaatje is voldoende voor de heksenboter om te ontsnappen hoor. Ze kruipen gewoon cel voor cel naar buiten en straks heb jij het ergens anders in huis dan wellicht ook.
Hun ecologische rol in de natuur is om dode materialen af te breken om de voedingsstoffen te recyclen voor andere soorten om te gebruiken. Best wel interessant dus wat ik weer las en voor jou misschien ook wel. Dus als jij eens wat gelige slijm ziet op een boom, of schors of elders dan weet jij nu vast wel wat dit is.
Er is nog een legende over dit slijm hoor. Er is veel speculatie over de oorsprong van deze ongewone naam. Volgens sommige oude Oost-Europese legendes, verschijnt deze boter bij de ingang van je huis als je een heks je betoverd heeft met een heksenvloek. De enige manier om je ervan te ontdoen, is om met rechte pinnen dan te prikken in de heksenboter, waardoor de binnen-zuren van het fruitings-lichaam gaan lekken en je zo dan de schimmel kan doden, waardoor de vloek wordt opgeheven en je weer vrij kan leven. Maar goed dat het maar een legende is.
En zo zie en lees je wel weer dat als je in de natuur gaat wandelen veel mooie natuur is te ontdekken met bekende en onbekende ontmoetingen.
Vele kennen wel het prachtige kevertje met de stipjes in verschillende getallen, maar weet jij ook het verhaal achter zijn naam "Lieveheersbeestje"? Ik ben van nature altijd benieuwd hoe een dier aan zijn naam zoal komt en ging weer eens op onderzoek uit en deel met jou hier nu eens wat informatie over dit bijzondere kevertje.
Want als jij het verhaal heeft gelezen dan mag je best wel zeggen dat het een bijzondere kevertje is. Ook zal ik nog enkele weetjes erbij zetten over dit prachtige kevertje die bij elk mens wel geliefd is.
Diverse namen voor Het lieveheersbeestje (Coccinellidae) verwijzen ook naar de maagd Maria, de moeder van Jezus, denk aan lievevrouwebeestje, mariabeestje en maria-tor in Nederlandse dialecten, of het Duitse Marienkäfer, De Engelse ladybird en het Franse bête de la Vierge (kerkelijke benaming uit oude tijd) Tegenwoordig ook wel de naam bête à bon Dieu genoemd.
Deze vernoeming heeft te maken met het uiterlijk: Maria wordt vaak afgebeeld in rode kleding, waarschijnlijk als verwijzing naar het bloed van Jezus, en ze wordt geassocieerd met het getal zeven, vanwege de zeven vreugden en de zeven smarten die ze doormaakte. Het lieveheersbeestjes zou door de Heilige Maria worden gestuurd om gewassen van tuinders te beschermen.En het meestvoorkomende lieveheersbeestje is ook rood met zeven stippen (Coccinella septempunctata).
Christelijk geloof
Het kevertje wordt dus ook geassocieerd met het christelijk geloof, wat blijkt uit een naam als hemelbeestje, en uit de bekendste benaming van het kevertje: lieveheersbeestje of onzelieveheersbeestje, ook wel (onze) lieveheershaantje, herenkuikentje en jezusbeestje genoemd.
Deze benaming is van betrekkelijk recente datum, want het lieveheersbeestje of een variant daarvan is in de Middeleeuwen niet aangetroffen. Misschien heeft men deze naam in de achttiende eeuw, toen men zich ging bezighouden met de wetenschappelijke nomenclatuur van planten en dieren deze toegekend, en daarbij gespiekt bij vele andere talen.
Germaanse achtergronden
De naam van dit bijzondere insect komt ook uit de tijd dat de Germanen verplicht werden om Christenen te worden. De zogenaamde ongelovigen moesten bekeerd worden, en zo ook alles wat zij een naam gegeven hadden. In het Germaans hadden destijds de lieveheersbeestjes de naam Freyafugle. Een prachtige naam, die de Germanen afgeleid hadden van hun godin Freya.
Letterlijk betekende dat “vogel van Freya”! Maar Freya kon niet meer, dus ook de naam Freyafugle moest weg. Om nu toch wat dichtbij de oude naam te blijven werd dat diertje in eerste instantie omgedoopt tot “onzelievevrouwebeestje” en later lieveheersbeestje.
