vrijdag 23 augustus 2019

Roodkopvuurkever - Pyrochroa serraticornis

Roodkopvuurkever - Pyrochroa serraticornis, catherinetine.blogspot.com

De roodkopvuurkever komt de laatste tijd minder veel voor waar ik meestal wandel. Want  vroeger zag ik er hier veel meer. De kever is meer gebonden aan wilgenbroekbossen. En die zijn er wel maar toch merk ik toch ook wel wat teruggang van deze mooie kever. 

Er komen in Nederland dacht ik maar twee soorten voor. Ik heb van een natuurvriend gehoord dat er in Duitsland drie soorten voorkomen: de derde soort is de kleine vuurkever / oranje vuurkever (Schizotus pectinicornis). Deze heb ik zelf nog niet zelf gezien bij mijn natuurwandelingen.

Over de zwartkop heb ik al eens geschreven op deze website maar nog niet over deze rode mooie Roodkopvuurkever- Pyrochroa serraticornis die ook wel een blogschrijven verdiend. Want het is ook een insect wat interessant is als je van kevers mooi zal vinden.

En er zijn best veel keversoorten en als ik er dan wat ontmoet wil ik er ook graag meer over weten en erover schrijven. Meeste mensen vinden kevers maar enge dieren maar als je hen goed bekijkt en zijn levenswijze bestudeerd dan kom je erachter dat het best wel mooie insecten zijn.
Herkenning

Deze roodkopvuurkever kan je herkennen door de mooie vorm van de antennes maar ook aan zijn kleur. En zij worden ook weleens de karmozijn- of kardinaalkevers genoemd en zij behoren door hun rode kleur tot de meest opvallende kevers in onze prachtige natuur. Op open plekken , in het bos en langs de boskant van de weg kan je hen ook tegenkomen.

De roodkopvuurkever onderscheidt zich door zijn rode kop van de zwartkopvuurkever, die bovendien ook een mooie felle kleur heeft. Zijn lijf is zwart, maar van boven is hij donker steenrood, maar in de zon lijkt het wel of er een goudachtige glans over zijn lijf is verspreid en een heel fijne beharing is soms dan ook wel zichtbaar. Ze zijn met hun lengte van 14 tot 18 millimeter best wel groot. Er zijn er zelfs gezien tot 20 mm.

De tamelijk lange zwarte sprieten zijn gekamd of gezaagd, doordat acht van de elf leden voorzien zijn van een uitsteeksel. De tanden van die zaagsprieten zijn bij het mannetje langer dan bij het vrouwtje. Niet alleen door hun kleur onderscheiden de vuurkevers zich direct van de weekschildkevers of soldaatjes waar ze oppervlakkig op lijken. 

Kop en hals-schild zijn duidelijk minder breed dan de dekschilden, die het hele achterlijf bedekken en bij de schouders smaller zijn dan aan het eind. Mocht je bij die kenmerken nog twijfelen, dan geven de zaagsprieten de doorslag.

Roodkopvuurkever - Pyrochroa serraticornis

Deze kever ontmoette ik eenzaam en alleen op een oude boomstronk in het Kortlandbos -wat ook een perceel is van het Alblasserbos- in de Alblasserwaard- gemeente Molenlanden. Er zaten ook enige schorsen los maar daar vond ik helaas niets onder dan slechts wat pissebedden. Zij leven in vochtig dood hout in zelfgemaakte of reeds bestaande gangen. Wellicht zocht deze kever een plek om de eitjes te leggen in de schors beneden de stam die wat open was.

Soms komt er ook een netwerk van witte of kleurloze draden te voorschijn als je eens een schors voorzichtig los haalt en dat is het mycelium ook wel hyfen genoemd van een zwam die dan bezig is het hout te verteren. Op hun beurt vormen die schimmeldraden het voedsel van pissebedden, miljoenpoten en ook van de naaktslakjes. Uit het mycelium kunnen dus de vruchtlichamen van schimmels zoals paddenstoelen groeien. De hyfen zijn ook een belangrijke voedselbron voor insecten en andere ongewervelden. 

Zie foto's alleen zijn ze niet zo goed want er stonden veel brandnetels en had geen zin om erge jeuk te ontvangen dus heb ik geprobeerd het wat dichtbij te halen. Maar zo kan je wel zien wat er bedoeld wordt met de hyfen/schimmels.


Schimmels wordt vaak geassocieerd met vieze dingen, maar vergeet niet dat elke champignon die je in je mond stopt, ook een schimmel is. Sommige schimmels zijn best lekker. Onder andere ook de Gele Zwavelzwam - Laetiporus sulphureus in het begin stadia, en schimmels ruimen alles op in de natuur.

Soms moet je ook maar eens kijken onder oude boomschorsen want je kan soms echt wel insecten tegenkomen. Maar leg deze dan wel weer terug zodat je het leven van hen niet zal verstoren. In het molm van holle bomen kan je ook soms met een vergrootglas uitwerpselen, verpoppingskamers en resten van gestorven kevers zien. De larven van de roodkopvuurkevers leven in rottend hout en ook veel langer dan de volwassen insecten.

Wist jij trouwens dat de larven er ook minstens twee jaar over doen, voordat ze drie en een halve centimeter lang zijn en gereed om zich dan te gaan verpoppen. Dat gebeurt dan in mei en ook onder de schors. Een maand later komen de kevers dan te voorschijn.  Hier een foto van zo een larve want die zien er ook wel heel mooi uit.

 De larven voeden zich roofzuchtig op andere larven, voornamelijk ongedierte. De verpopping vindt plaats na 2-3 jaar, zodat in het volgende voorjaar een nieuwe generatie vuurkevers kan uitkomen mits ze niet opgegeten zijn door andere insecten. 

Daarom is het zo goed om rottend hout te laten leggen want menig insect maakt er gebruik van. Maar ook even vermelden dat als je eens een boom om zaagt dat je ook goed moet kijken of er geen kevers of larven inzitten. En dan kan je bijvoorbeeld ook de stronk rechtop zetten en afdekken met een plank of met wat oude schorsen zodat er dan meer kans bestaat dat de larven en andere kevers kunnen overleven en zich zo ook weer andere gangen kunnen maken om zich er in voort te planten. En op deze manier kan het kevertje voortleven en wellicht ook verder zich gaan verspreiden. Want ook met de kevers in het algemeen gezien is het slecht gesteld.

Als het slecht weer is verschuilen de kevers zich onder losse schorsen, maar als het warm en droog is, lopen ze druk heen en weer en zijn ze vooral te vinden op dode bomen en vermolmde stronken. Overdag blijven ze in de schaduw, maar 's ochtends vroeg, als de zon net boven de horizon komt, zitten ze soms stil op de bladeren van brandnetels en andere grote planten in bosranden. En het leven van zo een vuurkever is maar kort want ze leven maar een paar weken.

Net als de weekschildkevers bezoeken ze graag hun waardplanten zoals de witte schermen van het fluitenkruid- Anthriscus sylvestris, berenklauw en andere schermbloemen. Met hun korte tong kunnen ze gemakkelijk bij de ondiep liggende nectar komen. Nectar en pollen staan ​​op het menu van de volwassen kevers. Het hoofdvoedsel bestaat uit insecten en kunnen ook soms soortgenoten wezen. Ze houden ook van zoete sappen zoals berkensap maar ook van honingdauw luizen en insectenlarven. Zoals je leest is hun voedselbron best wel uitgebreid.

Voordat zij gaan paren hebben zij deze energiebron wel nodig. De mannetjes sterven zodra ze hun plicht hebben vervuld. En de vrouwtjes kruipen weer onder de schors om eitjes te leggen, waarna ze ook weer doodgaan. Voor een vuurkever is er dus niet echt veel aan om volwassen te zijn.

De vuurkevers zijn ook wel eigenlijk kannibalen te noemen, want menige insectenkundigen die hier onderzoek naar deden lieten er geen twijfel over bestaan -las in een boek- dat ze leven van andere insecten die ze onder de loszittende schors tegenkomen. In hun enorme vraatzucht eten ze soms zelfs elkaar op, als ze geen andere prooi kunnen vinden. 

Nou dat noemen ze dus in de insectenwereld broederliefde. De kleine kevers zijn niet giftig, dus je hoeft ze niet te bestrijden. Omdat de larven van de roodharige vuurvlieg ook schorskevers aanvallen, zijn ze van groot belang voor de bosbouw.

Het is dus eten of ook gegeten worden. Maar dat is nu eenmaal de natuur. En de natuur is nu eenmaal wonderbaarlijk en zit vol geheimen die we zeker nog niet allemaal ontdekt hebben. Trek dus je wandelschoenen eens aan en ga heerlijk de natuur in en ook op ontdekking en zie wat jij dan allemaal kan ontmoeten.

Blog geschreven met eigen fotografie © 2019 Tine de Jong Alle rechten voorbehouden

Een filmpje erbij gefilmd door David Element van de mooie Roodkopvuurkever Pyrochroa serraticornis / Rotköpfige Feuerkäfer/ Red-headed Cardinal Beetles waar je ook goed de antennes kan zien en een paring:


woensdag 31 juli 2019

Weetjes over de Paardenbloem - Taraxacum officinale


Ditmaal ga ik eens schrijven over een bekende bloem die je overal wel ziet verschijnen en dat is de paardenbloem- Taraxacum officinale. Het is een bloem met een verhaal maar die ook een verleden kent en daarbij geneeskrachtig kan zijn. Wellicht ook al veel over geschreven door menig mens, maar ik heb wellicht enkele weetjes wat je dan misschien nog niet wist. Ik had op dit blog er nog niet over geschreven en ja wat ik zoal ontmoet daar schrijf ik meestal over. 

En nu is dan ook eens de paardenbloem aan de beurt. De groeitijd is wel over maar ik moest nog wat erover opzoeken en ook wat uitwerken en daarom is het blog wat te laat. Maar je kan het altijd lezen en als ze dan weer verschijnen weet jij er al aardig wat van toch? En heb je ook wat tips wat je zoal met de paardenbloemen kan doen.

Ik vind het altijd ook zo een prachtig gezicht als ze in vele getallen weer komen langs de bermen en in het grasveld. En steeds weer kan ik ervan genieten. Totdat de onrustzaaier komt zoals ik de grasmaaier noemt en alles dan weer is verdwenen en dat vind ik niet zo leuk. En menige insecten ook niet en die zijn al zo weinig te zien. Ook dit jaar alweer minder vlindersoorten en insecten die er vroeger wel waren zie je ook al niet meer. En dat ligt niet alleen maar aan de klimaatverandering hoor. Mensen gebruiken sommige zaken die het voor insecten niet gemakkelijk maken.

