woensdag 29 juli 2020

Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg is de grootste zweefvlieg

Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg is de grootste zweefvlieg, catherinetine.blogspot.com

Heb jij weleens van de stadsreuzen gehoord die ook meer in vele omgevingen nu voorkomen? En dan heb ik het niet over de mensen hoor maar over een insect die je met een gerust hart kan laten vliegen want ze zijn de onschuld zelve. Vele mensen hebben angst als men deze ziet maar ik kan je vertellen maar deze steekt echt niet. Lees maar verder  dan vertel ik je meer.

Deze stadsreus wordt ook wel eens de Hoornaarzweefvlieg - Volucella zonaria- genoemd omdat deze er echt heel veel op lijkt. En ik heb al meer geschreven over de vermomde onschuld oftewel ook wel Mimicery van enige insecten die op een ander insect lijken maar het dan toch niet zijn. 

En ook deze grote stadsreus lijkt op een insect die ik ook eens had ontmoet bij een natuurwandeling die wij deden en deze mooie zwever is ook groter dan alle andere zweefvliegen. En in deze tijd van de zomer kan je deze ook ontmoeten. 

Maar voor deze hoef je echt niet bang te zijn dat deze je zal steken als hij zich belaagd voelt want het is gewoon een zweefvlieg. En waar je het ook aan kan zien zijn de vleugels. Want wespen hebben vier vleugels en de zweefvliegen hebben er maar twee. Zweefvliegen behoren tevens ook tot de beste vliegkunstenaars van het insectenrijk las ik onlangs in 1 van mijn natuurboeken. 

De naam stadsreus verwijst naar zijn reusachtige grootte want dat is deze echt wel. En ook waarschijnlijk dat hij in de omgeving van steden aldaar meer gezien wordt dan daarbuiten. Soms denk je ook dat deze vlieg een soort Hoornaarwesp is omdat het wel een lichaam bezit wat je aan deze wesp zou doen denken. En niet iedereen kan ook goed zien dat de taille anders is. Want zweefvliegen bezitten niet zo een brede wespentaille. En deze volwassen zweefvlieg leeft slechts van stuifmeel en nectar.


Het achterlijf is geel tot roestrood met zwarte banden. Bij vrouwen is het borststuk roestrood en bij de mannetjes zijn ze meer zwart. Mocht je er eens 1 ontmoeten en je ziet een mooie gele kop dan zijn het vrouwtjes. De korte voelsprieten verraden dat het een vlieg is en geen wesp want wespen hebben altijd langere sprieten.

Deze zweefvlieg is zo een 18 tot 25 mm groot en ze zijn te zien van juni tot oktober. Ondanks de grootte en het vervaarlijke uiterlijk is hij dus geheel ongevaarlijk. Want wat vele mensen denken, is het helemaal geen wesp maar een goedaardige zweefvlieg. 

Als je deze eens van dichtbij zal bekijken dan zal je ook zien dat deze geen angel of een steeksnuit heeft. Maar het is wel steeds zo dat men deze veel associeert met een wesp, waarschijnlijk omdat wij weten dat bepaalde wespen zeer agressief kunnen wezen.

Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg is de grootste zweefvlieg, catherinetine.blogspot.com

Onlangs las ik een mooi interessant artikel in een insectenboek dat zo een stadsreusvrouw haar eitjes legt in wespennesten zoals de nesten van de gewone wesp/ Duitse wesp of van de hoornaar. En dat is toch wel heel bijzonder toen ik dit las. En wat ook nog veel meer bijzonder is dat als ze een wespennest heeft gevonden dat zich eerst grondig gaat poetsen alvorens zij het nest gaat betreden. 

Wellicht doet ze dit om wat geuren kwijt te raken die wespen zouden kunnen alarmeren. Wespen kunnen gemeen steken en al vaak ondervonden zelf want ze houden niet van indringers. Al zat ik niet aan het nest maar wel er dichtbij om een foto te maken. De stadsreus heeft hier helemaal geen hinder van.

Best wel een slim insect te noemen dat ze door een grondige reiniging het nest lopend in gaat om dan daar haar eitjes te gaan leggen. Ze kan ook ongestoord haar gang gaan. Zelfs bij contact met de wespen wordt zij niet aangevallen. Men is er nog steeds niet achter hoe dit mogelijk is maar men denkt dat ze met het poetsen ook een geur heeft aangebracht die de agressie van de wespen wellicht zal onderdrukken. 

Ik kon er in elk geval ook helemaal niets over vinden. Enkele dagen nadat het vrouwtje het wespennest verlaten heeft, komen de eitjes die zij gelegd heeft na wat dagen uit. 

Haar taak zit er dan weer om om voor een nageslacht te zorgen. De larven leven onder in het nest, waar ze zich voeden met dode wespenlarven en soms ook stervende wespen en afval. En zo ontvangen zij dus ook weer voeding, een vorm van recyclen lijkt het wel.

Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg is de grootste zweefvlieg, catherinetine.blogspot.com

In de herfst verlaten alle wespen het nest en de werksters en de koningin gaan dan dood. De mannetjes en jonge koninginnen vliegen weer uit om te paren, waarna ook de mannetjes weer zullen sterven en de jonge koninginnen zullen dan weer een overwinteringsplaats gaan zoeken. De stadsreus larven blijven achter om in het lege nest te overwinteren. In de volgende zomer verpoppen ze, waarna een nieuwe generatie stadsreuzen verschijnt. En zo vangt alles weer opnieuw aan.

Stadsreuzen zijn tevens expansieve zwervers, eenmaal ontpopt zwerven ze rond en keren niet terug naar hun geboorteplek. Ze kunnen grote afstanden afleggen met de wind mee en dus is er de kans dat ze ook bij jou in de streek zal kunnen komen. Maar nu weet je in elk geval dat ze geen kwaad doen mocht je hen eens zien zweven. 

Vroeger was de stadsreus een zeldzame zweefvlieg die slechts maar af en toe eens opdook in warme zomers, maar in de afgelopen twintig jaar is er al bekend dat deze stadsreus een steeds meer gewonere verschijning is geworden. 

En nu nog steeds loopt hun aantal op met de zonnige, warme zomers met langdurige perioden van (zuid)oostenwind. Dan vullen migranten uit zuidelijker streken ook weer de Nederlandse populatie aan.(Wely 1997)

Klein weetje er nog bij wat betreft enige andere soorten mochten er hier eens vragen over komen. Vier van de vijf Nederlandse reuzensoorten ontwikkelen zich altijd in de nesten van sociale insecten. De hommelreus leeft als larve in de nesten van verschillende soorten hommels. De larven voeden zich daar met afval dat zich in het nest ophoopt zoals dode wespen en dode wespenlarven als ook uitwerpselen van wespenlarven.

Weetje is ook dat de  larven van de stadsreus en de witte reus leven van afval in nesten van sociale plooivleugelwespen (gewone wesp, Duitse wesp en hoornaar). Ook de larve van de wesp reus leeft in nesten van deze wespen, maar hij voedt zich parasitair op een wespenlarve. De wespenlarve leeft hierbij voort totdat de larve van de wespreus hem uiteindelijk leegzuigt.

Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg is de grootste zweefvlieg, catherinetine.blogspot.com

Zal ook nog even wat informatie schrijven over wat larven want daar kwam enige tijd geleden ook vragen van binnen via een e-mail en dit heb ik opgezocht voor jou die het nu wellicht zal lezen. Want ik weet ook niet alles maar ik hoop dat je hier dan wat van zal hebben wat ze zoal eten. Tevens bedankt voor de mailtjes.

Hoewel alle volwassen zweefvliegen vrijwel uitsluitend van nectar en stuifmeel leven, hebben hun larven een heel andere voorkeur. Deze larven zien er dan ook heel verschillend uit, afhankelijk van waar ze leven en wat ze zo al eten:

* bladluis-etende larven lijken op een kruising tussen een naaktslak en een worm en leven op planten. Larven van bladluis etende soorten kunnen in 2 weken wel 700 luizen opvreten. Ze zijn efficiënte bestrijders dus pak niet zo snel een vliegen mepper of wat anders want ze zijn heel nuttig.

* afval etende larven op het land zijn meestal plat en wormachtig en leven soms in wespennesten, zoals de stadsreus of in rottend hout(molm).

* afval- en bacterie-etende larven leven in (vooral vuil)water of mest en zien eruit als dikke maden met zeer lange telescopische adembuis die boven water wordt gestoken, om aan zuurstof te komen. Deze larven worden ook wel rattenstaartlarven genoemd.

Met name worden dus de bladluis etende soorten en de rattenstaartensoorten als zeer nuttig beschouwd.


Tekst geschreven © Tine de Jong, 2020

Wil je dit schrijven eens delen dan heb ik hier de link voor jou: Even knippen en plakken. https://catherinetine.blogspot.com/2020/07/stadsreus-hoorjaarzweefvlieg-volucella.html 
die je dan zelf even kan kopiëren. 