In de Germaanse tijd werden de Germanen, die zich niet wilden bekeren meteen onthoofd. Nu was er een man die klaar lag om onthoofd te worden, maar er landen precies op de plek van de nek waar de genadeslag moest plaatsvinden een prachtig insect. Dit moest toch een teken zijn, dat die man niet slecht was, en de beul sloeg niet toe. Vandaar dus de naam Lieveheersbeestje voor dat diertje.
Sinterklaasliedje
Het lieveheersbeestje heeft in de Nederlandse dialecten best wel een groot aantal namen. Bijvoorbeeld kapoentje - een woord dat we vooral kennen uit het sinterklaasliedje 'Sinterklaas kapoentje, gooi wat in mijn schoentje'. Het gaat hier om een en hetzelfde woord. Kapoen betekent 'gecastreerde haan' en 'deugniet'; het woord is ontleend aan het Noord-Franse capon, dat ook beide betekenissen kent. Volgens Henk van Benthem, die in 1991 het boekje Sint-Nicolaas-liederen schreef, verwijst kapoentje in het sinterklaaslied naar die tweede betekenis: 'deugniet'.
Het lied, dat sinds 1893 bekend is, is geïnspireerd op volksprenten over een zekere Klaas Kapoen, die allerlei ondeugende streken uithaalde. In de iets latere variant 'Klaaskapoentje, legt wat in mijn schoentje', van rond 1900, is kapoentje een liefkozende benaming, net zoals men kinderen wel 'deugniet', 'dondersteen' of 'boefje' noemt. Dit liefkozende kapoentje zal op dezelfde manier overgedragen zijn op het insect. Het kent vele bij namen dus je kan best zeggen dat dit kleine kevertje ook best erg beroemd is.
Een oud volksgeloof zegt ook dat Lieveheersbeestjes ook mooi weer en geluk brengen. men zet de kever dan op hun hand en blazen hem weg. Als het weg vliegt, wordt het de volgende dag mooi weer, maar als het op de grond valt dan weet je het wel… Alweer regen. Misschien kan jij het eens doen en kijken of het waar is. En het lieveheersbeestje staat ook symbool voor de actie tegen zinloos geweld. Zo zie je maar dat zo een klein insect ook beroemd kan wezen als jij het verhaal om hem heeft gelezen. Het is een kevertje wat ik dus graag weer ziet of ontmoet en jij??
Nou dit was vast iets wat jij niet wist of toch wel??
Nog wat extra weetjes voor jou:
Die opvallende kleuren die zij vormen zijn een waarschuwing voor vogels en andere predatoren: 'Eet mij niet op.' Als dat toch dreigt te gebeuren, scheidt het lieveheersbeestje een gelige, olie-achtige, bittere substantie af. Dit gedrag heet "reflexbloeden".
De vloeistof (hemolymfe), die tevoorschijn komt bij het femoro-tibiale gewricht van de poten, heeft een kwalijk geurtje en smaakt erg bitter. Vogels die een lieveheersbeestje oppakken, proeven dit 'bloed' en laten hem dan soms snel vallen. Ze zijn meestal te vinden in rozenstruiken, distels, lupines en (brand)netels. Al heb ik hen ook soms op andere plantensoorten ontdekt waar ik even de naam niet van weet.
Er zijn wel 59 verschillende soorten lieveheersbeestjes in ons land. Sommige soorten herken je gelijk, andere zijn moeilijk uit elkaar te houden. Niet alle lieveheersbeestjes hebben evenveel stippen. Er zijn lieveheersbeestjes met 2, 7, 12, of zelfs 24 stippen. Vaak wordt er gezegd dat het aantal stippen de leeftijd van het diertje aangeeft, maar dat is beslist niet waar. Het zijn gewoon allemaal verschillende soorten. Ook niet alle lieveheersbeestjes zijn oranje van kleur.
Er zijn gele soorten met zwarte stippen, zwarte met oranje stippen. Maar ook vele anderen die ik ook nog nooit zelf heeft ontmoet. Er zijn er ook die niet zo veel goed doen aan menige blad van de planten maar echt bewezen is dit nooit. hier een foto die ik vond op internet van enige soorten die je wellicht eens bent tegengekomen.
(de laatste foto van de soorten die je hierboven ziet is de larve van het mooie kevertje.
Soms kom je hen ook eens binnen tegen of elders als zij uit hun winternest te voorschijn komen en dat kan inderdaad ook binnenshuis wezen. Maar zij doen echt geen kwaad.