Weetjes over de Paardenbloem - Taraxacum officinale
Paardenbloemen komen overal ter wereld wel voor en is vooral te vinden op gras- en weilanden en ook veel te zien langs de bermen. De kale bloembodem van een hoofdje lijkt op een kussen. De Paardenbloem heeft aan elke stengel maar 1 bloemhoofdje en er zijn ook heel veel soorten. De stengel is hol en draagt ook melksap die wel licht giftig is. En een weetje voor jou is, dat de plant ook vol zit met vitaminen A, B en C. je kunt trouwens de gehele paardenbloem eten van wortel, bladeren tot bloem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog aten mensen ook vele paardenbloemen als een wilde groente.

Ik kocht onlangs een boekje over "Wilde planten eten uit de natuur" bij de kringloop en ook een boekje "De kruidentuin" en daar heb ik best wel veel van opgestoken. Er staan ook allerlei recepten in die ik zeker ook eens een keer uit gaat proberen. De oorsprong van de paardenbloem ligt wijd gespreid en is namelijk in zowel Azië, als in Afrika en geheel Europa wel te zien. En is wellicht ook door toedoen van de mens zo ver verspreid. Want wie blaast nu niet eens een keer aan deze mooie pluizenbol als deze is uitgebloeid. Als kind vond ik altijd reuze leuk en deed dit ook heel vaak en soms doe ik het nog weleens. Vroeger werd mij als kind verteld dat als je alle zaadjes in een adem kunt wegblazen dat ik dan ook een wens mocht doen. En dat deze wellicht ook uitkwam. Wat mijn wens toen was dat weet ik niet meer.

Deed jij dit ook als kind en nu nog weleens?? Het wegvliegen van de paardenbloem zaadjes door de wind of als je ertegen blaast, staat ook symbolisch voor vrijheid en nog meer betekenissen. Wat verder in mijn schrijven kan je er meer over lezen wat ermee bedoeld wordt.

De bloem behoort tot de composieten of samengestelde bloemen. Oppervlakkig gezien is het een bloem, maar in werkelijkheid bestaat hij uit meerdere kleinere bloempjes te samen. Men zegt dat het onkruid is maar dat is deze dus echt helemaal niet. Deze bloem heeft zoveel goede eigenschappen dat je deze niet mag benoemen als onkruid wat vele wel doen maar, daar hebben ze soms een reden voor en hierover ook later meer. 

De paardenbloem ziet er ook wel mooi uit als je deze eens van dichtbij al bekijken. De bloembodem van het hoofdje is zonder stroschubben; dit zijn doorzichtige schubben die tussen de bloemetjes bij een aantal composieten te vinden zijn. 

Weetjes over de Paardenbloem - Taraxacum officinale

Het hoofdje bevat honderden lintbloemen. Het omwindsel van het hoofdje is met vele rijtjes zaadjes voorzien en waarbij de blaadjes van de buitenste rijen ook korter zijn en vaak teruggeslagen.

Weetjes over de Paardenbloem - Taraxacum officinale

De verspreiding

De verspreiding van de zaadjes vinden dus plaats omdat de vrucht – als de vrucht rijp is- op de wind wordt gedragen door een vruchtpluis die ervoor zorgt dat hij wordt meegedragen door de wind. De paardenbloem (Taraxacum officinale) en Taraxacum erythrospermum zijn de soorten met het grootste verspreidingsgebied. Ieder apart bevrucht bloempje resulteert uiteindelijk in een zaadje. Deze zaadjes hebben een soort parachuutjes waarmee ze door de wind meegevoerd kunnen worden. Deze haren noemen we pappus. nu vraag jij jezelf vast af wat dat is. De pappus is de gereduceerde kelk bij de lintbloempjes van een plant van de composietenfamilie. Deze bestaat vaak uit een rij haren of schubben. Wanneer het zaad rijp is, groeit de pappus vaak uit tot vruchtpluis. Samen vormen de zaadjes dan de welbekende pluizenbollen. Ik zet ook even een plaatje erbij zodat je de groeistadia kan zien van deze sterke paardenbloem.

Deze sterke overlever heeft nog een ander weetje erbij voor jou, want hij vormt in de regel eigenlijk zaad zonder bestuiving. De plant is dus niet echt afhankelijk van insecten of de wind voor bevruchting. Al helpt de bloem wel extra mee eraan. Paardenbloemen worden dus ook weleens als de "planten zonder vader" genoemd. 

Wist jij trouwens ook dat Paardenbloemen zich pas ontplooien zich in de volle zon? In de namiddag sluiten de stralende gele bloemen zich weer wat om wat energie op te wekken en als de zon niet schijnt of als het regent blijven ze vrijwel gesloten en zie je slechts een klein geel randje aan de bovenkant.

De Paardenbloem( Taraxacum officinale) is ook een van de eerste bloemen die veel door verschillende soorten bijen worden bezocht. Maar ook vele andere insecten zoals vlinders is dit een goede waardplant. Helaas worden er ook vele er al weer vroeg er afgemaaid op vele graslanden, park grasvelden of weilanden en dat is helaas met vele bloemen zo die in een weiland of op een grasveld verschijnen. Natuurlijk hebben bijen wel meer nodig dan alleen de paardenbloem pollen, maar deze pollen geven hen wel de voeding die ze nodig hebben om weer op gang te komen.

Er zijn ook nog andere dieren zoals konijnen, wilde hazen, paarden, geiten, schapen die ook dol zijn op de paardenbloemen. Ook al wordt er soms geschreven dat bijvoorbeeld paarden helemaal niet van bitter eten houden en deze de bloemen niet zullen eten als ze deze eenmaal hebben geproefd. Maar hierover zijn de meningen dus ook wat verdeeld. En ik weet niet of het nu een feit of een fabel is dat men eens schreef dat ze er ziek van kunnen worden. Maar voordat er vragen over komen schrijf ik dit er maar even bij.
Paarden en de paardenbloemen

Weetjes over de paardenbloem/ Taraxacum officinala

Er zijn ook paarden die ze juist wel eten omdat zij wellicht weten dat het eten hiervan hun gezond houden. De bloemen hebben wel degelijk waardevolle eigenschappen die paarden ondersteunen met hun gezondheid. Het is namelijk goed voor een gezonde huidfunctie, een gezonde lever en/of gal functie. De bitterheid bevordert juist de spijsvertering van het paard en ook helpt het met afscheiden van de urine en ontlast tevens ook de maag. 

Het is wel belangrijk om de hoeveelheid niet te overdrijven als je zelf paardenbloem toevoegt aan het rantsoen. Dit geldt voornamelijk voor paarden met bepaalde stofwisselingsproblemen. En dit heeft te maken met de hoge concentratie aan voedingsstoffen die in een paardenbloem zitten. De hoeveelheid paardenbloem die je een paard mag geven hangt dus af van de gezondheid van je paard. Bekijk daarom per paard de behoefte en pas hierop de hoeveelheid aan.

Als er één plant is, die er heel goed tegen kan als dieren eraan knagen, dan is het wel de paardenbloem. Als hij helemaal wordt afgeknaagd zodat er geen blad meer te zien is, maakt de penwortel in de grond gewoon weer via de wortels knoppen aan en daaruit groeit dan weer de nieuwe plant. De paardenbloem heeft een lange penwortel die tientallen centimeters lang kunnen zijn.

Medicianale gebruik

Je kunt al zien aan de naam die ‘Taraxacum officinalis’ luidt waarbij ‘officinalis’ staat voor ‘geneeskrachtig’ en vroeger was de paardenbloem al zeer geliefd om zijn medisch gebruik. Ik zal er maar 2 noemen want dat is wat ik ook eens had gebruikt en wat ook hielp. Van het andere weet ik niet veel van. Het wortelsap wat ik eens had gemaakt heb ik eens gebruikt om wratten aan te stippen, die dan ook daarna vaak kleiner werden en zelfs verdwenen. En nu na jaren is de paardenbloem nog geliefd want je kan er heel veel mee doen. Wel altijd goed wassen want dat is wel een vereiste. En ze zeker niet plukken langs bermen waar veel verkeer langskomt maar waar ze vrijer staan en dus beetje schoner.

Je hebt vast ook weleens de naam brievenbesteller gehoord als men het over de paardenbloemen hadden. Deze naam is dus te danken aan de vruchtpluisjes die losgetrokken worden door de wind en deze dan als parachutes grote afstanden kunnen overbruggen. Soms wel meer als tien kilometer kunnen zij gaan. En in de zaadjes zitten ook kleine stofjes die eruit komen en die zijn ook weer nuttig voor de natuur. Ik zie ze nu ook regelmatig zweven als ik naar buiten kijkt. Dus ook de paardenbloemen helpen op hun manier mee aan onze natuur en dat wordt soms weleens vergeten. Dus onthoudt dat niet alle onkruid echt onkruid is, want sommige kan je ook gewoon eten. Als je eens twijfelt raadpleeg dan het internet of koop ook eens zo een wilde planten en bloemen boek met eten uit de natuur.

De pluisjes van zo een pluizenbol kan je ook voorzichtig in een bekertje doen en dan wat schudden en je zal zien dat slechts de zaadjes overblijven en die kan je ook weer zelf kan oogsten om zo een eigen kruidentuintje te maken. Maar als je een volière heb dan kan je de gedroogde zaadjes ook aan hen voeren want ook voor menige vogel is dit een waar lekkernij en ze zijn er gek op. Je kan ze ook plukken als de knoppen nog dicht zijn, maar praktisch op het punt staan op het punt van open springen.


En ze kunnen trouwens maaien wat ze willen want ze komen toch weer terug. Want door de sterke wortelstengels die ze niet weghalen met het maaien hebben zij ook weer de kans om te gaan groeien. Vandaar dat paardenbloemen dus zo moeilijk uit de tuinen zijn te verwijderen en dus ook wel eens sterk onkruid genoemd worden. Je kan dus wel maaien maar dan heb je de wortels niet te pakken en voor je het weet staan ze er weer. De paardenbloemen laten zich niet zo snel verjagen en zijn dus ook wel overlevers te noemen en laten zien dat ze kracht bezitten.

Veel tuiniers zijn dan ook elk jaar weer opnieuw soms lange tijden bezig om ze uit hun tuin te verwijderen. Weghalen van paardenbloemen werkt vaak ook averechts: de paardenbloem is afhankelijk van grond roering om dan weer te gaan kiemen. Elk stukje wortel dat achterblijft, kan toch weer uitlopen en een plant worden. Als je een paardenbloem schoffelt, breek je de wortel vaak in verscheidene stukjes. 