Bedankt dat je weer gezellig op bezoek kwam om te lezen .
Foto 1, 3  door een  wandelmaatje. 
Foto 2, 4 is door mijzelf genomen © Tine de Jong

Bronnen zijn onder andere uit  knnv.nl , info uit diverse insectenboekjes uit eigen privé collectie, Nederlands soorten register,

Hoe de Stadsreus eruit ziet dat weet je nu wel. Maar heb ik dit mooie filmpje gevonden met de larven die in een wespennest nu zijn. Dan zie je ook wat ze doen en hoe ze er uit zien. En ik weet zeker dat je dit ook wel heel interessant zal vinden.


dinsdag 14 juli 2020

Domein Bloso Hofstade Natuur en Sport met elkaar verweven

Domein Bloso Hofstade Natuur en Sport met elkaar verweven

Zoals de titel het al zegt is het werkelijk zo want dit mooie Domein Bloso Hofstade De Plage' of in de volksmond Hofstade Plage genoemd is een groot Recreatiedomein van 160 hectare in Vlaams-Brabant. Het is gelegen in Hofstade, deelgemeente van Zemst en voor jong en oud is er hier veel te beleven. Je kan ook hier heerlijk rondwandelen langs het water of in het bosgebied erom heen. Er is ook een groot strand is met een bewaakte zwemzone, een grote speeltuin met aparte peutertuin, sportvelden, klimbos, en een gedeeltelijk beschermd natuurlandschap. Veel sport accommodaties zijn er hier in overvloed aanwezig. Maar er is hier buiten de sport ook mooie natuur te zien als je hier gaat wandelen.

Elk domein kent een verleden en zo ook hier en volgens 
https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/134164 en ik citeer een klein bericht met wat informatie er uit over het ontstaan van dit domein. En jij kan hier ook meer vinden over het verleden mocht je daar interesse voor hebben. Kopieer deze zelf even als je meer erover wilt lezen. In dat schrijven stond onder andere in dat de meren berusten op een toeval wat er toen had plaats gevonden. Het was een beslissing van de Belgische spoorwegen om toen het goederenverkeer van de spoorlijn Brussel-Antwerpen via een lus tussen Weerde en Muizen over Hofstade om te leiden. Omdat verhoogde bermen noodzakelijk waren werden er sinds 1902, in de nabijheid van de werf, een massale hoeveelheden grond uitgegraven.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vielen de werken stil waarna de putten vol water liepen. Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog waren de werken al grotendeels voltooid. Na de oorlog werden in de periferie van het concessiegebied nog enkele kleine putten gegraven, maar rond 1920 werd de zandwinning definitief stopgezet. De twee grootste kuilen (respectievelijk 32 en 18,5 hectare) hadden min of meer hun huidige contouren en waren na het stilleggen van de pompen tijdens de oorlogsjaren geleidelijk volgelopen.

Tijdens de hete zomer van 1921 trokken de meren van Hofstade met hun zandige, met brem, valse acacia en berken begroeide oevers, staatseigendom maar onbewaakt en onbeheerd, grote drommen wandelaars, baders en roeiers aan. Niet alleen uit de onmiddellijke omgeving Mechelen, Zemst, Weerde, Hofstade maar ook uit het Brusselse. 'Hofstade-les-Bains' groeide in de daaropvolgende jaren, ondanks verbodsplaten en ongevallen die er ook plaats hadden gevonden, werd het ook een populaire badplaats ook al waren er toen nog helemaal geen voorzieningen. Tijdens het interbellum is het omgevormd tot een domein bestemd voor recreatie en sportbeoefening. Het hele gebied werd in 1939 opengesteld en ingericht als recreatieoord en in 1983 werd het overgedragen aan Bloso.

Het is zeker wel een groot recreatiepark te noemen en is eigendom van Sport Vlaanderen. Domein Hofstade is gelegen aan afrit 11 (Zemst-Weerde) van de E19, tussen Antwerpen en Brussel. Het is een deelgemeente van Zemst in de Belgische provincie Vlaams-Brabant. Mocht jij het hier ook eens willen bekijken of er heen willen gaan als je eens in de buurt zal wezen dan zal jij je vast hier niet vervelen. En wie van de natuur houdt zal hier met een wandeling gewis ook mooie natuur ontmoeten.

Domein Bloso Hofstade Natuur en Sport met elkaar verweven

Op het domein van Hofstade kan je ook het Sportimonium bezoeken. In dit sportmuseum, dat één van de weinige internationaal erkende Olympische musea is, ontdek en herbeleeft je ook het sportverleden. Wat ook nieuw is wat ik had gelezen was dat men er nu ook een verlichte Finse piste is met een fit-o-meter en een multifunctioneel omnisportveld. Daarbij is er een vast loopparcours van 5 km en ook een mountainbikeparcours van 6,2 aangelegd voor wie deze sport graag beoefend. En daarbij ook een grote volledig vernieuwde speeltuin is er nu met aparte peutertuin en een gedeeltelijk beschermd natuurlandschap. Dus voor sport, spel en mooie natuur kan je hier alle kanten op. 
Als je deze link zal kopiëren dan vind je meer informatie erover hoe je er kan komen. https://www.sportimonium.be/nl/praktisch/adres-en-bereikbaarheid

Domein Bloso Hofstade Natuur en Sport met elkaar verweven

Want we hebben ontdekt dat als je op een link zal klikken het wat moeilijk is om dan weer terug te komen naar het geschreven artikel. En dat komt omdat wij deze website anders hebben ingesteld als de gebruikelijke wat je veel ziet. Bij ons zie je kleine vakjes als een soort van fotoboek met fotografie en eronder staat dan als je er voorzichtig op klikt (laptop/computer) de titel van het schrijven. Deze website wordt veel bezocht en gelezen en wij vonden deze indeling zelf ook heel mooi.

De natuur zal mij altijd trekken en ik was dan ook nieuwsgierig wat ik hier zal ontmoeten toe ik het domein eens had bezocht en dat kan je in onderstaande video zien. In de tussentijd is er hier vast al veel veranderd en ik was hier toen heel vroeg want ik fotografeer niet graag mensen wegens hun privacy. Er staan hier ook verschillende bomen zoals de kastanje en Knotbomenrijen van zomereik die het landschap daarbij ook een mooie aanblik geven. 

En wie hier ook zal wandelen zal ontdekken dat de natuur hier ook heel mooi is. Maar neem altijd wel je eigen afval mee terug als je hier wandelen of picknicken gaat of gooi het in de afvalbak maar laat het niet rondslingeren want menig dier kan hier wel aan dood gaan. Bedankt voor je bezoek en groetjes van mij, Tine. Hoop dat je nog eens terug komt om meer te lezen want voor mooie weetjes moet je op deze website wezen.

Tekst, Fotografie en video, © 2020 Tine de Jong.
Bron onder andere : inventaris.onroerenderfgoed.be

Voor jou mijn wandeling en mijn fotografie in een slide ik hoop dat je geniet van wat je in de video ziet. Het is best de moeite waard wat ik met mijn wandeling hier heb vergaard. 
Alvast bedankt en ik zie je graag een andermaal  met een bezoek voor het lezen van mooie weetjes of met een natuur verhaal.

zondag 5 juli 2020

Fraaie schijnboktor (Oedemera nobilis)

Fraaie schijnboktor (Oedemera nobilis), catherinetine.blogspot.com

Onlangs hadden wij bij een mooie natuurwandeling weer een bijzondere boktor ontmoet en dat was De fraaie schijnboktor-Oedemera nobilis. Het is een slanke, middelgrote kever en ongeveer 8 a 9 mm lang. En deze boktor behoort tot de familie schijnboktorren (Oedemeridae). 

De dekschilden aan de achterzijde zijn versmald en de achtervleugels zijn daardoor voor een deel onbedekt. Het Nekschild is wat bolvormig, aan de voorkant verhoogd en twee deuken aan de achterkant. Het is een slanke kever met mooie lange, fijne antennes.

Volgens Wikipedia zijn er meer dan 33.000 soorten boktorren, die een grote variatie kennen aan kleuren en patronen. En er zijn ook zo een 1500 soorten schijnboktorren. Enige boktorren had ik al eens ontmoet en heb daar ook al eens over geschreven.  De fraaie schijnboktorren worden ook wel eens "dik-benige kevers" genoemd vanwege hun gezwollen ogende achterpoten, waardoor ze er ook inderdaad wat stoer en gespierd eruit zien. Maar het zijn alleen de mannetjes die deze bijzondere eigenschap hebben. En zo zie je dan ook het verschil van een vrouw of een mannetje. 

De sterke verdikking die ze bezitten heeft echter geen invloed op het vliegvermogen. Onze insectenwereld is soms best wel wonderbaarlijk te noemen want sommige hebben echt van die mooie uitstralingen. En neem ook eens een vergrootglas mee op je wandeling waarmee je dan vast nog veel meer mooie kenmerken zal zien van een insect.