Lastig kan het wel wezen maar ga hen dan op een diervriendelijke manier verwijderen, als jij ze hinderlijk vindt of er allergisch voor bent (wat niet vaak voorkomt) bent. Dan kun je ze vangen en ook weer buitenzetten. Zijn het er teveel om te vangen, zuig ze dan bijvoorbeeld op met een stofzuiger en op een lage stand en keer de zak buiten dan om.
Ook kun je de over de mond en binnenkant van de stofzuigerbuis een nylonkous bevestigen en deze vastzetten met een elastiekje. Op deze manier kan de lucht er nog doorheen, maar de lieveheersbeestjes niet. Na het opzuigen haal je de kous er weer vanaf en maak je hem dicht waarna je de lieveheersbeestjes op een diervriendelijke manier buiten kan zetten.
Gebruik liever geen chemische bestrijdingsmiddelen: vaak zijn deze niet geschikt en gif in huis is niet aan te raden. Op deze manier doe je hen echt geen kwaad en zet jij ze dan in de tuin dan helpen zij jou ook nog eens. Want ze doen echt goed werk.
Lieveheersbeestjes worden wel door andere dieren gegeten, maar ze behoren niet tot het favoriete voedsel. Er is een soort wesp die voor de lieveheersbeestjes de grootste vijand vormt. Deze wesp (Perilitus coccinellae) legt haar eitjes in het lieveheersbeestje.
Hoe zien zij eruit? Dat weet jij vast wel maar dit wellicht nog niet misschien..
Aan de voorrand van de kop zit hun mond. Die is best ingewikkeld gebouwd. Het bestaat uit een boven- en onderkaak, en ook verschillende tasters. Hiermee houdt hij zijn prooi vast. Het heeft ook twee speciale ogen: de facetogen. Die bestaan uit een groot aantal kleine oogjes. Het borststuk bestaat uit drie ringen.
Die heten: het voorborststuk, het midden-borststuk en het achter-borststuk. Zulke ringen heten segmenten. Aan het midden-borststuk zitten de dekschilden, en aan het achter-borststuk de vleugels. De dekschilden hebben meestal opvallende kleuren. De dekschilden worden gebruikt bij het vliegen maar geven hen ook bescherming.
Een lieveheersbeestje heeft 6 poten. Zo’n poot bestaat ook weer uit allemaal delen: de heup, de dij-ring, de dij, de scheen en de voet. Aan de voet zitten kleine klauwtjes waar het diertje zich mee vasthoudt. In het achterlijfje zitten organen voor de spijsvertering en de voortplanting.
Een lieveheersbeestje kan wel 3000 bladluizen per maand eten. Als ze zijn aangesterkt zoeken ze een geschikt gebied op om zich voort te planten. In april, mei paren zij weer. Bij de paring van lieveheersbeestjes klemt het mannetje zich vast bovenop het vrouwtje. De twee kunnen zo wel drie kwartier blijven zitten.
De eitjes worden in groepjes afgezet en de larven die als eerste uitkomen eten ook vaak hun broertjes en zusjes op. In de zomer kunnen de larven dankzij het warme weer en voldoende voedsel snel groeien. Insecten groeien enkel in deze fase. Als de larve volgroeid is gaat ze verpoppen. In de pop verandert het beestje in een volwassen dier.
In juli of augustus kruipt het volwassen lieveheersbeestje uit de pop (soms ook eerder) zo'n zes weken nadat de eitjes zijn gelegd. Je kan tijdens de zomer dus twee generaties lieveheersbeestjes ontmoeten.
Lieveheersbeestjes hebben ook een leuke gewoonte. Ze kruipen bijna altijd omhoog want ze zoeken altijd graag het zonlicht op.
Een lieveheersbeestje is echt een heel nuttig dier want als je hem op een plant zet eet hij alle bladluizen er vanaf. Zie de foto onder maar van mij waar je goed de luizen kan zien. ( Klik op de foto dan zie het beter)
Dus wellicht een tip voor jou als jij last van bladluizen heeft. En op een natuurlijke wijze is beter dan met chemische rotzooi die andere insecten ook kwaad zouden kunnen doen die ook nuttig zijn voor menige bloem of plant.