Waar je één plant denkt te hebben weg geschoffeld, verschijnt na een tijdje weer een hele groep. Dan zal je de hele tuin om moeten gaan spitten en alle wortels verwijderen wat heel veel werk is. En met zo een pijnworteltrekker trek je ook niet echt de gehele wortel eruit want er blijft altijd wat achter al denk jij echt alles te hebben. kleine tip voor jou dan even erbij: wil je niet dat hij zich verder uitzaait in je tuin, knip dan de bloemen direct na de bloei -dus voor de zaadzetting -dan af.

Maar het is dan ook wel leuk om te weten dat de plant ook bewust wordt gekweekt. Er zijn zelfs al menige zaadfirma's waar je paardenbloemzaden kan bestellen want zij vinden dat deze beter is dan de wilde paardenbloemen. Maar dat is bij elk mens verschillend hoe men erover denkt. En in diverse reform en kruidenwinkels kan je ook thee, zalfjes etc kopen waar de geneeskrachtige kruid is in verwerkt. Voor allerlei kwaaltjes is er wel een middel.

Er schijnt trouwens ook een biertje met de naam Pissenlit (op zijn Frans)te zijn waar ook ingrediënten van de paardenbloem in is verwerkt. Misschien eens het proberen waard want dit biertje heb ik ook nog nooit gedronken of eens ergens geproefd in zo een proeflokaal.

Dus in plaats van hen allen uit je tuin te verwijderen kan je er ook eens over na gaan denken om de paardenbloemen te gaan gebruiken. Ze deden het vroeger ook al en het is gratis en nog gezond ook. In enkele natuurboeken uit mijn collectie las ik ook dat men al in 1885 in Frankrijk vier of meer soorten paardenbloemen te koop waren. Ze werden toen ook als' molsla' gegeten. Heel vroeger werd in de lente ook in molshopen naar gebleekte paardenbloembladeren gezocht, vandaar het ontstaan van de naam.

Toen deden zij het op deze manier: Er werd een jonge plant van een paardenbloem toen met een schep aarde bedekt. In het donker werden de bloemen dan "gebleekt". Na enige tijd werden deze weer opgezocht en als men ze dan gingen eten werden de jonge gebleekte bladeren met wat olie, azijn en met een lente-uitje op smaak gebracht en zo als groente gegeten.

Je kan het ook zelf doen, door de bladeren te overdekken met zand, waardoor ze ook gaan verbleken (ze worden dan geel). En zo maak jij je eigen molsla. Het is het jonge blad van de paardenbloem wat je dan gebruikt. De molsla blijkt ook gezonder te zijn dan de gewone sla. In vergelijking met een kropsla bevat de paardenbloem drie keer zoveel vitamine A, meer dan drie keer het gehalte aan eiwitten en meer dan twee keer zoveel ijzer, calcium en fosfor.

Molsla wordt ook op diverse markten in Europa als malse voorjaarsgroente aangeboden. Maar in Nederland of België ben ik deze nog niet tegen gekomen maar ik haal het wel gratis uit de natuur als ik weer een natuurwandeling zal maken. Ik kom trouwens altijd wel met wat kruiden thuis.

Je kan ook de wortels voorzichtig uit het wild opgraven en dan te gaan herplanten voor eigen gebruik. Maar bedank wel dat de lange penwortel moeilijk ongeschonden uit de grond is te halen en dat verklaart dan ook weer waarom paardenbloemen zo lastig zijn weg te krijgen uit je tuin maar met beleid is alles mogelijk. Soms moet je diep gaan om iets te bereiken. Zelf ook al meerdere malen gedaan en geduld is daarbij ook een schone zaak. En met geduld wordt je mandje gevuld.

Je kunt elke dag ook eens een paar blaadjes door je maaltijd heen mengen. Dat is erg goed voor de lever en de bladeren zijn het hele jaar te gebruiken. Het blad smaakt een beetje naar rauwe andijvie of rauwe witlof. Van maart tot juni zijn de bladeren te plukken en zijn dan lekker in verschillende salades. Als je ze in de lente zal plukken zijn ze nog niet zo bitter. In de zomer komt dit wel veel voor want dan zijn de bladeren ook al wat ouder, maar de bittere smaak is te verminderen door de bladeren dan even in wat water te leggen of fijn te snijden en in het zout te leggen. Wat ik zelf meestal doet is de bladeren dan even koken na een goede wasbeurt. Maar rauw zijn ze ook lekker in verschillende salade's. En als je rauwe witlof lust dan lust je dit vast ook wel. Het ziet er een beetje uit dan, als het ouderwetse snijbiet wat je vast ook nog wel kent. En voor de bitterheid kan je dan wat frambozenazijn toevoegen of wat citroenen uitknijpen

Gebruik van de stengels en bloemen

Van de stengels kun je ook nog eens prachtige krullen maken. Deze kan je dan als decoratie gebruiken. En dat doe je zo: Pluk de paardenbloemen en maak lange inkepingen in de stengels vanaf de onder- of bovenkant. Leg de stengels in warm water. En de stengels krullen op. Maar je kan er nog veel meer mee. Snij de stengels met het blad dwars door en kook deze als spinazie maar dan even kort en dan wellicht wat linzen erbij of witte bonen en met rijst of aardappelen erbij heb je ook snel al een heerlijk gerecht.

Bloemen zonder groene bladeren zijn ook te gebruiken als decoratie op desserts en salades. Het bloemhoofdje kan worden gegeten, maar is ook een lekker ingrediënt in thee. Hier heb ik nog een recept voor je, mocht je het eens willen maken. 

Ben jij ook een wildplukker pluk dan wel de paardenbloemen op een plaats waar je zeker bent dat er geen giftige stoffen of onkruidverdelgers worden gebruikt. Na het wassen laat je deze een paar uur in een oven op 50 graden drogen. Daarna kun je de gedroogde paardenbloemen langere tijd bewaren in een donkere gesloten papieren zak en gebruiken voor een heerlijke paardenbloementhee. Je kan de bloemen ook eens gaan frituren of er een heerlijke gelei van gaan maken. Echt er is heel veel wat je ermee kan doen.


Paardenbloem tatoeage

Vele mensen hebben ook vast weleens een tatoeage op het lichaam laten zetten van deze bloem en de betekenis is voor hen dan wellicht ook een van die elementen die hen herinnert aan de onschuld en vrijheid die zij tijdens hun jeugd wellicht hebben ervaren. De reden dat de meeste tattoo liefhebbers kiezen voor het inkten van deze tatoeage is het feit dat er verschillende symbolische interpretaties van deze bloem zijn. Daar deze bloem de vele elementen van het leven weerspiegelt, die dan samenkomen en het leven de moeite waard maken.


Er is een zeer beroemd citaat in verband met de paardenbloem: " Elke ademhaling is een tweede kans. "Every breath is a second chance." De meeste mensen laten deze woorden er dan bij zetten, wat aangeeft dat het leven niet over gisteren of morgen gaat maar over vandaag.

Een tattoo laten zetten van een paardenbloem is ook ideaal voor diegenen die gewoon in het moment willen leven, alles wat voorbij is loslaten en de bries toestaan ​​om ze naar een leven te brengen dat vrijheid geeft van alle emotionele en fysieke gebondenheid die ons in staat stelt om vrij te zijn. Vandaar dat je ook weleens ziet dat ze er vogels bij laten zetten.

Het beeldt voor hen ook uit dat niet alle slagen van het leven je neerhalen; soms geven ze je ook de mogelijkheid om jezelf te bevrijden van de emotionele gebondenheid, om daadwerkelijk naar buiten te gaan en je ware zelf te vinden. Als deze interpretatie je aanspreekt en je voelt dat het nemen van een risico , je de kans heeft gegeven om jezelf te ontmoeten in het proces, dan zou deze optie van een Tattoo zetten van een paardenbloem met de pluisjes los erbij perfect voor je zijn. Een paardenbloem tattoo is een constante herinnering aan de beste tijd van ons leven. Zorgeloos en spelend en zich niet druk makend zoals het nu in je leven wellicht zal wezen.

U las wel dat deze bloem echt uniek is met een rijk verleden en waar je veel mee kan doen. Wie dus de paardenbloemen als lastig onkruid in de tuin zien, doet zowel de paardenbloemen als zichzelf dus echt tekort. Als je dit schrijven van mij heeft gelezen dan ga je misschien ook anders nadenken erover en wellicht ga je deze zelf dan ook eens kweken of ze halen uit de natuur voor een heerlijk recept ervan te maken of om te genieten van een stomend bad met een handvol paardenbloemen wat spier ontspannend werkt. 

En nog een weetje hierbij is?  Dat als jij eens een rode stengel ziet dan heb je te maken met een ander soort namelijk de Zandpaardenbloem- (Taraxacum laevigatum). Buitenste lintbloemen zijn dan weer van buiten grijs-, bruin- of paarsachtig en de Lintbloemen zijn niet ingerold bladen en de omwindselbladen zijn ook niet grijsgroen. 

Bladen zijn vaak sterk ingesneden en met ook met vele spitse lobben en vruchten al naar gelang de microsoort rood, roodbruin, bruin, zalmkleurig of strokleurig. Deze paardenbloem bloeit van half maart tot in april op droge matige voedselrijke zand- en heidegronden. Er zijn in Nederland al zo een 16 soorten, die hoofdzakelijk verschillen in de kleur van de vrucht.

Zo is eigenlijk ook de gewone paardenbloem al een lastpost geworden met alle ondersoorten. Maar de kale stengel, de omgeslagen buitenste omwindselblaadjes en het gladde, gelobde blad bieden jou vast een behoorlijk aanknopingspunt.

Bedankt dat je de tijd nam om mijn schrijven te lezen. Klik op de foto's als je ze beter wilt bekijken.

Heb jij ook weleens paardenbloemen uit de natuur gegeten en waar gebruikte jij het voor?
En zoals altijd in mijn schrijven zat er ook een boodschap in verwerkt. Weet jij welke?


Blog is geschreven door mij © 2019 Tine de Jong

Bedankt ook voor alle reacties op mijn vorige schrijven en kom nog maar eens op bezoek op deze natuurwebsite, want je zal hier veel kunnen lezen en vele natuur weetjes en mooie feiten ook tegenkomen. Wilt U anoniem reageren als u geen website heeft, vul dan gewoon je naam in en laat de andere regel open. Bedankt voor je begrip. Natuurgroetjes van mij Tine

Tekst en  Eigen Fotografie van de paardenbloemen © Tine de Jong, 2019

Foto van het etende paard en tatoeages komen van Pinterest.