Fraaie schijnboktor (Oedemera nobilis) catherinetine.blogspot.com

Deze boktorren zijn ook heel herkenbaar aan hun levendige metallic groene kleur die zij hebben en ook aan de spleet die ze hebben in de elytra (vleugelkast). De dekschilden of elytra zijn bij kevers die verdikte en verharde voorvleugels, die zijn veranderd tot schilden die de ook de onder liggende achtervleugels en het achterlichaam (abdomen) beschermen. Deze opening in de elytra is niet altijd zo duidelijk te zien maar geeft over het algemeen aan dat de vleugels niet goed sluiten over de rug.

De kleur kan ook soms variëren van blauw tot violet. De dekschilden zijn sterk versmald aan de achterzijde, waardoor de achtervleugels voor een deel onbedekt zijn. Hun vleugels-elytra vormen een harde schaal die hun vliegende vleugels ook gedeeltelijk beschermt. Hun metaalachtige kleur zit in de elytra. Om te kunnen vliegen moeten de kevers de dekschilden omhoog brengen om zo hun vliegende vleugels vrij te maken.

Fraaie schijnboktor (Oedemera nobilis)

Er zijn heel veel soorten bloemkevers en ze hebben vast ook deze naam ontvangen door het feit dat ze in het voorjaar en in de zomer meestal veel worden gespot op bloemen en omdat zij zich ook voeden met het stuifmeel en soms ook met wat nectar. En dus worden ze ook veel stuifmeelkevers genoemd. Zij zijn tevens allen ook harde werkers daar ze ook veel bestuivende werkzaamheden doen. Leven doen ze ongeveer maar een jaar dus zorgen ze ook veel voor het nageslacht. En welk vrouwtje schijnboktor wil nu niet met zo een mooi mannetje paren die van die prachtige gespierde poten heeft.

Het vrouwtje legt in de vroege zomer eieren op de voedselplant. De larven dringen dan later het plantenweefsel binnen en leven daar tot verpopping. De larven leven op de grond, soms ook in rottend hout, in dode stengels of in de wortels van kruidachtige planten. De larven voeden en ontwikkelen zich ook binnen de plantstelen.

Zij voeden zich uitsluitend met plantaardig materiaal. De larve groeit in de zomer en verpopt zich in de herfst in vorm van een soort poppenwieg in de grond. Hoewel zij dan al in de herfst volledig ontwikkeld zijn, overwinteren ze in de pop-wieg en komt hij pas het volgende voorjaar uit. Net als elk dier hebben de larven net als de kevers ook hun vijanden en dat zijn vogels, padden en de insecteneters.

De bloemen waar je hen eens op kan tegen komen zijn onder andere die van de Asteraceae- Composietenfamilie , Cyperaceae- Cypergrassenfamilie , Convolvulaceae- Windefamilie, Cruciferae- Kruisbloemenfamilie, Dipsacaceae- Kaardebolfamilie, Papaveraceae,- Papaverfamilie, Plantaginaceae- Weegbreefamilie, Rosaceae- Rozenfamilie. Op schermbloemige zoals Wilde peen en Duizendblad zijn ze ook al eens veel gezien. Nu heb je ook beetje info waar je hen dus ook kan ontmoeten. En wie ook eens een boktor zal ontmoeten en niet weet welke het zal wezen dan is deze link wat voor jou-: https://determineren.nederlandsesoorten.nl/

De wetenschappelijke naam is Oedemera nobilis en dit werd in 1763 door de entomoloog Giovanni Antonio Scopoli beschreven onder de oorspronkelijke naam Cantharis nobilis. Synoniem van Oedemera nobilis (Scopoli, 1763) In tegenstelling tot zijn voorgangers Carl Linnaeus en Johan Christian Fabricius, die respectievelijk de structuur van de insectenvleugel en de structuur van de insecten monddelen hadden gebruikt als het belangrijkste middel om geleedpotigen te classificeren.

En was Scopoli meer een voorstander van een uitgebreidere holistische benadering. Het woord holistisch betekent wanneer er naar het geheel wordt gekeken en niet naar de som van de verschillende onderdelen waarvan iets is opgebouwd. En dat maakt het toch wat interessanter waardoor vele er dan ook meer van kan leren.

De Engelse benaming vond ik ook wel leuk hoe hen ze soms ook noemen en dat is de naam "swollen beetle" of the beetle with swollen thigh maar er zijn vast nog meer mooie namen bekend van hen.

Ze leven wijdverbreid in heel Europa. En wellicht heb jij deze fraaie schijnboktor - Oedemera nobilis) ook weleens ontmoet. Leuk dat je even gezellig op bezoek kwam om te lezen en/of te kijken. Natuurgroetjes van mij, Tine

Wees ook welkom op mijn andere website: Gedichten en Verhalen uit het leven waar ook vele weetjes staan uit de mooie natuur en kleine insectenwereld en waar ook de mens, natuur, liefde is samen geweven in woord en beeld met muziek en veel meer.

Tekst, Fotografie © Tine de Jong, 2020, alle rechten voorbehouden

Info bronnen zijn uit enkele insectengidsen en natuurboeken uit mijn privé bibliotheek.

Mooie video erbij die ik ontmoette op YT  waar je goed de dekschilden kan zien van zijn mooie gespierde poten. en deel deze graag met jou.

zaterdag 13 juni 2020

Het verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris

Het verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris, catherinetine.blogspot.com

Ditmaal ben ik eens in de huid van een regenworm gekropen en deze regenworm vertelt dit schrijven aan jou. 

Hallo lezer wat fijn dat je op bezoek komt om te lezen. Maar je moet er wel even de tijd voor nemen als je mij en mijn familie wat beter wilt leren kennen. En dat je meer wilt weten en ik ben dus wat  titel zegt. 

Ik ben een regenworm ook wel eens aardworm genoemd - lumbricus terrestris en jij hebt vast geen hoge dunk van mij. 

Maar als jij mijn verhaal leest ga je mij vast en zeker misschien wel met andere ogen eens bekijken. Want ik ben net als jij ook een schepsel en geschapen en heb alleen maar andere taken dan jij. Dat was de reden dat de schepper mij ook een andere vorm gaf. En bovendien ben ik ook wel heel belangrijk en ook voor jou en veel meer dan jij nu zal denken hoor.

Als je de moeite neemt om dit verhaal te lezen dan zal je echt verbaasd staan en mij wellicht dan eens wat meer gaan respecteren. Diegene die mij hebt geobserveerd zal in opdracht van mij het verhaal schrijven wat ik nu aan jou zal vertellen. 

Eigenlijk is mijn naam als regenworm ook een verzamelnaam waaronder je dit als drie types kan onderscheiden: strooiselwormen, bodemwoelers en diepgravers dat laatste kan ik trouwens heel goed. Maar later hier meer over. Ik liet mij voorzichtig oppakken zodat ik mooi op de foto kon voor jou:

Het verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris , catherinetine.blogspot.comHet verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris , catherinetine.blogspot.com

Ik ben ook tweeslachtig en kan dus een mannetje maar ook een vrouwtje wezen tegelijkertijd. En dat noem je met het moeilijke woord: hermafrodiet. 

Dat heb je vast ook weleens gehoord in de mensenwereld want daar komt het ook voor. Maar mijn lichaam is wel wat anders want mijn lichaam is opgebouwd uit ringen. Vooraan heb ik ook een soort van bovenlip. 

Dat is het begin van een lange darm. Nu wil jij vast ook wel weten hoe wij wormen een paring doen. Maar net als jij praat ik niet graag over mijn seks leven want dat is wel wat privé maar je wil vast dan ook wel weten hoe wij gemeenschap hebben, want ook dat gaat op een manier wat jij vast niet wist. 

Wil je het echt weten? Nou vooruit dan maar...

Maar ik laat geen fotografie zien hoor want dat gaat mij wel een beetje te ver. Maar goed ..waar zal ik beginnen.....Als het donker wordt dan gaan wij meestal wel op vrijer pad om te paren want ons geslacht moet wel doorgaan toch? En in de nacht is onze pakkans ook heel klein.

In de nacht is het heel druk soms onder de grond en er kruipen ook kleintjes rond die nog niet geslachtsrijp zijn. En om pedofilie te vermijden scheiden wij altijd een paarlust lokkende eiwitten (fenomenen) af en voor het geval je dit ook niet weet ..dit is een stofje dat belangrijk is in de jacht van mannen op vrouwen. 

Een man scheidt via zijn lichaam een stofje af dus feromonen dat een vrouw in zijn omgeving onbewust dan registreert. Zij functioneren dus als een vorm van een boodschapper. En deze kunnen dus de seksuele communicatie beïnvloeden.
Nou waar was ik ook al weer....