Voor andere gedichten en verhalen over de mensen natuur erbij (soms met een boodschap voor jou erin verweven), dan wil ik jou ook uitnodigen om op mijn eigen persoonlijke website eens te komen bezoeken: Alvast bedankt voor enige reactie hier of op mijn site zelf. https://tinedejong.blogspot.com
Bedankt voor je bezoek en kom gerust nog eens op deze website want hier vind je menige natuurwoorden en leer jij vast ook meer van en over onze mooie natuur en het leven erin. En als je op de begin(home) pagina komt zoek dan in zoekhoek rechtsboven Lieveheersbeestje in toetst kan je nog meer weetjes van dit insect ontmoeten. Het zoekhoekje kan je trouwens heel veel geven maar ook de labels /tags onder de video is een aanrader om eens uit te proberen.
Onlangs had ik enkele groene kikkers ontmoet die ik een tijdje had gevolgd en
schreef dit gedicht en deel deze graag met jou met ook wat informatie over de
kikkers eronder. Ik hoop dat je mijn woorden mooi zal vinden en alvast bedankt
voor je bezoek.
Er zat een groene kikker heerlijk te zonnen op een lelieblad
wellicht ook dat hij soms ook nog eens wat lekkernijen vangen kon
Andere kleine groene kikkertjes namen heerlijk een verfrissend bad
die hadden waarschijnlijk al genoeg zonneschijn op hun kopjes gehad
Vele muggen zwermden over de kikker zijn kop en dat werd hij
ook behoorlijk zat en pakte deze met zijn tong en peuzelde ze op
Maar plots dreigde er gevaar en kwam er een vijand in zijn domein
Hij kwaakte naar zijn familie dat zij echt op hun hoede moesten zijn
De kikker kwaakte snel naar zijn familie die hij wilde beschermen
toen hij het gevaar ontmoette met zijn gevaarlijke snavel en felle ogen
want die zou echt weldoordacht en ook zonder mededogen ze gaan vangen
Het was als ouder ook zijn taak om zich over zijn familie te ontfermen
Het was een reiger die graag kikkers pakte bij hun kraag en
deze zal echt zonder genade met zijn gemene felle blik hen
pakken zal met zijn snavel dat had de kikker al ontmoet op ander kavel
dat een familielid van hem en ook andere verdwenen in zijn snavel
De kikker kwaakte luid: kijk uit er is gevaar, verdwijn allen van
waterkant
en alle kikkertjes verdwenen snel en ook de kikker zelf was het die de benen
nam
Toen was het opeens stil geworden en de reiger vertrok weer uit dit
waterland en
alle kikkers waren blij met de wakende ouder en de reiger at nu eens geen
kikkerham.
Groene kikkers zitten soms heel stil op de oever of op waterlelie en kijken uit
over het water. Ze reageren bliksemsnel (met hun tong) als er een beestje
voorbij komt en Kikkers slikken ook hun prooi in het geheel in. De groene kikker
kan zo`n 10 tot 20 cm. lang worden, de vrouwtjes worden groter dan de mannetjes.
Zij bereiken soms een lengte van boven de 20 cm. (de mannetjes komen niet boven
de 15 cm. uit). De kleur van de groene kikker kan erg verschillen, dit is vooral
bij de mannetjes het geval. De kleur kan variëren van felgroene tot donker
groenbruin.
Groene kikkers zijn te herkennen aan de lichtgroene streep over de rug die nooit
van kleur verandert. De poten zijn licht van kleur en hebben donkerbruine tot
zwarte vlekken, deze vlekken zijn vaak ook op de rug en flanken terug te vinden.
En daarnaast loopt er aan beide kanten van de rug een goudachtige rand. Een
ander duidelijk kenmerk zijn de wangen: De bruine kikker heeft een grote
donkerbruine wang terwijl de groene kikker slechts een rondje op de zijkant van
de kop heeft dat een bruinige kleur heeft. (hier komt de blaaswang uit.)
In de paringstijd is het voor de mannetjes vechten om een vrouwtje, als ze er
een hebben gevonden knijpen ze zich er aan vast en laten ze niet meer los. De
overgebleven mannetjes die om de laatste vrouwtjes vechten springen op en over
elkaar om elkaar uit hun kleine tijdelijke territoria te verdrijven. Bij de
gevechten proberen ze elkaars kwaak-blazen in te drukken, als dit gebeurd
verdrinkt de kikker. Niet zo erg leuk maar ja dat is nu eenmaal de natuur.