Ik vond een mooie time Lapse die ik graag met je delen wilt: 
Time lapse Dandelion flower to seed head

en zo kan je zien hoe deze unieke bloem groeit.

donderdag 18 juli 2019

Astrantia- Zeeuws knoopje en weetjes

Astrantia- Zeeuws knoopje en weetjes, catherinetine.blogspot.com

Mijn mooie kleurrijke schoonheid  
je bent zo romantisch voor mij elke keer 
Beleef steeds met jou zo'n fijne tijd 
en ik ontdek van jou ook steeds meer.

Jouw heerlijke aroma komt mij tegemoet 
je schoonheid dat prikkelt mij 
Vooral als jij jouw knoopjes opendoet 
je gedraagt je zo heerlijk en zo vrij.

Hou van jou zoals vlinders en de bijen 
die jouw aroma ook al hadden geproefd 
Jij en je familie staan in mooie rijen 
vele hebben al bij jouw knoopjes vertoefd.

Jij bezit mooie roze, pastel magenta of witte kleuren 
bezorgen mij steeds weer die heerlijke sfeer 
Maar ook jouw prachtig kleed het fijne kantwerk 
wat jij steeds draagt voor mij; telkens weer.

Natuurgedicht, fotografie en tekst © 2019 Tine de Jong

Mijn gedicht boven gaat  over de Astrantia major -Star Of Treasure

Nog enkele tips en verzorging tips , tuintips voor jou over deze mooie bloem en plant:

Het Zeeuwse knoopje is familie van de Apiaceae. Astrantia is afgeleid van de aster en dat is Latijn voor ster. Vandaar dat deze plant ook weleens groot sterrenscherm genoemd wordt. De schermvormige bloemen zijn feitelijk kransen met mooie piepkleine bloemen en deze blijven relatief lang intact, zodat je er ook wel veel en lang kijkplezier van zult hebben. 

De bloemkleur is roze/rood en de bloeitijd is van juni tot augustus. En na het wegsnijden van de uitgebloeide stengels volgt een tweede bloei. De bladeren zijn groen en ongeveer 25 cm. hoog.

De volwassen hoogte van deze vaste plant is ca. 60 cm. Het verdraagt een temperatuur tot 25 graden celcius. De geadviseerde plantafstand is 33 cm. (7-9 st. per m2.) Het is een winterharde plant. Plaats: volle zon tot halfschaduw. Bodem: matig vochtig tot vochtig en zorg dat de grond ook vruchtbaar is. Er zijn vele soorten verkrijgbaar. 

De plant Astrantia laat zich ook goed combineren met Allium -Sierui , Geranium -Ooievaarsbek , Cirsium rivulare -Atropurpureum- Knautia - Beemdkroon, Nepeta -Kattekruid  en de Salvia nemorosa - Salie .

Soms een bruin blad te zien??

Op het blad van Astrantia kunnen zich soms wel bruine vlekken met of zonder lichtgele rand voordoen en deze worden veroorzaakt door een plantparasiet en is een piepklein vliegje met de naam Phytomyza astrantiae. Het is een vliegensoort uit de familie van de mineervliegen (Agromyzidae) De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1924 door Hendel.

Dit vliegje ook wel het Mineervliegje genoemd bezoekt vaak al in april tot mei je Astrantias, en maakt dan een gaatje in het blad om vervolgens haar eitjes in te leggen. Het is waarschijnlijk meer wijdverspreid en ook eerder over het hoofd gezien dat het door deze vliegjes werd gedaan. Want ook andere planten kunnen aangetast worden door dit vliegje of de larven ervan.

De eerste generatie zal je kunnen zien in de periode mei / juni op de lagere brede bladeren die de neiging hebben om breed te zijn in omvang, terwijl de late generatie in juli / augustus op de smalle bloeiende stengelbladeren zijn te zien.

De larven, die uit de eitjes komen, doen zich te goed aan het bladmoes en zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het verschijnen van de bruine vlekken. Maar je hebt ook wel kans dat ze niet op jouw planten komen. Een aanval van Phytomyza is niet echt schadelijk want de Astrantia gaat er niet dood van. 

Je kunt namelijk de aangetaste bladeren met bruine vlekken met een gerust hart afknippen. Bespeur je de eerste tekenen van bruine vlekken, onderneem dan wel direct actie om de schade te beperken. Nadat de bladeren zijn afgeknipt zullen er tijdens het groeiseizoen zeker weer nieuwe bladeren verschijnen.

Nu weet je ook meer over deze mooie plantensoort en ik geef je deze mooie video erbij met heerlijke relaxmuziek die ik vond op YouTube waar je zeker zal genieten van deze mooie plant voor zo een 7 minuten. Natuurgroetjes van mij Tine

Bedankt voor je bezoek en ook voor de reacties die ik mocht ontvangen op mijn vorige natuur blogs.

Foto boven van Astrantia- Zeeuws knoopje  genomen in de kasteeltuin Hemmen.(gld)
Voor jou deze mooie video er nog bij : Astrantia major (HD1080p)Hayloft's Astrantia


donderdag 20 juni 2019

Bloedweizwam - Lycogala epidendrum

Bloedweizwam - Lycogala epidendrum, catherinetine.blogspot.com

Onlangs heb ik tijdens een wandeling De bloedweizwam en soms ook blotebilletjeszwam genoemd, of zoals men ook wel zegt ; de Gewone boomwrat (Lycogala epidendrum) ontmoet op het landgoed "De Heerlijkheid Hemmen". dit landgoed ligt in de Overbetuwe in Gelderland. 

Best wel vroeg vond ik zelf, maar was er erg blij mee, want had deze nooit ontmoet bij de beginfase. Het had ook veel geregend en zij gedijen ook heel goed bij vochtig weer. En dan heb je zeker kans hen te ontmoeten in de beginfase van verspreiding.

Tijdens het plasmodiale stadium kunnen of zijn de individuen dan wat zalmachtig of kunnen roodachtig van kleur wezen. En ik was dan ook erg blij deze eens te mogen ontmoeten in de beginfase. Ik had ook nog enige andere foto's genomen maar die waren helaas niet zo mooi maar ik was al blij dat ik er twee had die wel mooi waren. De regen belemmerde mij ook wel een beetje want dan gaat het fotograferen mij helemaal niet goed af met mijn kleine camera.

Nu wat informatie voor jou over De bloedweizwam of ook wel genoemd de gewone boom wrat (Lycogala epidendrum)mocht je dit nog niet weten:

De bloedweizwam of Gewone boomwrat is dus een slijmzwam. Slijmzwammen gedijen uitstekend bij warm en vochtig weer. En voornamelijk op naaldhout kan je deze dus tegenkomen. Het zijn verschillende myxomyceten van de familie Trichiaceae. Ze kunnen zich voortbewegen en je kan hen dan later in een andere vorm ook elders tegenkomen. 

Het is een veelvoorkomend soort maar meestal kom je hen vast tegen als ze al wat volgroeid zijn. Als de sporen rijp zijn, barst het omhullende vlies en kunnen de sporen door de wind of door regenwater worden verspreid.

Het is eigenlijk helemaal geen zwam te noemen, want zij het die paddenstoelen als vruchtlichamen voortbrengen. Het is dus een Slijmzwam, geen plant en geen dier,maar zij hebben een aparte levensvorm, waarvan er bijna vijfhonderd soorten bestaan. 

En zij verschijnen niet alleen in de herfst want als het goed heeft geregend kan jij hen ook tegen komen. Heb jij wel eens andere ontmoet, dan waar ik over heb geschreven zoals de heksenboter en deze??

Slijmzwammen zijn dus geen schimmels maar amoebe-achtige organismen die zich kunnen verplaatsen. Zo bijzonder is de natuur nu. Ik heb hier op mijn natuurwebsite weleens wat gedeeld over de heksenboter- klik- Heksenboter geschreven en dat is ook weer zo een slijmzwam soort. 

Zij Komen voor op takjes van rottend hout en stronken, en aangezien ik altijd nieuwsgierig bent wat er op dood hout leeft erop of eronder kwam ik dus ook deze tegen. Wellicht eens een tip voor jou om wat schorsen om te draaien zodat je ziet wat erop of eronder leeft.

En zoals je op de foto hieronder ziet iets rechts boven en in de midden zie jij duidelijk wel het begin van de groei maar ook een geheel volwassen uitstraling aan de rechterzijde boven. En dan is de kleur alweer wat grijzig te noemen en voor leken is het dan moeilijk te zien om wel soort het zal gaan. Niet dat ik er een ster in bent hoor, maar je leert met de jaren en met de ervaringen die je opdoet in de natuur.


Bloedweizwam - Lycogala epidendrum, catherinetine.blogspot.com

Zoals je ziet op de foto boven verschijnen zij als kleine kussenachtige klodders met een diameter van ongeveer 3-15 millimeter (0,12-0,59 in). De kleur is vrij variabel, variërend van roze tot grijsachtig bruin of groenachtig zwart, waarbij volwassen personen neigen naar het donkere einde. Ze kunnen rond of enigszins gecomprimeerd zijn met een wrattige of ruwe textuur. Op mijn foto is dit volgens mij best wel goed te zien.

De slijmzwam schuwt van nature het licht en regelt de beweging door deze ook buiten het licht te houden en zo naar donkere plekken te verplaatsen. En ik had de boomstronk wat omgedraaid en deze lag dus wel in het donker. Dat verklaart dus ook de kleine naar de grote die wel in het licht was. De kleine waren door vermeerdering zich al aan het verspreiden.

Hoewel ze soms onvolgroeid zijn, zijn ze toch wat gevuld met een roze, pasta-achtige vloeistof. Met volwassenheid wordt de vloeistof een poedervormige massa van minuscule grijze sporen. 

De sporen zijn 6 tot 7,5 mm groot en hebben een ronde vorm met een netstructuur en oker naar wat lavendelkleurige gezicht. Wie erop zal drukken zal ook bemerken dat er een vloeistof uitkomt en deze kan en zal zich dan weer vermeerderen op een korte termijn. Het zijn vruchtlichaam ongesteeld, in kleine groepen, soms onderling contact makend die dan zich door wind of door druk zich zal vermeerderen.

De pseudocapillitia dus de steriele elementen in de sporenmassa, zijn lange, afgeplatte, vertakte buizen met dwarse rimpels en enkele vouwen. In de vegetatieve fase is de kleur van de bloedweizwam rozerood, in de reproductieve fase wordt het organisme grijzig of bruin. 

Ben jij deze ook weleens tegen gekomen en waar? Wellicht vinden de lezers dit ook wel leuk.