En wij doen niet aan een voorspel en vlijen als de stof heeft gewerkt dan in lengte richting tegen elkaar. Dus kop bij staart en andersom. De zaadproductie van ons liggen in het zadel, en dat is het verdikke gedeelte voor bij mij. En wij klitten ons dan aan elkaar en met de borstels (dus de poten) steken we dan een stukje in de huid. 

De zadels zetten dan een hoeveel slijm af om te glijden en dan stoten we het sperma van ons via dat gootje onder het lijf naar de voorkant van de kop en daar wordt dan het sperma opgeborgen want daar zitten niet alleen maar de eierstokken. 

Nu weet je wat je krijgt toch even een kleine foto want uitleggen is soms best wel moeilijk. en dan zie je een beetje hoe het gaat maar dit is bovengronds van een familie van mij. Ik doe het in het donker want dat is veel gezelliger.

Het verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris

En na het paren slaat een worm dus het zaad van de partner op en dan is het voor ons weer gedaan voor even. En na een paar dagen geschied dan pas de eigenlijke samensmelting en dat kan een worm meestal wel alleen af hoor. 

Eerst omhult een worm zich weer met wat slijm wat deze maakt en dan laat men pas de eieren los en het zaad van de partner in het slijm. Soms wel een vieze smurrie maar je moet er wat voor over hebben in onze wereld om zich voort te planten. En in de smurrie vinden dan ook eieren en zaad weer elkaar. 

En als ik dan weer gaat kronkelen dan stroop ik ook die slijm er weer af. En dat gaat dan weer verharden tot een soort van cocon waarin de eieren weer veilig zijn. Wel heel anders gaat het als jij vast dacht. 

Maar nu genoeg erover hoor want heb nog meer te doen om van alles via mijn waarneemster het aan haar en dan weer aan jou uit te leggen. 

Maar ik zal je wel vertellen dat ik al aardig wat kleine kindjes heb gemaakt hoor en die zitten vast ergens onder de bodem verstopt. 

Even een pauze met wat fotografie want ik ben best wel mooi voor een regenworm of pier zoals jij me soms ook noemt. En zo kan jij mijn familie ook even bekijken. En op de linkse foto zie je ook het zadeltje.


Maar we gaan nog even verder met andere belangrijke informatie wat je ook vast wel wilt weten.

Kijken dat kan ik niet maar ik kan wel heel goed voelen. En net als jij moet ik ook ademen maar ook dit doe ik op een aparte manier namelijk door mijn huid. Maar die moet wel vochtig blijven en daar zorgen mijn slijmklieren weer voor. 

En op elk segment (ring) staan vier paar borstels. Die gebruik ik om over en door de grond te kruipen. Kijk maar eens even naar deze tekening waar er naast staat hoe ik in elkaar steekt. Best wel interessant dacht ik.

Het verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris , catherinetine.blogspot.com

Ik ben ook wel best lenig te noemen want ik kan mijn lichaam bij het kruipen voortdurend langer en korter maken. De grootte kan dan soms verschillen tussen de 10 en de 25 cm. Maar ik heb ook familie die nog veel langer kunnen worden, maar voor mij is het wel lang genoeg wat ik aan grootte bezit. 

Ik ben er best tevreden mee. Ik heb net als andere ongewervelde dieren geen hersenen maar een aantal knooppunten waar de zenuwen samenkomen. Maar dom ben ik absoluut niet te noemen als je leest wat ik allemaal doet of kan.

Waar woon ik?


Waar mijn verblijfplaats is, dat weet je vast wel want het is dezelfde plek waar jij je bloemetjes, planten of gras heeft geplant of heeft gezaaid. Want daar is het zo dat ik daar ook graaf en mijn woonplaats is ongeveer de eerste anderhalve meter onder de grond maar ik kan ook nog veel dieper zitten en zelfs ook heel dichtbij. Ik hou namelijk veel van graven als de zuurgraad van de grond maar goed is want daar houd ik het liefste van. Planten gebruiken ook die kleine gangetjes die ik maak omdat zij met hun wortels dan makkelijker aan water te komen. En op deze manier help ik jou met al je mooie bloemen en/of planten die jij heeft.

Tweemaal per jaar ga ik helemaal nergens heen en dat is in de koude winter waar ik helemaal niet van houdt maar ook de warmte in de zomer is niet mijn favoriet en blijf dan ook maar thuis. Want zonlicht is namelijk heel gevaarlijk voor mij en kan mij zelfs doden al kan ik wel 70 procent van mijn lichaamsgewicht aan uitdroging verdragen. Dat hebben menige wetenschappers eens geschreven maar uitgetest heb ik dit maar niet want je weet maar nooit wat er zal gebeuren als ik mij in het zonlicht zal begeven.

Voor jou als mens is teveel zonlicht ook niet goed en kan je ook verbranden en ik heb helemaal geen zin of een behoefte om te verbranden. Nee, ik blijf met de warmte liever lekker onder de grond en ver weg van de warmte of zon vandaan. Ik krul mij dan heerlijk op en wacht op betere tijden. 

Maar als het regent dan ben ik echt in mijn element want dan is de grond heerlijk zacht en kom ik graag naar de oppervlakte en dat is dan ook de reden dat ik de naam regenworm draagt. Wij komen ook soms bovengronds bij regenachtig weer om te paren maar in de nacht ben ik het meeste actief. 

Hier in de bodem beneden is ook een vijand die ons als vitamine bom ziet maar ik moet zowel overdag als in nacht ook wel uitkijken voor mijn vijanden en daar ben jij als mens er niet alleen 1 van want ik heb er nog veel meer.


Jij vangt mij en mijn familie ook soms om vissen mee te voeren als jij eens gaat vissen. Maar dat is helemaal niet de bedoeling hoor van mijn leven om dan te worden opgeslokt te worden door een vis. Jij vind het vast ook niet fijn om in je werk gestoord te worden en om dan gevangen te worden genomen. 

Slakken zijn mijn ergste vijanden want als die je pakt is er geen ontsnapping meer mogelijk. Ondanks dat wij als regenworm onszelf door de midden kan breken lukt het soms niet om van een slak af te komen. En als ik die slak zal voelen dan is het voor mij dus al veel te laat. 

Maar voor de mol ben ik ook reuze bang en zeker ook de egel en andere dieren zoals de vogels dus ik ben mijn leven nooit zeker en moet altijd op mijn hoede zijn. En dat geeft soms best wel stress maar ik probeer toch wel mijn werk te dien waar ik ook voor geschapen bent.


Mijn graaftechniek

Weet jij trouwens hoe mijn graaftechniek eigenlijk werkt? Nou dat zal ik je ook even vertellen want ik gebruik namelijk geen spade of een graafmachine zoals jij. Ik gebruik slechts mijn krachtige sterke kop en die is heel fijn gevormd dat het zelfs in de kleine spleetjes kan binnen gaan. Ik zet dan mijn kop in de spleet en span dan al mijn spieren die de schepper mij ook heeft gegeven en druk dan de grond als een wig uit elkaar.

En ik ben er best handig in geworden. Maar ik heb wel een punt nodig om mij dan af te zetten en jij hebt vast ook wel op school geleerd -bij de natuurkunde lessen of eens gelezen- dat druk altijd tegendruk opwekt. Mijn schepper heeft mij in elk segment om mijn midden darm met twee druk kussens uitgerust. Had je niet gedacht hé dat ik zo sterk zou wezen. Ik heb daarbij ook een hoog ontwikkeld zenuwstelsel, al zie je dat niet altijd. Ben je er nog? Of vind je het wat teveel om te lezen??? Tja ik ben een heel bijzonder dier en dan ben je er met een kort schrijven helemaal niet goed van op de hoogte. Dus wil ik dit wel even wat uitgebreider gaan doen zodat jij mij eens anders gaat bekijken mocht je mij eens tegenkomen of zien.

Wat is mijn taak

Dat is een vraag die je vast al gesteld heeft in gedachten wanneer ik hierover zal beginnen maar alles op zijn tijd hoor. Er is veel over mij te vertellen wat jij vast ook helemaal niet wist. En ben je moe van het lezen neem dan maar even een pauze en lees dan weer verder want je weet de helft nog niet van mij.

Maar ik zal je nu vertellen wat mijn opdracht is zolang ik en andere familieleden op de wereld mogen wezen. Mijn taak is om de aardbodem los te maken en dan te gaan bemesten. Daarom lopen er vele gangen onder de grond en als de grond soms veel te hard is voor mijn kop, dan spuug ik eenvoudig tegen de aarde wat voor mij is, zodat deze wat weker wordt. 

Jullie gebruiken als mens en boer een brandstof slurpende en zware tractor en wij als regenwormen doen het uit zichzelf met organische stof als brandstof. alleen moeten wij met heel veel zijn om dan de bodem om te zetten met onze natuurlijke ploegcapaciteit. En heb jij eens last van overvloedig veel regenwater? dan help ik met mijn familie ook met de afvoer via al mijn gangen in de grond.