Op het menu staan insecten, spinnen, rupsen en slakken. De prooi vangt de kikker
met zijn lange tong. Deze kan ruim 30 cm. lang worden. Soms word de prooi gepakt
door er naar toe te springen. Het eten wordt heel doorgeslikt en in de maag
verteerd. Bij het eten van sommige insecten of spinnen kan het voorkomen dat de
prooi weer uit de mond komt lopen.
De groene kikker is praktisch altijd in de buurt van water te vinden, alleen als
het regent trekken ze soms verder het land op. `s Zomers zitten ze graag te
zonnen aan de oever. Het zijn echte zonaanbidders die zich, mits je ze
voorzichtig benadert, goed laten fotograferen. Mij lukt het soms en ook veel
niet hoor. Ik hoor dan slechts veel geplons als ze het water snel induiken.
Het zijn echte water kikkers die vrijwel het hele jaar in en rondom het water te
vinden zijn. De groene kikker is niet één soort maar een complex: Het groene
kikker complex bestaat uit de twee soorten: Meer kikker (grote groene kikker) en
poelkikker (kleine groene kikker) die als ze paren hybriden kunnen vormen: de
bastaardkikker (middelste groene kikker). In de natuur kunnen hybriden zich vaak
niet voortplanten. Uniek is dat middelste groene kikkers dat wel kunnen.
Ze bezitten twee sets chromosomen (één van de meerkikker en één van de
poelkikker) waarvan ze er één gebruiken om te paren met een meerkikker of een
poelkikker. Als een bastaardkikker paart met een meerkikker zal hij zijn eigen
set poelkikker chromosomen gebruiken, paart hij met een poelkikker dan
gebruikt hij zijn set meerkikker chromosomen. Op deze manier komen er altijd
nieuwe bastaardkikkers uit de voortplanting en houdt de 'hybride soort' zich
in stand.
Bedankt voor je bezoek en op mijn eigen website (waar ook veel te lezen en te
horen en te zien is vind jij bij het gedicht andere eigen foto's een filmpje
gemaakt van mijn natuurvriendin Catherine ( ook bijdrager van deze site)
voor jou de link erheen:
https://tinedejong.blogspot.be/2017/05/de-groene-kikker.html
Voor jou mijn Kikkerconcert in Heemtuin - Alblasserbos Vind jij dit
geluid ook altijd zo gezellig klinken?
Vanaf mei tot de vroege zomer kan jij ook van deze kloddertjes schuim op vele planten en bomen vinden. En zij worden geproduceerd door de larven van de Schuimcicade (Philaenus spumarius) die dat doet door via de anus vocht uit te scheiden en daarin heel veel lucht uit te ademen waardoor je dit koekoeksspog, zoals het ook wel genoemd wordt ziet. Het spuugbeestje overwintert in een ei. Van april tot aan de zomer leeft hij in een schuimklodder maar tussen mei en september zou je al volwassen exemplaren kunnen tegen komen.
Het schuimbeestje is een insect dat behoort tot de onderorde cicaden (Auchenorrhyncha). Het is in Nederland en België tevens de meest algemene en bekendste cicade. De lichaamslengte is ongeveer 5 tot 7 millimeter, de kleur is bruin tot bruingrijs met soms lichtere vlekken. De larven zijn bleekgroen tot -geel en leven in de schuimnestjes.
Vooral wilgenbomen zitten nog wel eens vol met deze larven waardoor het kan lijken of het regent, zoveel vocht valt er dan uit de bladkroon. De larven vervellen binnenin het schuim vijf keer en worden dan een imago. En dat is een echt een minuscuul insectje dat over onvoorstelbare springkracht beschikt.
Het zijn de kleine springertjes van maar zes mm lang die je wel tussen de planten ziet weg springen als jij in de tuin aan het werk bent. Hij kan zijn pootjes als een veer spannen en daarbij een afstand van 70 cm halen. Dat is als een mens die uit stilstand 210 meter hoog zou springen. Dat beestje weegt niet meer dan 12 milligram! Het is best wel een mooi diertje wat in de natuur voorkomt, al zou je deze niet snel of vaak ontmoeten. Maar het spuug zal je best wel vaak gezien hebben en je hebben afgevraagd wat dat nu weer is.