Tekst en fotografie  © Tine de Jong 20-06-2019

Leuk dat je even op visite kwam om te lezen. 

Maar ook erg bedankt voor wie heeft gereageerd op de vorige natuurweetjes wat altijd gewaardeerd wordt. Ik wens je mooie dagen voor elke dag en dat jij er dan ook veel plezier aan beleven mag. Natuur groetjes erbij van mij.

Als je geen website U.R.l heeft, kan je ook gewoon reageren. Vul dan alleen je naam in en laat de andere regel open. Heb je een Yt kanaal dan kan je ook deze invullen op regel  .

Wil je anoniem reageren zet dan wel je naam in de tekst want anonieme reacties worden niet geplaatst. 

Een filmpje van deze zwam heb ik niet want dat waren te weinig foto's voor, maar deze vind je vast ook wel mooi van mij. Het zijn paddenstoelen en zwammen die ik vorig jaar had ontmoet:  Mushrooms and fungi in the forest 

Wellicht zie jij ook enige die jij ook eens had ontmoet.

Bedankt dat je de tijd neemt om mijn videoslide  te zien.


De paddenstoelen en/of zwammen soorten variëren van Amanita's, Boletus's, chicken of the woods - Laetiporus Sulphureus, Mycena's, Russula's, Panaeolus, Kleverig koraalzwam-calocera visosa, Vliegenzwam en Oesterzwammen en andere die voor mij onbekend zijn. 

Veel kijkplezier. Kijktijd : 8:44

vrijdag 26 april 2019

Lelietje-van-dalen (Convallaria majalis) met tips

Lelietje-van-dalen (Convallaria majalis)  catherinetine.blogspot.com

Nog even en de mooie maanden komen er weer aan en dat is Mei en juni. Deze zijn mij ook de mooie bloemenmaanden en ik deel met jou enkele weetjes over de lelietje-van-dalen ook wel het meiklokje genoemd. Want deze bloemen verdienen ook zeker een plaatsje op dit natuurblog: De mens en de Natuur. 

Hun officiële Latijnse naam is ook erg mooi en dat is: Convallaria majalis. Daarin zitten hun favoriete plek én hun bloeiperiode in verborgen want convallis betekent ‘in diepe dalen’ en majalis ‘in mei’.

De maand mei wordt ook wel de bloeimaand genoemd, en dat is niet zo verwonderlijk. Want vanaf nu (als het weer goed zal wezen) barst het goed los in de natuur en volgt er een explosie van groen, bloesem en bloemen. Zo ook het mooie meiklokje zoals ik het bloempje het liefste noemt met haar heerlijke geur, maar opgelet want alle delen zijn giftig. Dus wees waakzaak met kleine kinderen en huisdieren.

Als de zon veel tevoorschijn komt zal het lelietje van dalen je verblijden en in de maand mei en steekt ze meestal haar kopje boven de grond uit en bloeit dan vanaf mei tot en met eind juni. Aan de licht gebogen stelen hangen soms wel twaalf klokvormige bloemklokjes. 

Ieder klokje heeft zes blaadjes die aan elkaar vastgegroeid zijn. Voor het bloeien lijkt daslook sprekend op het lelietje-van-dalen, en ze komen ook nog eens op dezelfde plaats voor (op de bodem van het bos) op hetzelfde moment van het jaar. Maar als je de klokjes ziet dan weet je dat je de echte heeft gevonden. Maar ondanks dat de geur je aantrekken zal, raad ik toch aan deze niet te plukken. Wil je dit wel was dan wel goed je handen.

Het welbekende en aangename geurende lelietje-van-dalen- meiklokje- wordt wel bij een goede verzorging soms zo een 20 cm hoog en dat is best knap voor zo een inheems bosplantje. Meiklokjes staan dan ook graag op een schaduwrijke standplaats. 

De planten doen het goed op een voedzame licht zure grond onder enige struikgewas. De ondergrondse wortelstokken groeien heel snel aan waardoor je al snel een mooi meiklokjestapijt kan ontvangen. Lelietje-van-dalen kan tientallen jaren in koele klimaten leven, maar kan het niet lang overleven bij warm weer.

Na de bloei als de bloempjes weer weggaan, volgen dan groene bessen en later rijpen deze weer tot rood of oranje. Ook deze zijn giftig net als de bloempjes want het bevat glycoside bestanddelen en dit zijn een groep van chemische stoffen die van nature vrijwel alleen in planten voorkomen die giftig zijn. Dus deze mooie bloempjes moet je laten waar ze staan, dat zal ik zeker wel doen.

Tuintips voor jou:

Wil je de lelietje-van-dalen (Convallaria majalis) zelf eens in je tuin, dan schrijf ik er wel even dat de lelietjes van dalen ook wel opdringerig is, omdat het een wortel heeft die zich ongebreideld kan verspreiden waar het groeit. En dus ook op plaatsen waar jij deze dan wellicht niet wilt hebben. Zo merk je ook wel dat het lelietje van dalen op de voorgrond wilt staan. Zij heeft wel een paar jaar nodig om zich te vestigen las ik in mijn natuurboek en bloeit misschien niet gelijk het eerste jaar. Maar dat hangt ook van je grond en juiste voedingstoffen af.

Wil jij ze zelf, graaf een gat voor elke pit (wortelstok) dat diep genoeg is zodat de punt van de pip zich een centimeter onder het oppervlak van de aarde bevindt. De pitten moeten 3 tot 4 inch uit elkaar worden geplant. Geef het nieuw aangeplante gebied regelmatig water gedurende de eerste paar weken. Geef ook de lelie bij de groei dan water als de bovenste 1 tot 2 inch aarde droog wordt. Zorg dat het gebladerte van de planten niet nat wordt als dat mogelijk is. Deze kunnen verbranden in de zon. Geef hen dus tijdens de ochtenduren wat water, maar laat de grond niet te verzadigd raken.

Bemest het lelietje-van-dalen met uitgebalanceerde 10-10-10, langzaam afgevende, korrelige meststof elke drie maanden tijdens het actieve groeiseizoen. Verdeel elke lelietje-van-dalenplant om de 2 tot 4 jaar, of wanneer de plant vol raakt of uitgroeit. Maak bij het verplanten divisies die elk een gezonde wortelstok en stengels bevatten. Verplant de divisies op de vorige groeisnelheid van de plant en spreid individuele indelingen op 24 inch uit elkaar.

Deze laatste reden voor het verspreiden van overblijvende planten is de meest voorkomende en het beste. We kennen vast allemaal het scenario: een vaste plant die we hebben geplant gedijt in het begin en zelfs verspreidt zich, om in de loop der jaren uit te groeien. Dit gebeurt als gevolg van overbevolking. In de loop van de tijd strijden er namelijk te veel wortels om grondstoffen in hetzelfde kleine gebied. En daarom is verdelen soms heel goed. De gemakkelijkste manier om lelietjes van de vallei te verspreiden, is dus door te delen. Je kunt de wortelstokken in de lente ook al verdelen voordat ze bloeien of in de herfst als ze gaan slapen. Wrik dan de wortelstokken voorzichtig los. 

Verplant dan de divisies weer vier centimeter van elkaar. De planten zullen zich snel verspreiden om het lege gebied te vullen. Tot slot kunnen pitten die je had geplant ook sterven maar dat komt doordat de grond geen goede drainage had, en dan rotten ze. Als u besluit om in dat gebied opnieuw te planten, moet je dan wat bouwers zand of veenmos aan de bodem toevoegen om de afvoer te verbeteren. Ik hoop dat je wat aan deze tips zult hebben.

Andere ook wel interessante weetjes:

Volgens een oude traditie brengen deze witte bloempjes tot het volgende voorjaar ook geluk en gezondheid. Nu vraag jij je vast af waar dit vandaan komt. Ik heb ergens gelezen dat ze worden toegeschreven aan de Franse koning Charles IX. Want die kreeg op 1 mei 1561 een bosje meiklokjes om hen geluk en voorspoed voor het komende jaar te wensen. Hij was zo gecharmeerd door die geste, dat hij er een gewoonte van maakte om alle dames van het hof op 1 mei een boeketje meiklokjes te geven.

Deze traditie van het geven van lelietje van dalen is ook een oud Germaans gebruik: een eerbetoon aan Ostara, de godin van de komst van de lente en het groeiende licht. Om deze belangrijke godin te eren, gooiden toen de Germaanse volken lelietje-van-dalen in de feestvreugde als teken van respect en om te laten zien dat zij in haar goddelijkheid geloofden.

Bij de Kelten was 1 mei het begin van het eerste Keltische halfjaar en in de middeleeuwen was dit de maand waarin jij je moest verloven, maar in grote delen van Europa (behalve Nederland en Zwitserland) is dit tegenwoordig de dag van de arbeid (in Frankrijk ‘Fête du travail’). Herdacht wordt dat op 1 mei 1886 de Amerikaanse vakbonden meer dan 400.000 arbeiders opriepen te demonstreren voor de achturige werkdag (8 heures de travail, 8 heures de sommeil, 8 heures de loisirs). Sindsdien wordt de eerste mei traditioneel opgedragen aan de sociale verworvenheden van deze demonstratie.

Het werd ook eens de nationale bloem van Finland in 1967 en was het bloemenembleem van Joegoslavië. En de Beroemde Britse rockband Queen heeft een nummer gewijd aan hen en is geschreven door Freddie mercury en als ik het goed staat deze op het album - Sheer Heart Attack 1974. Zoek maar eens op YouTube als je dit nummer ook eens wilt horen.

Een andere traditie is die van de 'Bal des muguets': jongeren organiseerden bals, waar de ouders niet mochten komen. De meisjes waren in het wit gekleed, de jongemannen droegen een meiklokje op hun kostuum. Daarom wordt het meiklokje ook wel met 'rencontres amoureuses' geassocieerd.
En ben jij in de maand mei bent geboren? Dan is lelietje van dalen ook jouw geboortebloem.

Tip voor jou erbij:

Geef op 1 mei eens een bosje meiklokjes- lelietjes van dalen eens cadeau aan wie u graag ziet of waar je van houdt. Ook al is deze traditie waarschijnlijk niet in Nederland bekend maar wel in andere landen. Het zou mooi zijn deze traditie ook hier in Nederland eens voort te gaan zetten. Elk mens houdt toch van bloemen en dit lelietje verleidt elk mens wel met haar indringende geur. Ik hebben de zeepjes tussen de lakens liggen in linnenkast en het geeft altijd een frisse geur overal. Ook de staande geuren zijn bij mijn man en mij wel favoriet. Heb jij deze ook weleens??