En ja soms eet ik ook de grond op want dat is ook mijn methode om door diepere aardlagen heen te komen. Het gaat er met de ontlasting toch ook vanzelf er weer uit. Maar ik eet ook gebladerte en andere organische stoffen en mijn voedsel wordt opgenomen -dus ook net als jij door mijn mond, waarna het langs verschillende organen wordt gevoerd en het afval wordt dan ook aan de achterzijde weer afgescheiden. 

Net als jij doet alleen jij hebt 2 poten maar ik moet glijdend mijn wereld verkennen. En dat gaat heel goed met de spieren die ik dan hebt.

En nu weet je dus ook dat wij best heel erg nuttig zijn. En daarbij zijn er ook enkele familie leden van mij wereldwijd uitgezet om de bodemstructuur te verbeteren. We zijn er wereldwijd met ongeveer 670 soorten. Wij als regenwormen hebben door het graven van tunnels en het afbreken van plantaardig materiaal een grote invloed op de bodemstructuur.

Wellicht heb je ook wat aan de onderstaande informatie mocht jij mij of mijn familie ook eens tegenkomen want daar zit veel verschil in hoor. De ene worm is de ander dus helemaal niet. Wellicht heb je wat aan deze foto's zodat je beetje verschil ziet.


Het verhaal van een regenworm - Lumbricus terrestris

En dan heb je ook nog de andere familie van mij die ik ook even wilt noemen en dat zijn de Compostwormen -De Eisenia fetida en deze zijn doorgaans maar kleine rode wormen en soms zelfs ook oranje gestreept. 

 De compostworm is een inlandse strooiselworm die je van nature ook terug vinden in de strooisellaag van het bos en ook in parken en tuinen komen ze soms in de bovenste laag van de bodem voor. 

Het zijn oppervlaktewormen met onvoldoende spierkracht voor het graven van diepe tunnels in de bodem. Maar ze zijn wel uitstekend aangepast aan het leven in de composthoop en houden van het vochtig en voedselrijk klimaat.

Zo zie je maar dat er veel familieleden van mij zijn en dat je vaak kan vergissen als jij er eens ene zal zien.

Bekijk jij mij en mijn familie ons nu anders? 
Of is je denkwijze over ons onveranderd gebleven.

Maar nu weet je in elk geval al meer wat je vast niet wist en voor meer mooie weetjes kom je maar eens vaker op deze website op visite want wie mij geobserveerd heeft heeft hier vele mooie weetjes geschreven waar je vast ook veel van kan leren. Er is nog veel meer over mij te vertellen maar dat houd ik voor mijzelf.  

Want jij als bezoeker heeft al voldoende te lezen gehad. In elk geval wil ik je bedanken dat je de moeite nam om mijn verhaal te lezen. Ik ga weer onder de grond wroeten en maak mij dus zoals de mens zegt: Uit de voeten. Want ik heb morgen weer een drukke dag voor de boeg.

Tekst, Verhaal en natuurfotografie © Tine de Jong -2020 Alle rechten voorbehouden.

Update 17/09/ 2024 Ik had dit verhaal ook gelinkt aan een ander schrijven met foto's daarbij en wellicht vind je de foto's ook wel mooi met die video die er onder staat. 

Merelman en zijn ontbijtmaal

Heb jij trouwens weleens een geboorte van ons gezien? Vast niet, dus kijk dan ook echt even naar dit filmpje want dan leer je nog meer van mij en mijn familie:

Met toestemming heb ik dit filmpje mogen gebruiken van hen:

maandag 8 juni 2020

Rondwandeling Stadspark in Gorinchem met veel Flora en fauna

Rondwandeling Stadspark in Gorinchem met veel Flora en fauna

Onlangs was het een mooie zonnige dag en heb weer eens een mooie wandeling gemaakt. En als ik eens een mooie wandeling wil gaan doen dan ga ik ook graag naar het stadspark in Gorinchem. Al noemen wij het hier in dialect Gorkum en wandel dan daar altijd gezellig rond en daarbij geniet ik ook steeds van de mooie natuur en alle dieren die hier ook graag op visite komen. Het park heet Gijsbert van Andelpark en er zijn verschillende ingangen hier om het park binnen te gaan. 

Er is een mooie vijver met fontein zoals de eerste foto ik je al liet zien en waar vele watervogels altijd in hun element zijn. Vele ganzen, meerkoeten, eenden komen hier ook elk jaar terug om weer een nestje maken en voor hun kroost te zorgen wat ook altijd een mooi tafereel geeft. Soms ook vele reigers aan waterkant die uren turen naar het water.

Er is hier in dit park ook een natuurcentrum/kinderboerderij te bezoeken met vele dieren die daar te knuffelen en te zien zijn. Hier heb ik ook al vele malen een bezoek gebracht en al deze ontmoetingen kan je ook weer zien op mijn YouTube kanaal met dezelfde naam die ik hier gebruikt en die je onder het schrijven ziet staan. 

Deel enige fotografie van wat dieren zoals eend, meerkoet, waterhoen en nijlgans die ik onlangs weer mocht begroeten aan de kant van de vijver.

Rondwandeling Stadspark in Gorinchem met veel Flora en faunaRondwandeling Stadspark in Gorinchem

Wat wel jammer is dat ik helaas nog geen vlinders zag fladderen wat ik wel gewend was hier vorige jaren. Het aantal wordt maar steeds minder. Sinds het begin van de twintigste eeuw zijn er zeventien soorten dagvlinders uit Nederland verdwenen. En nog eens tien vlindersoorten staan op het punt uit ons land te verdwijnen. 

Van de 53 soorten die nu nog in ons land voorkomen, is ruim de helft zeldzaam of zeer zeldzaam. Meer dan de helft van de vlinders staan al op de Rode Lijst. Dat meldde de Vlinderstichting ook al onlangs in het vlinderblad. Men schreef ook dat het wel mooi zonnig weer was in het begin van voorjaar en dat dit goed lijkt goed voor vlinders, maar dat is het niet: zij zijn afhankelijk van planten voor hun voedsel. 

En dat voedsel wordt door de aanhoudende droogte steeds schaarser. Dus dat is de hoofdzakelijke reden dat er dus minder vlinders te zien zijn. Al staan er in dit park best veel bloemen en wellicht komen ze later dan eens op visite. Laten we dus maar de zomermaanden afwachten. En dan zal ik nog eens hier gaan kijken of ik er dan wellicht enige ziet.

Het is een park wat goed bijgehouden wordt en ook zijn er hier veel diversiteit aan bomen, bloemen en struiken en waar ook een mooi speelpark voor de kinderen is aangelegd met een kabelbaan en met menige ander speeltuig waar elk kind als men vrij is ook veelvuldig gebruik van maken. Er staan ook veel bankjes aan de waterkant waar je heerlijk over de vijver kan kijken of over het park en luisteren naar de vogels die hier ook steeds weer mooie melodieën geven. 

Heb je een viervoeter dan is er ook een grote uitlaatplaats gemaakt waar ze heerlijk met zijn allen vrij mogen spelen of kunnen ravotten met elkander. Maar wel de uitwerpselen opruimen dan want dat hier wel een vereiste. Er staat een vuilnisbak bij het begin van het hek waar je naar binnen gaat.

Onlangs hebben ze ook mooie nieuwe meubilair in het park geplaatst. Maar niet van ijzer of ander metaal maar van hout. Het gaat om zes enorme houten stoelen gehakt uit oude populieren bomen. Het bijzondere meubilair is gemaakt door de boomverzorgers van de gemeente Gorinchem. De boomstammen lagen al een tijd in het park klaar om afgevoerd te worden. 

De populieren, die sinds de opening in het Gijsbert van Andelpark hebben gestaan waren aangetast door een zwam en helaas niet meer te redden. En op deze manier ontvangen ze ook weer een tweede leven waar elke bezoeker van kan genieten. Er is hier voor groot en klein hier ook veel te beleven. Verder is er ook gelegenheid om heerlijk te gaan picknicken maar wel je eigen afval meenemen als de vuilnisbakken hier vol zullen wezen. En het dan ook niet ernaast gooien want dat is zeer slecht voor gezondheid van menige dieren.

Voor jou de Route mocht je ook eens hier gaan wandelen of het natuurcentrum gaan bezoeken?

Wanneer je de stad Gorinchem binnenkomt via het knooppunt Gorinchem en de rijkswegen A15 en E311 of A27 bevindt zich hier een mooi stadspark aan de rechterzijde op de Banneweg nabij hotel Gorinchem en het Rivas Beatrixziekenhuis. Je gaat dan gelijk rechts af bij de stoplichten en dan wat voorbij de Stalkaarsenflat zie je links al het mooie park al liggen. Mocht je eens op visite gaan of je moet eens voor onderzoek naar het ziekenhuis toe, dan is er als je de auto in de garage aldaar zet ook een pad rechtdoor en ook daar is ook een ingang die je naar dit stadspark zal leiden. En je zal dan ook de kinderboerderij/ natuurcentrum ontmoeten want dat ligt op een soort van eiland in dit park dus je kan ook een bezoek altijd combineren.