De schuimcicade (Cercopidae)legt in het najaar haar eitjes op de blaadjes van menige bloem of plant waar zij vervolgens overwinteren. In het voorjaar komen dan uit deze eitjes nimfen (larven) te voorschijn en bedekken zich met schuim om zich tegen belagers te beschermen. De larven zijn piepklein ( 5-7 mm) en voeden zich met het plantensap uit de stengels of bladeren. Zij hebben een rietje als mond en daarmee kunnen zij zo het plantensap op zuigen. De pas uitgekomen larve steekt zijn snuit in de ader van de plant en begint het plantensap op te zuigen. De larven tasten alleen jonge plantendelen aan en zuigen plantensappen op. En ze eten dus geen bladeren. Wel kan je eens wat druppels ontvangen als je onder de bomen staat, waar ze inzitten en dan weet je dat het weer zover is dat zij aanwezig zijn.
Dat sap bevat veel suiker. Na enkele uren scheidt dan de larve een zoetige substantie af die vergelijkbaar is met de honingdauw van bladluizen. Maar de larve scheidt ook een soort was uit. Als er genoeg van dat mengsel is, begint de larve erin te blazen. Als het spuugbeestje wordt geboren, lijkt hij al aardig op zijn pa en ma. Maar vleugels heeft hij nog niet. Uit het eitje kruipt een jonkie van een paar millimeter. Hij prikt zijn snuit in een stengel of een blad. En zuigt al het sap van de planten. Spuugbeestjes zijn zuigbeestjes.
Dat spuug om hem heen maakt hij zelf. Slim hé? Maar spuug is het eigenlijk ook niet, want het komt niet uit zijn mondje, maar uit zijn kontje! Het is plantensap met nog wat ander spul. Het jonge spuugbeest pompt er steeds wat lucht doorheen. Vandaar al die luchtbelletjes. Net als de belletjes als je met een rietje in een glaasje frisdrank blaast. Probeer het maar eens dan zie je een beetje wat ik bedoel.
En het spul lijkt dan ook wat op zeep en vormt ook belletjes. Het schuim, ook wel koekoeksspog genoemd, beschermt de larve tegen uitdroging en vijanden als vogels, spinnen en wespen. Slechts een paar graafwespen zijn in staat om de larve uit zijn schuim te trekken en een paar wantsen kunnen de larven ook uitzuigen dwars door het schuim heen.
De larve brengt afhankelijk van de temperatuur 1 tot 3 maanden in zijn schuimhoopje door. Ze komen verspreid voor en richten meestal weinig schade aan. Wel zuigen de larven plantensappen uit bladeren en jonge stengels. Op bladeren kunnen dan plaatselijk vervormingen optreden en kunnen de stengels wat krom trekken. Want zij kunnen nog niet vliegen en daarom verstoppen zij in hun eigen spuugbubbel.
De larven van het schuimbeestje richten nauwelijks schade aan omdat hun aantallen in het schuim zeer klein zijn. Beschouw ze dus niet als een bedreiging. Ze zijn trouwens ook gemakkelijk te bestrijden, mocht je dit willen maar als je van de natuur houdt doe je dit niet. Spuit het schuim gewoon weg met een flinke waterstraal. Of doe handschoenen aan en zet je vingers in het schuim en haal de larven uit het schuim. Het bestaat uit niets anders dan opgeklopt eiwit dat door het diertje aan de plant wordt onttrokken. Met deze onaantrekkelijke klodders beschermt de larve van het spuugbeestje zich tegen uitdroging en van vraatzuchtige vogels. Het is de “nimf”van de cicade die dit schuim produceert.
Er zijn wel plus minus 40.000 verschillende soorten cicaden en zij komen over de hele wereld voor behalve op Antarctica. Dus zie jij eens wat spuug tussen de planten zitten dan weet je nu in elk geval wel wat het is. mocht je het niet hebben geweten. Ik kwam het ook tegen zoals je de foto's ziet, maar helaas alweer de insect die het veroorzaakte zag ik niet. Heb jij deze weleens ontmoet??
In dit onderstaande korte filmpje zie je iets heel moois.
Kom ook eens op visite op mijn andere website, want ook daar vind je ook mooie woorden van mens, over het dier of over de liefde en het leven die jou ook een boodschap kunnen geven, maar ook vind je daar veel over het natuurleven. Maar nog veel meer kan je daar lezen en ik hoop dat je daar ook eens een bezoeker zal wezen. -Klik: Gedichten en verhalen uit het leven
Bedankt voor het lezen van dit natuurweetje en ook bedankt voor je reactie op mijn vorige schrijven.