Maar ook voor Moederdag is deze heel geschikt want meiklokjes en Moederdag zijn ook wel verbonden met elkaar. Wist je trouwens dat deze er ook in Rose zijn?? Ze bestaan echt en deze draagt de naam: Convallaria majalis ‘Rosea’ Welke vind jij het mooiste??? En heb jij ze weleens ontvangen?

Bedankt voor het lezen van mijn woorden en ook je bezoek aan deze natuur website waar je veel tips en natuurweetjes kan lezen maar ook zien. Wellicht veel om te lezen voor jou ditmaal maar je kan er wel veel van leren.
🥀 Natuurgroetjes van mij Tine.🥀 © 2019 Tekst geschreven door Tine de Jong

Mooie video voor jou: Le Temps du Muguet -- Tol & Tol - Lily of the Valley

zondag 21 april 2019

Oogstmijt- Trombiculidae autumnalis

Oogstmijt- Trombiculidae autumnalis


Nu het mooie weer weer aanvangt en er al is, en jij nu ook vast veel in de buitenlucht zal wezen, wil ik het eens over een ander gemeen diertje schrijven die wellicht nog niet zo bekend bij jou zal zijn. De teken kennen wij allemaal wel, maar daar ga ik niet over schrijven maar ken jij deze ook? Want van dit insect krijg je echt de kriebels. En dat is de Oogstmijt- Trombiculidae autumnalis.

En dan heb ik het over de fluweelmijten en de oogstmijten. De naam danken ze wellicht er aan dat zij ook veel voor kunnen komen in stro, hooi en ander gedroogde grassen maar ook in je tuin of gazon kunnen zij zitten. 

De oogstmijt zoals ik deze nu zal beschrijven met de Latijnse naam Trombiculidae autumnalis, wordt ook wel de rode fluweelmijt genoemd. (synoniemen trombidiosis of trombiculosis,)

Deze heeft een andere benaming in het latijns -Entrombidium rostratus dus zal het wel een ander soort mijt wezen die erop lijkt. Of dit de juiste benaming is weet ik niet want de meningen zijn hierover erg verdeeld wat ik zoal las over deze mijten. Er zijn vele soorten mijten die ook nog eens een beetje op deze lijken, dus een vergissing is dan ook zo gemaakt.

Hij wordt ook wel vleesetende fluweelmijt genoemd. Deze mijten leven van nóg kleinere insecten, zoals springstaartjes, spint, bladluizen en andere mijten, die na het vangen vakkundig worden leeggezogen. Maar het zijn beiden insecten die je het liefst niet ziet en echt beter kan vermijden.

De oogstmijten waar ik nu over schrijft zijn kleine spinachtigen insecten zie foto boven (met een vergrootglas op de foto gezet) Zij komen ook veel voor in graan, erwten en (tuin)bonen. Maar ook op andere struikgewassen en ook op bomen of oude boomstronken, zoals ik daar er ook een paar had ontmoet. Viel niet zo mee om een foto van de spin te nemen maar ik denk dat het aardig is gelukt.

Want ik wilde echt niet dat insect op mijn lichaam zal komen. Ik heb altijd een vergrootglas mee in mijn rugzak en speur dan ook graag in bomen of onder boomstronken, bladeren naar insecten die daar in leven. Maar ik heb niet meer foto's geprobeerd te nemen want mijn gevoel zei dat het hier niet pluis was. Dus de foto boven is de enige die je hier zal zien.

Ik wist in het begin niet wat ik had ontmoet maar door te zoeken in mijn boeken en op internet ontving ik veel informatie. En ook al heb jij het vast eens ergens gelezen toch wil even schrijven over dit jeuk gevende diertje. En je kent het gezegde vast wel: Jeuk is erger dan pijn, dus wellicht ben je dan vast gewaarschuwd mocht je eens erge jeuk ontvangen na enkele dagen van een wandeling en ontvang je wat bultjes dan weet je wat er aan de hand zal kunnen zijn. Een ziekte overbrengen zoals de vele teken wel doen, geven deze je niet maar ze kunnen je wel erge jeuk geven. En dat is ook echt helemaal niet fijn.

Trombiculiasis (synoniemen is ook trombidiosis of trombiculosis) is een hevig jeukende huidaandoening die veroorzaakt worden door beten van deze oogstmijten. Deze kleine, rode, zesvoetige larven van de krijgers mijten behoren toe aan het geslacht Trombicula. Ik las ergens dat ze al werden gevonden in hoge grasrijke gebieden over de hele wereld, en hun beten kunnen je best veel plagen en ook het humeur wat op een laag pitje gaan zetten in de lente, zomer en zelfs in het herfst seizoen en zeker wanneer je buiten zal zijn in je achtertuin of in landelijke gebieden waar jij je zal vertoeven.

 Ik hou veel van de natuur maar dit insect-spinnetje en zijn larven en die andere -de teken- mogen van mij dan wel gaan verdwijnen, want die veroorzaken mij teveel leed maar helaas komen ze steeds meer voor in ons land en de buurtlanden.

In de natuur kan je beter al helemaal niet op de grond gaan zitten of gaan liggen. Want je weet maar nooit wat op je huid zal kruipen. Blijven wandelen is het beste of neem dan een klein stoeltje mee waar je op kan zitten als je even wilt gaan rusten. 

Zet ook nooit je rugzak op de grond maar houd deze bij je boven de grond, want ook hier kunnen ze in kruipen en dan neem je hen zo mee en laat hen weer verspreiden. Niet doen dus. Je bent bij deze door mij gewaarschuwd. 

Wie wel door het struikgewas moet of wilt voor bijvoorbeeld een mooie foto (waar deze spinnetjes, mijten- larven) voorkomen moet zich er dus wel op gaan kleden. Dat moet je zo wie zo al doen want teken kunnen ook aanwezig wezen. Beten van deze mijten lijken sterk op vlooienbeten en kunnen erge jeuk veroorzaken. 

Als u eens gaat wandelen dan is goede kleding dus echt wel zoals een lange broek en de overhemden met lange mouwen. En de sokken over de broekspijpen. Dat helpt nog het beste om allerlei insecten en die je kunnen bijten af te weren. Zeker geen korte broek want dan kan je de pineut eens wezen.

Ik zie nog regelmatig mensen in korte rok of broek wandelen in de natuur. Maar ik raad je het toch echt af hoor als natuurvriendin en fervente wandelaarster in de natuur.  Want dan vraag je er toch echt zelf om dat je gebeten wordt of eens een teek op zal lopen. En als je terugkomt van buiten, neem dan ook altijd gelijk een lange zeepachtige douche en was uw kleding. Want ze kunnen er ook inzitten. 

Dat moet je zo wie zo al doen bij een wandeling in de natuur. Ik stink altijd een uur in de wind want ik spuit mij van top tot teen in met een deet/ teken/spray voor ik ergens ga wandelen en wellicht helpt het mij dan wat. 

Niet altijd want heb ook wel eens een teek op mijn rug ontvangen en wellicht was ik het daar vergeten te sprayen. Want wie al eens is gebeten door een teek zoals ik dan ben je nu heel erg op je hoede bij een wandeling. Maar ik dwaal weer af zoals gewoonlijk en ga snel verder. Want je vraagt je dit wellicht nu af.

De vraag is nu wellicht - Hoe zien ze eruit!!
Weet niet of je het goed kan zien op de foto boven maar..

Zij hebben een strogele, oranjeachtig tot helderrode kleur en lijken dankzij hun acht poten wel op kleine rode spinnetjes. Hoewel ze soms ook geluksspinnen genoemd worden geven ze helemaal geen geluk hoor. Die naam mogen ze van mij wel verwijderen. (wie die naam heeft gegeven weet ik niet) en deze diertjes zijn ook geen familie van de spin, al behoren zij weer wel tot de orde van de andere mijten soorten en de teken (Acarina). De oogstmijt zelf, in volwassen vorm ook wel bekend is voor mensen echt volkomen onschuldig. 

 Het spinnetje zal je niet veel doen maar het zijn namelijk de larven die je veel last geven. De vrouwelijke mijt begint nadat ze zich gevoed heeft, intern eieren te leggen en jongen te ontwikkelen. De larven en volwassen exemplaren voeden zich met insecten en ook met andere mijten of insecteneieren in de grond.

De larven zijn dus degenen die je bijten en zij hebben dan nog maar zes poten. Ze ontvangen pas acht poten als ze volwassen zijn. Maar ze zijn zo klein dat je het niet goed kan zien, maar alleen onder een microscoop en die draag je niet op zak bij een wandeling. Maar in de link en video kan je hen wel goed zien. Vanaf april in de vroege lente tot in de vroege herfst, met wellicht een piek in september, produceert zo een oogstmijt echt heel veel eitjes in de grond. En uit deze eitjes komen dan de oogstmijt larven.

Deze larven van de oogstmijt, in het Engels ook wel chiggers genoemd ( Wellicht heb je van deze naam wel eens van gehoord of ergens er over gelezen)zijn vrijwel onzichtbaar maar zij verspreiden zich dus echt razendsnel. Na het uitkomen klimmen de larven in gras en wachten ze op een dergelijke gastheer, en dat kan jij dus ook wezen. 

De larven hebben voor hun ontwikkeling éénmalig een maaltijd van half verteerd cel- en weefselvocht van een gewervelde nodig. Beten van deze mijten lijken sterk op vlooienbeten en kunnen echt erge jeuk veroorzaken. Mensen geloven vaak dat de felrode vlek in het midden van de beet de mijten zelf is. Maar dat is het niet. Want zoals ik las is dit het stylostome. En heb dit woord ook even opgezocht want wist niet wat het betekende. Het stylostoom is dus een trechter of kanaalachtige structuur gevormd in reactie op trombiculmijten.

De formatie wordt niet veroorzaakt door de monddelen van de mijten, omdat deze mijten geen naaldachtige monddelen hebben, zoals andere hematopagische dieren deze wel hebben, maar ze hebben cheliceren, (Cheliceren zijn dus de monddelen ) die alleen de huid doorboren. De buis wordt gevormd door de spijsverteringsenzymen in het speeksel, wat dezelfde speekselkreet is die cellen afbreekt en die ervoor zorgen dat het omliggende weefsel uithardt. 

Naarmate de mijt langer doorvoert met het opzuigen wat ze eerst hebben ingebracht, sijpelt het speeksel verder naar beneden en verteert meer weefsel, waardoor het stylosoom naar lagere huidlagen gaat.