Wel is het even nakijken op het internet hoe de openingstijden van het natuurcentrum zijn want met de coronatijd kunnen er hier nu ook andere bezoektijden en regels wezen. Maar het park is al een genot om er rond te gaan wandelen. En de natuur leeft hier volop dus vervelen zal jij je vast en zeker hier niet. Vanaf het trein en busstation rijdt er ook een bus maar hoe deze rijdt is mijn geheel onbekend maar dat kan je vast wel op internet vinden. En ook hier geldt mondkapje verplicht in het OV per 1 juni -dus niet vergeten.

Op deze website staat nog veel meer informatie en mooie weetjes over dit park en van deze kinderboerderij. En daar kom je automatisch in als je op de blauwe labels drukt die onder de video staan. Bedankt voor je bezoek en wens je mooie momenten voor elke dag. Wat ook vast wat voor jou is zijn deze woorden op mijn persoonlijke website waar je ook een filmpje ziet vanuit het natuurcentrum: Bezoek Natuurcentrum

Tekst, Natuurfotografie en video © Tine de Jong-2020

Voor jou mijn natuurfotografie in videofilm gezet met mooie muziek. Wens je veel kijkplezier.

Sunny day 🌞 Zonnige groetjes vanuit het stadspark🌞 Wandel je ook gezellig weer met mij mee?
Kijktijd 7.00

zondag 24 mei 2020

Gele aardkruiper - Geophilus flavus een prachtig dier

Gele aardkruiper - Geophilus flavus een prachtig dier

Vele kleine dieren zijn er te vinden onder de grond en zeker als je ook eens een oude boomstronk op zal tillen. Maar ook onder het mos leven veel kleine diertjes als je deze ook eens voorzichtig optilt. En til dan ook eens een steen op want daar leven ook vele kleine dieren die je wellicht niet zal zien met een wandeling. 

En ik tilde ditmaal met een natuur wandeling ook eens wat mos voorzichtig op en kwam ook een heel bijzonder mooi diertje tegen. Vele zullen wellicht de kriebels krijgen als men deze tegen zal komen maar ik geniet steeds weer van deze mooie kleine dieren en zo zie je ook wel dat er veel mooi leven ondergronds is. En ik ontvang dan hierbij een ander heerlijk kriebelig gevoel als ik weer mag kennis maken met deze kleine dieren.

Sinds kort heb ik ook een klein boekje bij me waar verschillende insecten en andere kleine dieren in staan en na wat zoeken vond ik het en bleek het te gaan om de mooie aardkruiper- Geophilus flavus.  

Een pracht diertje om te zien met zijn mooie smalle lichaam en de vele pootjes. Al zijn er ook weleens dikkere gezien in andere omgevingen maar wellicht gaat dit dan weer om een ander soort. De wetenschappelijke naam van dit soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1778 door De Geer.

Het is een vrij lange (tot 45 mm), dunne geelachtige duizendpoten soort met een roodbruine kop en met vrij lange antennes. Het heeft 45 tot 57 paar poten. ik heb ze niet geteld hoor want ik wilde het dier ook niet te lang uit zijn omgeving houden. zie je hoe mooi de 2 antennes zijn op zijn kop? Hiermee kan hij licht en donker onderscheiden. Deze foto is genomen door een wandelmaatje en deze lijkt wat rossig maar kan ook komen door de licht inval.

Gele aardkruiper - Geophilus flavus een prachtig dier

De gele aardkruiper is een soort duizendpoot die leeft onder de grond en zij voeden zich met andere kleine bodemdiertjes, geleedpotigen en soms ook regenwormen staan op hun menu. 

De vrouwtjes leggen groepen van 50 tot 60 eitjes in de bodem of tussen verrot hout. Dat zijn er best wel veel en met blote oog zijn ze dan ook niet te zien. 

Ze wachten tot alle eitjes uitgekomen zijn en tonen dus eigenlijk ook wel een beetje broedzorg. Soms likken ze ook hun eitjes schoon tegen uitdroging en schimmels. 

Ze komen voor in heel Europa, Noord-Amerika en ook in Australië. En allen vallen onder de categorie duizend en miljoenpoten al zit er soms veel verschil in. Maar ik vond het wel een bijzondere ontmoeting. En ik hoop jij ook.

Tekst en bovenstaande foto © Tine de Jong 24/05/2020

Foto 2 had een wandelmaatje gefotografeerd.


Tip voor jou erbij is dat je ook eens op de labels/ woorden/ tags moet gaan drukken want dan lees je nog veel meer mooie en leerzame weetjes waar over geschreven is hier op deze natuur website waar de natuur altijd wel de hoofdrol in speelt. Alvast bedankt.

Een kennis van mij had deze gefilmd en deel zijn video graag hierbij en zijn kanaal is gewis ook een aanrader voor jou want je zal vele mooie dieren ontmoeten die je vast ook niet kent of hebt gezien.


zondag 26 april 2020

Hondsdraf - Glechoma hederacea met weetjes

Hondsdraf - Glechoma hederacea met weetjes

In de natuur kan je veel kruiden tegenkomen die je kan gebruiken in gerechten of men kan er eens thee van maken. Als men de natuur eens haar gang laat gaan kan je ook veel meer kruiden in veld of bermen vinden en eten uit de natuur kan ook heel voedzaam zijn mits je hen goed wast of schoonmaakt en ook goed zal bereiden. Maar helaas- de onrustzaaier van de natuur- zoals ik de grasmaaier noemt geeft hen soms niet eens de kans om te groeien ook al maaien ze bermen nu wat later. 

Maar ook in bos kan je vele kruiden vinden en ditmaal was het wat Hondsdraf - Glechoma hederacea waar ik wat van mee naar huis nam. Want je kan er heel veel mee waar ik later meer over zal schrijven al vermoed ik dat jij dit ook vast wel zal weten voor wie ook graag kruiden uit de natuur plukt en ze dan gebruiken voor menige doeleind. De natuur geeft ons dit gratis en voor niets. Eerst zal ik wat meer over dit plantje schrijven want dat is wellicht ook wel leerzaam en zo leer jij vast ook om deze plant wat beter te leren kennen. Men noemt deze ook wel eens- kruip door de tuin- omdat deze graag kruipt op de bodem als je deze met de uitlopers zijn gang laat gaan.

Je herkent hondsdraf in maart tot juni aan de kleine blauwpaarse bloemen en ook het blad is dan min of meer paars. In de zomer is het blad mooi groen. De hoofdbloei valt in april, maar het kruid kan wel doorbloeien tot in september. Bloemen van hondsdraf staan gesteeld met 2-3 in een naar één zijde gekeerde schijnkrans in de oksels van de bladparen. 

Hondsdraf heeft twee bloeivormen: bloemen met uitsluitend een stamper en bloemen met stamper en meeldraden. De bloemen zijn tweezijdig symmetrisch en duidelijk van het lipbloem-type, met een boven- en een benedenlip. De kelkbladen zijn daarbij ook bezet met haartjes en vormen samen weer een kokertje en dit is tevens ter bescherming, zodat de vier nootjes die op de bloembodem rijpen dan vast blijven zitten.

De bladeren staan tegenover elkaar aan de vierkante stengels en zijn niervormig met een hartvormige voet. De randen zijn gekarteld en licht behaard. De plant heeft een sterke, kruidige geur. En dat kan je ook uittesten als je het blad kneuzen zal dan ruik je vast een pepermuntachtige geur ruiken. En ook dit blad werkt zeer verkoelend als jij je eens hebt geprikt aan een brandnetel. En dat gebeurd mij best soms veel als ik een klein insect op de foto wilt zetten en daarom neem ik ook altijd wat van dit kruid mee bij een wandeling als ik het ziet staan. Het is niet dus alleen de weegbree die ook heel goed helpt tegen brandnetel jeuk.

Hondsdraf vind je vaak in de buurt van brandnetels net als de weegbree. Moeder natuur heeft hierover best goed nagedacht voordat ze de brandnetel en hondsdraf samen lieten opgroeien. Deze drie stimuleren ook elkaar om te groeien. Het is nu eenmaal zo dat vele insecten de brandnetel ook hebben gekozen als de waardplant en ja dan kan het gebeuren dat het blad je huid aanraakt om zo zijn aanval aan jou zal geven als jij te dichtbij komt. Dus pluk altijd deze kruiden en je bent zo van de jeuk af.