Eenvoudig geschreven is het dus een stof dat de larven van de oogstmijt bij je inbrengen na de bijt en zo een vier tot zes uur daarna, nadat je bent gebeten ontvang jij dus die jeuk. Dan weet je nu vast wat er de oorzaak van kan wezen. En dan begint het echt te kriebelen als een gek. Dat hoorde ik van een kennis die ook deze uitslag had, maar toen nog niet wist in het begin wat de oorzaak was. Door onderzoek en mijn verhaal van wat ik had ontmoet wist hij al genoeg.

Wanneer de larve van je af valt, laat het meestal een rode bult op de huid achter. Dit geeft meestal jeuk en de jeuk kan ook enkele dagen aanhouden, zelfs nadat de mijten larve klaar is met eten. De hobbels (zien er ook wat uit als puistjes, blaren of vorm van netelroos)en ze komen meestal in groepen voor, maar verdwijnen binnen ongeveer 2 weken volledig. 

Voor een huisarts is het dus soms ook best moeilijk om er achter te komen wat het nu is en een bezoek aan een dermatoloog is wellicht wel nodig. Maar eer jij een afspraak heeft geregeld ben je vast al weer een tijdje verder en is de uitslag weer verdwenen. En deze arts kan er dan ook wellicht problemen mee hebben want de bultjes kunnen ook van alles wezen. Ga vooral niet zelf lopen dokteren met allerlei smeersels want zij kunnen de klachten ook erger maken. En een infectie heb je snel opgelopen en dat lijkt mij vast niet de bedoeling.

Die stylostomen wat hun uitspugen blijven tot 10 dagen jeukgevoelig, terwijl je lichaam weer de strijd aangaat met de vreemde stoffen die door deze mijten worden geïnjecteerd. Chiggers/mijten kunnen zich niet ingraven, en ze zullen al lang weg zijn tegen de tijd dat je aan het bidden bent voor verlichting om de jeuk wat te laten verminderen.

Normaal blijven ze 3-4 dagen zitten tot ze zich helemaal volgezogen hebben, maar bij de mens lukt dit meestal niet. Wij zijn gelukkig geen goede gastheren voor hen want vanwege de jeuk die je als mens ontvangt, worden zij er al voortijdig afgekrabt, of in de douche of in het bad weg geboend. De jonge mijten kunnen namelijk niet nog een keer steken en sterven na een beet. Maar helaas is het leed dan wel gebeurd bij jou.

Aangezien de mijt je dus al heeft verlaten tegen de tijd dat de beten beginnen te jeuken, is de beste behandeling voor een beet dezelfde behandeling die je zou gebruiken voor een kleine snee of uitslag. Houd de beet streek goed schoon. Was uw huid met zeep en warm water, en probeer niet te krassen op de oneffenheden wat soms best moeilijk is als je zo een jeuk heeft. De jeuk wordt veroorzaakt door een allergische reactie op de inhoud van het stylostoma, en begint 3-6 uur na de beet. Maar is pas na 1-2 dagen op het hoogtepunt. Het kan ongeveer 7-10 dagen duren voordat het stylostoma is opgeruimd.

Men gebruikt soms ook weleens nagellak om de jeuk te bestrijden maar hoewel het aanbrengen van nagellak de jeuk tijdelijk kan stoppen, verstik je niets door de beet te bedekken met nagellak of vaseline, en je doodt niets door het aanbrengen van alcohol of nagellakverwijderaar of een andere chemische stof op de beet. De rode, verhoogde bult die je krabt is niets meer dan je eigen huid die zichzelf probeert te genezen. Dus laat dit maar achterwege want het helpt echt niet!!!

Zijn er wel anti jeukmiddelen, dat is nu vast weer je vraag. Hier wat tips voor jou:

* Om de jeuk te stoppen, kan een grote verscheidenheid aan verschillende stoffen op de boorgaten worden aangebracht om de jeuk te stoppen. De gemelde huismiddeltjes zijn onder andere het maken van een pasta van zuiveringszout en water, of van een menthol-houdende wrijving en zout en het aanbrengen van deze pasta in de douche. Het kan wel wat prikken tijdens de toepassing, maar stopt de jeuk wel in de nacht. Het verzachten van de jeuk kan elke dag worden bereikt door zout water te besproeien of aloë vera op de zweren aan te brengen.

* Breng antiseptische middelen aan op eventuele bultjes, en men schreef ergens dat ook een vrij verkrijgbare anti-jeuk product of antihistaminicum crèmes zoals hydrocortisone of calaminelotion zou moeten helpen met de genezing. Maar dat is iets wat je gewoon uittesten moet. Natuurlijk kan het ook wezen dat de kleine larven op bepaalde tere plekken hebben gebeten waar die behandelingen dus niet voor geschikt zijn. Wat zeker wel een aanrader is om koude kompressen te gebruiken of een orale antihistaminica om de jeuk wat te verzachten. Deze tips helpen trouwens tegen elk soort jeuk met bultjes.

Insectenwerende middelen die DEET bevatten zouden ook moeten helpen bij het voorkomen van beten. Belangrijk is dat deze ruim genoeg van tevoren op de juiste risico-plekken worden aangebracht, denk hierbij aan enkels en onderbenen maar ook de handen, onderarmen en eventueel de nek. Maar wie nu jeuk zal ontvangen en bultjes weet nu ook waar het ook door kan komen. Draag bij het grasmaaien of dat soort werkzaamheden kaplaarzen en een lange broek met de pijpen in de sokken. Maar ik weet dat het niet plezierig is om met het mooie warme weer buiten zo dik gekleed te zijn en je weet ook helemaal niet of ze bij jou ook zullen wezen in de tuin. Maar ontvang je jeuk dan zijn ze er dus ook.

* Om je tuin te testen voor vlooien of deze spinnetjes, heb je één of meer vierkanten van zwart karton nodig, elk ongeveer 6 inch bij 6 inch. Plaats de kartonnen vierkanten op de rand op plaatsen waar u vermoedt dat daar de vlooien en spinnen mogelijk aanwezig kunnen zijn. Laat de vierkanten enkele minuten op hun plaats. Kijk dan goed naar het karton. Als er larven of oogstmijten aanwezig zijn, zullen ze het karton beklimmen en zich dicht bij de top verzamelen. De larven zijn echt heel klein en hebben een rode of gele kleur. Maar ik heb nog een tip voor jou:

* Je kunt ook een paar minuten een ondiepe schaal met water in het gras laten staan, wat hen ook zal aantrekken. Zoek ze rond de rand. Je hebt misschien een vergrootglas nodig om ze te zien. Maar zo kom jij er wel achter of je deze heb in je tuin. Nu zal jij je vast wel 2x bedenken voor je op een grasveld gaat zitten. Maar je goed nakijken en gelijk je kleding wassen en jezelf na een wandeling kan al heel veel schelen. Dus controleer met name de halslijnen, de mouwen van het shirt en de broek en de bovenkant van uw sokken. Gooi ook alle handdoeken of picknickkleden die de grond hebben geraakt in de was. Je weet nooit of ze erin zitten.

* Veeg ook uw huisdieren hun gezicht af met een zachte doek en kijk de vacht goed na met zo een luizen kam of teken kam (kan je ook heel goed gebruiken en die door de dierenwinkels ook worden aanbevolen). Een langer, dichter bont zou de rest van hun lichaam moeten beschermen. Als ze toch gebeten worden, geef ze dan een warm bad. Vraag naar behandelingen voor jeuk het aan je dierenarts, omdat huismiddeltjes die toegevoegd worden aan het water voor je hond niet echt helpen om hem van de jeuk af te helpen.

Wat wel een goed weetje voor jou is, hoewel de beten van Trombicula mijten larven erg vervelend en pijnlijk zijn, worden ze gelukkig niet geassocieerd met de overdracht van ziekten. Zoals de ziekte van lyme. Het grootste gevaar van deze mijten is slechts de infectie van de beten, die huidziekte kunnen veroorzaken en vooral als je blijft krabben.

Als je goed voorbereidt bent voor een mooie natuurwandeling kan je volop genieten in de mooie natuur. Veel wandelplezier en bedankt voor het lezen en je bezoek en enige reactie vast. En graag als je anoniem wilt reageren zet dan wel A.U.B je naam in het schrijven want anonieme worden niet meer geplaatst. Wil je nog meer weten dan is deze link voor jou want hier zie je ook hoe de cyclus is en hoe de uitslag er o.a uit kan zien.
https://www.huidziekten.nl/folders/nederlands/oogstmijt-trombiculiasis.htm maar er staat in dat je het met alcohol moet schoonmaken maar dat raad ik je toch echt af hoor. Want die kunnen het juist verergeren en je een infectie geven.

Bovenstaande foto heb ik met een vergrootglas gemaakt en dit insect ontmoet in natuurgebied Avelingen

Bronnen o.a Wikipedia en uit onderstaan de link, en uit mijn natuurboeken en diverse andere internet bronnen.

Bedankt voor je bezoek en hoop dat je wat zult hebben aan mijn schrijven en tips en weetjes. Ook bedankt voor de reactie s op mijn andere schrijfsels die ik mocht ontvangen en voor de overige bezoekers ook een dank je wel. 

Bezoek ook eens mijn persoonlijke website/blogspot want ook daar plaats ik regelmatige mooie teksten en natuurweetjes en veel meer. Ook echt een aanrader voor jou om eens gezellig op visite te komen. 

Gedichten en verhalen uit het leven https://tinedejong.blogspot.com

Ik vond een filmpje op YouTube waar een konijn last heeft/had van deze oogstmijt zodat je kan zien(=zonder geluid) hoe zoiets eruit kan zien, dan heb je een beetje een idee waarover ik schreef. Hier noemen ze het de herfstmijt maar ja dan komen ze ook veelvuldig voor en elk seizoen kan je dit beestje wel zo een naam geven maar ze laten het ook zien onder een microscoop en dat geeft ook wel meer inzicht erop.

Van mij mogen ze voorgoed verdwijnen en voor jou?? Nadat je dit heeft gelezen vermoed ik dat jij er net zo over zal denken. Nu even filmpje kijken dan? 

Ik zie je wel weer een ander maal hier op deze natuurwebsite met wellicht weer mooie (leerzame informatie voor jou die je vast wel interesseren zou. En hier is al genoeg te lezen want voor mooie weetjes moet je echt op deze natuurwebsite wezen.!!!

Natuurgroetjes, Tine

maandag 18 maart 2019

Malvawantsen- Oxycarenus lavaterae

Malvawantsen- Oxycarenus lavaterae

Op deze natuurwebsite vol met natuur en leerzame weetjes voor jou, ga ik het ditmaal eens hebben over de Malvawantsen. Er zijn veel wantsen soorten in de wereld en ook in in Nederland al waargenomen maar deze Malvawantsen zijn vast niet zo bekend bij jou. 

En je zal nu wel denken - Malvawantsen? Wat zijn dat nu weer voor insecten. Ik heb al eens eerder een column geschreven over de Vuurwantsen en de Bladpootswants e.a maar nog niet over deze nieuwe inwoners van de insectenwereld die zich steeds meer en meer zich voortplanten en nu ook al in Nederland zich gaat uitbreiden.

In mijn schrijven zal ik je er wat meer over vertellen. Wellicht mede door de klimaatverandering verschijnen steeds meer vreemde insecten hier en zo ook dus nu de malvawants die zich hier al prima thuis voelt. 

Vooral in Zuid-Nederland is deze al veel waargenomen en zich daar ook al aan het verspreiden. Ik heb wat informatie opgezocht in mijn vele natuurboeken maar kon over dit nieuwe insect maar weinig vinden en dus dan maar het internet op onderzoek gegaan in allerlei talen want ik wilde over dit insect toch ook eens wat meer ervan te weten komen. 

En jij vast ook wel als je deze ook niet kent of nog nooit heeft gezien. De wetenschappelijke naam van de soort Oxycarenus lavaterae is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1787 door Johann Christian Fabricius. Het insect behoort tot de orde van de Hibiscus- Heteropteravan het geslacht Lygaeoidea en de Oxycarenidae- familie. Zo dat weten we al. Nu verder...

Malvawantsen- Oxycarenus lavaterae

De malvawants is voor het eerst pas in 2007 aangetroffen in Nederland. En in Zuid-Nederland is deze zich al succesvol nu aan het verspreiden. In het verleden was deze wantsen vooral te vinden in het Middellandse-Zeebekken, waaronder Noord-Afrika, maar vanaf de jaren zeventig is deze verder in het noorden ook al gevonden, zoals in de Benelux, Midden-Europa en Oost-Europa. Waarschijnlijk zijn ze ook meegekomen met het vrachtverkeer, want eerder in Nederland waren ze ook al eens aangetroffen in een partij geïmporteerde winterlinde bomen. Het kan ook zijn dat de kleine nimfen er al in zaten en dat deze exoten zo hier terecht gekomen. Want ze planten zichzelf snel voort.

Bewezen is dit nog niet, tenminste ik kon hiervan niets erover te weten komen. De winterlinde of klein bladige linde is een lindesoort die in Europa in het wild voorkomt. Tevens wordt hij ook als sier- of schaduwboom aangeplant in parken en tuinen. 

Dus je hebt wellicht ook kans dat jij deze wantsen zal tegenkomen als je zo een boom in je tuin zal hebben. De zuigende insecten voeden zich met plantensappen door bladeren en groeipunten aan te prikken.

Deze wants wordt ook wel de ook Lindenspitskop genoemd, daar deze leeft op Linde-soorten en de Kaasjeskruid-soorten - Malva species. Maar ook op de Hibiscus is deze al waar genomen. De wants voedt zich met het sap van deze planten, maar is niet echt schadelijk voor de waardplanten en zullen hun gastheer dan ook echt geen schade toebrengen.

De herkenning en lengte

De ontwikkeling van ei tot volwassen exemplaar verloopt snel bij deze insect en jaarlijks kunnen er dus ook meerdere generaties optreden. De Malvawants is een insect met 2 tot 3 levenscyclussen per jaar. De periode van ei-uitkomst, vervelling tot volwassen insect duurt ongeveer 30 tot 40 dagen. Niet alle wantsen zullen overleven en ik las ook dat een volwassenen Malvawants gemiddeld 90 dagen leeft en dat zij wel tot 300 eieren kunnen bevruchten en zelfs nog meer. De liggende larven blijven nog enige tijd samen met volwassenen in gemeenschappelijke samenvoeging waarna ze in juni en juli naar hogere delen van de kruin gaan. Dat zijn er heel wat en het is dan wel een grootschalig insect te noemen.

De wants -Oxycarenus lavaterae kan een lengte bereiken van 4,5-5,4 millimeter (0,18-0,21 inch) bij volwassen vrouwen, van 4,2-5 millimeter (0,17-0,20 inch) bij mannen. Volwassen insecten zijn meestal rood en zwart gekleurd. De malvawantsen die al volwassen zijn bereiken soms ook een lengte van plusminus 8mm.

Het hoofd, de gehele prothorax, het scutellum en de antennes zijn zwart. Het bovenste deel van de buik is baksteenrood, terwijl het connexivum zwartachtig is. De voorvleugels zijn kleurloos en transparant en bereiken de bovenkant van de buik of zijn iets langer. De nimfen zijn gemakkelijk herkenbaar aan hun zwarte kop en de roodgekleurde buik. De vleugel pads van de nimfen zijn volledig zwart. Wantsen hebben een onvolledige gedaanteverwisseling, ze kennen namelijk geen verpopping. Een nimf ziet er meestal al hetzelfde uit als een imago (volwassen insect), maar dan zonder de vleugels.

Wat ook wel een leuk weetje is, dat als een mannetje gaat paren met een vrouwtje blijft deze niet stil staan maar gaat gewoon verder lopen en trekt zo gewoon ook het vrouwtje met zich mee. Het vrouwtje rest dan niets om mee te gaan achteruit totdat het mannetje zijn spiesje er uit zal trekken. Zie het filmpje die ik op YouTube vond. Klik > Parende Malvawants- Oxycarenus lavaterae

Jaarlijks kunnen er ook meerdere generaties optreden. En dit soort kan je ook tegenkomen in wat grotere groepen op de bomen. Het samenvoegen bestaat doorgaans uit nimfen en de volwassene wantsen samen. In beide stadia kan de wants dus ook hier gaan overwinteren. Voor de winter zoekt het insect meestal een schuilplaats in scheuren in de schors, maar ook op stammen en takken meestal op plaatsen die sterk zijn blootgesteld aan de zon. 

Op deze manier kan het insect overleven zonder significante beperking van de temperatuurpopulatie tot -10ºC. Onder dergelijke omstandigheden kunnen soms drie of zelfs vier generaties insecten verschijnen en elkaar overlappen. In de koudere jaren verschijnt echter slechts één generatie.

Aan het einde van de lente verlaten zij de bomen en vliegen ze naar kruidachtige planten en struiken van de familie Malvaceae heeft vooral wilde kaasjeskruid - Malva sylvestris. Paring vindt plaats in mei en na 4-5 dagen incubatie [uitbroeding of broedperiode] van de larven. Het leven van de eerste generatie is 40-50 dagen, waarna in juni tweede exemplaren verschijnen, waarvan de nimfen zich opnieuw voeden met kruidachtige planten, voornamelijk op kaasjeskruid. 

Er zijn ook al gevallen bekend dat de malvawants ook voorkomt op populier, plataan en paardenkastanje maar de hoofdvoedselbron lijkt toch de linde te zijn. Alleen volwassen exemplaren van de tweede generatie vliegen naar de lindeboom.

In het najaar verzamelen de insecten zich en ontstaan hier de typische concentraties van volwassen insecten op de zuidzijde van de stammen en takken van bomen waar ze overwinteren.

De hogere temperaturen hebben de noordwaartse uitbreiding van deze wants wellicht ook mogelijk gemaakt om zich verder hier voort te gaan planten. In menig ander land over de grens zoals in Duitsland, Frankrijk en Portugal weet ik al dat ze daar ook al zijn waargenomen. 

Van enkele blogvrienden en ook van kennissen uit polen (zij hebben mij ook de foto's gestuurd voor dit blog) maar of ze ook al in Nederland of in België zijn gezien dat weet ik niet. Mochten er lezers zijn  die dit lezen dan hoor ik dit ook graag in de vorm van een reactie onder mijn schrijven en het filmpje. Het is altijd interessant dit te weten. Heb je geen URL, vul dan alleen je naam in en ook in de reactie graag. 

Deze uitheemse soort is in sommige landen wel opgenomen onder de categorie : plaaginsecten maar ze geven niet echt schade aan de bomen dus men hoeft niet echt in te grijpen. In andere landen is het wel al bemerkt dat zij op fruit kunnen zitten en dat ze daar schade aan kunnen richten maar het kan ook over een ander soort gaan die er erg op lijkt. 

En deze Malvawantsen zijn ook nog eens een nieuwe voedselbron voor predatoren zoals vogels en wellicht eten zij hen vast en zeker op. Nee je zorgen erom maken is helemaal niet nodig met deze Malvawantsen. 

Maar als ze met vele zijn dan kan ik mij wel voorstellen dat men er last van kan hebben. Maar het zijn insecten die echt helemaal geen kwaad doen, ook al is er vele ophef geweest die deze insecten al hebben waargenomen. Van allergieën is mij ook niets bekend dus ik sluit hiermee mijn schrijven af met nog enkele notities voor jou over mij.

Bedankt voor het lezen van mijn schrijven en voor je bezoek en enige reactie. Dat waardeer ik erg en ik wil je hierbij ook uitnodigen om eens op mijn persoonlijke blogspot website te komen. 

Klik: Gedichten en verhalen uit het leven want daar kan je ook mooie teksten lezen over het leven, De mens, Natuur, Liefde, Natuurweetjes en is samen geweven in woord en beeld met muziek en met mooie documentaires of een eigen natuurvideo.

Natuurgroetjes © 2019 Tine de Jong

Informatie bronnen zijn onder andere van vele natuurwebsites van Nederland en polen en ook enige informatie van natuurvrienden en kennissen van het internet. Ook de foto's heb ik van hen per mail mogen ontvangen (hiervoor mijn dank) want zelf heb ik deze insecten nog niet gezien.

Wil je eens reageren over dit schrijven, en heb je geen website-URL dan hoef je alleen je naam in te vullen en de andere regel open laten nadat jij je reactie heb gezet. Gelieve niet anoniem want dat kan spam wezen en worden vanaf nu niet meer geplaatst. Alvast bedankt.

Leuk dat je even langs kwam om te lezen. En ook erg bedankt voor wie had of heeft gereageerd op alle vorige natuur weetjes en feiten wat altijd gewaardeerd wordt. 

Ik wens je mooie dagen voor elke dag en dat jij er dan ook veel plezier aan beleven mag. Maar wel in goede gezondheid want dat is ook heel belangrijk.

Tekst, informatie © Tine de Jong- 2019

Voor jou deze video erbij zodat je kan zien hoe ze eruit zien. Het lijkt hier wel op een invasie op deze boom van de malvawantsen- Oxycarenus lavaterae.