Hondsdraf - Glechoma hederacea met weetjes

Wat ook zo typisch is voor de hondsdraf is zijn de spreidende groeiwijze, de plant kruipt eerst over de bodem en wortelt dan vanuit de knopen wat ondiep in de bodem. Op die manier wordt het licht optimaal opgevangen door het plantje. De blaadjes, die sterk geuren bij aanraking, zijn tegenover elkaar staand en rondachtig, en ook wat niervormig met gekartelde bladranden. De bovenkant is glanzend donkergroen, de onderkant is dofgroen tot soms mat roodachtig. Bij niet te veel zonlicht is deze wel op zijn mooist.

Dit kruidachtige plantje heeft zoals ik al eerder schreef verschillende leefgebieden zoals in bossen, bosranden, akkers, omgewerkte grond, bermen, oude muren -waar ze ook graag tegen klimmen - en ook in plantsoenen als de grond maar voedzaam is. Hondsdraf groeit namelijk heel graag op wat vochtige grond maar houdt daarbij ook wel van wat schaduw. De toppen van de bloeiende takken gaan na de bloeitijd vaak liggen en gaan later opnieuw wortelen en groeien dan zo weer verder. De bladen aan de kruipende stengel blijven ook in de winter leven. Een ideale bodembedekker dus en soms ook een schuilplaats voor andere insecten die ondergronds leven of zich willen verschuilen tussen de bladeren. Een vaste bezoeker is ook de

Elke knoop is verankerd door een bundel wortels. De lengte van zo'n snoer kan meer dan een meter wezen met de uitlopers naar alle kanten. De kleur en vorm van de bloemen en de vorm van het blad gaf mij ook wel een oogstrelend geheel, vooral als ze van die grote plakkaten vormen. En de minuscule kleine violetblauwe lipbloempjes trekken daarbij ook vele insecten aan zoals vlinders, bijen, wilde bijen en hommels en wat dus ook weer goed is voor onze natuur.

De wetenschappelijke naam geven aanwijzingen voor een aantal eigenschappen: Glechoma komt overeen met het Griekse glechon, een geslacht van bloeiende planten met een verwijzing naar de pepermuntachtige geur die vrijkomt bij het kneuzen van het blad. Probeer het maar eens en dan zal je de geur kunnen ruiken. Hederacea komt van het Griekse hedera, klimopachtig. Dit omdat de bladeren lijken op die van de klimop en ook het groeigedrag (kruipen en klimmen) aan de klimop doet denken. Het draf-gedeelte van de Nederlandse naam is verwant aan ‘reve’ en betekent rank. Dit vanwege de lange uitlopers over de grond. En ze groeien overal en zelfs in deze oude boomstronk.

Hondsdraf - Glechoma hederacea met weetjes

Dit plantje komt vaak in 2 verschillende vormen voor, de ene bezit volkomen 2-slachtige bloemen met grotere bloemkronen en de tweede soort heeft meestal kleinere bloemkronen en onontwikkelde meeldraden. Maar met goed ontwikkelde stijlen en deze bloemen zijn ook vrouwelijk. In menig tuincentra kan je dit plantje kopen mocht jij het ook eens in je tuin zal willen hebben. Die je vast ook wel kent is de Hondsdraf- Glechoma hederacea 'Variegata'. Dat is ook een mooi soort die als bodembedekking goed zijn werk zal doen. Dit soort is bijzonder geschikt voor verwildering en ook als onder beplanting. Het blad is witbont en de bloeikleur is ook mooi violet; de plant bloeit al vrij vroeg (april) en is daarom wellicht ook wel een mooie bodembedekking en verrijking voor in jouw tuin. Zie dit plantje dus aan voor onkruid als jij het eens zal zien want dan is dit door verstuiving wellicht bij jou in de tuin terecht gekomen.

Hondsdraf is ook een geneeskrachtig kruid en de werking is zowel in- als uitwendig zuiverend, verkoelend en rustgevend. vocht-afdrijvend en daarbij ook nog eens wond helend. Het verse kruid geeft door haar bittere stof ook daarbij een betere eetlust mocht je dit niet hebben. De plant kan vers of gedroogd, worden gebruikt.
Drogen kan je snel in de zon, of in een goed geluchte ruimte. Het smaakt lekker in o.a. salades en de geur is ook heerlijk. Jonge hondsdraf blaadjes kun je ook als spinazie eten. Maar hondsdraf moet je echter niet teveel van eten. Enkele blaadjes zijn heel gezond maar meer dan 50 gram wordt wel erg afgeraden aangezien je dan teveel toxische stoffen binnen krijgt die de gezondheid schaden. Het bevat namelijk ook veel looizuur en salpeterzure kali.

Je kunt ook thee maken van het blad, dan droog je eerst het kruid. Vervolgens kun je dan van een eetlepel gedroogde hondsdraf een kopje thee zetten. Het helpt goed tegen hoest en bronchitis en voor andere luchtweg klachten. Wie ook eens de hondsdraf wilt gaan gebruiken om er thee van te zetten doet er goed aan om de blaadjes dan in de lente te plukken. Zoals bij veel kruiden zitten er in het voorjaar meer werkzame stoffen in. Vooral de jonge blaadjes zijn gezond. Kruiden zijn in het voorjaar over het algemeen sterker van werking, wat goed uitkomt voor de mensen aangezien je dan ook wat kan aansterken van een winter waarin weinig verse kruiden te vinden waren. Zo wordt mede de voorjaarsvermoeidheid ook wat verdreven. En er dan een scheutje verse honing bij doen is helemaal lekker bij de thee.

En heb je eens mee-eters op je huid dan kan je ook een hondsdraf-kompres maken. Met ongeveer 15-25 gram gedroogd kruid hoef je het slechts 3 minuten te laten trekken in warm water. en dan op de huid leggen waar jij ze hebt.

En zo lees je wel weer dat ook dit plantje vele mogelijkheden bezit net als dat je veel kruiden gewoon in de natuur kan vinden of eens bloemen, paddenstoelen die heerlijk zijn te gebruiken in een gerecht. In de natuur kan je echt heel veel gratis vinden en het is soms ook wel de apotheek en/of kruidenwinkel te noemen van moeder natuur. Het hele jaar valt er wel iets voor het eten en drinken uit de natuur te halen. 

En het is gratis en ook heel gezond, en op deze website vind je nog veel meer kruiden die je kan gebruiken voor verschillende doeleinden. Probeer de labels maar eens uit en zie dan waar jij op stuit.

Dank je wel voor je bezoek en het lezen van dit wellicht ook wel informatieve schrijven.
Op deze website kan je veel leren en lezen met mooie weetjes en feiten uit de natuur.
Wees dus altijd welkom om meer te lezen wat ik ook met jou graag wilt delen. 

En deze link brengt je naar mijn persoonlijke website- Gedichten en verhalen uit leven en dat brengt jou naar een schrijven die jij vast ook wel interessant zal vinden want ook daar staat een recept erbij voor jou met meer mooie weetjes wat je wellicht niet wist: 
japanse-sierkwee-dwergkwee-chaenomeles

Fotografie © Tine de Jong-2020

Bedankt voor je bezoek, natuur groetjes van mij.

donderdag 23 april 2020

Klein hoefblad - Tussilago farfara

Klein hoefblad - Tussilago farfara  , catherinetine.blogspot.com

De natuur heeft ons veel te bieden en vele kruiden kan je er ook in vinden. Zo ook deze wilde bloem - Klein hoefblad- Tussilago farfara-die vaak worden aangezien voor een paardenbloem. Maar het is het Kleine hoefblad - Tussilago farfara en wordt ongeveer 30 centimeter hoog en heeft ook gele bloemen. En deze behoort ook tot de composietenfamilie.

Je kan deze al heel vroeg in het voorjaar in maart en april tegenkomen. Maar als het in februari al mooi weer is dan zijn het de eerste bloemen die je kan zien. Het groeit als een groep in bermen maar ook op hellingen en soms zie je hen ook in het gras iets nabij de waterkant.  

Zoals ik -Tine- deze onlangs tegenkwam in het nationale park -de Biesbosch net voorbij het bezoekerscentrum aan de waterkant. Het klein hoefblad is een composiet en tevens een naaktbloeier want als de bloem is uitgebloeid komen pas de bladeren die wat op een paardenhoef lijken. Vandaar waarschijnlijk dus ook de naam die men gaf van het kleine hoefblad. Wat ook wel een leuk weetje zal zijn is dat de bloemen zich pas openen in de volle zon en dat de bloemen weer gaan sluiten als het regent.

De bloemen verschijnen altijd voor de bladeren en de bloeistengels dragen maar één bloemhoofdje. Het gele, eerst opgerichte, maar later een knikkende hoofdje en is 2-3 cm. De bloemen hebben buisbloemen en zeer smalle vrouwelijke lintbloemen. De vrouwelijke bloemen hebben een onderstandig vruchtbeginsel met stijl en twee stempels. De omwindsel bladen staan in één rij. Verder heeft deze plant vingerdikke, geschubde en een kruipende wortelstok met lange ondergrondse uitlopers tot meer dan 1 meter. Uit de wortelstokken komen een aantal bloemstelen te voorschijn met schubben. De viltige gegroefde bloemsteel of stengel ziet er bijzonder uit. De groene stengel is bezet met half stengel omvattende schubben. Groen tot rood, spits met toelopende schubben.

De benaming 'klein' is ook het verschil met het groot hoefblad. Want deze bladeren zijn ook veel groter. Hier heb ik al eens over geschreven en dat kan je hier lezen als je op de link drukt of klikt, mocht je het nog niet hebben ontmoet: Groot hoefblad-petasites

De botanische naam Tussilago is afgeleid van 'tussis' wat hoesten betekent en 'agere' betekent verdrijven. Het verdrijft dus de hoest waar het kruid ook vroeger al veel voor gebruikt werd. De Nederlandse naam hoefblad kan misschien ook wel een verbastering zijn in de loop der jaren van de benaming hoestblad. Door de eeuwen heen werd deze wilde plant ook gezien als de terugkomst van de zon. En werd het klein hoefblad ook gebruikt bij diverse rituelen die de zon verwelkomen. Farfara is afgeleid van het Latijnse far (meel) en fero (dragen).

Het kleine hoefblad kent ook andere benamingen die jij wellicht ook wel kent en dat is onder andere -Dauwkool, Ezelspoot, Hoevenblaren, Paardehoef, Sinte-Katrijnskruid.

Het plantje en blad is niet alleen goed voor de mens, maar ook voor de grond. Want ik las onlangs als er bv vervuiling in de grond zal zitten dat het Klein Hoefblad dan in staat is om het chemische vuil op te nemen en te vernietigen en dus is dit plantje ook wel een goede milieureiniger te noemen. Wellicht ook wel een tip om deze ook zelf in je tuin te zetten mocht jij soms vervuilde grond hebben.

De zaden van het kleine hoefblad zijn heel dun en cilindervormig en worden tot 1 cm lang. Het vruchtpluis bestaat uit enige kransen van zijdeachtige mooie sneeuwwitte haren, die ongeveer drie keer zo lang zijn als de zaadjes. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig. Helaas hier geen foto van want ze waren nog mooi in bloei toen ik hen zo gezellig samen zag staan.

Elke bloemstengel draagt ook één goudgeel bloemhoofdje met een doorsnee van 2-3 cm. Een krans van wel 300 draadvormige vrouwelijke lintbloemen. Het hart van de bloem bestaat uit buisbloemen, die zich mannelijk gedragen en waarbij de buis weer uitloopt in een vijfpuntig sterretje.

Dieren weten wel dat de plant giftige stoffen bevat want door de meeste zoogdieren wordt de plant ook niet gegeten. Maar Het klein hoefblad wordt wel bezocht door de diverse solitaire bijen zoals de grasbij, vierbandgroefbij, koolzwarte zandbij, pluimvoetbij en tronkenbij. De bloemen leveren alleen stuifmeel en geen nectar.De honderden bloemetjes in het bloemhoofdje hebben dus veel bijen nodig om bestoven te worden.
Klein hoefblad - Tussilago farfara  , catherinetine.blogspot.com

In de Middeleeuwen was de naam van het kleine hoefblad Flius ane patrem. Het betekent: de zoon vóór de vader. Ook werd het gebruikt als verfstof, het gaf een geelgroene kleur. Maar ook werd het gezien als een van de belangrijkste geneeskruiden bij aandoeningen als hoest, astma en bronchitis. Men gebruikte het blad opgerold als een rookgenot maar dat is nu wel af te raden want roken is zo wie zo erg ongezond. En het is tevens gevaarlijk en kankerverwekkend als je dit onbewerkt zal doen.

De bladeren worden gebruikt als omslagen bij gewrichtsproblemen en reumatische aandoeningen. Dus je kan wel merken dat in de natuur veel is te vinden wat je goed kan gebruiken bij allerlei doeleinden. Maar je moet er wel enige verstand van hebben om wat uit de natuur te halen. En ik leer steeds meer bij en jij vast ook door mijn schrijven en het delen van menige foto of andere informatie wat hier op deze website zoal staat.

Jaren achtereen heeft men tincturen gemaakt van de wortel voor bovengenoemde klachten. Een tinctuur is een alcoholische oplossing en werkt meestal nog sterker dan het verse kruid. Helaas mag het in Nederland niet meer verkocht worden omdat men toch meer vertrouwen heeft in de door de mens gemaakte synthetische medicijnen. En veel natuurkruiden kan je ook kopen in menig reformwinkel waaronder ook waar het kleine hoefblad is in verwerkt. Maar er zijn nog veel mensen die het zelf maken want ik zag hier ook enige filmpjes van op het internet.

Dat is erg jammer, maar het blad en de bloem van klein hoefblad mogen nog wel worden gegeten. Alle bovengrondse delen zijn een bron van vitaminen en mineralen en bevatten stoffen die de spijsvertering stimuleren. Ze kunnen fijn gesnipperd worden in een salade. De bladeren kunnen ook gekookt worden, zoals in een stamppot of soep.

Alleen het jonge blad is lekker. Later in het seizoen wordt het blad taai en wordt er alleen thee van gemaakt wat een beetje naar drop smaakt. Tenminste dat is mijn mening maar ook proefde ik wat pepermuntachtig erin. 

Maar let op want voor vrouwen die zwanger zijn is het drinken van deze thee niet aan te raden daar de pyrrolizidine-alkaloïden die erin zitten schadelijk en gevaarlijk kunnen zijn voor het kind. Doe dit echter ook op kuurbasis want bij langdurig dagelijks gebruik kan dit wel voor bijwerkingen gaan zorgen.

De smaak van de bladeren is wel enigszins bitter maar de bitterheid verdwijnt ook vaak wat na het koken. De bladeren kan je ook drogen en dan gaan verpulveren en kunnen ook als zoutvervanging worden gebruikt.

En als je alleen de bloemen gebruikt dan is het met wat honing erin gegoten erg lekker. En zo ontvang je dan een frisse bloemenhoning. Maar het heeft wel tijd nodig voordat je dit kan eten. Onderin lees je nog enkele tips met recepten wil je dit ook eens zelf gaan maken.

De wortels van het kleine hoefblad kunnen ook versuikerd worden door deze lange tijd in siroop te bewaren. Van het blad kan ook een papje worden gemaakt die je op de huid kunt bevestigen bij huidklachten. Het helpt tevens tegen het kruid bij eczeem, zweren en insectenbeten. en zoals al geschreven zeker als je bultjes ontvangt van een brandnetel.

Voor stamppot of gestoofd is dit ook te gebruiken.

Dit zal je ook eens kunnen uitproberen om het zelf te maken.

Recept wat ik vond in oud kruidenboek van Maria Treben- De apotheek van God

In een aarden pot of een weckglas doet men afwisselend een laag bladeren en een laag rietsuiker. Dan even wachten totdat het wat samen is vermengd en vult het daarna bij totdat de pot vol is. Dan de pot goed afdekken met drie lagen perkament of cellofaan en stopt dan de pot goed dichtgebonden in de aarde van de tuin op een veilige plaats. 

 Leg er dan een plank over en dekt dan alles toe met aarde. De gelijkmatige warmte van de aarde doet dan een gistingsproces op gang komen dat na acht weken voltooid is. Dan graaft men de pot weer op en kookt dan het hoefbladsiroop één- of tweemaal op. 

Afgekoeld doet men deze siroop in breedhalzige flessen, die in de winter de beste remedie is tegen griep. Men gebruikt dan telkens een theelepel van deze siroop.

Op www.kruidengeheimen.nl vond ik een recept van Andrea Bleeker om een heerlijke voorjaarssalade te maken en zet deze erbij voor jou

Recept voorjaarssalade

Nodig:

Eetbare bladeren, zoals blad van de paardenbloem, zevenblad, daslook, smeerwortel, duizendblad, brandnetel, valeriaan, etc.
Eventueel eetbare bloemetjes van klein hoefblad, rode klaver, paardenbloem, madeliefje etc.
Stengel bleekselderij, paprika en/of appel
Koude gekookte bietjes
Fetakaas
Sesamzaad
Zoetzuur (bijvoorbeeld augurken) met een paar eetlepels sap
Een eetlepel honing

Snij alles fijn en dan samen mengen.

Informatie uit mijn vele natuurboeken en uit boek eten

Fotografie en tekst geschreven door © Tine de Jong

Bedankt voor je bezoek en om gezellig mijn schrijven te komen lezen.

Ik wens je veel leesplezier en tot een andermaal met wellicht weer een mooi informatieve verhaal. Wees ook welkom op mijn persoonlijke website waar je ook veel kan ontmoeten met berichten uit de natuur en nog veel meer.
Gedichten en verhalen uit leven

En wellicht vind je dit ook wel interessant om te lezen? japanse-sierkwee-dwergkwee-chaenomeles